We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app
demonstranten met borden waarop het getal 67 is doorgehaald

Negentien maanden strijd, negen barsten in hun plannen, een nieuwe generatie... en de strijd gaat door

Donderdagnacht 28 mei werden in het parlement uiteindelijk — na meerdere keren uitstel en tal van amendementen — de pensioenwet en de programmawet van de regering-De Wever-Rousseau goedgekeurd. Die programmawet bevat onder meer de aftopping van de index en de verhoging van de btw. De teksten werden na maanden van sociale acties weliswaar afgezwakt en aangepast, maar het blijven aanvallen op het recht op rust en op onze koopkracht. En wij zullen ze blijven bestrijden.

vrijdag 29 mei 2026

door Benjamin Pestieau,
 adjunct-algemeen secretaris van de PVDA

Maar één zaak moet even duidelijk gezegd worden: sinds haar aantreden is niets verlopen zoals de regering had gepland. Ze wilde vooruitgaan als een bulldozer. Ze dacht het verzet te kunnen verpletteren, werknemers tegen elkaar uit te spelen en haar hervormingen als een onvermijdelijkheid te doen slikken. Maar de bulldozer heeft zich vastgereden. In negentien maanden tijd verloor de regering de politieke strijd om legitimiteit, moest ze negen keer terugkrabbelen en kreeg ze af te rekenen met een sociale beweging van een ongeziene omvang, diversiteit en volharding. Hieronder leggen we uit waarom.

De regering heeft de politieke strijd om legitimiteit verloren

De regering dacht haar hervormingen te kunnen opleggen met de steun van de publieke opinie. Ze dacht de werkende klasse te kunnen verdelen: jongeren tegen gepensioneerden, werknemers uit de privé tegen werknemers uit de openbare sector. Dat is grotendeels mislukt.

Ondanks al haar propaganda botst de regering op een muur: die van de meerderheid van de bevolking. Zoals een recente peiling aantoont, “steunt of begrijpt” twee derde van het land, in de drie gewesten, “het sociaal protest tegen de regering”.[1] 

Bovendien groeit die massale steun voor de sociale beweging verder aan.

Negen op de tien mensen zien zichzelf vandaag niet werken tot 67 jaar onder de huidige omstandigheden.

Zeven op de tien vinden de pensioenhervorming onrechtvaardig tegenover vrouwen.

Een meerderheid van de Belgen vindt dat de regering ouderen, zieken en vrouwen onterecht viseert, terwijl ze tegelijk de rijksten beschermt.[2]

Diezelfde legitimiteitscrisis zien we ook op andere terreinen. De steun voor de explosie van de militaire uitgaven brokkelt af[3], zeker wanneer die betaald wordt ten koste van de sociale zekerheid. De overgrote meerderheid van de Belgen is voorstander van een echte miljonairstaks.

En ook op internationaal vlak is de kloof duidelijk: een meerderheid van de Belgen wil strengere sancties tegen Israël, zelfs als dat economische gevolgen heeft. Maar de regering blijft talmen.

Het verlies aan legitimiteit gaat ook over gebroken verkiezingsbeloftes.

Zoals de belofte van Vooruit om de index te beschermen... om hem daarna beter te kunnen aanvallen, blijkbaar.

Zoals de belofte van N-VA, MR en Les Engagés dat iedereen 500 euro extra zou overhouden — iets waar we nog altijd op wachten — terwijl het enige wat we kregen hogere btw en accijnzen zijn.

De sociale beweging heeft ook de mythe van de gezonde begroting ontmaskerd door te tonen hoe de regering zelf het begrotingstekort organiseert: door de sociale zekerheid kapot te besparen en de geldkraan voor militaire shopping wagenwijd open te zetten.

