We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Een Europa voor de mensen

Samen staan we sterker. Dat geldt ook voor ons kleine land binnen de Europese Unie. Helaas sluiten de Europese verdragen ons op in een besparingslogica. Om de vele grote uitdagingen structureel aan te pakken hebben we een radicaal ander Europa nodig. Een Europa dat grote publieke investeringen onderneemt. Een Europa dat de publieke diensten beschermt en een ambitieus klimaatprogramma realiseert. Binnen de Europese Unie moet de beslissingsmacht liggen bij de burgers en moeten werknemers beschermd worden tegen sociale dumping. 

Als landen samenwerken, wordt er veel mogelijk. Europese samenwerking is dan ook essentieel. Geen enkel land kan op zijn eentje de klimaatcrisis aanpakken. Belastingontduiking door multinationals vereist ook een gecoördineerde Europese strategie om wettelijke achterpoortjes te sluiten en belastingparadijzen aan te pakken.

Om tegemoet te komen aan de behoeften van werknemers is echter een radicaal ander Europa nodig. De huidige Europese Unie is een kapitalistische constructie die is afgestemd op de wensen van de grote multinationals. De Europese Verdragen van Rome (1957) en Maastricht (1992) weerspiegelden deze fundamentele oriëntatie. Hun pagina's staan vol met verwijzingen naar concurrentie en het openstellen van de markt. Iedereen concurreert met iedereen.

De creatie van de interne markt heeft niet alleen de nationale markten in één grote Europese markt verenigd en een einde gemaakt aan de verschillen in regelgeving die de vrije concurrentie in de weg stonden. Het heeft vooral zoveel mogelijk publieke en niet-commerciële sectoren gecommercialiseerd, zoals postdiensten en waterdistributie, die tot dan buiten de markt waren gebleven. De Europese verdragen zetten aan tot liberalisering en privatisering. Titel 4 van hoofdstuk 3 van het Verdrag over de werking van de Europese Unie eist dat openbare diensten worden geliberaliseerd. De artikelen 101 tot 107 verwijzen naar vrije concurrentie, meer markt en strikte beperkingen op staatssteun. Zelfs overheidsbedrijven moeten zich aan de concurrentieregels houden, staat er.

Conclusie: of we het nu hebben over het klimaat of over openbare diensten, als we ons authentiek linkse programma willen verwezenlijken, moeten we deze Europese verdragen, verordeningen en richtlijnen fundamenteel aanvechten.

Wij willen een Europa dat niet gebaseerd is op concurrentie tussen volkeren, maar op solidariteit, samenwerking, ontwikkeling, participatie en duurzaamheid. Een Europa waarin de openbare sector een centrale rol speelt. Met openbare monopolies die publiek-private samenwerkingen vervangen om de belangrijke sectoren te beschermen tegen haaien en beursspeculanten. Met Europese instellingen die worden bemand door mensen die gemotiveerd en ambitieus zijn als het gaat om sociale en ecologische vooruitgang. Een Europa met publieke investeringen, niet ten dienste van aandeelhouders en dividenden van de oorlogsindustrie, maar in het klimaat, niet-fossiele brandstoffen, openbaar vervoer, onderwijs, cultuur, huisvesting en gezondheidszorg. Een Europa dat middelen mobiliseert  via een belasting op miljonairs en een belasting op financiële transacties, en dat vastberaden de strijd aangaat met belastingparadijzen. Een continent met een fatsoenlijk minimumloon, een lagere pensioenleeftijd en waar het principe van gelijk loon voor gelijk werk strikt wordt toegepast.

Op dit moment is het een grote puinhoop. De duivelse dynamiek van concurrentie en bezuinigingen sloopt Europa. In de Europese Unie treft armoede meer dan een op de vijf inwoners. Het aantal werkende armen explodeert. Bijna de helft van de Hongaarse kinderen groeit op in armoede. In Italië dreigen bijna 12 miljoen mensen onder de armoedegrens te vallen. In Frankrijk zijn de cijfers vergelijkbaar. 

