Spontane solidariteit na de overstromingsramp. We zagen het overal. Waar de overheid faalt, organiseren de mensen zichzelf.

Dat het noodweer extreem was, staat vast. Maar wat ook steeds duidelijker wordt, is dat de overheid gefaald heeft om haar burgers beter te beschermen. En dat ondanks de grenzeloze inzet en solidariteit van de hulpdiensten op het terrein. De aanpak van de ramp toont opnieuw aan dat de opsplitsing van bevoegdheden tot chaos leidt. Elk niveau heeft ergens tekortgeschoten. Maar ook besparingen en waarschijnlijk menselijke fouten droegen bij tot de omvang van het menselijke leed na de overstromingen. Het loont de moeite om even een overzicht te maken van wat we al weten.

door Morgane De Meur en Loonis Logghe

In de nacht van 14 op 15 juli stijgt het waterpeil van de Maas en haar zijrivieren, vooral de Vesder, pijlsnel. Heel wat slachtoffers spreken van een tsunami. Inwoners van verschillende gemeenten worden verrast en moeten halsoverkop vluchten. Anderen zitten vast in hun huis, in onder andere Pepinster en Chaudfontaine moeten inwoners een gat naar hun dak maken. Daar zitten ze dan soms twaalf uur of langer te wachten op redding. Slachtoffers die bellen naar de noodcentrale krijgen soms urenlang geen gehoor. Hulpverleners uit heel het land snellen te hulp, ook uit Vlaanderen en Brussel, maar kunnen of mogen soms niet ingrijpen.

Waar liep het fout met de waarschuwingen?

Wanneer de omvang van de ramp duidelijk werd, toonden de eerste politieke reacties een grote verrassing. In de plenaire vergadering van het federale parlement op maandag 19 juli zei minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V): “Mevrouw de voorzitter, beste collega’s, niemand had deze natuurramp kunnen voorspellen en niemand had ze kunnen verhinderen.” Niet een van de twee stellingen van de minister is volledig waar. Om met de voorspelling te beginnen: meerdere instellingen hadden wel degelijk gewaarschuwd voor ernstige overstromingen, zelfs als de totale omvang nog niet duidelijk was.

Europese waarschuwingen… in de wind geslagen

De eerste waarschuwing ontvingen onze overheden al op zaterdag 10 juli en staat op naam van EFAS (European Flood Awareness System, het Europees systeem voor overstromingsbewustzijn), een initiatief van de Europese Commissie, dat specifiek dient om beter voorbereid te zijn op grote overstromingen. Het waarschuwingssysteem gaf aan dat er een groot risico was op overstromingen binnen het stroomgebied van de Maas. Het SPW, de publieke overheidsdienst van Wallonië, kreeg het bericht binnen. Voorlopig is nog niet duidelijk wat ermee aangevangen werd en wanneer, maar het lijkt dat er veel te laat en weinig doortastend werd opgetreden.

Hannah Cloke, wetenschapper bij het EFAS, toont alvast haar verbazing over hoe er zo veel doden zijn gevallen, want: “De overstromingen die plaatsvonden kwamen (qua omvang en spreiding) zeer goed overeen met wat enkele dagen tevoren al was voorspeld. [...] De autoriteiten hadden voldoende tijd om de mensen in veiligheid te brengen voor de overstromingen.”(1) In de daaropvolgende dagen zou het Europees alarmsysteem in totaal 25 berichten uitsturen. Volgens de Waalse overheidsdienst waren er ‘slechts vier’ relevant voor Wallonië. De dienst geeft ook aan dat er ‘een zekere onzekerheid’ gepaard gaat met die waarschuwingen.

Op maandag 12 juli waarschuwde een Europese weerkundige instelling voor ongeziene neerslag in de buurt van Verviers. De voorspelling – tot 231 mm op twee dagen – blijkt uiteindelijk zeer dicht bij de realiteit te liggen.(2) Het is alvast merkwaardig hoe de waarschuwingen van een dienst die specifiek in het leven geroepen is om voorbereid te zijn op overstromingen, zo gemakkelijk onder de mat geveegd werden.