Twee derde van het land, in de drie gewesten, steunt of begrijpt het sociaal protest tegen de regering

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

Ten slotte heeft de sociale beweging, in al haar diversiteit, de echte maatschappelijke keuzes van de regering-De Wever-Rousseau blootgelegd: de sociale zekerheid en openbare diensten afbreken om nutteloze wapens te kopen die niets bijdragen aan de verdediging van het land; belastingen verhogen die de bevolking treffen terwijl de rijksten beschermd worden; de oorlogspolitiek van Trump volgen in plaats van te investeren in vrede en welzijn voor iedereen.

En hoe meer de regering de politieke strijd verliest, hoe meer ze probeert het debat te verleggen. In plaats van haar klassenkeuzes te verdedigen, viseert ze de meest kwetsbaren of probeert ze mensen tegen elkaar op te zetten.

Ze wijst mensen die uitgesloten worden van hun recht op werkloosheid met de vinger. Ze verstrengt de toegang tot de Belgische nationaliteit, ook voor mensen die hier al heel lang wonen. Ze verspreidt racisme om de sociale woede af te leiden.

De dubbele moraal is daarbij opvallend. MR en N-VA spreken over vrijheid van meningsuiting wanneer het gaat om racistische uitspraken. Maar zodra het gaat over het middenveld, de vakbonden of politiek links, proberen ze de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van organisatie en de vrijheid van actie te beperken.[4] Hun vrijheid is variabel: wijd open voor wie verdeelt, beperkt voor wie verzet organiseert.

De regering heeft misschien een institutionele meerderheid behaald, maar ze heeft de sociale meerderheid verloren. Ze heeft de politieke strijd verloren. En dat is beslissend voor wat volgt. Want terwijl de legitimiteit van de regering afbrokkelt, groeit de sympathie voor het sociaal protest.

 Grafiek die de steun voor sociale protesten per regio weergeeft

Bron: De Stemming 2026 (DSEN26), Stefaan Walgrave (UAntwerpen) Jean-Benoît Pilet (ULB) Jonas Lefevere (UAntwerpen, VUB) Hugo Spruyt (ULB, U Liège)

De regering wilde vooruitgaan als een bulldozer. Maar de sociale strijd heeft van het terrein een moeras gemaakt. En hoe harder de regering duwt, hoe dieper ze wegzakt.

“Zonder ons zou het erger zijn” of... “zonder ons was al deze sociale afbraak niet mogelijk geweest”?

De sociale beweging heeft de maskers doen afvallen van degenen die beweren: “zonder ons zou het erger zijn”. Zij dragen de volle verantwoordelijkheid voor het beleid van de regering. Sommige meerderheidspartijen doen alsof zij de aanvallen “verzacht” hebben. Aan Nederlandstalige kant herhalen Vooruit en CD&V voortdurend dat het zonder hen erger zou zijn. Aan Franstalige kant spelen Les Engagés dezelfde rol. Maar de waarheid is eenvoudig: zonder hun stemmen zou de sociale en democratische afbraak niet kunnen doorgaan. Zonder hen geen pensioenmalus. Zonder hen geen heksenjacht op langdurig zieken. Zonder hen geen aanvallen op de nachtpremies. Zonder hen geen explosie van de militaire uitgaven. Zonder hen geen regering-De Wever-Rousseau.

Partijen zoals Vooruit, CD&V en Les Engagés zijn niet alleen geen rem geweest op het antisociale beleid, ze zitten vaak zelf aan het stuur van de sociale afbraak.

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

Partijen zoals Vooruit, CD&V en Les Engagés zijn niet alleen geen rem geweest op het antisociale beleid, ze zitten vaak zelf aan het stuur van de sociale afbraak. Het was Vooruit dat het voorstel van plafonnering van de index op tafel legde. Het is Vooruit dat de mutualiteiten aanvalt. Het zijn Les Engagés die het inschrijvingsgeld in het Franstalig hoger onderwijs fors doen stijgen.

Een krachtige beweging die blijft volharden

Het overzicht van de nationale actiedagen toont de omvang van de beweging.