Dit is het resultaat van 25 jaar besparingen en een beleid in het belang van de rijken. Een kwart eeuw autoritaire bezuinigingen, een kwart eeuw sociale ineenstorting, een kwart eeuw privatisering door een brede coalitie van liberalen, christenen en sociaaldemocraten. Keer op keer hebben alle traditionele partijen, inclusief de groene partijen en de sociaaldemocraten dit beleid gesteund. Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen zegt nog altijd dat dat de enige manier is om vooruit te komen.

Of het nu gaat om het klimaat of de openbare diensten, authentiek links wil de Europese verdragen, verordeningen en richtlijnen fundamenteel ter discussie stellen. Dat zal nodig zijn tegenover Europese instellingen die onvervaard blijven doordenderen. Toen Griekenland in 2015 probeerde los te komen van het bezuinigingsmodel, vatte voormalig Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker het perfect samen: "Er kan geen democratische keuze zijn tegen de Europese verdragen". "Als je de begrotingsregels in twijfel trekt, zullen de markten je een lesje leren", aldus de voorzitter van de Europese Centrale Bank. Deze logica moet op de schop. Anders zal Europa ofwel een autoritair continent worden of uiteenvallen door de heropleving van oude nationalistische demonen.

Tegenover de almacht van het grote Europese bedrijfsleven wil de PVDA een tegenmacht helpen opbouwen. Die strijd begint met het verwerpen van het kader zelf. We stoppen met het omzetten van asociale richtlijnen. We coördineren de strijd op Europees niveau. We trekken waardevolle lessen uit de Franse vakbonden die maandenlang hebben gemobiliseerd tegen de pensioenhervorming. De waterbewegingen in Ierland, Griekenland en Italië leren ons wat het recht op water inhoudt. De strijd om het patent op te heffen en de coronavaccintechnologie te delen met de minder rijke landen was een indrukwekkende Europese mobilisatie. De uitgebuite werknemers bij Deliveroo, Amazon en Ryanair laten zien dat het mogelijk is om actie op Europees niveau te coördineren, zelfs in sectoren met weinig vakbondstraditie. Europese havenarbeiders bewezen dat ze de liberalisering van hun statuten kunnen tegenhouden. Tot slot toonden Poolse en Spaanse vrouwen hoe we ons kunnen organiseren tegen aanvallen op fundamentele rechten, zoals abortus.

Om de invoering van de eenheidsmunt, de euro, voor te bereiden, kwamen de Europese landen in 1992 in het Verdrag van Maastricht overeen dat de schuld van elke lidstaat onder de 60 procent van de jaarlijks geproduceerde rijkdom moest blijven. Het begrotingstekort, mocht niet hoger zijn dan 3 procent. Geen enkele econoom kan de willekeur van deze cijfers verklaren. Waarom geen 70 of 90 procent, waarom geen 2 of 4 procent? Deze doelstellingen hebben echter geleid tot strenge investeringsbeperkingen en opeenvolgende bezuinigingsplannen in naam van de criteria van Maastricht. Als gevolg daarvan worden openbare diensten geprivatiseerd, worden hele economische sectoren aan de markt overgelaten en overheidsinvesteringen teruggeschroefd. Na de eurocrisis werden de lidstaten zelfs verplicht om een schuldenplafond op te nemen in de grondwet. Dat zou betekenen dat politieke alternatieven voor het neoliberalisme ook juridisch onmogelijk gemaakt worden.