Federale waarschuwingen … verzwakt door de regionalisering

Maar het EFAS was niet de enige die waarschuwde. Bij het KMI, het weerkundig instituut in ons land, gingen de alarmsignalen al af sinds maandag 12 juli. De modellen van de wetenschappers voorspellen dat er op een paar dagen tijd evenveel regen zal vallen als in twee maanden.

Weerman David Dehenauw, chef van de wetenschappelijke dienst weersvoorspellingen bij het KMI, maakt zich klaar om stelselmatig de alarmniveaus van het KMI te verhogen. Dat moet in fases gebeuren: terwijl hij al lang weet dat de situatie ernstig zal zijn, mag het KMI pas op woensdag 14 juli alarmfase rood afkondigen. Op maandagmiddag 12 juli gaat code geel in. De Waalse overheidsdienst licht hier wel de gemeenten en het regionaal crisiscentrum in. Opnieuw is onduidelijk wat er precies met die waarschuwingen gebeurt. Het is pas op woensdag dat de regionale instelling bevoegd voor overstromingen het KMI contacteert.

Over de ernst van de overstromingen wordt op maandag nog niet gecommuniceerd naar de bevolking toe. En dat heeft een communautaire verklaring. In ons land is het de weermannen van het KMI verboden te spreken over overstromingsgevaar.(3) Overstromingen zijn namelijk geregionaliseerd, en het KMI is een federale instelling. De absurditeit van de splitsingsdrang zorgde er dus voor dat men de informatie wel had, maar men er niet over mocht communiceren naar de burgers.

Zijn bepaalde gemeenten en de provincie Luik nalatig geweest?

Pas op woensdag 14 juli, vroeg in de ochtend en wanneer het pijl van de Vesder al aanzienlijk gestegen is, vertrekken er massale waarschuwingen voor overstromingen van het Waals Crisiscentrum naar de lokale besturen en hulpverleningszones.(4) Toch is er nog tijd om mensen te evacueren. In de gemeente Limbourg in de provincie Luik wordt een wijk ontruimd en in Chaudfontaine worden meer dan duizend mensen in veiligheid gebracht. Maar daar blijft het bij. Ook wanneer de gouverneur de provinciale fase van het rampenplan afkondigt in de namiddag, is er geen sprake van algemene evacuaties. De mensen moeten zandzakjes inslaan en thuis blijven, klinkt het. Pas op donderdag wordt een evacuatie afgekondigd voor Luik.

In Verviers is er geen reden tot bezorgdheid, zegt de plaatsvervangende burgemeester (de burgemeester zelf is op vakantie). Het centrum zou niet op een significante manier getroffen worden. De informatie daarvoor haalt het bestuur bij het Crisiscentrum. Er zijn bijzonder veel vragen te stellen bij het handelen van die instelling. De reden dat in de gemeente Limbourg een wijk werd ontruimd, is omdat de bevoegde schepen snel op zijn smartphone berekende dat het waterpeil zo zou stijgen dat de wijk een meter onder water zou staan.(5) Waarom gebeurde die berekening niet door het Crisiscentrum of andere regionale instellingen? Waarom werd er foute informatie verspreid? Daarbij moet wel opgemerkt worden: van het federale niveau is op dat moment nog geen spoor. Pas op donderdag zou minister van Binnenlandse Zaken Verlinden de federale fase van het rampenplan afkondigen.

De dodelijke impact van de dammen

Een van de grootste fouten gebeurde waarschijnlijk bij het beheer van de stuwdam in Eupen.(6) Terwijl andere beheerders andere stuwmeren al in de loop van maandag en dinsdag langzaam lieten leeglopen in voorbereiding op de regenval, was dat bij de Vesderdam in Eupen niet het geval. Ook bij de stuwmeren op de Helle en de Gileppe gebeurde dat blijkbaar niet. Als gevolg daarvan bleven de bekkens vol lopen, en dreigde de dam te overstromen of het zelfs te begeven.

