Optimisme is een strijd
“Ben je optimistisch?” Die vraag kregen Anne Delespaul — lid van het Bureau van de PVDA en verantwoordelijke voor de provincies — en onze adjunct-algemeen secretaris Benjamin Pestieau tijdens de Karl Marx-school georganiseerd door Comac, de studentenbeweging van de PVDA. “Optimisme is in de eerste plaats geen ‘toestand’, maar een strijd”, antwoordde Benjamin. Hieronder vind je zijn volledige tussenkomst terug.
Wat is het alternatief voor optimisme? Sommigen antwoorden: “Ik ben niet optimistisch, ik ben realistisch.” Maar wat betekent dat woord eigenlijk precies? En vooral: waar leidt het concreet toe, op het vlak van actie en ambitie?
Heel vaak is dat zogenoemde “realisme” geen simpele beschrijving van de wereld: het is een manier om te vluchten. Het dient als een uitleg voor stilstand, als een rechtvaardiging voor fatalisme en machteloosheid — het idee dat, wat we ook doen, er fundamenteel niets zal veranderen; het gevoel dat we veroordeeld zijn om een systeem te ondergaan dat tegelijk de mens en de natuur uitbuit, onderdrukt en vernietigt.
Dat fatalisme valt niet uit de lucht: het wordt in de samenleving en in de hoofden geprent, omdat het bepaalde belangen dient. Fatalisme doet op zichzelf terugplooien, isoleert, verkleint. Het verlaagt de ambitie tot die onschadelijk wordt: “Ik ga al proberen te veranderen wat mij direct aangaat.” Vervolgens verandert het de grote vragen in onhaalbaarheid. De hele samenleving veranderen? Onmogelijk, zeggen de “realisten”.
Wat zij realisme noemen, wordt zo vooral pessimisme zonder ambitie — een manier om vrede te sluiten met de bestaande orde door die als onoverkomelijk te verklaren.
Optimisme en pessimisme zijn geen neutrale gevoelens. Het ene voedt de emancipatorische beweging; het andere dient objectief de belangen van wie domineert, omdat het tot passiviteit leidt.
adjunct-algemeen secretaris
Optimisme en pessimisme zijn dus geen neutrale gevoelens. Het ene voedt de emancipatorische beweging; het andere dient objectief de belangen van wie domineert, omdat het tot passiviteit leidt.
Elke heersende klasse heeft er belang bij dat wie haar macht in vraag stelt, twijfelt aan zijn eigen kracht. Voor hen is pessimisme van onderuit een verzekering: de zekerheid dat hun overheersing kan voortduren. Daarom strijden ze actief om pessimisme en een gevoel van machteloosheid te laten heersen onderaan, zodat ze van bovenaf kunnen blijven domineren.
Optimisme is dus in de eerste plaats een strijd. Een strijd tegen ideeën die ons machteloos willen maken.
Geen enkel menselijk werk is eeuwig
Deze strijd is niet nieuw. Een constante van uitbuitingssamenlevingen is mensen doen geloven dat de bestaande orde natuurlijk, onvermijdelijk en eeuwig is. Sommige regimes hebben zich op goddelijke genade beroepen om hun eeuwigheid te rechtvaardigen: de Franse koning Lodewijk XIV noemde zich koning bij goddelijk recht. Maar het mechanisme is altijd hetzelfde: mensen laten geloven dat de tijd van overheersing niet zal veranderen, dat verzet nutteloos is — of zelfs dat verzet de overheersing nog zou versterken — en dat de toekomst enkel een herhaling van het heden zal zijn.
Om pessimisme en berusting te creëren, organiseren de heersende klassen voortdurend de verdeeldheid, de concurrentie en het isolement.
adjunct-algemeen secretaris
De kans dat morgen op vandaag lijkt, is natuurlijk groot. Toch leert de geschiedenis ons dat sommige dagen er heel anders uitzien dan de dag ervoor. Zelfs de meest gevestigde systemen vallen uiteindelijk onder het gewicht van hun eigen tegenstellingen en van de klassenstrijd.
Marx schrijft: “De mensen maken hun eigen geschiedenis, maar ze maken die niet willekeurig, onder door hen gekozen omstandigheden; ze maken die onder rechtstreeks gegeven en uit het verleden geërfde omstandigheden. De traditie van alle dode generaties weegt als een nachtmerrie op de hersenen van de levenden.” (K. Marx, De 18de Brumaire van Louis Bonaparte, 1852)
Met andere woorden: mensen maken geschiedenis, maar altijd vanuit omstandigheden die ze niet zelf hebben gekozen. Het veranderen van deze omstandigheden is allesbehalve vanzelfsprekend of automatisch. Precies daarom is optimisme een strijd.
