We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Privatisering in onze gevangenissen: opgepast, gevaar!

In onze gevangenissen is de situatie catastrofaal, en ze wordt elke dag erger. Chronische overbevolking, gedetineerden die op de grond moeten slapen, permanente spanningen, uitgeput personeel... Die vaststelling is al jaren bekend. Maar in plaats van die problemen bij de wortel aan te pakken, maakt de regering een andere keuze: ze laat privébewakingsagenten toe in onze gevangenissen.

vrijdag 10 april 2026

Actie aan de gevangenis van Antwerpen op 2 oktober 2025. Het voltallige personeel (cipiers, maatschappelijk werkers, zorgverleners) én de directies van alle gevangenissen in het hele land voerden tijdens de middagpauze actie voor de poort.

door Julien Ribaudo en Charlie Le Paige

In het kader van de opening van het nieuwe arresthuis in Antwerpen kondigde de minister van Justitie aan dat ze bepaalde bewakingsfuncties wil uitbesteden aan privébedrijven. Dat is een gevaarlijk precedent en het biedt op geen enkele manier een oplossing voor de problemen op het terrein. Dat de regering de huidige crisis misbruikt om een stap te zetten naar de privatisering van de gevangenissen, is onaanvaardbaar. De vakbonden verzetten zich daar fel tegen, en daarin hebben ze de volle steun van de PVDA.

Een genegeerde structurele crisis

De Belgische gevangenissen verkeren al lange tijd in crisis, zo erg zelfs dat ons land geregeld wordt veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en door zijn eigen rechtbanken vanwege de toestand in zijn gevangenissen.

De cijfers spreken voor zich.

Op maandag 6 april 2026 telden we 13.763 gedetineerden voor 11.049 beschikbare plaatsen. 736 mensen slapen op een matras op de grond. Nooit eerder had de situatie dat niveau bereikt. Zoals zelfs een gevangenisdirecteur zei: “Het wordt onmogelijk om de fundamentele rechten te garanderen.”

En de achteruitgang gaat snel: bij de start van de Arizona-regering in februari 2025 telden we 12.686 gedetineerden en 164 mensen die op de grond sliepen. Je ziet het: in enkele maanden tijd zijn die cijfers geëxplodeerd.

Dat heeft grote gevolgen. Uiteraard voor de gedetineerden, die in onmenselijke omstandigheden leven. Met beperkte mogelijkheden voor activiteiten, opleidingen met het oog op hun re-integratie, bezoek, en soms zelfs toegang tot basisvoorzieningen. Sommigen zitten 22 uur per dag opgesloten in hun cel — een situatie die de mentale gezondheid kapotmaakt en de spanningen voor iedereen aanwakkert, zowel voor gedetineerden als voor het personeel.

En die gevolgen beperken zich niet tot de gedetineerden, maar treffen de hele samenleving. “Als je gedetineerden als beesten behandelt, dan maak je er beesten van”, zeggen personeelsleden.

Het risico is dus dat mensen gevaarlijker uit de gevangenis komen dan ze erin zijn gegaan. Het recidivecijfer ligt in België inderdaad bijzonder hoog. Vijf jaar na vrijlating bedraagt het 70%.

En die crisis treft ook het gevangenispersoneel keihard.

De personeelsleden werken in steeds moeilijkere omstandigheden: ze moeten overal tegelijk zijn, werken in vervallen gebouwen, staan voortdurend onder stress en lopen een groter risico op agressie.

In 2024 telde het gevangenispersoneel 700.000 niet-opgenomen verlofdagen. Niet omdat ze geen verlof wilden nemen, maar omdat er te weinig collega’s zijn om hen te vervangen. Dat hallucinante cijfer zegt alles over de toestand van het systeem: werknemers die zichzelf uitputten zonder op adem te kunnen komen, terwijl de overuren zich opstapelen zonder dat ze kunnen worden gecompenseerd.

De personeelsleden zeggen het zelf:

“Ik hou van mijn job, maar in deze omstandigheden kan ik die niet meer goed doen. Er wordt op ons bespaard, elke dag zijn we onderbemand.”

“Als we al niet ziek worden door het gebrek aan hygiëne in de gevangenissen, als we al niet bezwijken onder de werkdruk of de gevolgen van een burn-out… dan blijft er nog altijd een veel groter risico om slachtoffer te worden van agressie en zo arbeidsongeschikt te raken.”

En dat geweld stopt niet aan de gevangenispoort. Personeelsleden krijgen te maken met intimidatie, uitgebrande auto’s en aanvallen aan hun woning. Een systematische druk om hen te doen plooien.

Een georganiseerd tekort

Wie wil in die context nog solliciteren?