Tijdens de coronacrisis hebben de Europese leiders deze strenge normen uit de Europese verdragen opgeschort. Grote privébedrijven zijn gered met de hulp van de overheid, wat enorme gaten in de begroting sloeg. Deze opschorting is eind 2023 afgelopen. De Europese Commissie en de Europese regeringen voeren de normen opnieuw in vanaf 2024 met een nieuwe golf van bezuinigingen. Minister van Financiën Van Peteghem zette in december 2023 namens de Belgische regering officieel het licht op groen voor de herinvoering van deze besparingsmaatregelen. Zonder verzet van de groene en sociaaldemocratische regeringsleden. Erger nog: de Belgische regering heeft de terugkeer van de begrotingsregels zelfs tot één van de prioriteiten gemaakt van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie, in de eerste helft van 2024. Het Europees Verbond van Vakverenigingen heeft berekend dat België door de budgettaire maatregelen 2.0 tussen de 4,5 en 7,5 miljard euro per jaar zal moeten besparen.

De PVDA strijdt al jaren voor de afschaffing van deze regels. "Onrealistisch", "populistisch", antwoordden de traditionele partijen. De snelle opschorting van de regels tijdens de coronacrisis laat zien dat het loslaten van besparingsregels in werkelijkheid niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk is. De coronacrisis toonde wat het resultaat is van een kwart eeuw bezuinigingen in de openbare diensten: de slecht uitgeruste en ondergefinancierde ziekenhuizen en woonzorgcentra en de tekorten aan maskers en productiecapaciteit.

De coronacrisis, de energiecrisis en de oorlog in Oekraïne, met zijn spiraal van sancties en tegensancties, bewijzen de rampzalige gevolgen van de Europese dogma’s. Toch doet de Europese Commissie alsof er niets gebeurd is en komt ze op de proppen met besparingsbeleid 2.0. Vermarkting, concurrentie en bezuinigingen blijven de kernwoorden. De besparingen hebben de openbare diensten tot op het bot uitgekleed. Vermarkting betekent : ontmanteling van de publieke sector en verschuiving van de focus naar winst.

Het Europese herstelplan van 2020 heeft deze problemen niet opgelost. Aan het herstelplan zijn strenge voorwaarden verbonden. De toegekende middelen zijn afhankelijk van en gekoppeld aan het Europees Semester. Onder dit mechanisme moeten landen hun hervormingsrapport voorleggen aan de Europese Commissie waarna de Commissie regeringen op de vingers tikt en "adviseert" om nog dieper te snijden in de gezondheidszorg en de pensioenen. Wie niet gehoorzaamt, krijgt geen geld. Zo werd de Vivaldi-pensioenhervorming, met 3 miljard minder middelen, erdoor geduwd door de Commissie: de toekenning van Europese fondsen was afhankelijk van het doorvoeren van nieuwe besparingen in de pensioenen. Dat kan zo niet blijven doorgaan. In 2019 heeft de Commissie al 15 landen aanbevolen om hun pensioenstelsels te hervormen. Elf van deze landen hebben dat in 2022 nog niet gedaan. Het verzet in Frankrijk tegen de asociale hervormingen van Macron is daar niet vreemd aan. Maar de Commissie gaat toch opnieuw in de aanval.

De terugkeer van besparingen 2.0 maakt dit keurslijf nog strakker. De nieuwe begrotingsregels zijn eind december 2023 goedgekeurd, zonder dat de plenaire vergadering van het Europees Parlement amendementen op de tekst kon voorstellen. De nieuwe regels zullen nog drastischer bepalen wat wel en niet is toegestaan qua investeringen in de komende jaren. Dit is een kwestie van vitaal belang. Toch werden deze regels stilzwijgend goedgekeurd, op minder dan een half jaar van de Europese verkiezingen. Zonder de druk van The Left in het Europees Parlement (de linkse fractie), waar de PVDA lid van is, zou dit zelfs gebeurd zijn zonder een debat of stemming in het Europees Parlement. Europese democratie zei u?

We weten allemaal dat deze regels het gros van de voorgestelde investeringsprojecten in de kiem smoren. De enige die hiervan profiteren zijn ongetwijfeld de grote multinationals, dankzij de onvoorwaardelijke subsidies die hen worden toegekend in naam van het concurrentievermogen van de ‘Europese kampioenen’. Als het gaat om overheidsinvesteringen in sociale projecten, zal de Europese Unie die blokkeren onder het mom van de "vrije concurrentie".