Volgens Fabian Docquier, directeur van het stuwdambeheer in Wallonië, werden ze pas ingelicht van de hevige regenval op dinsdag, waarna ze niet meer snel het meer konden laten leeglopen zonder Eupen te overstromen.(7) Vreemd, gezien het KMI al op maandag alarm sloeg.

Pas op woensdagmiddag 14 juli wordt ingegrepen. Volgens de Waalse autoriteiten zou de Vesderdam met bepaalde tussenpozen water lossen, met een maximaal debiet van 55 m³ per seconde. Woensdagavond zou het waterpeil in het reservoir plots zeer fel gestegen zijn, en zou er volgens Waals minister van Mobiliteit Philippe Henry (Ecolo) op een gecontroleerde manier stilaan meer water gelost zijn, tot 150 m³ per seconde. Dat is niet wat de mensen in de dorpen langs de Vesder meemaakten. Zij spreken over twee plotse tsunami’s tot twee meter hoog in het midden van de nacht. Ook langs de Helle steeg het waterpeil ‘s nachts plots fors.

De piste die bij veel mensen op het terrein klinkt, is dat de dammen in de nacht plots volledig zijn opengezet. Doordat het water in het bekken bleef stijgen, zouden de beheerders gepanikeerd hebben. Dat zou een duidelijkere verklaring zijn voor de plotse vloedgolven dan de piste van het langzaam laten leegstromen van de stuwmeren. Over die piste is nog geen zekerheid. Wat wel duidelijk is, is dat het openzetten van de dammen wel degelijk een belangrijke oorzaak was van de overstromingen in de vallei van de Vesder. Het niet preventief laten leeglopen van de meren is dus een grove fout, die zou zorgen voor de meeste slachtoffers van de overstromingen.

Wat de situatie nog erger maakte, is dat verder stroomafwaarts een andere dam gesloten bleef. De dam bij Île Monsin heeft zes poorten om water af te laten.(8) Op het moment van de overstromingen waren er slechts twee van de zes open, de andere vier werden op dat moment hersteld en konden niet geopend worden. Daardoor bleef het water van de Maas zich voor de dam ophopen.

Het is cruciaal dat er zo snel mogelijk een transparant en daadwerkelijk onafhankelijk onderzoek komt naar wat er precies gebeurd is. De stelling van minister Verlinden dat niemand de ramp had kunnen verhinderen klopt alvast niet. Hoe zeer die niet kloppen, is afhankelijk van hoe groot de fouten zijn die gemaakt werden bij de stuwdam in Eupen.

Hoe de coördinatie de mist in ging

In de aanpak van de ramp en de hulpverlening nadien duiken heel wat coördinatieproblemen op. Te beginnen met het ontplooien van de fasen van het rampenplan. Maandag 12 juli is al bekend dat verschillende provincies te kampen zullen krijgen met grote wateroverlast en mogelijk overstromingen. De dag erop begint de regen al te vallen en roepen meerdere gemeenten de noodtoestand uit. Toch is het pas woensdag in de namiddag dat de provincies Luik en Namen de touwtjes in handen nemen in de coördinatie van het rampenplan. Het federale niveau laat nog langer op zich wachten: dat grijpt pas in op donderdag, wanneer de ramp al gebeurd is.

Velen zijn verbaasd over deze laattijdige reactie van de federale overheid. Kon de regering niet sneller reageren? In de wettekst zijn de eerste drie voorwaarden om in een crisissituatie het federale niveau erbij te kunnen betrekken de volgende: er zijn minstens twee provincies betrokken, de middelen die nodig zijn overstijgen de middelen waarover de provincie beschikt of een risico om talrijke slachtoffers (gewonden en doden). Al van vooraf was duidelijk dat meerdere provincies zouden geraakt worden. Het KMI had al woensdagochtend code rood afgekondigd voor verschillende provincies. Heel snel bleek ook dat de provinciale middelen onvoldoende zouden zijn.