Het beroep wordt almaar minder aantrekkelijk, aanwervingen verlopen moeizaam en de personeelskaders — die gezien de huidige gevangenispopulatie sowieso al ontoereikend zijn — raken nooit volledig ingevuld. Haren, nochtans vier jaar geleden ingehuldigd, heeft nooit met voldoende personeel gedraaid. Vandaag is het kader in de Brusselse gevangenis slechts voor 87% ingevuld.

Op nationaal niveau bedraagt de invullingsgraad 94%. Dat betekent dat er officieel 462 voltijdse personeelsleden ontbreken.

Maar die cijfers geven een misleidend beeld van de werkelijkheid. Ze tellen namelijk ook personeelsleden mee die afwezig zijn wegens ziekte, arbeidsongeval of arbeidsongeschiktheid. Met andere woorden: op papier lijken de posten ingevuld… maar op het terrein zijn die mensen er niet.

In de praktijk betekent dat dat er elke ochtend veel minder personeel beschikbaar is om de gevangenissen te doen draaien dan de officiële cijfers doen uitschijnen.

Het antwoord van de regering beperkt zich tot een sociaal akkoord dat de vakbonden afgelopen december hebben afgedwongen: 23 miljoen euro tegen 2028 om de functie op te waarderen. Dat akkoord is een goede zaak, maar de personeelsleden weten al wat dat concreet betekent...

“Ik wil niet ondankbaar klinken, maar in 2028 krijgen de oudsten onder ons 300 euro bruto per jaar, 50 euro voor werkkledij en twee jaar lang ecocheques als compensatie voor de overbevolking… We zijn meer waard dan dat”, vertelt een gevangenisbewaarder.

Laten we er ook aan herinneren dat er sinds 2009 geen enkele opwaardering is geweest.

Dat personeelstekort is geen noodlot. Het is het resultaat van een keuze: de arbeidsomstandigheden laten verslechteren tot het beroep niet meer aantrekkelijk is, en dat tekort daarna gebruiken als excuus om de deur open te zetten voor de privésector. Dat is geen ontsporing — het is een strategie. En dat is precies wat er vandaag gebeurt.

Een langetermijnstrategie

Voor de ingebruikname van de nieuwe gevangenis van Antwerpen wil de regering een dertigtal functies toevertrouwen aan privébedrijven voor bewaking zonder contact met gedetineerden. Dat punt stond in het regeerakkoord en wordt nu uitgevoerd.

Die beslissing valt niet uit de lucht. Ze past in een strategie die al verschillende jaren geleden werd ingezet. Al in 2016 voerden hervormingen een logica van “functiedifferentiatie” in, met het idee om bepaalde taken los te koppelen van de kern van het beroep: veiligheidsassistenten en detentiebegeleiders.

Wat werd voorgesteld als een modernisering van de openbare dienst, blijkt vandaag wat het werkelijk was: een eerste stap richting privatisering. Het creëren van functies voor zogenaamde “koude bewaking” zet de deur open naar uitbesteding.

En zoals zo vaak begint dat op een “beperkte” en “tijdelijke” manier.

De valkuil van het ‘tijdelijke’

De regering probeert te sussen: het zou maar tijdelijk zijn. Een raamcontract van vier jaar, tot de personeelskaders van beide Antwerpse gevangenissen volledig ingevuld zijn en het personeel is opgeleid. Daarna zou de privésector weer vertrekken.

Alleen houdt die belofte geen stand tegenover de feiten. Kijk naar de gevangenis van Haren, die in 2022 openging. Vier jaar later zijn de personeelskaders nog altijd niet volledig ingevuld. In andere instellingen is het hetzelfde verhaal. Het “tijdelijke” blijft duren, nestelt zich en wordt de norm.

En terwijl men het over tijdelijk heeft, is de uitbreiding al bezig. Half februari had de minister het alleen over de nieuwe gevangenis van Antwerpen. Twee weken later sprak ze in de commissie Justitie al over drie instellingen: de oude en de nieuwe gevangenis van Antwerpen, en Sint-Gillis.

Tegelijk gaat een interne nota van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen nog verder: daarin wordt expliciet overwogen om een beroep te doen op privébedrijven voor taken met rechtstreeks contact met gedetineerden, net daar waar het personeelstekort het nijpendst is.

Dat is het klassieke scenario: men haalt de privésector binnen om “tijdelijk uit de nood te helpen”, men went eraan, en uiteindelijk wordt het systeem uitgebreid.

Gevolgen zijn zwaar

De privatisering van bewakingsfuncties zal concrete gevolgen hebben.

Vandaag oefenen gevangenisbewaarders een gezagsfunctie uit die geregeld is door een statuut dat hen beschermt en hun taken nauwkeurig afbakent. Door de privésector toe te laten in bewakingsfuncties komt die statutaire functie op de helling te staan. Dat zet de deur open voor precairdere jobs, met minder bescherming, meer druk, minder rechten en minder tegenmacht in de gevangenissen bij conflicten. Op termijn kan dat leiden tot contractuele jobs, waardoor arbeidsvoorwaarden en lonen naar beneden worden getrokken.

Bovendien zijn de functies die de regering wil uitbesteden ook herplaatsingsfuncties: werknemers met medische beperkingen of aan het einde van hun loopbaan konden daar worden ingezet. Als de privésector die posten inneemt, verdwijnt die buffer.

Het roept ook vragen op over veiligheid. Welke opleiding krijgt privépersoneel? Welke controle is er? Hoe verloopt de coördinatie bij incidenten? In een omgeving die nu al onder zware spanning staat, zijn die onzekerheden allesbehalve onschuldig.

Ook voor de gedetineerden. De kwaliteit van de omkadering dreigt achteruit te gaan, met personeel dat minder opleiding heeft, minder werkzekerheid heeft en onderworpen is aan een winstlogica.

En ook voor de hele samenleving. Een gevangenis is geen dienst zoals alle andere. Ze vervult een fundamentele opdracht: veiligheid garanderen en tegelijk de re-integratie voorbereiden. In dat domein een winstlogica binnenbrengen is onverenigbaar met die doelstellingen.

De intrede van de privésector in de gevangenissen kost geld en stelt een principieel probleem. Bewakingsbedrijven zijn private ondernemingen, gedreven door winst voor hun aandeelhouders. Niet door het leveren van een openbare dienst. Dat kost de gemeenschap geld en botst met een fundamenteel principe.

De intrede van de privésector in de gevangenissen zal de samenleving zeer veel kosten en geen enkel fundamenteel probleem oplossen: niet de overbevolking, niet het personeelstekort en niet de spanningen binnen de instellingen.

Andere landen hebben die weg, die de rode loper uitrolt voor de privésector, al uitgeprobeerd. In Engeland heeft de privatisering van gevangenissen geleid tot grote schandalen: explosie van geweld, drugshandel, mensonwaardige omstandigheden. In sommige gevallen moest de staat zelfs met spoed opnieuw het beheer van geprivatiseerde gevangenissen overnemen, omdat de situatie totaal oncontroleerbaar was geworden.

Regering spreekt zichzelf tegen

De regering zegt dat ze de veiligheid en de omstandigheden in de gevangenissen wil verbeteren. Maar in de feiten maakt ze de omgekeerde keuze: investeren in de privésector in plaats van in de openbare sector.

Dat is een fundamentele tegenspraak. Hoe kan je beweren dat je de openbare dienst versterkt terwijl je essentiële taken uitbesteedt? Hoe kan je spreken over de aantrekkelijkheid van de beroepen terwijl je tegelijk het statuut van de werknemers verzwakt?

Vandaag heeft de regering haar kamp gekozen. Aan de ene kant 11 miljoen euro over vier jaar voor een dertigtal privéfuncties. Aan de andere kant amper 23 miljoen om de arbeidsomstandigheden van meer dan 7.000 werknemers te verbeteren.

De boodschap is duidelijk: men financiert liever de privésector dan de openbare dienst te versterken.

Druk blijven opvoeren

Tegen die keuzes hebben de vakbonden gereageerd. Ze zeggen dat er een rode lijn is overschreden en hebben een stakingsaanzegging ingediend voor de hele federale openbare sector.

Hun strijd is essentieel. Het gaat niet alleen om de verdediging van arbeidsvoorwaarden, maar ook om de verdediging van een bepaalde visie op de openbare dienst.

Voor de PVDA is de oplossing duidelijk. We moeten investeren in het gevangenispersoneel, de arbeidsomstandigheden verbeteren en het beroep opnieuw aantrekkelijk maken. Er zijn massale aanwervingen nodig, meer erkenning en middelen die in verhouding staan tot de noden.

Laten we die 11 miljoen gebruiken om het statuut en de arbeidsomstandigheden van de personeelsleden te verbeteren, om beter te kunnen aanwerven en de werking van de gevangenissen te verbeteren, in plaats van dat geld aan de privésector te geven.

Het gevangeniswezen moet een publieke taak blijven, in handen van opgeleide, beschermde en erkende personeelsleden. Niet van privébedrijven die zich laten leiden door rendabiliteit.

Privatisering is geen fataliteit. Het is een politieke keuze. En het is een keuze die wij afwijzen.

Al onze steun aan de werknemers en de vakbonden. Ze kunnen op ons rekenen om hun strijd in het parlement te verdedigen.