De Europese vakbond EVV heeft berekend dat de nieuwe voorstellen van de Europese Commissie voor 14 Europese landen samen een verplichte besparing van 45 miljard euro betekenen. Volgens het Planbureau zou dit voorstel België kunnen verplichten tot jaarlijkse besparingen van één procent van het bruto binnenlands product, die cumulatief zouden toenemen over een periode van vier jaar. Dat komt neer op een totale begrotingsinspanning van 4 procent van het binnenlands product, of bijna 25 miljard euro.

"Dat zou schadelijk zijn voor de groei, de sociale vooruitgang en duurzame ontwikkeling", reageerden de drie Belgische vakbonden eensgezind. "Er zou geen ruimte meer zijn voor investeringen of voor de ontwikkeling van nieuw beleid." De Maastrichtnormen staan slechts een maximaal tekort van drie procent van het BBP toe. Met de nieuwe regel verplicht de Europese Commissie België om in vier jaar tijd een tekort van één procent van het BBP te bereiken.

PVDA-europarlementslid Marc Botenga veegde vicevoorzitter van de Commissie Maroš Šefčovič de mantel uit. "U bent hier weer met uw belachelijke criteria van drie procent en 60 procent. Waarom 60 procent en geen 40 of 80? U verzint maar wat, en dat allemaal met één doel: onze openbare diensten privatiseren en afbreken, landen dwingen te privatiseren, onze scholen, pensioenen en spoorwegen verkopen aan de hoogste bieder. Kijk maar naar wat bezuinigingen hebben gedaan met onze gezondheidszorg: het is een ramp."

Ons ambitieuze Doe de Switch-programma doet het tegenovergestelde van bezuinigen. We willen het begrotingspact (TSCG) en het stabiliteits- en groeipact achter ons laten. Als het moet, gaan we ook in tegen het Verdrag van Maastricht.

Het Europees Systeem van Rekeningen, kortweg ESR 2010, maakt niet langer onderscheid tussen de gewone en buitengewone begrotingen van lokale overheden. In plaats van een investering over meerdere jaren af te schrijven, moeten lokale overheden het volledige bedrag in het jaar van de lening boeken. Investeringen door lokale overheden - goed voor een derde van alle overheidsinvesteringen - worden daardoor aan banden gelegd. Zonder deze investeringen komt het onderhoud en de renovatie van de lokale infrastructuur in het gedrang.

De belangrijkste functie van een openbare dienst is het leveren van diensten aan de gemeenschap, niet het vullen van de zakken van aandeelhouders. Privatiseringen in al hun vormen zijn mislukt. We weigeren de verdere privatisering van openbare diensten. We hebben sterke openbare diensten en een sterke openbare sector nodig.

We staan opnieuw staatssteun en overheidsmonopolies toe en breken met de Europese regels die dienden om overheidsbedrijven te vernietigen.

We willen een plan voor overheidsinvesteringen dat radicaal verschilt van wat de Europese Unie de afgelopen jaren heeft gedaan.

In de post-Covid periode waren de Europese herstelfondsen van 2020-22 niet bestemd voor de bevolking, maar vooral om grote Europese multinationals te subsidiëren. Het Europese establishment wilde hen helpen om de concurrentie aan te gaan met andere grote buitenlandse spelers uit China en de VS. Vooral op gebied van digitale en groene technologie. De Europese Unie volgt hierbij de ‘publiek-private’ logica. Overheden subsidiëren grote bedrijven en leggen nieuwe infrastructuur aan om aan de behoeften van privébedrijven te voldoen.

Het enorme VS-budget van 393 miljard dollar van de Inflation Reduction Act (IRA), om multinationals te financieren voor energieproductie en groene technologieën, voert de druk op om onvoorwaardelijke subsidies te geven aan Europese multinationals. Die dreigen naar de Verenigde Staten te verhuizen als ze die subsidies niet krijgen.