  • Op 7 november 2024 kwamen 32.000 werknemers uit de non-profitsector op straat.
  • Op 13 januari 2025 betoogden 30.000 werknemers uit de openbare diensten in Brussel.
  • Op 13 februari 2025 mobiliseerden 100.000 mensen uit alle sectoren, alle generaties en uit de syndicale en sociale beweging tegen de sociale afbraak.
  • Op 31 maart 2025 vond een eerste algemene staking plaats.
  • Op 29 april 2025 werden overal in het land gedecentraliseerde acties georganiseerd. 
  • Op 22 mei 2025 betoogden opnieuw meer dan 30.000 werknemers uit de non-profitsector.
  • Op 25 juni 2025 groeide wat een beperkte bijeenkomst moest worden uit tot een grote betoging van meer dan 40.000 mensen in Brussel.
  • Op 14 oktober 2025 trokken 140.000 mensen de straat op tegen de pensioenmalus en de pensioendiefstal.
  • Daarna volgden de acties, mobilisaties en stakingen van 23, 24 en 25 november, gevolgd door de tweede algemene staking op 26 november.
  • En opnieuw kwamen 100.000 mensen op straat op 12 maart van dit jaar.
  • Gevolgd door een betoging van 75.000 mensen op 12 mei.

Al die sociale mobilisaties vonden tegelijk plaats met een historische mobilisatiegolf tegen de genocide op het Palestijnse volk, met ook daar verschillende massale nationale betogingen en ontelbare lokale acties.

Daarnaast was er ook de grote klimaatbetoging van 5 oktober 2025. 

Kort samengevat: de voorbije negentien maanden hebben geleid tot een ongeziene golf van sociale acties.

De regering wilde de beweging uitputten. Ze wilde haar isoleren. Maar het omgekeerde gebeurde. Het is de beweging die de regering heeft uitgeput.

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

Deze opsomming toont de diversiteit en de omvang van de beweging. Maar ze toont ook haar volharding. Al negentien maanden houdt het verzet stand. Het keert telkens terug. Het verandert van vorm, van betoging naar staking, van nationale actiedagen naar lokale mobilisaties. Dat is precies wat ongezien is: een lange, diepe golf die de regering bleef raken.

De strijdstrategie heeft gewerkt. De regering dacht dat er drie bijzonder intense maanden zouden volgen, waarna uitputting, terugval en een terugkeer naar de orde zouden komen. Die val is er niet gekomen. De sociale beweging bouwt aan een voortdurende druk. Ze houdt stand zonder zichzelf in één keer op te branden.

De regering wilde de beweging uitputten. Ze wilde haar isoleren. Maar het omgekeerde gebeurde. Het is de beweging die de regering heeft uitgeput. Het is de sociale mobilisatie die haar gedwongen heeft om uit te stellen, bij te sturen en meerdere keren terug te krabbelen.

Tegenover de bulldozer van de regering heeft de sociale beweging een dam opgebouwd. Een brede dam, opgebouwd uit verschillende sectoren, generaties en ervaringen. Een dam die de druk heeft opgevangen, die standhield in de tijd en die verhinderde dat de regering haar plannen kon uitvoeren zoals voorzien.

Wanneer de sociale beweging standhoudt op lange termijn, verandert ze het politieke terrein. Ze wint niet alles in één keer. Maar ze verhindert wel dat de macht haar agenda rustig kan opleggen.

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

Dat is een van de grote lessen van deze negentien maanden: wanneer de sociale beweging standhoudt op lange termijn, verandert ze het politieke terrein. Ze wint niet alles in één keer. Maar ze verhindert wel dat de macht haar agenda rustig kan opleggen. Ze geeft vertrouwen. Ze bouwt ervaring op. Ze smeedt banden. Ze bereidt de volgende gevechten voor.