Domineren door verdeeldheid, concurrentie en isolement
Om pessimisme en berusting te creëren, organiseren de heersende klassen voortdurend de verdeeldheid, de concurrentie en het isolement. In de kapitalistische samenleving ligt de macht in twee polen: de macht van het kapitaal en de macht van het aantal.
Het kapitaal domineert dankzij geconcentreerde middelen die het kan inzetten: economie, media, instellingen, cultuur, repressie.
De macht van het aantal bestaat uit de werkende klasse en uit alle lagen die op één of andere manier in conflict komen met het kapitaal: zelfstandigen die uitgeperst worden, de landbouwsector, jongeren, democraten en vele anderen. Maar dat “aantal” ontstaat niet vanzelf. Het vraagt nauwgezet, traag en volhardend werk om het op te bouwen op twee vlakken: kwantitatief (zo talrijk mogelijk zijn) en kwalitatief (zo goed georganiseerd en zo bewust mogelijk zijn).
En de tegenpartij weet dat maar al te goed: zij probeert duizend hiërarchieën tussen ons te installeren, ons met elkaar te laten concurreren en ons te isoleren. Het doel is altijd hetzelfde: een potentieel sterke sociale meerderheid die zich bewust is van haar belangen omvormen tot een opeenstapeling van zwakke, geïsoleerde, verdeelde individuen, die soms zelfs tegen elkaar worden opgezet.
De ultieme droom van het kapitalisme is heersen over een som van individuen.
In de beginperiode van de fabrieken werden arbeiders aangenomen onder zeer verschillende loon- en arbeidsvoorwaarden, met systematische concurrentie tussen categorieën. Marx formuleerde het scherp: “Het kapitaal is een geconcentreerde maatschappelijke kracht, terwijl de arbeider slechts over zijn individuele arbeidskracht beschikt. (…) De enige maatschappelijke macht die de arbeiders bezitten, is hun aantal. Maar de kracht van het aantal wordt tenietgedaan door verdeeldheid.” (K. Marx, Instructies voor de afgevaardigden van de voorlopige Centrale Raad van de Internationale Arbeidersassociatie, augustus 1866)
De ultieme droom van het kapitalisme is heersen over een som van individuen.
adjunct-algemeen secretaris
Die verdeeldheid neemt vandaag voortdurend nieuwe vormen aan.
Al op school: mislukking of fouten worden te vaak bronnen van uitsluiting en naar beneden duwen; in plaats van kansen om te leren, te versterken of elkaar te helpen.
Succes wordt gemakkelijk opgebouwd tegen de ander: ik sta eerste, dus ik ben beter dan de rest. Klassementen, examens en rangordes houden die logica in stand.
Dezelfde dynamiek zien we op de werkvloer, waar een fout kan leiden tot sanctie, degradatie of ontslag.
Het kapitalisme mobiliseert ook racisme, seksisme en alle beschikbare vormen van onderdrukking om een samenleving te creëren waarin de werkende klasse en de brede bevolking zo verdeeld, geïsoleerd en wantrouwig mogelijk zijn.
Repressie of terreur: tekenen van zwakte, niet van kracht
Wanneer overtuiging en verdeeldheid niet meer volstaan, gebruiken de heersende klassen geweld: repressie, intimidatie en soms terreur. Het doel is elke poging tot opstand te breken en degenen die vechten tegen de berusting te neutraliseren.
We zien dat vandaag in België en Europa met de aanvallen op onze democratische rechten: wetten die zogenaamd radicale organisaties willen verbieden, demonstratieverboden, beperkingen op het stakings- en vergaderingsrecht, criminalisering van bepaalde vormen van collectieve actie.
In de Verenigde Staten zien we ook repressie tegen de leiders van de beweging tegen de genocide in Gaza, te beginnen met leiders met een buitenlandse nationaliteit. Dat is geen detail: het is een boodschap aan iedereen die in actie zou willen komen, een waarschuwing die bedoeld is om te isoleren, te intimideren en te verdelen.
Internationaal zien we dezelfde logica verschijnen in de imperialistische agressiviteit. De koloniale nostalgie wordt steeds openlijker uitgesproken.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio verklaarde tijdens de Veiligheidsconferentie van München (februari 2026):
“Het is een pad dat we in het verleden samen hebben bewandeld en dat we hopen opnieuw samen te bewandelen. Gedurende vijf eeuwen, tot het einde van de Tweede Wereldoorlog, breidde het Westen zich uit — missionarissen, pelgrims, soldaten en ontdekkingsreizigers vertrokken van haar kusten om de oceanen over te steken, nieuwe continenten te koloniseren en grote rijken op te bouwen die zich over de hele wereld uitstrekten.”
Dit soort discours is niet zomaar een uitspraak: het probeert het idee te legitimeren dat wereldheerschappij een “natuurlijke” roeping van het Westen zou zijn. En dat men die “wil om te veroveren” moet terugvinden.
