We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Inmenging in het onderzoek naar misbruik in de Kerk: waarom PVDA het rapport van de onderzoekscommissie Operatie Kelk niet goedkeurt

Een parlementaire onderzoekscommissie boog zich het afgelopen 1,5 jaar over de vraag wat er is misgelopen bij “Operatie Kelk”, het gerechtelijk onderzoek naar seksueel misbruik en schuldig verzuim binnen de Belgische Kerk. Dat parlementaire onderzoek maakte duidelijk dat de Kerkelijke hiërarchie werd beschermd in 'Operatie Kelk' en ze daarbij zijn geholpen door o.a. toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck. Maar het rapport weigert dat te benoemen. De PVDA zal het eindrapport daarom niet goedkeuren. PVDA-volksvertegenwoordiger en commissielid Greet Daems legt uit: “We kunnen deze reeds derde onderzoekscommissie over dit dossier niet afsluiten zonder dat er een ernstig antwoord komt op de vraag: waarom heeft 15 jaar onderzoek naar schuldig verzuim geen enkele veroordeling of zelfs aanklacht opgeleverd, ondanks de honderden getuigenissen? Het niet benoemen van verantwoordelijken zou het zoveelste onrecht voor de slachtoffers zijn.”

donderdag 26 maart 2026

Greet Daems.

Greet Daems, PVDA-volksvertegenwoordiger en lid van de onderzoekscommissie ‘Operatie Kelk’ (2024-2026) en de onderzoekscommissie over ‘seksueel misbruik, in de Kerk en daarbuiten, met inbegrip van de gerechtelijke behandeling, en de gevolgen op vandaag voor slachtoffers en samenleving’ (2023-2024).

Wat voorafging: hoe de kerk het misbruik systematisch toedekte

De VRT-reeks Godvergeten bracht in 2023 een schokgolf door heel het land. Ze bracht niet alleen vele moedige, vaak ondraaglijke, getuigenissen van overlevers die als kind werden misbruikt door een katholieke priester of pater, maar toonde ook hoe de Kerk actief misbruikers beschermde. De reeks maakte duidelijk dat de Kerk nog altijd zeer moeizaam die bladzijde wil omslaan. Dat bevestigde ook de parlementaire onderzoekscommissie naar het misbruik in 2024.

In beide hoorden we hoe de Kerk systematisch het misbruik onder de mat probeerde te vegen door slachtoffers niet serieus te nemen, te beschuldigen en zelfs te intimideren. Misbruikers werden niet bij het gerecht aangegeven. Daders werden ten hoogste overgeplaatst, maar zonder de nieuwe werkplek in te lichten over het misbruik. Zo konden ze opnieuw slachtoffers maken.

Het verhaal van Nicolas Verzele in ‘Brief aan de Paus’, de opvolger van ‘Godvergeten’, is een schrijnend voorbeeld. Verzele werd als kind in 2005 twee jaar lang misbruikt door priester Luc Delft. Delft was net weggehaald uit een ander Don Bosco-instituut wegens het aanranden van jongens. Na veroordeling voor misbruik in 2012 kon hij toch aan de slag in de Centraal-Afrikaanse Republiek, voor een derde keer met kinderen. Pas toen een CNN-ploeg hem publiek confronteerde in 2019, eindigde zijn verhaal.1

Het doofpotbeleid van de Kerk is dus allerminst een zonde uit een tijd waarin er minder bewustzijn was over misbruik. Pas wanneer de druk van buitenaf te groot wordt, gaat de Kerk luisteren naar de slachtoffers en daders naar het gerecht verwijzen.

Operatie Kelk: het onderzoek dat de straffeloosheid moest stoppen

Jarenlang slaagde de Katholieke Kerk er dus in om klachten over seksueel misbruik door priesters en andere kerkfiguren binnenshuis af te handelen. Daders werden beschermd, slachtoffers kregen in het beste geval wat zwijggeld. De kerkelijke hiërarchie zette haar reputatie boven gerechtigheid of bescherming van slachtoffers. Slechts een handvol zaken belandden voor de rechtbank.

