Overstromingen: en dan nu de strijd met de verzekeringen

Foto Solidair, Jean-Luc Bousmans

De balans van de overstromingen die ons land troffen, is extreem zwaar. De slachtoffers hebben in vele gevallen te maken met zware schade. Sommige mensen verloren alles. Sommige zaken zijn onvervangbaar. En toch willen mensen zo snel mogelijk beginnen met hun leven herop te bouwen. Om dat te kunnen betalen, kloppen ze aan bij de verzekeringen of bij het rampenfonds. En ze willen uiteraard een snelle uitbetaling voor hun geleden schade. Maar dat dreigt een parcours te worden met vele hindernissen.

De grote angst: opgelicht worden door de verzekeraars

Verzekeraars hebben geen goede reputatie. De mensen weten al te goed dat verzekeringsmaatschappijen er als de kippen bij zijn om de premies te innen, maar dat ze heel wat minder happig zijn om slachtoffers bij te staan. Is het deze keer anders? De verzekeringsmaatschappijen verzorgen hun communicatie alvast goed. Ze kondigen aan dat ze er alles aan zullen doen om de slachtoffers te helpen.(1) Maar bij de mensen is het wantrouwen groot.

Veel volksbuurten zijn getroffen. In sommige huizen stond het water tot aan het plafond van de benedenverdieping. Dagenlang werden de inwoners aan hun lot overgelaten. Ze waren van de wereld afgesneden en voelden zich in de steek gelaten. Nu moet de schade worden berekend. Maar hoe doe je dat als alles is weggespoeld door de overstromingen? Wat sommige verzekeraars vragen qua bewijzen is buiten proportie voor mensen die alles verloren hebben: toon zoveel mogelijk rekeningen, bewaar de kapotte apparaten.(2)
Het is gewoon onmogelijk om te doen wat de verzekeraars eisen. Je moet je huis toch leeghalen om het te kunnen schoonmaken? En al die kapotte goederen en huisraad kunnen ook niet op straat blijven staan, want dat belemmert het verkeer, en het begint op den duur ook onhygiënisch te worden. In veel gevallen hebben de facturen waar de verzekeraar om vraagt ook de overstroming niet overleefd. De eisen van de verzekeraars inzake bewijslast moeten worden versoepeld en rekening houden met de uitzonderlijke situatie.

Veel brandverzekeringen dekken de inboedel niet

De meeste huiseigenaars hebben een brandverzekering omdat de banken dat eisen voor een hypotheeklening. Voor huurders is een brandverzekering verplicht. Maar de wet regelt niet precies wat de inhoud van zo’n verzekeringscontract moet zijn. In de praktijk is het de verzekeringsmaatschappij die bepaalt wat zij daarin aanbiedt. De basisdekking is vaak beperkt tot het strikte minimum: alleen het gebouw. Om de inboedel (meubelen, huishoudtoestellen kleding, enz.) te verzekeren, moet worden gekozen voor een uitgebreidere verzekering, die niet verplicht is.

Veel slachtoffers van de overstromingsramp komen er nu achter dat ze niet verzekerd zijn voor hun inboedel. Ze hebben er niet bewust voor gekozen en dachten te goeder trouw dat zij verzekerd waren voor hun meubelen en huishoudtoestellen. Maar zij werden verkeerd ingelicht en soms zelfs bewust misleid. Dat is het gevolg van agressieve verkoopstechnieken. De goedkoopste tarieven krijg je als klant als je je verzekering rechtstreeks afsluit bij de verzekeringsmaatschappij of via internet, zonder tussenkomst van een onafhankelijke makelaar die ook de belangen van de verzekerde moet behartigen. We zien vandaag de gevolgen: mensen die slecht geïnformeerd, slecht geadviseerde en bovenal slecht verzekerd zijn en die alles verloren hebben.

De stad Verviers heeft een loket geopend voor administratieve en juridische bijstand. De bevindingen zijn dramatisch: een op de twee huurders is niet verzekerd voor zijn inboedel.(3)

De situatie is dramatisch, want alleen mensen die een leefloon krijgen, kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming uit het rampenfonds. Voor de anderen zal er geen vergoeding zijn.

Geen behoud van levenskwaliteit

Ook over het bedrag van de uitbetalingen bestaat veel ongerustheid. Er zijn al verhalen van experts die zonder scrupules snel overeenkomsten hebben afgesloten met slachtoffers, waarbij de slachtoffers uiteindelijk flink benadeeld zijn en mogelijk grote sommen geld verliezen. Maar ook bij de ‘gewoonlijke’ gang van zaken dreigen mensen te weinig geld te krijgen om een degelijke levenskwaliteit te behouden. Heel veel mensen vrezen dat er met forfaits zal gewerkt worden, en dat de verzekeraars zo weinig mogelijk zullen terugbetalen.

Wat betreft de woning dekken de meeste verzekeringen het gebouw tegen vervangingswaarde, wat betekent dat de verzekerde het bedrag moet ontvangen dat nodig is om de woning opnieuw te kunnen bouwen. Voor meubels en huishoudtoestellen liggen de zaken ingewikkelder. In het algemeen wordt in verzekeringscontracten bepaald dat bij de vergoeding rekening wordt gehouden met slijtage, d.w.z. het waardeverlies van het voorwerp als gevolg van gebruik doorheen de tijd. Als de slijtage meer dan 30% bedraagt, wordt de vergoeding evenredig verminderd.

Dit betekent dat een wasmachine of koelkast van vijf jaar oud die vóór de overstroming nog goed werkte, volgens de verzekering 50% van zijn waarde heeft verloren, en dus zal de verzekeraar ook maar de helft van het bedrag dat nodig is om een nieuwe te kopen, vergoeden. Voor veel gezinnen die al hun meubels en huishoudtoestellen zijn verloren, zal de tegemoetkoming van de verzekering niet volstaan om alle essentiële uitrusting, zoals tafels, stoelen, koelkast ... terug te kopen.

En dat is nog niet alles, de meeste verzekeringscontracten bevatten een eigen risico, d.w.z. een bedrag dat van de schadevergoeding wordt afgetrokken en dat het slachtoffer zelf moet betalen. Dat eigen risico kan oplopen tot 1.325 euro voor alle overstromingsschade.

De schadevergoeding is beperkt

De tussenkomst van verzekeringsmaatschappijen bij natuurrampen is niet onbeperkt. De wet stelt een maximumdrempel vast voor elke verzekeringsmaatschappij op basis van de premies die zij het afgelopen jaar heeft geïnd.(5) De drempels voor elke verzekeringsmaatschappij zijn nog niet bekend, maar in de pers circuleert het algemene cijfer van 350 miljoen voor het hele land.(6)
Wanneer de drempel wordt overschreden, vermindert de verzekeraar evenredig de vergoeding die hij voor elk verzekeringscontract verschuldigd is. Als het plafond 80% bedraagt van wat de verzekeraar normaal zou betalen, dan zal hij slechts 80% betalen van elke vergoeding die hij per verzekeringscontract verschuldigd is.

De wet voorzag dat het Rampenfonds het verschil zou bijpassen, zodat de slachtoffers niet zouden worden benadeeld. Na de zesde staatshervorming werd het Rampenfonds echter een bevoegdheid van de gewesten, en het Waals Gewest voorzag niet dat het fonds tussenkomt als de maximumdrempel voor verzekeringsinterventie wordt overschreden. Wij vragen dat de Waalse regelgeving dringend wordt herzien om het fonds in staat te stellen tussen te komen. Anders lopen de slachtoffers van rampen het risico dat zij niet de schadevergoeding krijgen waar zij recht op hebben.

Lang wachten op een oplossing

Een bijkomend probleem is de tijd die zal verstrijken voor mensen een oplossing vinden. Niet enkel kan het lang duren voor ze terugbetaald krijgen. Door de omvang van de vernieling is het vinden van een nieuwe woning of een wagen niet vanzelfsprekend. En dat kan grote gevolgen hebben.

De wet voorziet dat verzekeraars ten minste de kosten van herhuisvesting moeten vergoeden gedurende de drie maanden na de ramp. In de streek zijn veel huizen onbewoonbaar verklaard omdat ze niet meer stabiel zijn. Ze zullen vernietigd moeten worden. De heropbouw zal maanden duren. Ook het tekort aan geschikte woningen in de buurt is een probleem. Meer dan 10.000 gezinnen zouden een woning zoeken. Waals minister van Wonen Christophe Collignon kondigde zelfs aan dat de uitdaging van herhuisvesting jaren zal duren.(4) Als dat dus langer dan 3 maanden duurt, dreigen ze zonder compensatie door de verzekeringen te vallen. Dan lopen de kosten op. Alle slachtoffers moeten recht op een herhuisvestingsvergoeding krijgen voor een langere tijd dan de huidige minimumperiode van drie maanden.

Hetzelfde probleem stelt zich bij de voertuigen. Hetzelfde probleem stelt zich bij de voertuigen. De markt voor nieuwe en gebruikte auto's zal de vraag niet kunnen volgen als gevolg van het grote aantal getroffen auto's. Er is dus een groot risico dat mensen maanden zullen moeten wachten voordat ze een auto terugkrijgen. Met een omniumverzekering moet de maatschappij zorgen voor een vervangwagen. Bij de meeste verzekeraars stellen ze die maar ter beschikking voor een periode tussen de twee en de tien dagen. Dat is duidelijk veel te weinig.

Het Rampenfonds: te strenge voorwaarden

De overstromingen zijn intussen erkend als natuurramp. Dat maakt de weg vrij voor interventies door het Rampenfonds. Maar niet voor iedereen. Voor een woning en de inboedel komt het Rampenfonds enkel tussen voor getroffenen die het leefloon of andere hulp van het OCMW ontvangen, en die bovendien niet verzekerd zijn omdat zij de verzekering niet kunnen betalen.

Voor de betrokken personen is de hulp van het Rampenfonds uiteraard van essentieel belang. Toch is het belangrijk dat de voorwaarden voor steun uit het Fonds versoepeld worden. Veel werknemers hebben een laag loon en hebben het erg moeilijk om verzekeringspremies te betalen. Zeker na de gezondheidscrisis en periodes van corona-werkloosheid, waardoor het inkomen vaak nog verder is gedaald. Bovendien stelden we al vast dat veel slachtoffers niet verzekerd zijn voor meubels en huishoudelijke apparaten.
Het rampenfonds moet toegankelijk zijn voor iedereen die niet verzekerd is of wiens verzekeringsvergoeding niet het volledige verlies dekt, zonder aanvullende voorwaarden.

Rampenfonds: te lage schadevergoedingen

De problemen met het uitbetalen van bedragen beperken zich niet tot de private verzekeraars. Ook de regels voor het berekenen van tegemoetkomingen uit het Rampenfonds moeten worden herzien. Het fonds past een franchise toe van 250 euro. Voor het deel van de schade boven de 10.000 euro komt het fonds niet voor 100% tussen. Het percentage van wat het Fonds dan wel vergoedt neemt af in stappen. 111.750 euro is het maximum dat je terug kunt krijgen. Het bedrag geldt alleen voor mensen die een verlies hebben geleden van minstens 250.000 euro. Ze krijgen minder dan de helft dus. Met dat bedrag, is het onmogelijk om een huis te herbouwen.

Voor de auto's van slachtoffers die geen omniumverzekering hebben, kan het Rampenfonds ook tussenbeide komen. Het doet dat alleen voor auto's die ten minste 5 jaar oud zijn. De schadevergoeding wordt bovendien berekend op basis van de marktwaarde van de auto, d.w.z. wat de auto nog waard is gezien zijn leeftijd. Het fonds past ook nog eens een plafond toe dat afhankelijk is van het vermogen van de wagen. Mensen zullen niet in staat zijn een nieuwe auto te kopen met het bedrag dat ze van het fonds krijgen.

Naar een ander model van verzekeringen

De private verzekeringsmarkt is niet in staat de bevolking doeltreffend te beschermen tegen de gevolgen van overstromingen. Veel slachtoffers hebben alles verloren en lopen het risico geen (voldoende) schadevergoeding te krijgen. Terwijl ze al jaren premies verhogen en winsten maken, staan grote verzekeraars nooit klaar om grote rampen effectief op zich te nemen. Ze proberen zoveel mogelijk naar de staat door te schuiven, en dus naar de belastingbetaler. En ze proberen dat twee keer. Assuralia sluit niet uit dat de premies in de toekomst zullen stijgen indien dergelijke rampen vaker zouden voorkomen.(7)

Bovendien beschermt de private verzekeringsmarkt niet degenen die er het meest nood aan hebben. De overstromingen tonen een klassenprobleem aan. Degenen die het meeste risico lopen bij overstromingen zijn ook degenen die zich geen goede verzekering kunnen veroorloven. Het gebruik van particuliere verzekeringen met de vrijheid (vooral voor verzekeringsmaatschappijen) om in elk contract specifieke verzekeringsvoorwaarden overeen te komen, is ook een bron van problemen.

De particuliere verzekeringsmarkt is dus helemaal niet geschikt om mensen tegen de gevolgen van overstromingen te beschermen. Grootschalige overheidsinterventie is essentieel. Als de staat uiteindelijk toch betaalt, is een publiek systeem van verzekering veel logischer. Dit openbare fonds zou iedereen voor 100% kunnen compenseren. Als je echt ‘verzekerd’ bent, moet dat betekenen dat een frigo die je in een ramp verliest gecompenseerd wordt met een andere frigo.

Dringende eisen voor een menselijke behandeling

  • De eisen van de verzekeraars wat betreft bewijsvoering moeten worden versoepeld in deze uitzonderlijke situatie.
  • Wij vragen dat de inspectiediensten worden ingeschakeld om praktijken van gewetenloze verzekeringsinspecteurs te bestrijden.
  • De wet moet worden aangepast zodat overeenkomsten die te snel worden gesloten automatisch worden gecontroleerd.
  • Alle verzekeringsmaatschappijen moeten mobiele crisiscentra naar de getroffen regio’s sturen.
  • Verzekeraars moeten verplicht worden duidelijke informatie te voorzien op hun website over wat de mensen kunnen doen wanneer ze schade hebben.
  • Er moet een publieke dienst ingesteld worden in de getroffen gebieden waartoe slachtoffers van overstromingen zich kunnen wenden als zij problemen hebben met hun verzekeringsmaatschappij.
  • Alle verzekeringsmaatschappijen moeten verplicht worden een voorschot van 1.500 euro uit te betalen onmiddellijk na de melding van schade. Bovendien vragen we dat dit, als de mensen dat willen, in cash geld wordt uitbetaald. Veel mensen zijn immers hun bankkaart kwijt.
  • Ook het gewestelijk rampenfonds moet een voorschot van 1.500 euro toekennen aan alle niet verzekerde slachtoffers.
    De procedures bij het Rampenfonds moeten veel eenvoudiger gemaakt worden.
  • Vandaag kunnen alleen mensen die OCMW-steun ontvangen aanspraak maken op een vergoeding uit het rampenfonds als ze niet verzekerd zijn voor hun huis of hun inboedel. De voorwaarden voor toegang tot het rampenfonds moeten worden uitgebreid voor alle niet-verzekerde mensen.
  • Voor essentiële meubelen en huishoudtoestellen moeten de slachtoffers door de verzekeraars en het Rampenfonds worden vergoed op basis van de vervangingswaarde, zonder rekening te houden met veroudering of franchise.
  • Voor alle slachtoffers moet een vergoeding voor herhuisvesting worden gewaarborgd van langer dan 3 maanden.
  • Het Rampenfonds moet ook tussenbeide komen voor auto's die minder dan 5 jaar oud zijn.


(1) “‘Wij snappen ook wel dat mensen het bonnetje niet meer hebben’”, De Tijd, 22 juli 2021, p. 4.
(2) “Toon de facturen, zeggen ze, maar die liggen in het puin op straat”, Gazet van Antwerpen, 20 juli 2021, p. 5; “L’horizon embrumé des sinistrés de Trooz”, La Libre Belgique, 24 juli 2021, p. 6; “‘Wij snappen ook wel dat mensen het bonnetje niet meer hebben’”, De Tijd, 22 juli 2021, p. 4; https://www.hln.be/geld/mensen-gaan-er-te-vaak-vanuit-dat-met-een-brandverzekering-de-inboedel-ook-is-verzekerd-onze-geldexpert-geeft-advies~a5febf40/ .
(3) https://www.rtbf.be/info/regions/detail_inondations-en-wallonie-un-locataire-sinistre-sur-deux-n-est-pas-assure-beaucoup-n-auront-aucune-indemnite?id=10813107 .
(4) L’Echo, 29 juli 2021, p. 3.
(5) Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, art. 130 § 2
(6) “Quelle assurance pour les sinistrés en zone inondable ?” L’Echo, 23 juillet 2021, p. 5.
(7) https://www.lalibre.be/economie/mes-finances/2021/07/18/hausse-des-primes-dassurance-a-cause-des-catastrophes-climatiques-il-faut-que-les-risques-restent-assurables-PMJQ7HQ27FEXVGPUMCYXYOPPFQ/

Volg de PVDA op de voet