De kracht van een diverse beweging en van een nieuwe generatie militanten 

Deze beweging haalt ook haar kracht uit haar diversiteit. Ze bracht grote industriële sectoren en bastions van de openbare diensten samen. Maar ook de non-profitsector en het onderwijs, de voedingsindustrie en de logistiek, arbeiders en bedienden, spoorwegpersoneel en postbodes, ziekenhuizen en woonzorgcentra, militairen, politieagenten en brandweerlui, de bouwsector en de grote winkelketens.

Daarnaast bracht ze ook het middenveld samen, vrouwenorganisaties en de vredesbeweging, magistraten en mensenrechtenorganisaties, kunstenaars en de brede culturele sector...

Werknemers die nog nooit hadden gestaakt, zetten nu de stap. Mensen die acties vroeger vanop afstand bekeken, kwamen zelf in beweging. Soms maar één keer - maar dus wel één keer meer dan bij alle vorige bewegingen. Sectoren die vroeger geïsoleerd waren, vonden elkaar terug in een gemeenschappelijke strijd. Elk met hun eigen woorden, hun eigen actievormen en hun eigen specifieke eisen.

De aanvallen van de regering treffen niet slechts één geïsoleerde groep, maar de hele samenleving

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

Die diversiteit heeft de beweging versterkt. Ze heeft aangetoond dat de aanvallen van de regering niet slechts één geïsoleerde groep treffen, maar de hele samenleving.

Wanneer men de pensioenen aanvalt, valt men het recht op rust na een leven van arbeid aan, breekt men familiale banden af en tast men de ruimte voor engagement aan waar het middenveld nood aan heeft.

Wanneer men de sociale zekerheid afbreekt, valt men de bescherming van iedereen aan.

Wanneer men militaire uitgaven verhoogt ten koste van sociale noden, legt men een maatschappelijke keuze op die elke sector, elke gezin en elke generatie raakt.

Wanneer men democratische rechten aanvalt, valt men onze mogelijkheid aan om weerstand te bieden.

Binnen deze beweging waren er opvallende daden van concrete eenheid. Spoorwegarbeiders pasten hun actieplan aan zodat zoveel mogelijk betogers Brussel konden bereiken tijdens de grote nationale mobilisaties. Werknemers uit de openbare en de private sector mobiliseerden samen. Jongeren, vakbondsmilitanten, activisten uit het middenveld, kunstenaars en mensen van op het terrein ontdekten dat ze deel uitmaken van hetzelfde sociale kamp.

Een van de belangrijkste krachten van deze beweging is ook de intrede van een nieuwe generatie in de strijd. Jongeren sloten massaal aan bij de betogingen, acties, vergaderingen, vakbonden en collectieven. Bij die nieuwe generatie zien we onder meer de scholieren die staakten tegen het autoritaire beleid van Zuhal Demir. Of de studenten in het noorden van het land die mobiliseerden tegen de stijgende studiekosten en de aanval op het studietoelagesysteem.

We zien ook Franstalige studenten die in actie kwamen tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld tot 1.200 euro. En leerlingen uit het secundair onderwijs in het zuiden van het land die samen met hun leerkrachten actievoerden tegen de elitaire plannen van minister Glatigny.

Een diverse beweging die standhoudt in de tijd en gedragen wordt door jongeren, wordt een leerschool. Een leerschool van strijd, solidariteit en organisatie.

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

Een diverse beweging die standhoudt in de tijd en gedragen wordt door jongeren, wordt een leerschool. Een leerschool van strijd, solidariteit en organisatie. En in die school groeit vandaag een nieuwe militante generatie: binnen de vakbonden, in het studentensyndicalisme, in het verzet voor Palestina, in de vredesbeweging en in het politieke engagement.

Negen concrete barsten in de plannen van de regering

De beweging was breed en divers. Ze hield ook stand in de tijd. Maar daarbovenop dwong ze ook echte resultaten af. Ze sloeg negen concrete barsten in de plannen van De Wever Rousseau en co. Barsten die afgedwongen werden door strijd.