De overheid is er niet om in te grijpen wanneer het te laat is. De rampenplannen bestaan niet enkel voor hulpverlening, maar ook voor preventie en het beperken van schade. Als het federale niveau eerder had ingegrepen, was de coördinatie misschien met meer expertise en middelen gebeurd. Ook hier stelt zich de vraag of er geen chaos is ontstaan door de regionalisering van belangrijke bevoegdheden zoals waterbeheer en het bestuur van de gemeenten en provincies. Daardoor is het federale niveau het overzicht kwijt, en zal het ook meer schroom hebben om een situatie naar zich toe te trekken. Opnieuw zijn de mensen de slachtoffers. De eerste taak van de overheid is om de bevolking te beschermen.

Ook na de ramp heerst chaos

Het is duidelijk dat de coördidnatie ook na het ingrijpen van de federale overheid mank bleef lopen. Dat blijkt uit meerdere getuigenissen: brandweerlui moeten in hun kazernes uren wachten op instructies, politieagenten melden zich spontaan aan om te helpen, maar krijgen geen opdrachten, de civiele bescherming doet er lang over om uit te rukken, slachtoffers moeten soms meer dan 24 uren wachten voor ze gered worden …

Het belangrijkste in een crisis van deze omvang is dat de coördinatie verzekerd wordt tussen alle diensten die meewerken aan de hulpacties: brandweer, medische en psychosociale diensten, politie, gemeentediensten, Civiele Bescherming, het leger … De voorbije dagen werd pijnlijk duidelijk hoe die coördinatie het liet afweten.

Het lijkt al minder verwonderlijk als je weet dat alle overheidsniveaus betrokken waren in de aanpak van de crisis. Gemeenten, provincies en federale overheid hadden elk hun eigen noodplan. Pure kafka, met enorm verstrekkende gevolgen.

Op donderdagavond 15 juli, bijvoorbeeld, kregen 230 brandweerlui een mail: “Wij willen u bedanken voor uw toewijding. Toch heeft het Federaal crisiscentrum alle aanvragen naar bijkomende versterking aan de zones afgewezen.” Hoe is het mogelijk dat men in volle crisis beslist om deze extra hulp af te wijzen? We vernamen ook dat de extra internationale hulp die bestemd was voor de provincie Luik, uiteindelijk naar een andere regio is gestuurd, terwijl die zone geen expliciete vraag had ingediend. Een zoveelste voorbeeld van de chaos op het vlak van communicatie.

De uitholling van de hulpverlening

Dat de hulpverleners zelf een grenzeloze inzet hebben getoond, kunnen weinig mensen betwisten. Van over het hele land kwamen ze uit solidariteit hun collega’s ondersteunen. Hulpverleners die ter plaatse woonden, maar ook ordediensten en militairen schoten spontaan hun medeburgers te hulp.(9) Wanneer een deel dan de hulpverlening dan soms toch tekort schoot, moeten we vooral kijken naar de jarenlange besparingen. De ploegen op het terrein geven zelf ook aan dat het gebrek aan middelen en de vele hervormingen in de openbare diensten door de opeenvolgende regeringen, de interventies hebben bemoeilijkt.

Civiele Bescherming gekortwiekt

Dat valt vooral op bij de Civiele Bescherming, wiens taak er net in bestaat de bevolking te helpen bij rampen. Johan Boydens, directeur de kazerne in Brasschaat, is formeel: “Als we meer manschappen zouden hebben, zouden de reddingsacties vlotter verlopen.”(10) De vorige regering onder premier Charles Michel en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon bespaarde fors op de hulpverlening. Ambulanciers, brandweerlieden en zeker de Civiele Bescherming weten dat ze de burgers niet kunnen beschermen bij een grote ramp.

De regering-Michel, geleid door N-VA en MR, schafte vier van de zes kazernes van de Civiele Bescherming af. Dat hield een besparing in van 30% van het personeel, maar omdat ook vrijwilligers zo wegvallen is de capaciteit volgens de vakbonden gehalveerd. En omdat de nieuwe job voor veel personeel te ver was, is het kader van de Civiele Bescherming niet volledig ingevuld. In Brasschaat staat nog 30% van de posten open, in Crisnée is dat 20%.(11) Dat zorgt voor meer belasting bij de brandweerkorpsen, die ook al personeel tekort komen.