In België ontvangen bedrijven zoals ArcelorMittal, Engie en de Antwerpse petrochemische multinationals miljoenen euro's subsidies om te investeren in nieuwe, milieuvriendelijkere fabrieken en elektriciteitscentrales. Investeringen die ze normaal gesproken zelf zouden hebben gefinancierd, worden nu betaald door de overheid. En de bedrijven mogen de gemaakte winst houden. 

Wij gooien het roer radicaal om. Wij kiezen voor een openbaar-openbare logica die ons bevrijdt van de chantage van multinationals. En die ons verder in staat stelt om een Europese industriële strategie te ontwikkelen, onafhankelijk van de Verenigde Staten. We breken met de regels die liberalisering en privatisering opleggen en we kiezen voor openbare diensten.

We willen een energetische revolutie die een einde maakt aan de liberalisering van de energiemarkt. Van productie tot distributie, van opslag tot prijsvorming: de energiereuzen hebben alles verprutst. Als we nu niet de hele sector uit hun handen trekken, van het Europese tot het lokale niveau, wanneer dan wel? Dit is wat we bedoelen met "Power to the people". De overheid moet de energiesector weer in handen nemen. Zo maken we energie goedkoop en duurzaam. Met een Europees openbaar energieconsortium maken we werk van een planmatige aanpak van de groene transitie en stimuleren we de samenwerking tussen de Europese openbare energiebedrijven op het gebied van technologische uitwisseling. Zo profiteert iedereen van de sterke punten van elk land. Alleen zo kunnen we de overgang naar hernieuwbare energie versnellen en de prijzen aanzienlijk verlagen.

In het belang van de mobiliteit en het klimaat komen we terug op de liberalisering van het internationale treinverkeer in Europa. We maken dit verkeer toegankelijker. Hogesnelheidstreinen zijn een alternatief voor het zeer vervuilende luchtverkeer op het Europese continent. Momenteel subsidiëren onze regeringen het luchtverkeer. Dat zet een rem op de ontwikkeling van het internationale treinverkeer. We geven voorrang aan reizen over middellange afstanden (minder dan 1000 km). 

We richten een Europees Salk Instituut op. De naam is een eerbetoon aan Jonas Salk, de onbaatzuchtige uitvinder van het poliovaccin. Het Instituut verzamelt de bestaande fondsen en financiert daarmee hoogstaand medisch onderzoek. Onderzoek wordt niet langer overgelaten aan de grillen en winstzucht van grote farmaceutische bedrijven, maar speelt in op bestaande behoeften. Het eindresultaat - nieuwe medicijnen, zelfs voor ziekten die de farmaceutische reuzen als 'onrendabel' beschouwen - wordt een openbaar goed, toegankelijk voor iedereen.

In haar nooit aflatende zoektocht naar nieuwe sectoren om te commercialiseren en te liberaliseren, blijven water en gezondheidszorg in het vizier van de Europese Commissie. Het recht op water en het recht op gezondheid zijn fundamentele rechten. Ze zijn niet te koop. We houden de watersector, inclusief drinkwatervoorziening en afvalwaterzuivering, in handen van de openbare sector. We beschermen de gezondheids- en zorgsector tegen de klauwen van de markt.

Om de portemonnee van de werknemers te beschermen, voeren we een derdebetalersysteem voor het isoleren van woningen in. De Europese richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen maakt dit mogelijk. Wij verzetten ons tegen elke andere interpretatie van deze richtlijn die de werkende klasse zou verplichten om de kosten voor de renovatie van hun woning zelf te betalen, zoals nu het geval is in Vlaanderen.

 

We willen geen Unie die boven de democratie staat. Vandaag heeft alleen de Europese Commissie het recht om Europese wetten voor te stellen en zij staat volledig onder invloed van de multinationale lobby's. Het is onaanvaardbaar dat zij wetten kunnen laten opstellen die hun belangen dienen. Dit initiatiefrecht moet ook worden gegeven aan burgers en sociale organisaties door middel van referenda.

Op deze manier geven we de bevolking de kans om te beslissen. Via een bindend burgerinitiatief kunnn een miljoen mensen in zeven lidstaten een wetgevend initiatief opleggen aan de instellingen of een asociale maatregel kunnen blokkeren. Cruciale beslissingen over de toekomst van de Europese Unie (zoals een nieuw verdrag) moeten ook in elke lidstaat aan een referendum worden onderworpen.

Onderhandelingen achter de schermen en vergaderingen van de Europese Raad, de Eurogroep, het Europees Stabiliteitsmechanisme en Ecofin moeten openbaar worden gemaakt, live via streaming en in de vorm van officiële openbare verslagen.

Qatargate bevestigde dat we moeten breken met de geldcultuur in de Europese instellingen. De commissarissen en leden van het Europees Parlement hebben totaal geen voeling met het echte leven van werknemers. Een lid van het Europees Parlement kan gemakkelijk meer dan 13.000 euro per maand verdienen. De voorzitter van de Europese Commissie steekt meer dan 30.000 euro per maand op zak. Ze beseffen niet wat hogere prijzen betekenen voor gewone mensen. Terwijl ze maar één dag nodig hadden om alle Europese regels op te schorten om de banken te redden of grote bedrijven te subsidiëren, hadden ze een vol jaar nodig om de elektriciteits- en gasprijzen te plafonneren. Dat is geen toeval.

Binnen het Europees Parlement was de PVDA vijf jaar lang de enige Belgische partij die de kwestie van de buitensporige salarissen van commissarissen en parlementsleden op tafel legde. De andere partijen, die altijd klaar stonden om ‘offers’ van het volk te vragen, weigerden systematisch om over hun eigen privileges te praten. We hebben nieuwe normen nodig voor alle eurocraten, met ten minste een halvering van het inkomen van parlementsleden en commissarissen.

Op dit moment worden Europese wetten letterlijk opgesteld door en voor bedrijfslobby's. De meeste Europese commissarissen zijn of waren nauw verbonden met het bedrijfsleven. Tijdens de onderhandelingen over de koopcontracten voor vaccins stuurde Ursula Von der Leyen geheime WhatsApp-berichten rechtstreeks naar het hoofd van Pfizer. Aan de vooravond van zijn benoeming tot Europees commissaris, onder andere verantwoordelijk voor de digitale sector, was de Franse commissaris Thierry Breton nog voorzitter en CEO van Atos, een multinational die actief is in dezelfde sector. De commissaris voor Economische Zaken, Paolo Gentiloni, had aangegeven dat hij voor 300.000 euro aan aandelen bezat, met name in Amazon, een bedrijf dat enkele miljoenen euro's zou moeten betalen als er ooit een Europese digitale belasting zou worden ingevoerd. Deze belangenconflicten verdwijnen niet van de ene dag op de andere omdat een commissaris snel zijn aandelen verkoopt. We moeten een einde maken aan de draaideuren tussen de particuliere sector en de gekozen ambten. Tot zeven jaar na het einde van hun mandaat mogen commissarissen en leden van het Europees Parlement geen mandaat aanvaarden als lid van de raad van bestuur, lid van een adviesraad of consultant van banken, multinationals of beursgenoteerde bedrijven. Leden moeten alle contacten met lobbyisten melden, ook buiten het parlement.

We maken ook een einde aan de nevenfuncties van leden van het Europees Parlement in de raden van bestuur van multinationals of financiële bedrijven. Hoe onafhankelijk ben je echt als Europees parlementslid, als je naast je job nog voor tienduizenden euro’s per maand bijverdient? Het vermoeden van belangenvermenging is duidelijk. De voormalige Belgische liberale premier Guy Verhofstadt verdient tot 300.000 euro per jaar bovenop zijn salaris als lid van het Europees Parlement, dankzij een aantal bijbaantjes, onder andere bij de investeringsmaatschappij Sofina. Dat wordt in de wandelgangen het "Verhofstadt-syndroom" genoemd: zoveel geld verdienen buiten je parlementair mandaat dat het niet langer duidelijk is voor wie je als parlementslid echt werkt. De website Politico heeft de voormalige premier bekroond tot de "grootste oplichter" in het Europees Parlement. Op initiatief van de PVDA heeft een meerderheid van het Europees Parlement herhaaldelijk opgeroepen tot een verbod op deze bijbanen. We maken een einde aan het Verhofstadt-syndroom.

Sociale dumping is wijdverspreid in Europa. De bouwsector importeert goedkope tijdelijke arbeidskrachten om de lonen te drukken. Bedrijven als Ryanair maken schaamteloos misbruik van de Europese economische vrijheden om sociale stelsels te ondermijnen. Dit druist in tegen de vooruitgang die Europese samenwerking zou moeten brengen. Daarom introduceren we het principe van non-regressie: alleen maatregelen die sociale, democratische en ecologische vooruitgang garanderen worden geaccepteerd. De beste praktijken volgen, niet de slechtste. 

Alles begint bij gelijk loon voor gelijk werk. Het loon en het tarief van de socialezekerheidsbijdragen die van toepassing zijn, zijn die van het land waar de werknemer werkt: de beroemde "lex loci laboris".

 In 2019 hoopte een meerderheid van de partijen in het Europees Parlement om het probleem van sociale dumping onder het tapijt te vegen. Zelfs het gebruik van de uitdrukking werd taboe. Europarlementslid Marc Botenga, heeft gevochten om de strijd tegen sociale dumping op tafel te houden.

Ketens van onderaanneming blijken ketens van uitbuiting en onderbetaling te zijn. Het systeem biedt grote spelers een paraplu aan om elke aansprakelijkheid te vermijden. Dit werd pijnlijk duidelijk tijdens het Borealis-schandaal, een multinational gevestigd in de haven van Antwerpen. In het Europees Parlement bevestigde een studie van de PVDA, via de parlementaire groep The Left, waar onze partij deel van uitmaakt, dat onderaanneming nu in heel Europa een model voor sociale dumping is geworden. Net als verschillende Europese vakbondsfederaties willen wij een Europese richtlijn om deze praktijken te reguleren, zodat er een einde komt aan een economisch model dat alleen dient om de winst te maximaliseren ten koste van de werknemers.

We handhaven en versterken de beschermde statuten, bijvoorbeeld van havenarbeiders via de Wet Major, maar ook van chauffeurs. Ze vormen een barrière tegen sociale dumping op zowel Europees als nationaal niveau. Ze kunnen ongelukken voorkomen omdat ze adequate training en bescherming garanderen. Het model van de wet Major, dat het statuut van havenarbeiders in België beschermt, moet worden uitgebreid naar andere sectoren, zoals luchthavens, transport en bouw. Strikte controle is essentieel.

Strikte controle is essentieel. Zowel het Europees Werkgelegenheidsagentschap als de nationale inspectiediensten moeten hiervoor voldoende middelen krijgen. Strenge controle door een sterke sociale inspectiedienst wordt een prioriteit in elke Europese lidstaat: in de landen van herkomst en in de landen waar het werk wordt uitgevoerd. De Sociale Inspectie zal de vakbonden structureel betrekken bij deze controle. Bij overtredingen zullen strenge sancties worden opgelegd om duidelijk te maken dat uitbuiting en sociale dumping op bouwplaatsen niet langer getolereerd worden.

We breiden ook de mogelijkheden voor vakbonden om toezicht te houden op de veiligheid en arbeidsomstandigheden op bouwplaatsen uit. Momenteel kunnen werknemersvertegenwoordigers in ondernemingsraden geen vragen stellen over werknemers in onderaanneming. Afgevaardigden zien en horen wat er op de werven gebeurt, maar mogen de wantoestanden niet ter sprake brengen. Dat moet veranderen. We verbieden ‘postbus-firma's’.

Werkende mensen maakten tijdens de gezondheidscrisis grote opofferingen. Deze 'coronahelden' - de zorgmedewerkers, de supermarktmedewerkers en de vrachtwagenchauffeurs - werden tijdens de pandemie even bejubeld maar net zo snel weer vergeten toen ze hun eisen voor degelijk arbeidsomstandigheden naar voren brachten. Slachtoffers en belastingbetalers droegen de kosten van de overstromingen in juli 2021, terwijl de verzekeringsmaatschappijen verzaakten aan hun plicht om hun klanten te vergoeden. Huishoudens en kmo's hebben de rekening van de energiecrisis opgehoest, die werd veroorzaakt door speculatie op de energiebeurzen. De regering had die speculanten aan banden kunnen leggen, maar weigerde in te grijpen.

Het is tijd om de rijkdommen die ons de voorbije jaren ontnomen werden, terug te nemen. We willen geen Europese belastingen die werknemers treffen. Door een belasting op te leggen aan miljonairs, fiscale achterpoortjes voor grote bedrijven te sluiten, grote belastingfraude te elimineren en te zorgen voor eerlijke belastingen, dragen de breedste schouders de zwaarste lasten. Tot slot voeren we een belasting in op de grote digitale multinationals en een belasting op de overwinsten van multinationals.

We willen dat eerlijke belastingen voorrang krijgen op het vrije verkeer van kapitaal. We leggen de Tobintaks - een belasting op financiële transacties - weer op tafel. We hebben een hoog belastingtarief nodig voor grote bedrijven in de Europese Unie. We streven naar een minimum effectieve vennootschapsbelasting van 25 procent in alle lidstaten zonder uitzondering. Alle multinationals moeten volledige transparantie over hun werkelijke activiteiten in elk land garanderen en belasting betalen als ze winst maken.

Zolang er belastingparadijzen zijn binnen de Europese Unie, moet het vrije verkeer van kapitaal kunnen worden aangevochten. Daartoe bepaalt artikel 64 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de gronden waarop een beroep kan worden gedaan: maatregelen ter bestrijding van overtredingen van de belastingwetgeving en maatregelen ter bescherming van de openbare orde of veiligheid. De vernietiging van openbare diensten en pensioenen door de diefstal van belastinggeld zou ook een van deze gronden moeten zijn.

Vele miljarden verdwijnen nog steeds in ‘zwarte gaten’. Belastingfraude en belastingontduiking kosten de Europese Unie tot 1000 miljard euro per jaar, volgens de eigen schattingen van de Europese Commissie. We verbieden transacties met belastingparadijzen en vechten voor een echte Europese zwarte lijst van belastingparadijzen, inclusief EU-lidstaten. De enige transacties die zijn toegestaan met belastingparadijzen zijn die waarvan vooraf is aangetoond dat ze worden ondersteund door echte economische activiteiten. Dit betekent dat de fiscale en economische verdragen tussen België en belastingparadijzen moeten worden ingetrokken, met uitzondering van de uitwisseling van fiscale gegevens. We verbieden banken om actief te zijn in belastingparadijzen door de banklicenties van onwillige instellingen in te trekken.

Ondertussen blijft de staatsschuld zwaar wegen op veel landen. Die wordt misbruikt om besparingen en speculatie door de financiële markten te rechtvaardigen, ten koste van de landen. We moeten onderzoeken hoe de staatsschuld van verschillende landen is ontstaan en wie er op Europees niveau verantwoordelijk voor is. De banken en financiële instellingen die verantwoordelijk zijn voor of profiteren van de opeenhoping van deze schulden moeten verantwoordelijk worden gehouden. We voeren een burgeraudit van de staatsschuld uit en organiseren een Europese conferentie die moet leiden tot moratoria, verlaagde rentetarieven, herschikking en gedeeltelijke kwijtschelding van schulden ten koste van particuliere banken.

We verbieden hedgefondsen en gestructureerde financiële producten (zoals derivaten), evenals kortetermijnspeculatie en short selling.