We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Drugs

Verslaving aan drugs is een vreselijke ziekte, zowel voor de gebruikers als voor hun omgeving. Niemand is erbij gebaat om gebruikers als criminelen te behandelen. In een samenleving met toenemende ongelijkheid, prestatiedruk en sociale problemen grijpen steeds meer mensen naar allerhande roesmiddelen. Voor ons moeten zorg, hulpverlening en preventie centraal staan. Tegelijk bestrijden we de drugsmaffia en het drugsgerelateerd geweld.

In onze geïndividualiseerde samenleving waar iedereen moet presteren in een steeds sneller draaiende mallemolen en waarin tegenslag altijd gezien wordt als een persoonlijk falen, grijpen mensen vaker naar verdovende middelen om te kunnen ontsnappen aan de realiteit. Wij streven naar een solidaire, inclusieve maatschappij waarin het gebruik van drugs niet nodig is om je te kunnen ontspannen, om je werk te kunnen volhouden, om je problemen even te kunnen vergeten. Onderweg naar die betere samenleving laten we niemand vallen. We dragen zorg voor elkaar, helpen wie in de problemen zit en erkennen dat verslaving een ernstig gezondheidsprobleem is.

 

Waar het besef ontbreekt dat verslaving een ziekte is, wordt vaak teruggegrepen naar de ziekmakende ideologie van het individualisme om het fenomeen te verklaren. Niet alleen de problemen of situatie die iemand naar roesmiddelen doen grijpen, maar ook de verslaving zelf wordt dan gezien als een individuele keuze, een blijk van persoonlijk falen, een gedrag dat moet worden bestraft. Het stigmatiseren van mensen met een verslaving helpt de zaken echter niet vooruit. Of het nu gaat over rokers, gokverslaafden, alcoholiekers of mensen die illegale drugs gebruiken: enkel een beleid dat vertrekt van empathie en zorg kan het verschil maken.

 

Een beleid tegen verslaving beoordelen we aan de hand van de daling of stijging op drie terreinen: het aantal verslaafde mensen, de fysieke en psychosociale schade bij de verslaafden, en de gevolgen voor de samenleving. Voor wie de zaken zo bekijkt, is het huidige beleid een fiasco. Het drugs-, alcohol- en medicijnengebruik neemt in de meeste gevallen  nog toe. De gevolgen voor de samenleving verergeren. De drugsmaffia floreert dankzij de vraag naar sterke maar illegale roesmiddelen zoals cocaïne en goedkopere varianten als crack, met alle veiligheidsproblemen van dien. 

 

Officieel erkent men wel dat een geïntegreerde aanpak nodig is. Maar op het terrein gebeurt qua preventie zo goed als niets. En de hulpverlening heeft een schrijnend tekort aan middelen. Van alle openbare uitgaven voor alcohol, illegale drugs en psychoactieve medicijnen samen gaat nauwelijks 1,2 procent naar preventie. Het aandeel repressie is disproportioneel groot en dat aandeel neemt nog toe. Maar die eenzijdige benadering miskent de realiteit: zolang ongelijkheid en stress mensen naar roesmiddelen doen grijpen en zolang er onvoldoende verslavingszorg is, zal de illegale drugshandel blijven bestaan. We moeten net op alle assen tegelijk werken: samenlevingsopbouw, drugspreventie, hulpverlening, toegankelijke medische zorg en doelgerichte repressie tegen de drugsmaffia. 

Een verslaving is een ziekte. We pakken dus de verslaving aan en niet de persoon met een verslaving. Alcohol, medicijnen, gokspelen of illegale drugs: de lokroep van de verslavingen is alomtegenwoordig. Het gaat niet om dat ene glaasje of dat jointje ter ontspanning. Er is sprake van verslaving als er daardoor problemen ontstaan in je leven en je er toch blijft naar grijpen. Dan ben je echt afhankelijk en gebruik je alcohol, medicijnen of andere drugs op een manier die problematisch en schadelijk is voor je gezondheid en je omgeving. 

 

Opvangcentra, dagcentra, mobiele ploegen en nooddiensten: ze zijn allemaal nodig voor een efficiënte bestrijding van drugsverslavingen. Ze moeten efficiënte eerstelijnshulp en toegang tot de gespecialiseerde tweede lijn garanderen. Ze hebben de financiële middelen nodig om voor voldoende omkadering te zorgen. Dat is nu dikwijls niet het geval. Zo is er een schrijnend personeelstekort in de psychiatrische ondersteuning in de tweede lijn.

 

Zoals bij andere ziektes, hebben mensen met een verslaving vooral zorg nodig. Experten, hulpverleners en ervaringsdeskundigen wijzen er echter al jaren op dat de kosten van een ontwenningsbehandeling voor de meeste mensen onbetaalbaar zijn. Een opname in een private instelling kost ongeveer 10.000 euro voor een behandeling van 4 à 6 weken. Iemand die financieel aan de grond zit, kan zo’n bedrag niet zomaar ophoesten. Mensen met een lager inkomen maken dus geen kans op een opname. Er bestaan wel gesubsidieerde opnamecentra waar men tegen een redelijke prijs binnen kan, maar de wachtlijsten zijn er erg lang (6 tot 9 maanden) en er zijn er maar 3 in Vlaanderen. We investeren in extra gesubsidieerde opnamecentra, verspreid over het hele land. In Nederland is het bovendien al jaren zo dat behandeling in een afkickkliniek standaard gedekt wordt door de zorgverzekering. Zo krijgt wie wil afkicken ook de kans. Voor België onderzoeken we de piste om ontwenningsbehandelingen te laten terugbetalen door de sociale zekerheid. 

We baseren ons beleid voor de bestrijding van illegale drugs op de kennis van wetenschappers en actoren op het terrein. Dat is nu te weinig het geval. Drugsproblemen worden al te vaak bekeken vanuit een zuiver moreel standpunt of om politiek te scoren. 

 

De ‘war on drugs’ van de Antwerpse burgemeester Bart De Wever (N-VA) is een totale mislukking. In navolging van de Verenigde Staten richt deze aanpak zich vooral op repressie van de kleine dealers. Daar worden enorm veel middelen in geïnvesteerd, onder meer om de lokale politie zwaarder te bewapenen. Die gespierde aanpak is heel zichtbaar en kan bewoners tijdelijk een vals gevoel geven dat de drugstrafiek echt wordt aangepakt. Maar de kleine dealers zijn makkelijk te vervangen, als de vraag naar drugs groot blijft en de grote bendeleiders buiten schot blijven. Sinds De Wevers plan werd ingevoerd, meer dan tien jaar geleden, zijn er niet minder maar méér drugs in omloop. Op tien jaar tijd is het cocaïnegebruik in de Scheldestad verdrievoudigd. Antwerpen blijft met ruime voorsprong de cokehoofdstad van Europa: er worden meer lijntjes gesnoven dan in Brussel en Amsterdam samen. Intussen zijn de drugskartels sterker dan ooit en sleuren ze hele wijken mee in hun gewelddadige bendeoorlogen. 

 

De N-VA van Bart De Wever is niet de enige partij die zich vastrijdt in de individualistische en repressieve logica. Ex-minister van Justitie Vincent Van Quickenborne van Open Vld wilde boetes tot 1.000 euro voor betrapte cocaïnegebruikers. Deze harde aanpak van gebruikers zal ervoor zorgen dat mensen met een verslaving nog minder snel de stap naar de hulpverlening zetten.

 

Wat wel werkt, is de aanpak die Portugal in 2001 heeft ingevoerd. Het land kampte eind vorige eeuw met een heroïne-epidemie. Maar liefst één op honderd Portugezen was verslaafd aan de gevaarlijke harddrug. Met jaarlijks honderden drugsdoden en een sterke toename van drugsgerelateerde criminaliteit als gevolg. Door het doorgeven van vuile naalden om de drugs in het lichaam te spuiten steeg ook het aantal HIV-infecties pijlsnel. Vandaag heeft Portugal zowat het laagst aantal drugsdoden per inwoner van Europa, is de drugsgerelateerde criminaliteit meer dan gehalveerd en blijft het gebruik van illegale drugs al twintig jaar onder het Europese gemiddelde. Hoe hebben ze dat klaargespeeld?

 

De switch die Portugal in 2001 maakte, is om druggebruikers niet langer als criminelen te zien maar als patiënten. In tegenstelling tot wat soms wordt gedacht, heeft het land drugs niet gelegaliseerd maar wel ‘gedecriminaliseerd’. Drugs van cannabis tot heroïne blijven illegaal, maar men beschouwt de consumptie ervan niet langer als een crimineel feit maar wel als een burgerlijke overtreding. De bevoegdheid om er tegen op te treden valt onder Volksgezondheid. Concreet heeft men een ‘Ontradingscommissie’ opgericht. Als de politie iemand op druggebruik betrapt of op bezit van een hoeveelheid drugs voor individueel gebruik, moet die persoon voor deze commissie verschijnen voor een gesprek. Recreatieve gebruikers komen er vanaf met een waarschuwing en goed advies. Bij herhaling volgt eventueel een symbolische boete. Problematische en verslaafde gebruikers worden doorverwezen naar gepaste hulpverlening, legt hoofd van de commissie Nuno Capaz uit: ‘Een problematische gebruiker is nog niet verslaafd. Die grijpt naar drugs omdat andere zaken meespelen in het leven, zoals langdurige werkloosheid of geen onderdak. Die mensen helpen we door hen aan een baan te helpen, bijvoorbeeld. Een verslaafde gebruiker moet in behandeling.’ Parallel daarmee zette Portugal in op gebruikersruimtes met veilig materiaal zoals propere naalden en waar personeel aanwezig is voor zorg, medisch advies en sociale hulpverlening.

 

De Portugese aanpak is geen mirakeloplossing. Het gebruik van illegale drugs is er sterk gedaald, maar niet volledig verdwenen. De haven van Lissabon blijft dan ook niet gespaard van de drugsmaffia. Toch is vriend en vijand het erover eens dat geen enkel land een gelijkaardig succesverhaal kan voorleggen. We inspireren ons op het Portugese model om ook bij ons het gebruik van illegale drugs terug te dringen. We richten ontradingscommissies op die volgens dezelfde principes te werk gaan. Die geven advies en verwijzen door naar de juiste instanties voor hulpverlening, afhankelijk van de situatie. Enkel recreatieve gebruikers die opnieuw betrapt worden krijgen nog een boete. De ontradingscommissies hebben sociale werkers in dienst die samenwerken met de veilige gebruikersruimtes, opvanghuizen, ziekenhuizen en afkickcentra om elke persoon gepast te begeleiden en op te volgen.

 

Er wordt in ons land nog altijd veel te weinig gedaan om de drugsrisico’s te beperken. Al jaren pleiten specialisten voor ‘risicobeperkende gebruiksruimtes’. Het doel van deze ruimtes is geenszins om drugsgebruik te bevorderen, maar om het in veiligere omstandigheden te laten plaatsvinden. Op die manier kan men overdoses vermijden, infecties verminderen en het aantal drugsdoden terugdringen. Risicobeperkende gebruiksruimtes zijn voor drugsverslaafden een alternatief voor de openbare ruimte. Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat deze aanpak werkt. Luik en Brussel zijn twee steden met een gebruikersruimte. Drugsverslaafden kunnen daar gebruiken omkaderd door de organisaties die jarenlange ervaring hebben in het werken met verslaafden. Als ze van een alcohol- of tabaksverslaving af willen, is er een waaier aan programma’s en hulpverlening. Op deze manier kunnen verslaafden en hun families hulp krijgen om hun leven opnieuw op de rails te zetten.

 

Verder richten we plaatsen in waar steriel materiaal kan omgeruild worden en plaatsen voor drugstesten om de gebruikers te beschermen en om snel te kunnen uitmaken over welke producten het gaat. Zo krijgen we snel een goed zicht op de drugtrends.

 

Net zoals in Portugal blijft de handel in verboden middelen illegaal. Het doel is net om het gebruik en de verspreiding van drugs in te perken. Daarvoor is ook een update van de wet nodig. Nieuwe synthetische drugs ontsnappen tegenwoordig aan het verbod, doordat ze een nieuwe moleculaire samenstelling hebben die nog niet beschreven staat in de wet. Simpelweg moleculaire codes blijven toevoegen aan het wetboek is zinloos, want het aantal nieuwe samenstellingen is bijna eindeloos. In samenspraak met wetenschappers en juristen zorgen we voor een omvattend wettelijk kader dat alle synthetische drugs afkomstig uit drugslabs verbiedt.

 

Voor cannabis is een apart beleid nodig. Cannabis of wiet is een zogenaamde soft drug, dat wil zeggen dat het in vergelijking met harddrugs minder verslavend is, minder schadelijk is voor de gezondheid en ook voor minder sociale overlast zorgt. Dat wil niet zeggen dat we het gebruik ervan willen aanmoedigen, integendeel. Het betekent wel dat een aangepaste aanpak nodig is. Ondanks het verbod gaat het cannabisgebruik namelijk niet achteruit. 22,6 procent van de bevolking zegt dat ze op z’n minst één keer cannabis gebruikt heeft. Dikwijls is dat gebruik sporadisch en recreatief. Omdat cannabis een alledaagse maar toch nog altijd verboden drug is, kunnen dealers de prijs hoog houden en er veel geld aan verdienen. Controle op de kwaliteit en samenstelling van het product is in de huidige situatie niet mogelijk. 

 

Het voorstel om cannabis te reglementeren heeft tenminste het voordeel van de duidelijkheid. De grote meerderheid van de actoren op het terrein en de wetenschappelijke deskundigen staan erachter. In Uruguay en Canada kozen ze al eerder voor dat beleid. In Europa werken Luxemburg, Malta en Duitsland aan een reglementering. Het komt erop aan om de handel streng te regelen en goed in overheidshanden te houden. Zo vermijden we dat cannabis gecommercialiseerd wordt, wat gebeurde in sommige staten van de VS die cannabis hebben gelegaliseerd. In een niet-gereglementeerde markt, of die nu legaal is of niet, is winstbejag de drijfveer. Met alle gevolgen van dien: we zien de resultaten bij alcohol en tabak. Die ervaring moet ons waarschuwen: we gaan ons niet twee keer aan dezelfde steen stoten. Alle reclame voor of promotie van cannabis zal verboden zijn.

 

We betrekken organisaties op het terrein en experts bij het opstellen van de reglementering en in het bijzonder bij het vastleggen van de toegelaten hoeveelheden. De productie en distributie moeten in elk geval door de overheid gereglementeerd worden: ofwel via een model waarin coöperatieven met licenties werken, zoals de Cannabis Social Club, het Uruguayaanse model; ofwel via een overheidsbedrijf dat instaat voor productie en distributie zoals de Canadese Société québécoise du Cannabis. Gebruikers moeten minstens 18 jaar oud zijn. Ze moeten zich aansluiten bij het distributiepunt zodat follow-up mogelijk is. Er zijn maximaal toegelaten hoeveelheden die je per maand kan kopen. Cannabis verkopen op plaatsen waar ook alcohol wordt verkocht, is verboden. Door het verbodsbeleid te laten vallen, besparen we geld. Dat geld gebruiken we voor de strijd tegen de grote drugsbaronnen en voor preventie en hulpverlening. Het geld dat we verdienen met de productie van cannabis en met de belasting erop, herinvesteren we in programma’s om andere verslavingen te bestrijden.

 

Op basis van wetenschappelijke studies staan we het gebruik van cannabis voor medicinaal gebruik toe, zoals dat in veel Europese landen het geval is. De regelgeving hiervoor verschilt van de regels voor recreatief gebruik. We hanteren hier de verordeningen die gelden voor farmaceutische producten: toezicht en voorschrift van een behandelende arts en beschikbaarheid van het product in de apotheek.

Van alle openbare uitgaven voor het beteugelen van alcohol, illegale drugs en psychoactieve medicijnen samen gaat nauwelijks 1,2 procent naar preventie. We breken met het huidige beleid en investeren in een goed preventiebeleid en in sensibiliseringsprogramma’s inzake verslavingen. Daardoor kunnen we later middelen besparen.

 

Deze programma’s richten zich op verschillende doelpublieken, met infosessies in scholen, jeugdhuizen en jeugdbewegingen en met persoonlijke getuigenissen die dikwijls een grote impact hebben. Maar ook met inspanningen richting cafébazen en de horecasector, justitie en politiediensten, ouders, straathoekwerkers en de medische wereld.

 

Bij haar aantreden beloofde de regering-Vivaldi om eindelijk werk te maken van een actieplan tegen gokverslavingen. Dat liet echter jaren op zich wachten. Vooral MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez verzette zich tegen een reclameverbod en andere preventiemaatregelen. Dat hij mede-eigenaar is van een voetbalclub die gesponsord wordt door Ladbrokes zal daar niet helemaal vreemd aan zijn... Uiteindelijk kwam de regering met een reeks compromissen. Gokreclame wordt verboden, behalve op sportevenementen en in bepaalde gevallen online. Sponsoring door gokbedrijven van professionele sportclubs wordt aan banden gelegd, maar er blijven uitzonderingen gelden voor amateursportclubs. Over andere heikele punten zoals de online speellimiet en de minimumleeftijd kwam Vivaldi niet tot eens tot een compromis. 

 

Wij zwichten niet voor de lobby van gokbedrijven en maken het werk af. We zorgen voor een totaalverbod op reclame en sponsoring door gokbedrijven. De online speellimiet van 200 euro per week voor websites met gok- en kansspelen geldt voortaan over de verschillende goksites heen, en niet voor elke website apart. En we veralgemenen de minimumleeftijd voor alle gok- en kansspelen naar 21 jaar, ook sportweddenschappen, caféspelen, kras- en loterijspelen die nu nog vanaf 18 jaar gespeeld mogen worden. De beginleeftijd uitstellen is namelijk fundamenteel om jongeren en jongvolwassenen te beschermen. Het Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en andere Drugs (VAD) benadrukt namelijk dat een jonge beginleeftijd een risico-indicator is voor het ontstaan van gokproblemen op volwassen leeftijd. Het verhoogt de kans op fysieke, mentale en sociale problemen.

 

Wij doen een bijzondere inspanning voor alcohol. De consumptie daarvan scheert hoge toppen en de perceptie is dat dit doodnormaal is. Daar wordt veel te weinig aan gedaan, zeker op het vlak van preventie. We bieden het hoofd aan de alcohollobby en aan de financiële belangen erachter. Zoals tabaksreclame geleidelijk verboden werd, zo willen we ook een geleidelijk verbod op reclame voor alcohol. Te beginnen met sterke drank, maar ook met producten die specifiek op jongeren mikken: alcopops, premix-drinks als Bacardi Breezer, blasters als Wodka Red Bull en shooters.

 

We ondersteunen ook initiatieven van onderuit die overdreven drankcultuur bij jongeren willen tegengaan. Zo hebben zogenaamde leeftijdbandjes hun nut al bewezen op fuiven, festivals en carnavalvieringen. Deze bandjes worden uitgedeeld aan alle aanwezigen om aan te geven of ze jonger zijn dan 16, tussen 16 en 18 of ouder dan 18. Op die manier is het voor de organisatoren gemakkelijker om de wettelijke leeftijdslimieten rond alcohol en sterke drank te respecteren. Het bevordert ook de sociale controle en maakt sensibilisering over de gevaren van alcoholmisbruik bij jongeren gemakkelijker.

 

In de Kempense gemeente Balen kwam de lokale stuurgroep rond alcohol- en drugsbeleid in 2022 met een nieuw concept naar buiten: de 'sobercoin'-campagne. Met die campagne wou men het ‘indrinken’ voor fuiven tegengaan. Wie aan de inkom een negatieve alcoholtest aflegt, krijgt een sobercoin die ze kunnen inruilen voor drie gratis drankbonnen. De campagne was onmiddellijk een succes. Op een jaar tijd werden er 1.328 sobercoins uitgedeeld. “Op de laatste fuiven hoorden we wel vaker dat jongeren speciaal niet indronken omdat ze wisten dat wij er gingen zijn, en dat deed ons enorm veel deugd”, zegt initiatiefnemer en lokaal PVDA-lijsttrekker Jonas Willems. Andersom bleek dat het indrinken terug toeneemt wanneer er geen sobercoin-actie wordt aangekondigd: “De kans op succes is groter als jongeren weten dat ze beloond worden door nuchter aan te komen op een fuif”, aldus Willems. Dat toont aan dat een volgehouden inspanning het meeste loont. Het engagement van deze vrijwilligers verdient dan ook extra ondersteuning. We zorgen voor middelen om dit succesverhaal te verspreiden naar elke gemeente die daarvoor openstaat. 

In onze geïndividualiseerde samenleving waar iedereen moet presteren in een steeds sneller draaiende mallemolen en waarin tegenslag altijd gezien wordt als een persoonlijk falen, grijpen mensen vaker naar verdovende middelen om te kunnen ontsnappen aan de realiteit. Wij streven naar een solidaire, inclusieve maatschappij waarin het gebruik van drugs niet nodig is om je te kunnen ontspannen, om je werk te kunnen volhouden, om je problemen even te kunnen vergeten. Sociale preventie is de beste manier om verslaving te voorkomen. Daarom willen we het recht op werk en huisvesting garanderen, net als solide sociale voorzieningen. Zo ontstaat er een gevoel van zekerheid en kunnen mensen onbevreesd naar morgen kijken. 

 

Arbeid is een manier om vaardigheden te ontwikkelen, om sociale contacten te leggen en  op een zinvolle manier bij te dragen aan de samenleving. Goed werk kan bijdragen tot een gelukkig leven en zo de behoefte aan roesmiddelen verkleinen. Maar elke job moet dan wel toestaan om een leven op te bouwen. Daarvoor zijn stabiele contracten, degelijke lonen en opbouw van sociale rechten een must. En net die dingen staan onder druk door de kapitalistische logica om arbeid steeds goedkoper en flexibeler te maken voor de werkgevers. Steeds meer vaste banen worden vervangen door interim- of studentenarbeid. De Vivaldi-regering breidde ook nog eens het systeem van slecht betaalde flexi-jobs uit naar heel wat sectoren. Minder dan de helft van de jongeren start met een voltijdse baan. We hebben geen behoefte aan een wildgroei van nepbanen, maar wel aan zekerheid en stabiliteit. De norm moet zijn: contracten voor onbepaalde duur. Zonder vast contract kan je geen toekomst opbouwen. Wie van dag tot dag van een interimcontract leeft, kan een hypotheek vergeten. We geven de vakbonden de mogelijkheid om in het kader van het sociaal overleg een maximumpercentage tijdelijke werknemers vast te leggen. Werknemers die zes maanden bij dezelfde werkgever in dienst zijn met een tijdelijk of uitzendcontract krijgen automatisch een vast contract. We geven platformwerkers het statuut van werknemer, met eerlijke arbeidsvoorwaarden en een fatsoenlijk loon.

 

Werk moet ook werkbaar zijn. Het toenemend gebruik van pepmiddelen op de werkvloer van energiedranken tot cocaïne moet de alarmbellen doen afgaan. Het werkritme is vandaag dikwijls niet meer te harden. Werkdruk en werkstress stijgen snel. Hyperflexibiliteit en precaire arbeid worden de nieuwe norm. Veel mensen zitten gevangen in ziekmakende 'citroenloopbanen', heel intense, fysiek en mentaal zwaar belastende loopbanen, waarin ze als citroenen uitgeperst worden. Kapitalisme is schadelijk voor de gezondheid. Alles moet sneller. Maar velen moeten afhaken. Voor minder dan de helft van de werknemers is hun baan nog werkbaar. Zorgwekkend is ook dat meer en meer jongere werknemers af te rekenen krijgen met psychische problemen. Moet het dan verbazen dat steeds meer mensen naar middelen zoeken om de mentale (en fysieke) pijn te verdoven? Op sommige plaatsen zorgt ook de bedrijfscultuur voor stress en eenzaamheid. Mensen zijn gebaat bij samenwerking en solidariteit op de werkvloer, niet bij een individualistische competitie van allen tegen allen. We ondersteunen de vakbonden om hier afspraken rond te maken. Waar nodig verankeren we die in de wet.

 

Een tweede elementaire bouwsteen voor een waardig leven is huisvesting. Het gebrek aan woningen die zowel betaalbaar als kwaliteitsvol zijn, heeft de zoektocht naar een geschikte woning in een ware huizenjacht veranderd. Resultaat: je bent een rib uit je lijf kwijt en houdt nog amper iets over voor verbouwing en isolatie. Als je al niet tot de huurmarkt veroordeeld bent en elke maand de eigenaar van een tochtgat met een paar ramen in rijker mag maken. We maken van huisvesting een recht. We zorgen voor voldoende betaalbare koop- en huurwoningen en werken de wachtlijsten voor sociale woningen weg.

 

Bij dak- en thuisloze mensen ligt het aantal verslavingen hoger dan bij de rest van de bevolking. Alcohol en druggebruik kunnen zowel oorzaak als gevolg zijn van dakloosheid. Om de spiraal te doorbreken, is een combinatie van verslavingszorg én een stabiele woonsituatie nodig. Noodopvang biedt geen structurele oplossing, doorgangswoningen van het OCMW die beperkt zijn tot zes maanden evenmin. Bovendien zijn de voorwaarden voor zo’n doorgangswoning niet wettelijk vastgelegd en kan verslaving een reden zijn om geen plek te krijgen. Wij opteren voor het principe van Housing First: dak- en thuisloze mensen krijgen eerst huisvesting in een stabiele en kwaliteitsvolle woning en pas daarna volgt begeleiding. Een woonst is namelijk essentieel om toegang te krijgen tot andere rechten, zoals het recht op gezondheid, op waardigheid en op een privé- en familieleven. Met dat uitgangspunt slaagden Finland en Noorwegen erin het aantal dakloze mensen effectief te doen dalen. Onderzoekers van de ULB berekenden dat het Housing First principe niet eens een budgettaire uitdaging vormt: "Grosso modo kost herhuisvesting evenveel als het huidige daklozenbeleid in Brussel", was hun besluit. 

 

Jongeren zijn extra kwetsbaar voor verslaving. Wanneer de maatschappij erin faalt om voor elke jongere toekomstperspectief te bieden, neemt het risico op sociale problemen toe die een factor kunnen zijn voor verslavingen op latere leeftijd. We dragen daarom zorg voor onze jeugd, zowel op school als daarbuiten. We investeren in een onderwijs waar elke leerling telt en zijn/haar talenten kan ontwikkelen. We maken sportclubs, jeugdbewegingen en culturele verenigingen bereikbaar en betaalbaar voor alle jongeren en moedigen hen aan om zich daar te ontplooien.

 

Heel eenvoudige dingen zoals parken, scholen, winkels, wasserettes, cafés, sportcentra, culturele ruimtes, maar ook jeugdclubs en buurtcentra zorgen voor minder eenzaamheid, meer gezelligheid en minder sociale problemen. Door te zorgen voor voldoende sociale voorzieningen en openbare ruimte, moedigen we ook sociale controle aan. Dan zal het voor drugscriminelen ook moeilijker zijn om een netwerk van bendeleiders en handlangers te rekruteren, bij mensen die geen andere uitweg zien dan snel geld.

Maandag 9 januari 2023 werd een kind vermoord, Firdaous uit Merksem. Ze was 11 jaar. Ze werd neergeschoten door drugscriminelen die de garagepoort van het ouderlijk huis onder vuur namen. Firdaous is het eerste dodelijke burgerslachtoffer in een drugsbendeoorlog die al verschillende jaren woedt in Antwerpen. Ook in Brussel wordt de strijd tussen rivaliserende drugsclans steeds gewelddadiger. In 2023 vielen in totaal zeven doden bij verschillende schietpartijen tussen drugsbendes in onze hoofdstad. In februari 2023 werd zelfs iemand geëxecuteerd op straat in Sint-Gillis. In de Anderlechtse sociale wijk Peterbos maken bendeleden het leven van de bewoners tot een hel. Ook in Gent en Mechelen doen de eerste tekenen van bendegeweld zich voor. Burgers voelen zich niet meer veilig in hun eigen buurt en vragen terecht dat de aanslagen stoppen. We nemen de strijd tegen de georganiseerde misdaad au sérieux.

 

Net zoals de ‘war on drugs’ geen afradend effect heeft op gebruikers, helpt de aanpak van Bart De Wever en co ook niet om het drugsgerelateerde geweld te stoppen. In plaats van zich te concentreren op de opdrachtgevers en bendeleiders, pompt De Wever veel geld in de confrontatie met de kleine garnalen. De militarisering van de Antwerpse politie zorgt er alleen maar voor dat de drugsbendes zich ook steeds zwaarder bewapenen. De aankoop van nodeloos dodelijke 300-kaliber militaire wapens voor de lokale politie is weggesmeten geld. Peperdure bearcats (grote gepantserde wagens) hebben nog nooit een drugsbende opgerold of een aanslag vermeden. Het huidige beleid drijft een steeds grotere wig tussen de politie en het publiek. De politie wordt steeds meer gecentraliseerd, gemilitariseerd en repressief. 

 

Op lokaal niveau willen wij net de klassieke buurtpolitie in ere herstellen. Deze agenten zijn de oren en ogen op het terrein. Ze kennen de wijken en zijn een belangrijk aanspreekpunt voor de buurtbewoners. Ze gaan niet op miraculeuze wijze het drugsgerelateerde geweld oplossen, maar ze vormen wel een steunpilaar van het werk ter plaatse. Tegenwoordig moeten ze echter steeds meer administratieve taken en onthaal op zich nemen. We herwaarderen de buurtpolitie en heropenen wijkkantoren die de afgelopen jaren zijn wegbespaard. Wij vinden het essentieel dat de politie ten dienste staat van de gemeenschap. Tegenwoordig kennen de meeste mensen niet eens de naam van hun wijkagent. Wijkagenten moeten genoeg tijd in de wijk kunnen doorbrengen. Op die manier leren ze de mensen en de uitdagingen in hun buurt kennen en kunnen problemen vroeg opsporen en actie ondernemen voordat ze uit de hand lopen. Het omgekeerde is ook waar: als het publiek de agenten kent, is er ook meer sociale controle en dat maakt misbruik veel moeilijker. Voor wijkagenten is het ook mogelijk om op ‘sociale patrouille’ te gaan samen met sociale werkers die net als zij de buurt en de bewoners kennen.

 

Terwijl de buurtpolitie de algemene veiligheid verhoogt, gaan we met de federale politie achter de grote vissen aan. We maken van de jacht op grote drugsbaronnen en de opsporing van drugslabs de prioriteit. Daarvoor moeten we wel de juiste middelen vrijmaken. De regering-Michel (2014-2019), met Jan Jambon (N-VA) als minister van Binnenlandse Zaken, snoeide drastisch in het budget van de Federale Gerechtelijke Politie. Er werd maar liefst 200 miljoen euro bespaard. "Jarenlang hebben opeenvolgende regeringen onze openbare diensten kapot gemaakt. We hebben minder rechters, minder rechercheurs, minder douanebeambten en minder belastinginspecteurs. Hoe kunnen we drugshandel effectief bestrijden als onze diensten zo verzwakt zijn?" zei PVDA-volksvertegenwoordiger Nabil Boukili in het Federaal Parlement tegen premier Alexander De Croo (Open Vld). De regering-Vivaldi, met minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (cd&v), heeft weliswaar geïnvesteerd, maar veel minder dan de betrokken diensten nodig hebben en zonder de besparingen van de vorige regering terug te draaien.

 

We willen de federale recherche versterken en tekorten bij de douane wegwerken. Deze twee diensten zijn essentieel voor het opsporen van drugshandel en moeten de nodige middelen krijgen. Daarnaast rusten we de douane in de haven van Antwerpen uit met de extra vaste en mobiele scanners waar douanebeambten al zo lang op wachten en leiden we nieuwe politiehonden op om drugs en geld op te sporen. Dat is broodnodig om het aantal gecontroleerde containers op te krikken. Met meer scanners en honden kunnen we overal in de haven controles uitvoeren, niet enkel in de zone met containers uit Zuid-Amerika want drugsbendes zorgen er net voor dat hun container zo snel mogelijk uit die zone gehaald wordt om controle te ontlopen. Om gewapende overvallen op douanedepots waar drugs liggen opgeslagen te vermijden, zorgen we voor installaties in de haven om de drugs direct onbruikbaar te maken. We onderzoeken welke techniek de meeste voordelen oplevert, zoals het voorbeeld uit Ecuador waar cocaïne verwerkt wordt in beton.

 

We moeten zware criminelen raken waar het pijn doet: in hun portemonnee. Vergeet niet dat de legendarische Amerikaanse maffiabaas Al Capone niet in de gevangenis belandde wegens smokkel van illegale alcohol of drugs, maar vanwege zijn belastingbrief. Vandaag geldt dat nog steeds. Bij het ministerie van Financiën (FOD Financiën) zien we echter dezelfde besparingslogica. Tussen 2016 en 2022 verminderde de regering het aantal controleurs met bijna 500. Er zijn dus veel minder belastingcontroleurs, wat betekent dat er veel minder belastingcontroles zijn. Toenmalig minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) heeft onthuld dat er 110 miljoen euro in beslag is genomen tijdens Operatie Sky ECC. Helaas is dit slechts een fractie van wat er in de haven van Antwerpen binnenkomt. Er wordt geschat dat er elk jaar  40 miljard euro drugsgeld wordt witgewassen. Volgens Peter De Buyser, hoofd internationale samenwerking bij de federale politie, blijft 98 procent van de criminele activa daardoor in handen van criminelen. 

 

We moeten dus de belastingformulieren van drugscriminelen kunnen inzien en hun geldstromen onderzoeken. "Follow the money". En dit is alleen mogelijk als het bankgeheim volledig wordt opgeheven. Banken worden verplicht om de belastingdienst saldo's en jaarlijkse overzichten te bezorgen van transacties op alle bankrekeningen, individuele rekeningen en rekeningen van buitenlandse dochterondernemingen. Volgens het hoofd van de Bijzondere Belastinginspectie is de huidige procedure helemaal niet effectief: "We moeten sneller kunnen handelen zonder een omslachtige procedure zoals vandaag te moeten doorlopen. Op dit moment vragen we de belastingbetaler eerst om informatie, wachten af of hij niet wil meewerken en kunnen ons pas dan tot de bank richten. We moeten korter op de bal kunnen spelen."

 

Voor kleine dealers en tussenpersonen geldt dat alle overtredingen moeten worden bestraft en niet ongestraft mogen blijven. Maar om recidive te voorkomen, zijn we voorstander van herstelgerichte straffen, zodat de daders zich bewust worden van wat ze met hun daden aanrichten. Ze moeten hun wandaden herstellen, hetzij financieel, hetzij door een taakstraf. Elke overtreder krijgt een opvolgingstraject om hen te helpen weg te blijven van de drugshandel. Internationale ervaring toont aan dat dit beleid van herstellende straffen verreweg het meest effectief is.