Ook het tekort aan bruikbaar materiaal springt in het oog. Helikopters waren urenlang niet inzetbaar, reddingsboten bleken niet aangepast, er waren tekorten aan allerlei materiaal. Jambon had beter en meer gespecialiseerd materiaal nochtans aangebracht als een van de redenen waarom de Civiele Bescherming moest hervormd worden. Minder kazernes, meer specifieke opdrachten, maar wel beter uitgerust en opgeleid. Daar blijkt nu niet volledig in orde te zijn.

Een concreet voorbeeld van de gevolgen van de hervorming: de verdeling van zandzakjes, wat vroeger onder de Civiele Bescherming viel. Die is nu toevertrouwd aan de hulpverleningszones en aan de gemeenten, die niet altijd beschikken over de nodige tijd en middelen. “Eigenlijk zouden we rond de tafel moeten gaan en alles opnieuw herzien”, zegt een vakbondsafgevaardigde. “Er moet vooral meer samenwerking komen met het leger. En als er kazernes opnieuw open gaan – idealiter een per provincie – dan moet er ook budget zijn om personeel aan te werven.”

Vandaag stellen we vast dat er in sommige delen van het land gewoon geen civiele bescherming meer is die snel te hulp kan komen. Dat is het geval voor de provincie Henegouwen, die nochtans ook getroffen werd door het noodweer. Waarom zijn er dan zo’n ingrijpende hervormingen geweest? Zoals zo vaak is het antwoord: besparingen. Er werd zelfs geen rekening gehouden met hoe belangrijk de dienst is voor de bevolking.

Huidig minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden gaf al aan dat de Civiele Bescherming misschien moet herbekeken worden. Er mag geen twijfel over bestaan dat dat effectief nodig is. Met de klimaatveranderingen dreigen dergelijke rampen zich in de toekomst veel vaker voor te doen. We hebben nood aan een slagkrachtige Civiele Bescherming, die ten dienste staat van de bevolking.

Een Defensie voor België, of een NAVO-aanvalsmacht?

En wat met het leger in dit alles? Wel, de politiek maakte de voorbije jaren de keuze om onze defensie uit te rusten voor buitenlandse interventies, zoals in Mali en Irak, en nationale interventies grotendeels te verwaarlozen. De voorbije regeringen beslisten om te investeren in specifiek materieel. Zo werden F-35-gevechtsvliegtuigen aangekocht in plaats van reddingsmateriaal. Dat wordt vandaag op het terrein heel concreet gevoeld. Op sommige plaatsen waar het leger werd opgeroepen, duurde vier uur eer het arriveerde. Ze hebben niet het juiste materiaal voor interventies, en vaak ook niet de juiste training.

Waar de staat faalt, springt de bevolking in

De tekorten van de staat worden opgevangen. Door de ongelofelijke solidariteit van de werkende klasse. Zo gingen 120 brandweerlieden uit Vlaanderen hun collega's in de provincie Luik helpen. En toen een hulpploeg onderweg naar Esneux ter hoogte van Leuven af te rekenen kreeg met een lekke band, boden de herstellers aan om de band gratis te vervangen. “Dat is dan onze manier om bij te dragen”, klonk het.

Naast de hulpdiensten valt ook de solidariteit van honderden vrijwilligers op. Overal zijn er mensen die helpen. Stadsbewoners van hoger gelegen gebieden gingen spontaan helpen. Verschillende organisaties zoals jeugdbewegingen, jongerenorganisaties, maar ook vluchtelingen uit een opvangcentrum in Moeskroen en dokwerkers uit Antwerpen zetten hulpverlening op poten. En van overal in het land kwamen heuse konvooien aan vrijwilligers op gang die de getroffen inwoners gingen helpen. Ook wij brachten met de PVDA honderden vrijwilligers op de been met onze SolidariTeams, die door de lokale groepen begeleid en uitgestuurd werden. Vernietigde meubels werden geruimd, modder geschept, kelders leeggepompt. Maar buurtbewoners en vrijwilligers gingen ook rond met zelfgebakken koekjes, sandwiches of ander voedsel, met waterflessen en koffie.

Wanneer de staat faalt, organiseert de werkende klasse zichzelf wel. En op die momenten zien we geen Vlamingen, Brusselaars of Walen, maar zien we gewone mensen, de werkende klasse, met een groot hart. De taal die zij spreken is die van de eenheid, eenheid in solidariteit. En als we die eenheid zien, verzetten we ons nog meer tegen de agenda van bepaalde partijen die ons land nog meer willen splitsen, die de federale instellingen helemaal willen uithollen en de Civiele Bescherming willen splitsen. Er is nog veel werk. Maar vele emmers maken het een beetje lichter.

Nood aan sterke openbare diensten in een federaal land

Wat zijn de andere lessen voor de toekomst? Het is duidelijk dat er ernstige fouten zijn gemaakt. Europese waarschuwingen werden geminimaliseerd. Het KMI mocht zijn vrees voor overstromingen niet uiten door communautaire regels. Provinciale en gemeentelijke overheden traden niet doortastend genoeg op, soms door een tekort aan informatie vanuit het Waalse niveau. Men loste niet preventief water uit het stuwmeer in Eupen, en misschien zette men daar dan plots alles open. Het federale niveau trad veel te laat op. De coördinatie liep mis. En door de jarenlange besparingen hebben we geen voldoende slagkrachtige Civiele Bescherming en een leger dat niet in de eerste plaats gericht is op binnenlandse hulp.

De bevoegde regeringen moeten volledige transparantie geven. Die transparantie loopt niet via zogezegd ‘onafhankelijke onderzoeksbureaus’ die op bestelling werken, zoals Waals minister Philippe Henry (Ecolo) voorstelt. Maar ook niet via vrijblijvende ‘leercommissies’, zoals minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) wil. Er is nood aan een echte onderzoekscommissie die over alle niveaus heen de feiten en mankementen uitspit.

Wat alvast duidelijk is, is de noodzaak aan sterke publieke diensten. Hoe heldhaftig en koelbloedig ze ook waren, we kunnen alleen maar vaststellen dat de hulpdiensten compleet overspoeld werden. Er moet geïnvesteerd worden in een Civiele Bescherming van de toekomst, met performante hulpdiensten. Daarbij mogen niet besparingen centraal staan, maar wel de veiligheid van de burgers. Ook moet de absurde regionalisering teruggedraaid worden. Er moet eenheid van commando zijn, geen chaos van gesplitste bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

 

1 ‘Chronologie d’une catastrophe : ce qu’on sait et ce qu’on ignore’, La Libre Belgique, 24 juli 2021, p. 5.

2 idem

3 'Alle info over de zware regen was er', De Standaard, 23 juli 2021, p. 4.

4 ‘Chronologie d’une catastrophe : ce qu’on sait et ce qu’on ignore’, La Libre Belgique, 24 juli 2021, p. 5.

5 idem

6 ‘"Leegloop stuwmeer veroorzaakte tsunami, dat zegt zelfs brandweer"’, Het Laatste Nieuws, 24 jul 2021, p. 5; ‘Nóg een stuwdam in opspraak’, De Morgen, 24 juli 2021, p. 7.

7 ‘Le SPW explique pourquoi le barrage d'Eupen n'a pas su jouer son rôle de régulateur’, La Meuse, 16 juli 2021, Online;  ‘Had stuwmeer in Eupen eerder laten leeglopen verschil gemaakt? "Wellicht wel, maar situatie was ongezien"’, VRT NWS, 22 juli 2021, https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/07/22/stuwdam-eupen-terzake/ .

8 ‘Les responsabilités de la catastrophe’, Soir Mag, 21 juli 2021, p. 18.

9 ‘Militair filmde eigen reddingsoperatie in Pepinster: "We hebben 24 uur niemand gezien"”, VRT NWS, 20 juli 2021, https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/07/20/reddingsactie-pepinster/

10 ‘"Sinds besparingen honderden mensen te kort"’, Het Laatste Nieuws, 17 juli 2021, p. 6.

11 ‘La réforme de Jan Jambon, cible de critiques’, Le Soir, 17 juli 2021, p. 8.

Volg de PVDA op de voet