Het kapitalisme slaagt er steeds minder in om de tegenstellingen die het zelf creëert, noch de strijd die daaruit voortkomt; te beheersen. Daarom grijpt het naar agressievere middelen.
adjunct-algemeen secretaris
Maar hoe meer een regime en de heersende klassen van een systeem, gedwongen zijn om te domineren via repressie of oorlog, hoe meer dat een teken van zwakte is. Het is een erkenning dat men geen toestemming meer kan verkrijgen via “normale” middelen, dat men het verzet niet meer kan inperken zonder brute middelen. Overal zien we autoritarisme groeien en imperialisme verharden.
Dat komt niet uit het niets: het is ook het resultaat van de tegenstellingen van een kapitalisme dat zijn winsthonger, zijn wereldwijde concurrentie, zijn klimaatchaos en het volksverzet tegen sociale afbraak en ecologische achteruitgang (in het Globale Zuiden en bij ons), niet meer kan verzoenen. Het kapitalisme slaagt er steeds minder in om de tegenstellingen die het zelf creëert, noch de strijd die daaruit voortkomt; te beheersen. Daarom grijpt het naar agressievere middelen. Wat op kracht lijkt, is in de eerste plaats een teken van kwetsbaarheid.
De ingrediënten van optimisme
Optimisme is een strijd tegen wie wil dat we pessimistisch, machteloos en passief blijven. Een strijd zonder naïviteit: miljardairs en hun ideologen zijn tot alles bereid om uitbuiting en overheersing te behouden. De toekomst die zij voor ons voorzien onder het kapitalisme is geen positieve toekomst, noch voor ons, noch voor de komende generaties.
Maar hun agressiviteit is ook een teken van nervositeit: ze onthult het onvermogen van de elites om een systeem in crisis duurzaam te besturen.
Optimistisch zijn betekent niet geloven dat de overwinning zeker is. Het betekent erkennen dat de geschiedenis open blijft.
Om optimisme op te bouwen zijn verschillende ingrediënten nodig.
Ten eerste: de actie.
Optimisme ontstaat niet in passiviteit of als toeschouwer. Het ontstaat ook niet door de werkelijkheid enkel van commentaar te voorzien, maar door te proberen haar te veranderen.
Actie garandeert geen overwinning, maar doorbreekt wel de machteloosheid. Ze brengt beweging waar men ons wil verlammen. En elke strijd die een toegeving afdwingt, zelfs gedeeltelijk, verandert het bewustzijn van wie eraan deelneemt: we leren dat we kunnen wegen, dat we de lijnen kunnen doen bewegen, dat we niet gedoemd zijn om te ondergaan.
Deze energie voedt zich met wat we zelf doen, maar ook met wat anderen doen. Die energie komt van zij die opstaan, terwijl de heersende klasse net zou willen dat ze het hoofd zouden buigen:
de werkende klasse van Minneapolis (VS) die bij min 30 graden Celsius in staking ging om de troepen van ICE, gestuurd door Trump om de stad te terroriseren en jacht te maken op wie een andere afkomst heeft, te verdrijven;
zij die vorig jaar meer dan 13 nationale acties in België hebben gevoerd en de Arizona-regering hebben doen terugkrabbelen op het gebied van pensioenen en democratische rechten;
zij die strijden onder zeer moeilijke omstandigheden, zoals het Palestijnse volk tegen de genocide, of het Cubaanse volk tegen de verstikking opgelegd door de Verenigde Staten.
Optimistisch zijn betekent niet geloven dat de overwinning zeker is. Het betekent erkennen dat de geschiedenis open blijft.
adjunct-algemeen secretaris
Ze komt ook uit historische inspiratie, zoals het antifascistisch verzet: het bewijs dat, zelfs wanneer de wereld helemaal donker lijkt, men zich kan organiseren, kan standhouden en de machtsverhoudingen kan omkeren.
Deze voorbeelden dienen als bakens: ze vervangen ons pad niet, maar ze herinneren eraan dat er een pad bestaat, ook al is het soms moeilijk te vinden.
Ten tweede: het collectief.
Elke waardevolle menselijke prestatie is collectief, en dat geldt ook voor strijd. Strijden is te complex om alleen te dragen.
In momenten van overwinning en in moeilijke momenten hebben we het collectief nodig; omdat het het aantal omzet in kracht. Het collectief maakt het mogelijk om ervaringen te delen, van mislukkingen te leren en individuele ontmoediging te overwinnen. Het collectief verandert een optelsom van verspreide ervaringen in georganiseerde kracht. Het is wat voorkomt dat iedereen op zichzelf wordt teruggeworpen, wat maakt dat men standhoudt wanneer het stormt, en groeit wanneer men wint.