  • Eerste barst: begin november 2025, in het verlengde van de grote betoging van 14 oktober, moest minister van Pensioenen Jan Jambon zijn pensioenhervorming, inclusief de pensioenmalus, met één jaar uitstellen. Resultaat: 20.000 mensen ontsnapten aan die antisociale malus.
  • Tweede barst: de regering moest periodes van tijdelijke werkloosheid en van ziekte meetellen in de berekening van de pensioenmalus. Dat betekent dat jaarlijks 5.000 extra mensen aan de malus ontsnappen.
  • Derde barst: de verstrenging van het vervroegd pensioen werd meerdere keren afgezwakt. Het eerste loopbaanjaar zal uiteindelijk toch meetellen. Mensen die vandaag met vervroegd pensioen kunnen gaan, zullen geen pensioen verliezen.
  • Vierde barst: ouderschapsverlof en tijdelijke werkloosheid zullen uiteindelijk toch meetellen voor het vervroegd pensioen op 60 jaar.
  • Vijfde barst: de regering wilde de tijdskredietregelingen afschaffen voor zeven op de tien werknemers. Ook daar moest ze terugkrabbelen. Een tijdskredietregeling vanaf 55 jaar blijft mogelijk voor mensen met een zwaar beroep of voor werknemers die getroffen worden door een herstructurering.

Deze eerste vijf barsten hebben de factuur die de regering ons wilde opleggen met haar pensioenhervormingen al met een derde verminderd.

  • Zesde barst: de regering wilde nachtpremies enkel nog uitbetalen tussen middernacht en 5 uur ’s morgens. Dankzij de strijd wordt dat van 23 uur tot 6 uur.
  • Zevende barst: de regering wilde de btw en accijnzen met 1,3 miljard euro verhogen. Ze moest haar ambitie uiteindelijk meer dan halveren.
  • Achtste barst: op het vlak van democratische rechten heeft de regering zich vastgereden op de wet-Quintin. Met dit ontwerp wilde ze zichzelf de macht geven om organisaties die ze als “radicaal” beschouwt te ontbinden. Het wetsontwerp werd vanuit alle hoeken bekritiseerd door het democratisch middenveld en door mensenrechtenorganisaties. De regering tracht een zachtere versie voor te stellen, maar dankzij de druk slaagt ze er op dit ogenblik niet in.
  • Negende barst: onder druk en met tegenzin werd de Belgische regering verplicht om de Palestijnse staat schoorvoetend te erkennen en eerste — beperkte — sancties tegen Israël te nemen. Zo verbood de federale regering het overvliegen van en tussenlandingen in België van toestellen die wapens en militair materiaal naar Israël vervoeren.

Dat is de balans: negen concrete barsten, negen keer dat de regering moest terugkrabbelen. Negen keer het bewijs dat strijd loont.

Wetten gestemd, en strijd die doorgaat

De regering stelt de goedkeuring van haar pensioenwet op 28 mei voor als een overwinning. Ze zou willen kunnen zeggen: “Het debat is afgesloten”. Maar dat is verre van het geval. Om drie grote redenen.

Ten eerste, omdat deze wetten betwist blijven. In het bijzonder de pensioenwet. Wij laten het er niet bij. Wij lanceren het Pensioenproces. Samen met duizenden mensen starten we een collectieve rechtszaak voor het Grondwettelijk Hof. We roepen iedereen die deze aanval op de pensioenen weigert te aanvaarden op om zich aan te sluiten bij deze juridische strijd van het volk. Naast het gebrek aan democratische steun en legitimiteit is de pensioenwet immers in strijd met verschillende fundamentele rechtsprincipes.

Wij lanceren het Pensioenproces. Samen met duizenden mensen starten we een collectieve rechtszaak voor het Grondwettelijk Hof.

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

Verschillende maatregelen zijn discriminerend.

De pensioenmalus zal drie keer meer vrouwen treffen dan mannen, terwijl vandaag al een op de drie vrouwen die met pensioen gaan, een pensioen onder de armoedegrens ontvangt.

