We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Marc Botenga: “Het Iraanse volk moet het recht hebben om zijn eigen toekomst te bepalen”

Al weken doorkruist een golf van protesten Iran. Als reactie op de mobilisaties grijpt de regering naar een internetblack-out en repressie. Volgens Marc Botenga, Europees Parlementslid voor de PVDA, passen deze protesten in een recente geschiedenis van sociale en politieke strijd van het Iraanse volk: “Een strijd die sommigen, in Europa maar ook de Verenigde Staten en Israël, beweren te steunen, terwijl ze in werkelijkheid met sancties en inmengingen, de economische en sociale, maar ook politieke situatie van de mensen juist verergeren.”

maandag 12 januari 2026

Marc Botenga spreekt in het Europees Parlement.

Tekst door Marc Botenga, Europees Parlementslid voor de PVDA

In tal van steden blijven Iraanse betogers de straat op gaan. De protesten begonnen aanvankelijk uit onvrede over de stijgende kosten van levensonderhoud. Ondertussen sloot de Iraanse regering het internet af, wat de vrees voedt voor een bijzonder harde repressie. Beelden die werden verspreid, ook door de Iraanse openbare omroep, tonen rijen lijkzakken. Die beelden zijn ijzingwekkend. Tegelijk hebben de mobilisaties van de voorbije jaren, zoals die in 2022 na de dood van de jonge vrouw Mahsa Amini, aangetoond dat sociale bewegingen wel degelijk resultaten kunnen opleveren en veranderingen kunnen teweegbrengen in Iran.

De protesten drukken een enorme frustratie uit. Ze begonnen eind december als gevolg van de instorting van de Iraanse munt tegenover de dollar, wat rampzalig is voor de koopkracht, en pogingen van de regering om hervormingen te voeren die bepaalde verworven rechten aantasten. Er is veel kritiek op het economisch beleid van de regering en op de corruptie, maar deze instorting heeft ook alles te maken met de Westerse sancties, die vorig jaar nog werden verstrengd. Die sancties troffen de Iraanse economie zwaar: een gekrompen overheidsbudget, een inflatie van meer dan 40%, koopkrachtverlies en problemen bij het verkrijgen van essentiële medicijnen. Het zijn de Iraniërs die daarvoor de prijs betalen. Daarbovenop hebben de Israëlische en Amerikaanse aanvallen van vorig jaar investeringen nog verder ontmoedigd.

Net zoals in 2017 en 2019 waren de eisen aanvankelijk vooral economisch, maar al snel die uitte zich ook een diepe politieke frustratie: tegen de repressie en voor meer inspraak in de toekomst van het land. De protestbewegingen zijn heterogeen. Er zijn vakbondsbewegingen, maar ook jongeren en gewone burgers die moedig een leefbare toekomst eisen.

De Europese regeringen dragen een directe verantwoordelijkheid voor de economische en sociale crisis in Iran.

Marc Botenga

Volksvertegenwoordiger in het Europees Parlement.

Maar de vermeende Europese solidariteit met de betogers is hypocriet. Het zijn namelijk de Europese landen die vorig jaar opnieuw een reeks destructieve sancties hebben ingevoerd. Met andere woorden: de Europese regeringen dragen een directe verantwoordelijkheid voor de economische en sociale crisis in Iran. De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, en de voorzitter van het Europees Parlement, Roberta Metsola, stuurden een boodschap naar het Iraanse volk waarin ze beweerden dat “Europa altijd aan jullie zijde heeft gestaan”. Dat is niet waar. Toen Israëlische luchtaanvallen vorig jaar onschuldige Iraanse families en kinderen doodden, heeft de Europese Unie zich daar niet tegen verzet. Europa heeft Israël niet gesanctioneerd voor deze dodelijke aanvallen en de aanvallen zelfs niet veroordeeld.

Erger nog: verschillende krachten proberen de protesten te manipuleren in functie van hun eigen belangen. Trump dreigde er zelfs mee Iran te bombarderen. “Je kunt tegen een regering zijn en tegelijk weten dat het bombarderen van haar bevolking geen democratie zal brengen”, reageerde de Amerikaanse professor van Iraanse afkomst Narges Bajoghly. Intussen tweette de Mossad, de Israëlische geheime dienst, in het Perzisch: “Ga samen de straat op. Het moment is gekomen. Wij staan aan jullie kant.” De Israëlische minister van Erfgoed, Amichai Eliyahu, bevestigde dat Israëlische agenten actief zijn op Iraans grondgebied. De voormalige CIA-directeur Mike Pompeo wenste “alle Iraniërs op straat een gelukkig nieuwjaar, en ook alle Mossad-agenten die naast hen meelopen”.

Dat heeft uiteraard niets met solidariteit te maken, maar alles met directe inmenging die erop gericht is de strijd te kapen. In Syrië, Libanon, Irak en elders in de regio hebben Israël en de Verenigde Staten al aangetoond dat ze niet uit zijn op democratie of mensenrechten, maar op chaos, burgeroorlog en het verzwakken of vernietigen van landen. Net zoals hij dat probeert in Venezuela, wil Trump ook de Iraanse olie in handen krijgen en verhinderen dat Iran zijn banden met de opkomende landen (BRICS) versterkt. Wat Trump en het imperialisme stoort, is de economische, commerciële, diplomatieke en financiële soevereiniteit van het Globale Zuiden.

Doorheen hun geschiedenis hebben de Iraniërs bewezen dat ze in staat zijn hun eigen strijd te voeren. Zij verdienen alle respect en vertrouwen. Zoals de Iraanse linkse partij Tudeh schrijft: “De enige leefbare uitweg ligt in de bevestiging van de autonomie van het volk en zijn recht om zijn eigen toekomst te bepalen.” Als Europese leiders het Iraanse volk echt willen helpen in hun dagelijks leven, dan moeten ze de sancties opheffen die het leven bemoeilijken en die de positie van het maatschappelijk middenveld alleen maar hebben verzwakt.