De heersende klassen hebben dat overigens goed begrepen: ze gruwelen ervan dat een klasse, de jeugd of een volk georganiseerd is. Ze verkiezen duizend geïsoleerde individuen boven een collectieve kracht die leert, zich disciplineert en haar ervaringen en lessen doorgeeft. Daarom moedigen ze concurrentie, wantrouwen en ieder voor zich aan: opdat solidariteit nooit macht zou worden.
Het collectief bouwt zich op rond gemeenschappelijke doelen en waarden zoals solidariteit, eerlijkheid, trots, bescheidenheid, respect voor arbeid of liefde voor wetenschap. Op die basis wordt mislukking een bron van versterking, en worden de kwaliteiten van anderen een bron van bijleren.
Elke waardevolle menselijke prestatie is collectief, en dat geldt ook voor strijd. Strijden is te complex om alleen te dragen.
adjunct-algemeen secretaris
En deze collectieve reflex vind je overal: in de vakbond, bij collega’s, in een vereniging, in de studentenkring; in het feest én in de actie; in de solidariteit en in de onderlinge hulp; in de collectieve studeersessies om je samen voor te bereiden op de examens; in alle gelegenheden waarop we elkaar ontmoeten en elkaar leren vertrouwen.
Het collectief is wat de warmte van een moment omzet in continuïteit, en woede in het vermogen om echt te wegen.
Ten derde: een analyse en een manier van handelen.
Optimisme wordt opgebouwd vanuit een diep begrip van de wereld en hoe die verandert. We hebben studie, theoretische en praktische instrumenten nodig om ons handelen te kaderen.
Het marxisme is onmisbaar om de tegenstellingen van onze tijd te begrijpen en gericht te op te treden. Het marxisme heeft de instrumenten gegeven om de werkelijke beweging van de geschiedenis te begrijpen: de ontwikkeling van de productiekrachten – technieken, technologieën, kennis – en de klassenstrijd. Met andere woorden: begrijpen wat er in de wereld verandert, en begrijpen wie er in die verandering met elkaar in conflict is.
En de wereld verandert momenteel snel. Zoals Peter Mertens zegt: ze kantelt. Opkomst van het Globale Zuiden, technologische breuken, klimaatomslagpunten, de relatieve achteruitgang van het imperialistische kamp gekoppeld aan een toenemende agressiviteit (in ons land en internationaal), heropleving van het fascisme, maar ook groeiende internationale verbindingen van verschillende strijden tegen gemeenschappelijke vijanden.
In deze versnelling zijn studie en methode geen luxe: het zijn referentiepunten, kompassen die ons ervan weerhouden in cirkels te draaien of als een kip zonder kop rond te lopen. Zonder kaart verwarren we vluchtige agitatie met het geduldig opbouwen van een koers die grote veranderingen kan teweegbrengen.
Dit analysekader maakt het mogelijk om onze dagelijkse gevechten voor directe verbeteringen te koppelen aan de algehele strijd voor een diepgaande verandering van samenleving. De eerste voeden de ambities van de tweede. En de tweede geeft een horizon, zin en samenhang aan de eerste. Zonder deze link raken we uitgeput; met deze link wordt elke strijd – hoe klein ook – een stap die telt, en een stap die ons in staat stelt om beter en meer op te bouwen: ons collectief en ons maatschappelijk project.
Dat is het geluk dat ik ons toewens
De wereld kantelt voor onze ogen in snel tempo. Dat brengt gevaren en bedreigingen met zich mee, maar ook openingen en kansen. De mythe van de status quo kraakt langs alle kanten. Meer dan ooit herinnert de situatie ons eraan dat geen enkel systeem eeuwig is en dat geen enkele overheersing zonder tegenstellingen bestaat.
In die tegenstellingen hebben wij antwoorden te bouwen, een wereld te winnen en een perspectief te laten leven: een perspectief van vrede; een perspectief dat mens en natuur respecteert; een perspectief waarin wat geproduceerd wordt in de eerste plaats dient voor het welzijn van de gemeenschap, en niet voor de belangen van een minderheid.
Met andere woorden: een socialistisch perspectief.
Optimisme is een strategische keuze — niet omdat succes gegarandeerd is, maar omdat het alternatief de passieve aanvaarding zou zijn van een orde die wij weigeren.
adjunct-algemeen secretaris
Optimisme is daarom een strategische keuze: weigeren om toe te geven aan het fatalisme, het aantal organiseren, collectief handelen en helder analyseren — niet omdat succes gegarandeerd is, maar omdat het alternatief de passieve aanvaarding zou zijn van een orde die wij weigeren.
Actor zijn, vrij en krachtig zijn, zich engageren in een collectief en wegen op de gebeurtenissen: dat is misschien wel het mooiste wat men in een leven kan doen. En zich engageren in het mooiste collectief dat er is, de PVDA: dat is het geluk dat ik iedereen toewens.