De pensioenwet schendt ook het vertrouwensbeginsel. Mensen zullen gestraft worden voor keuzes die ze jaren geleden maakten. Dat is een aantasting van verworven rechten. 

Bovendien betekent de pensioenwet een aanzienlijke afbouw van de sociale bescherming. De cijfers van het Planbureau spreken voor zich: jongeren van vandaag zullen in 2070 gemiddeld tussen 7 en 15 procent minder pensioen ontvangen.

Wij zullen de pensioenwet en de andere plannen van de regering ook politiek blijven aanvallen. Tot de regering terugkrabbelt. Al meer dan tien jaar hameren traditionele politici erop dat we tot 67 jaar moeten werken, en al meer dan tien jaar wijst een grote meerderheid van de bevolking dat af. Verschillende landen die een “67 jaar-wet” hadden ingevoerd, moesten onder druk van sociaal verzet en/of de publieke opinie terugkomen op die beslissing. Dat gebeurde in Canada, Polen en Kroatië. Ook Nederland en Frankrijk komen gedeeltelijk terug op hun plannen. Dat een wet gestemd is, betekent niet dat die ook aanvaard wordt. 

Verschillende landen die een “67 jaar-wet” hadden ingevoerd, moesten onder druk van sociaal verzet en/of de publieke opinie terugkomen op die beslissing.

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

Ten tweede, omdat de pensioenwet slechts één onderdeel is van een veel ruimer plan. De acties van de voorbije negentien maanden hebben ons getoond welke ingrediënten nodig zijn om mensen als De Wever en Rousseau te doen terugkrabbelen. En we zullen die ingrediënten nodig hebben. De regering vreest dat wij het recept onthouden. Want ze hoopt haar beleid verder te laten betalen door werknemers, gepensioneerden, zieken, uitkeringsgerechtigden en openbare diensten. Ze kondigt nieuwe miljardenbesparingen aan. Ze valt de koopkracht aan. Ze bereidt nieuwe offensieven voor tegen de lonen. Ze wil de militarisering financieren met de kredietkaart van de sociale zekerheid en de openbare diensten. Voor Bart De Wever staan de defensie-uitgaven “in marmer gekapt”, terwijl de sociale zekerheid vrolijk kapotbespaard mag worden. Miljarden voor F-35’s, militaire systemen en oorlogslogica; besparingen op pensioenen, gezondheidszorg, openbare diensten en lonen. Dat is het echte project van de regering-De Wever-Rousseau.

De voorbije negentien maanden hebben ons getoond welke ingrediënten nodig zijn om mensen als De Wever en Rousseau te doen terugkrabbelen.

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

Ten slotte, omdat onze strijd deel uitmaakt van een bredere strijd die we overal in Europa en de wereld terugvinden: een strijd tegen multinationals en regeringen die steeds meer de macht van het geld willen uitbreiden door te geld uit te geven aan bewapening, door te militariseren en door ons mee te sleuren in hun oorlogslogica. Onze strijd maakt deel uit van een brede internationale weerstand die landen in Noord en Zuid met elkaar verbindt.

De barsten van vandaag zijn de hefbomen voor de overwinningen van morgen

De pensioenwet en de programmawet – zelfs na amendementen – zijn gestemd. De massale uitsluiting van precaire werknemers van hun recht op werkloosheidsuitkeringen is gestemd. Maar we zouden onszelf tekort doen als we onderschatten wat we bereikt hebben. Dat is precies wat onze tegenstanders willen. Ze willen ons pessimistisch en verslagen zien. Dat is hun strijd. Wij zullen hun dat cadeau niet doen.

Deze breuken zijn hefbomen. Ze zeggen tegen elke werknemer, elke jongere, elke vakbondsmilitant: wat we doen, telt.