Dat veranderde in 2010. Na de bekentenissen van bisschop Roger Vangheluwe over het misbruik op zijn neef stroomden honderden klachten binnen bij de Commissie-Adriaenssens, voluit de ‘Commissie voor de behandeling van klachten wegens seksueel misbruik in een pastorale relatie’, een orgaan opgericht en beheerd door de kerk. 

Toenmalig onderzoeksrechter Wim De Troy had ernstige twijfels of die commissie wel alle dossiers aan Justitie zou doorspelen. Op 24 juni 2010 voerde hij daarom huiszoekingen uit bij het aartsbisschoppelijk paleis, in de kathedraal in Mechelen, in de privéwoning van kardinaal Danneels, bij de commissie-Adriaenssens en bij het Rijksarchief.

Dat was de start van Operatie Kelk, het gerechtelijk onderzoek dat moest nagaan of de leiding van de Belgische katholieke Kerk al dan niet strafbaar was voor schuldig verzuim.2

Maar de huiszoekingen ontketenden een storm. In plaats van ten volle mee te werken vocht de Kerk, via haar advocaten, de inbeslagnames van tientallen dozen dossiers juridisch aan. Ook de politiek reageerde. In het bijzonder uitte toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) heel wat kritiek op het verloop en de noodzaak van de inbeslagnames. Bijna onmiddellijk startte het parket-generaal van Brussel een streng onderzoek naar dit onderzoek, wat door alle betrokkenen nadien als ‘uitzonderlijk snel’ werd beschouwd.

De afloop van ‘Operatie Kelk’ is intussen bekend. Een groot deel van de in beslag genomen dossiers werden terugbezorgd aan de Kerk. Pas vijftien jaar later, in februari 2025, is het onderzoek afgerond. Resultaat: er komt geen proces. Alle verdachten worden buiten vervolging gesteld omdat ze overleden zijn, reeds veroordeeld of omdat de feiten verjaard zijn.3 Nochtans blijven de getuigenissen binnenstromen. Ook de onderzoekscommissie van 2024 legde talloze feiten van misbruik en systematisch wegkijken door de Kerk bloot.4
Hoe kan het dan dat niemand veroordeeld wordt?

De onderzoekscommissie die “alle stenen zou omkeren” 

In een rapport van 2024 stelt de Hoge Raad voor Justitie dat er meerdere fouten gemaakt zijn in Operatie Kelk. Om die fouten verder te onderzoeken, net als de vraag of er druk is uitgeoefend op het gerecht, richtte het federaal parlement eind september 2024 de onderzoekscommissie “Operatie Kelk” op. Daarvoor kregen volksvertegenwoordigers van alle partijen inzage in de zogenaamde werkkaften5 van de procureur-generaal. Daarnaast kon de commissie vragen stellen tijdens hoorzittingen aan magistraten, advocaten, oud-minister De Clerck en andere betrokkenen in het onderzoek.

Het is veelbetekenend hoe vaak tijdens de hoorzittingen betrokkenen bepaalde acties in de loop van het onderzoek naar het onderzoek als 'niet normaal', 'uitzonderlijk' en 'nog nooit meegemaakt' omschreven. Het verloop van Operatie Kelk leest inderdaad als een opeenstapeling van foute keuzes: 

Een van de meest frappante zaken in Operatie Kelk is de ongeziene snelheid waarmee er een onderzoek werd ingesteld naar de huiszoekingen. Amper een week erna, midden in de vakantieperiode, vraagt het parket-generaal de dossiers op en start een procedure om de wettigheid ervan te controleren. De Procureur-generaal stelt zelfs een “multiconfessionele werkgroep “samen. Daarmee geeft hij zelf een levensbeschouwelijk karakter aan de zaak. Op twee weken tijd maakt het parket-generaal twee tegenstrijdige vorderingen op. De tweede vordering volgt op een onderhoud van het parket-generaal met de advocaat van de kerk. 

De uitkomst van dit alles is catastrofaal voor het onderzoek: het overgrote deel van de inbeslaggenomen dossiers mag niet meer gebruikt worden. Het frappante is dat de burgerlijke partijen, de slachtoffers, niet uitgenodigd werden op de zittingen waar dit besloten is.

Zij konden zich daar dus niet uitspreken tegen deze beslissing. Dat zal nog eens gebeuren wanneer in 2014, dezelfde magistraat beslist om alle dossiers aan de kerk terug te geven. Terwijl twee jaar tevoren was beslist dat ze op de griffie moesten bewaard worden. Deze magistraat had zich twee jaar eerder, na een dreiging tot wraking6, zelf uit de zaak teruggetrokken.

Zelfs nadat het overgrote deel van de huiszoekingen onwettig zijn verklaard, blijft het parket-generaal uitzonderlijk streng toezicht houden. Micromanagement, klinkt het.

Dit is maar een beperkte bloemlezing van alle "ongewone" beslissingen. Het uitgebreide eindrapport bevat een waardevol overzicht van alle vaststellingen en nuttige aanbevelingen. Maar het contrast tussen de vele ‘uitzonderlijke’7 gebeurtenissen en de vage conclusies kan niet groter zijn.

Actieve inmenging door minister van Justitie Stefaan De Clerck

Een van de meest opvallende vaststellingen is de actieve rol van minister De Clerck in dit verhaal. Een minister moet zich in het kader van de scheiding der machten strikt houden aan zijn bevoegdheden. Zo mag een minister informatie vragen over een lopend dossier, maar mag hij geen instructies geven of druk uitoefenen op magistraten om het onderzoek in een bepaalde richting te sturen. Dat laatste zou politieke inmenging zijn.

Toch stelden we een intensief contact vast tussen de minister en het parket-generaal, waaronder brieven, telefoons en persoonlijke ontmoetingen. Het eindrapport benoemt dit intensieve contact als ‘ongewoon’. Maar het is meer dan dat. Voor de PVDA is het onaanvaardbaar dat het eindrapport niet benoemt dat er duidelijke indicaties zijn dat toenmalig minister van Justitie, Stefaan De Clerck (CD&V), zich op ongepaste wijze heeft gemengd in het lopende gerechtelijk onderzoek met als doel om dit te laten vastlopen.

Daarvoor zijn meerdere aanwijzingen, waarvan we hier de voornaamste opsommen:

1. Het protocol

De inmenging begon reeds voor de start van Operatie Kelk. Reeds in mei 2010 trachtte minister De Clerck om de behandeling van klachten die binnenkwamen bij de Commissie-Adriaenssens te beïnvloeden. 

De minister bemiddelde mee een soort van informele overeenkomst tussen de Kerk en het gerecht die in feite de instelling van de verdachten, de Kerk, het vertrouwen gaf om zelf te bepalen welke misdrijven al dan niet verjaard waren, en zelfs voor de niet-verjaarde misdrijven, ze zouden doorgeven aan Justitie. Dit zogenaamde ‘protocol’ is erg problematisch. Het is net uitgerekend dat wat de Kerk decennialang geweigerd heeft te doen. De doelstelling was helder: alles opnieuw binnenskamers laten afhandelen door de Kerk, ver weg van mogelijke reputatieschade. Maar ook ver weg van gerechtigheid.

2. Aanzetten tot een uitzonderlijke snelle controle van het onderzoek

De overhaasting om zo snel mogelijk het onderzoek te laten controleren kan als een belangrijke bron van talrijke fouten in het dossier worden gezien. 
Ook hier speelde de minister een rol. De toenmalige Procureur-generaal De le Court verklaarde tijdens een hoorzitting dat de minister hem al in de eerste dagen na de huiszoekingen via telefoon gevraagd had welke initiatieven en vorderingen hij dacht te nemen in verband met de huiszoekingen.De toenmalige procureur-generaal de le Court heeft tijdens een hoorzitting verklaard dat de minister hem had gevraagd welke initiatieven en maatregelen hij van plan was te nemen in verband met de huiszoekingen. De produreur-generaal weigerde te antwoorden, om naar eigen zeggen, zo de groep die hij had samengesteld te beschermen tegen verdenking van inmenging van buitenaf. Hij voegde eraan toe dat de minister ook druk had uitgeoefend op het College van procureurs-generaal.

3.Minister of woordvoerder van de Kerk?

De minister communiceerde zelf buitengewoon proactief over deze snelle controle van het onderzoek. Hij drong ook aan bij het parket om besluiten die in het voordeel van de Kerk zijn, maar waartegen nog beroep mogelijk was/die nog niet definitief zijn, publiek te maken.

Het valt ook op dat de minister bepaalde gerechtelijke arresten ontving nog vóór ze aan de betrokken partijen, waaronder de slachtoffers en hun advocaten, waren meegedeeld. Dit is hoogst ongebruikelijk: rechterlijke beslissingen worden normaal niet rechtstreeks aan een minister bezorgd. Zelfs de pers bracht toen de beslissingen van het parket-generaal dikwijls in verband met vergaderingen en correspondentie met de minister.

De Clerck schrok er ook niet van terug om in die periode de onpartijdigheid van het gerecht openlijk in twijfel te trekken. “De rechtspraak is door ideologie verlamd”, of er is “een godsdienstoorlog op het Brusselse gerecht”, zegt hij zonder scrupules.8

Tijdens een hoorzitting van de eerste onderzoekscommissie naar seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk van 2010 wezen verschillende parlemensteden op een mogelijke schending van de scheiding der macht tussen kerk en staat. 

Sprekend waren de woorden van toenmalig parlementslid Renaat Landuyt die bij de minister aandrong om “zich in dit verband te gedragen als de minister van Justitie, veeleer dan als de minister van de Kerk”.9

4. Een dwingende brief

In oktober 2010 ging minister De Clerck duidelijk zijn boekje te buiten. Wanneer hij in de krant leest dat de advocaat van de slachtoffers inzage zou krijgen in de in beslag genomen bewijsstukken, schrijft hij meteen een brief aan de procureur-generaal met de vraag: "hem te informeren over eventuele initiatieven die hij zou nemen". 

Zo’n formulering is duidelijk richtinggevend en kan niet anders begrepen worden dan: “wat gaat u hieraan doen?”. Nochtans komen zo’n beslissingen enkel toe aan iemand uit de rechterlijke orde. De dag erna schoot de procureur-generaal meteen in actie: hij stuurt een spoedvergadering uit en geeft de procureur des Konings opdracht om te bekijken welk beroep nog mogelijk is tegen dit inzagerecht. 

In een brief aan de minister stelde hij hem vervolgens gerust: "Ik ben inderdaad van mening dat de betreffende verzoeken hadden moeten worden afgewezen". En prompt wordt er hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de onderzoeksrechter. De slachtoffers krijgen geen inzagerecht meer. De minister laat dus, via het parket, een beslissing van een onderzoeksrechter aanvechten terwijl hij daar wettelijk geen rol in mag spelen. Mission accomplished.

Voorrang aan de belangen van de Kerk, slachtoffers in de kou

Het contrast met de behandeling van de slachtoffers doorheen dit onderzoek is schrijnend. Keer op keer lijken de belangen van de Kerk de bovenhand te hebben gehaald. Ook minister De Clerck handelde duidelijk met twee maten en gewichten. Wanneer de advocaat van de Kerk zich rechtstreeks tot de minister richt, reageert de minister onmiddellijk en schakelt hij het parket in. Wanneer de advocaat van de slachtoffers de minister schrijft, blijven die belangrijkste brieven onbeantwoord, zelfs wanneer hij wettelijk de bevoegdheid heeft om in te grijpen.

Waarom het rapport tekortschiet

De commissie erkent veel van deze feiten. Maar haar conclusies staan in schril contrast met haar eigen vaststellingen. Dit eindrapport geraakt niet verder dan de terechte vaststelling “dat niet alles is verlopen zoals het moest of zoals had mogen worden verwacht vanuit het oogpunt van een behoorlijke rechtsbedeling”, en dat de twijfel over de rechtmatigheid van de interventies “tot op heden blijft”.  Het rapport besluit dat er "geen onomstotelijk bewijs" is gevonden of de interventies van de minister en de Kerk het onderzoek effectief hebben beïnvloed. Op andere plaatsen wijt het rapport de ‘ongewone’ contacten van de minister dan weer aan zijn wil om slachtoffers te beschermen.

Slachtoffers opnieuw in de kou

Deze onderzoekscommissie is al de derde die zich buigt over misbruik in de Kerk. Keer op keer werd duidelijk: de Kerk wou koste wat kost bewijsmateriaal uit de handen van het gerecht houden. Na al die jaren raakt de Kerk niet verder dan het woordelijk erkennen en betreuren van het misbruik, maar blijven ze in alle talen zwijgen wanneer er in concrete dossiers vragen worden gesteld over hun ontoereikende of foute aanpak. Dat een gerechtelijk onderzoek eindigt op een dood spoor, ondanks alle aanwijzingen, krijgt niemand uitgelegd.

Een parlementaire onderzoekscommissie heeft als taak om elke steen om te draaien en de waarheid naar boven te halen. We erkennen de inspanningen die door de commissie zijn geleverd, maar we betreuren dat de commissie verantwoordelijkheden weigert aan te duiden. Dit laat de slachtoffers nog eens met hun twijfels en vragen achter. Door het eindrapport niet goed te keuren, wil PVDA zich distantiëren van de conclusies. We kunnen ons wel vinden in de aanbevelingen, die nuttig kunnen zijn om toekomstige gerechtelijke onderzoeken transparanter en sneller te doen verlopen.

Maar de vele gemaakte fouten in het onderzoek zijn niet gewoon te wijten aan uiteenlopende interpretaties van wetsartikelen zoals het rapport meermaals suggereert, laat staan van een jammere samenloop van ongewone omstandigheden. Op basis van de vaststellingen die het onderzoek van deze onderzoekscommissie heeft opgeleverd, is het duidelijk dat er wel degelijk inmenging is geweest door zowel politieke als kerkelijke actoren. Die druk en inmenging verklaart veel van de overhaaste, tegenstrijdige en slachtofferonvriendelijke beslissingen.

Onder druk van de slachtoffers en reportages zoals Godvergeten is er al veel veranderd. Hen komt alle lof toe. Maar van een definitief einde van de decennialange straffeloosheid van de daders en hun beschermheren is allesbehalve sprake. De commissie had moeten erkennen en benoemen dat de sabotage van Operatie Kelk heeft bijgedragen aan die straffeloosheid. Dit niet benoemen, doet de overlevers tekort.

  1. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/02/24/brieven-aan-de-paus/

  2.  Er is sprake van schuldig verzuim als iemand niet handelde ondanks dat men wist dat iemand in groot gevaar verkeert, hetzij omdat men het gevaar persoonlijk had vastgesteld, hetzij omdat het gevaar hem was beschreven door de persoon die zijn hulp inriep, hetzij er een grote kans is dat er nieuwe slachtoffers kunnen volgen. In de context van misbruik in de Kerk is de vraag met andere woorden of zij daders hebben beschermd waardoor ze verder hun gangen konden gaan. 

  3.  https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/02/17/operatie-kelk-misbruik-kerk-raadkamer/

  4.  https://lavamedia.be/de-doofpotoperaties-van-de-kerk-over-seksueel-misbruik/ 

  5.  Een werkkaft is een farde waarin de onderzoeksrechter of de parketmagistraat zijn nota's en andere communicaties zoals dienstbrieven bijhoudt. Dergelijke zaken behoren strikt gezien niet tot het gerechtelijk dossier zelf. De werkkaften van het parket van Brussel zijn helaas vernietigd. 

  6.  Wraking is een formeel verzoek van een partij in een rechtszaak om een rechter te vervangen, omdat die rechter niet langer geacht wordt onpartijdig te kunnen oordelen. Het gaat dus niet over het betwisten van de uitspraak zelf, maar over het wantrouwen ten opzichte van de rechter nog vóór die uitspraak heeft plaatsgevonden.

  7.  Het eindrapport gebruikt deze term: “Het onderzoek heeft een reeks feiten vastgesteld die door zo goed als alle getuigen — magistraten, advocaten en anderen — als "uitzonderlijk" en "niet normaal" werden omschreven.”

  8. https://www.hbvl.be/binnenland/de-clerck-moet-parket-bevelen-naar-cassatie-te-gaan-in-operatie-kelk/24734527.html

  9.  Verslag hoorzitting: https://www.lachambre.be/FLWB/pdf/53/0643/53K0643001.pdf