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

Deze beweging heeft deze regering al afgeremd. Ze heeft duizenden mensen beschermd. Ze heeft achteruitgangen afgedwongen. Ze heeft het politieke bewustzijn vergroot. Ze heeft voor velen het maatschappelijke project van de regering blootgelegd. Ze heeft laten zien dat de Arizona-regering niet onverslaanbaar is. De negen afgedwongen barsten zijn geen details. 20.000 gepensioneerden vrijwaren van een malus, dat is geen kleinigheid.

Maar deze breuken zijn meer dan dat. Het zijn hefbomen. Ze zeggen tegen elke werknemer, elke jongere, elke vakbondsmilitant: wat we doen, telt. Een betoging telt. Een staking telt. Een personeelsvergadering telt. Een pamflet uitdelen aan de poorten van een bedrijf telt. Een gesprek met een collega telt. Een politieke strijd, gesteund door een sociale beweging, telt.

Zo bouwen we een krachtsverhouding op. Niet in één dag. Niet met één stem. Maar stapsgewijs, in golven, door opeenvolgende barsten. Dat is onze balans. Dat is onze strijd. Tegenover het pessimisme en fatalisme dat de regering verspreidt, verspreiden wij het optimisme dat in de beweging is opgebouwd. Niet een naïef optimisme, maar een concreet optimisme, gebaseerd op onze ervaringen.

De regering en haar bondgenoten verspreiden hun argumenten om te demobiliseren. De actoren van de beweging verspreiden hun argumenten om te blijven strijden.

Benjamin Pestieau

adjunct-algemeen secretaris

En het is met deze instelling dat we de toekomst voorbereiden. Door alle lessen te bundelen die we hebben geleerd in dit eerste deel van de strijd tegen de regering. In bedrijven, openbare diensten, scholen, ziekenhuizen, wijken, vakbonden, verenigingen… wordt het debat gevoerd, argument tegen argument, emotie tegen emotie, optimisme tegen fatalisme. De regering en haar bondgenoten verspreiden hun argumenten om te demobiliseren. De actoren van de beweging verspreiden hun argumenten om te blijven strijden.

De toekomst wordt ook voorbereid door de organisaties te versterken die dit verzet mogelijk maken: vakbonden, verenigingen, lokale collectieven. En door de beste politieke oppositie van het land, de PVDA, te versterken. Een oppositie die strijdbaar is, concrete alternatieven biedt en een samenhangend maatschappelijk project draagt dat hoop geeft: vrede en socialisme.

Kim De Witte met de tekst 'Doe mee met het Pensioenproces'

Doe mee met het pensioenproces

De regering heeft de stemming van haar pensioenwet doorgeduwd. In die wet zit ook de pensioenmalus: een financiële sanctie voor mensen die niet kunnen werken tot 67 jaar. De pensioenwet discrimineert bovendien vrouwen en mensen in zware beroepen.

We laten het er niet bij. We lanceren een collectieve rechtszaak tegen de pensioenwet bij het Grondwettelijk Hof. 

We hebben ook jou nodig. Om zoveel mogelijk gewicht te geven aan deze rechtszaak, willen we met zoveel mogelijk zijn.

  1. De Stemming 2026 (DSEN26), Stefaan Walgrave (UAntwerpen) Jean-Benoît Pilet (ULB) Jonas Lefevere (UAntwerpen, VUB) Hugo Spruyt (ULB, U Liège)
  2. De Stemming 2026 (DSEN26), Stefaan Walgrave (UAntwerpen) Jean-Benoît Pilet (ULB) Jonas Lefevere (UAntwerpen, VUB) Hugo Spruyt (ULB, U Liège)
  3. De Stemming 2026 (DSEN26), Stefaan Walgrave (UAntwerpen) Jean-Benoît Pilet (ULB) Jonas Lefevere (UAntwerpen, VUB) Hugo Spruyt (ULB, U Liège)
  4. Wet betreffende het administratief verbod van rechtspersonen, vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid, en feitelijke verenigingen of groeperingen die een ernstige en actuele bedreiging vormen voor de nationale veiligheid of het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde