We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Een openbare investeringsbank

De Belgische banken boeken historisch hoge winsten, maar gunnen amper een kruimel aan de spaarders. Erger nog, hun dienstverlening wordt steeds duurder en kantoren en geldautomaten verdwijnen. Telkens als de banken na hun roekeloos gedrag op de rand van het faillissement staan, kijken ze wel in de richting van de overheid om miljarden belastinggeld te ontvangen. De winsten zijn dus voor de aandeelhouders, de verliezen voor de  gemeenschap. Daar stellen we paal en perk aan. We beteugelen de privébanken en creëren een publiek alternatief. We vormen Belfius om tot een echte overheidsbank ten dienste van het volk en richten een publieke investeringsbank op voor de ontwikkeling van onze huisvesting, energie, transport en gezondheidszorg.

Banken in België hebben de voorbije jaren enorme winsten geboekt, met rendementen op eigen vermogen die hoger zijn dan het Europese gemiddelde. Vooral de vier grote banken (BNP Paribas Fortis, KBC, ING en Belfius), die 80 procent van de Belgische spaargelden beheren, maken van die quasi-monopolistische positie gebruik om hun eigen zakken te vullen.

 

Anderzijds ondervinden de klanten van de banken - huishoudens, zelfstandigen, kmo’s - dagelijks de pijnlijke gevolgen van het beleid van de banken: kantoren die sluiten, steeds minder geldautomaten, hogere bankkosten, lage spaarrentes maar torenhoge rentes op leningen, en beperkingen op de verstrekte kredieten. De regering weigert in te grijpen en beweert dat de markt zijn gang moet gaan. Maar wanneer diezelfde zucht naar winst de banken aan de rand van het faillissement brengt, zoals in 2008, kan de overheid niet snel genoeg met miljarden over de brug komen. 

 

"We kunnen geen geld toveren", vertelde de Franse president Emmanuel Macron ooit aan verpleegkundigen die hem smeekten om meer te investeren in de gezondheidszorg. ​Toch hebben we de afgelopen 15 jaar geleerd dat dit allemaal zeer relatief is. Het hangt er maar net vanaf wie er om geld vraagt. In 2008 vielen de miljarden euro's als manna uit de hemel om de banken van een faillissement te redden. In België wist de regering in één nacht 27 miljard euro bijeen te garen voor Fortis, ING, KBC en Dexia (het huidige Belfius). Over een periode van tien jaar heeft de Europese Unie 1500 miljard euro uitgetrokken om banken en verzekeraars te steunen, waarmee ze de zwaarst gesubsidieerde sector in de samenleving zijn geworden. Bovendien explodeerde hierdoor onze staatsschuld en moesten we jarenlang de broeksriem aanhalen om het tekort aan te vullen.

 

Het redden van de banken ging gepaard met plechtige beloften en mooie woorden: men zou de financiële wereld radicaal gaan hervormen. Maar zoals iedereen vandaag kan zien, is er niets veranderd in de banksector. Nieuws over banken in moeilijkheden in het buitenland (Crédit Suisse, Silicon Valley Bank enzovoort) horen we steeds vaker, en net als in 2008 gebruiken regeringen overheidsgeld om ze uit de brand te helpen.

 

Tussen de crises door is het altijd business as usual voor de grote banken en hun aandeelhouders. In 2022 boekte BNP Paribas Fortis een historische winst van meer dan 10 miljard euro. ING en KBC presteerden ook goed. Deutsche Bank, die momenteel "de markten zorgen baart", zal zeker aanspraak maken op overheidssteun als het in de problemen komt. Toch heeft de bank tien opeenvolgende kwartalen winst gemaakt en boekte het in 2022 een winst van meer dan 5 miljard euro.

 

Ondertussen zien gezinnen hun spaargeld slinken. Terwijl de inflatie varieert van 4 tot meer dan 10 procent, blijft de rente op spaarrekeningen steken op minder dan 1 procent. ​Mensen die willen lenen om een auto of een huis te kopen hebben het niet makkelijk: daar schiet de rente net wel omhoog naar tussen de 4 en 6 procent. Klanten worden uitgekleed door steeds duurdere diensten, kantoren en geldautomaten worden opgedoekt, het personeel wordt uitgebuit, er zijn massale ontslagrondes en grootschalige belastingontduiking. En nog altijd draaien de winstpompen op volle toeren.

 

Daarom stellen wij drie maatregelen voor.

 

Ten eerste brengen we particuliere banken onder controle. Ten tweede vormen we Belfius om tot een echte openbare bank ten dienste van de mensen. Ten derde creëren we een openbare investeringsbank die publieke investeringsfondsen inzet om aan onze sociale en klimaatbehoeften te voldoen.

 

Ongeveer om de vijftien jaar worden de verliezen afgewenteld op de bevolking, nadat particuliere aandeelhouders grote dividenden ontvangen hebben op de ruggen van gezinnen en werknemers in de sector. Dat is het systeem waarmee we willen breken. Daarom is een openbare banksector van strategisch belang. Het is de maatschappij die de systemische banken moet beheren zodat ze niet onderworpen worden aan de grillen van bankiers en financiers. We moeten een nieuwe grote overheidsbank opzetten om het spaargeld van de burgers te beschermen en om particulieren kredieten en verzekeringen aan te bieden. Een overheidsbank die investeert in plaats van speculeert.

 

In België bestaat een grote bank, Belfius, die sinds 2011 voor 100 procent in handen is van de staat. Maar in plaats van die kans met beide handen te grijpen en er een echte openbare bank van te maken, verkozen opeenvolgende regeringen om Belfius te laten beheren als een privébank: steeds hogere prijzen voor de diensten, kantoren die sluiten, bankautomaten die verdwijnen en snoeien in het personeelsbestand. Het toppunt van hypocrisie: terwijl Belfius haar voortbestaan te danken heeft aan een reddingsoperatie van de overheid die meerdere miljarden euro's heeft gekost, had de directie van de bank in 2022 het lef om te verklaren dat de openbare investeringsprojecten die door de PVDA werden voorgesteld, de overheidsfinanciën in gevaar zouden brengen. De boodschap was meteen duidelijk: er wordt enkel geld getoverd voor de bankreuzen, niet voor sociale noden. We willen afstappen van dit model en Belfius omvormen tot een openbare bank. Belfius 2.0, een bank onder democratische controle en ten dienste van de mensen en het klimaat.

 

We hebben massaal overheidsinvesteringen nodig om de klimaatuitdaging en sociale noden het hoofd te bieden. Hernieuwbare en goedkopere energie ontwikkelen, openbare en betaalbare woningen bouwen, een doeltreffend en goedkoop openbaar vervoersnetwerk opzetten, investeren in openbaar digitaal onderzoek en een toegankelijke en efficiënte openbare gezondheidszorg - dat is hoe we de switch willen en moeten maken naar de maatschappij van morgen.

 

Ook hier stuiten we op het argument van het gebrek aan middelen. Maar niet alleen voor de banken werd de afgelopen jaren massaal geld tevoorschijn getoverd. Terwijl restauranthouders, café-eigenaren en kappers vochten om het hoofd boven water te houden tijdens de coronacrisis, kwam een aanzienlijk deel van de speciaal vrijgemaakte coronabudgetten terecht bij Shell, Total, Siemens, Volkswagen en Louis Vuitton Moët Hennessy (LVHM). Na het eerste jaar van de gezondheidscrisis werd Bernard Arnault, de baas van LVMH, maar liefst 100 miljard euro rijker. Volgens Oxfam zijn er tijdens de pandemie 573 mensen lid geworden van de miljardairsclub, dat is elke 30 uur een nieuwe miljardair. Tijdens de twee jaar durende crisis groeide het vermogen van de allerrijksten sneller dan in de voorgaande 23 jaar. Nu de geopolitieke spanningen oplopen, zijn het de wapengiganten die slapend rijk worden. De Duitse regering vond plots 100 miljard euro om F-35's en andere wapens aan te schaffen. In ons land heeft de regering jaarlijks 5 miljard euro extra vrijgemaakt voor de militaire begroting. Zonder dat hier ook maar enig debat over werd gevoerd. Wapenproducenten Dassault en Lockheed Martin varen er wel bij. Vorig jaar werd wereldwijd meer dan 2000 miljard euro uitgegeven aan wapens, drie keer meer dan aan schone energie.

 

We willen die bladzijde omslaan. Geen verspilling van overheidsgeld meer. Vanaf nu willen we doordacht en verstandig investeren in openbare infrastructuur. Zo vloeit elke euro rechtstreeks terug naar de samenleving. Om deze investeringen in goede banen te leiden en voldoende geld op te halen, willen we een nieuwe openbare investeringsbank oprichten die de drijvende kracht zal zijn achter de transformatie van onze samenleving. Om aan die middelen te geraken, zal die nieuwe bank staatsbonnen uitgeven. De bank zal ook putten uit de middelen die vrijkomen door het belasten van de grootste vermogens, het bestrijden van belastingontduiking en het stopzetten van cadeaus aan de allerrijksten.

Zonder enige vorm van democratische controle heeft de Europese Centrale Bank besloten om haar belangrijkste rentetarieven vanaf juni 2022 aanzienlijk te verhogen. Daardoor werd geld 'duurder': afbetalingen van leningen gingen de hoogte in. De renteverhoging heeft negatieve gevolgen voor de economische groei, de overheidsschuld, de rentelast van huishoudens met schulden ... en niet echt een positief effect voor de spaarders.

 

Terwijl de banken de rente op leningen snel hebben verhoogd, hebben ze de spaarrentes maar mondjesmaat opgekrikt. Bij de grootste bank van het land, BNP Paribas Fortis, is er een verschil van bijna 5 procentpunten tussen de spaarrente en de hypotheekrente. Dit levert de banken natuurlijk forse winsten op. En dan hebben we het nog niet eens over het feit dat banken hun overschot aan liquide middelen bij centrale banken kunnen parkeren tegen zeer aantrekkelijke tarieven, veel hoger dan de tarieven die ze hun eigen spaarders bieden. Op die manier vloeit er weer overheidsgeld richting banken zonder dat zij daar iets voor moeten doen. We willen spaargeld eerlijk laten renderen en hypotheken toegankelijk maken.

 

De Vivaldi-regering weigert in te grijpen en vindt dat de markt zijn gang moet kunnen gaan. Uit de feiten blijkt echter dat, zoals zo vaak het geval is, de markt niet werkt. Een mooi voorbeeld van een dubbele standaard: als banken monsterwinsten boeken ten koste van de mensen, kunnen we niet ingrijpen. Maar wanneer diezelfde zucht naar winst banken aan de rand van het faillissement brengt, zoals in 2008, kan de staat plots wel ingrijpen door miljarden euro's te injecteren.

 

Wij pleiten voor overheidsingrijpen in de rentevoeten om een wettelijke maximumkloof van 2 procentpunten in te voeren tussen de rente die een bank geeft aan spaarders en de rente die ze zet op woningkredieten.

 

Zo dwingen we de banken om een betere rente te bieden op spaargeld, maar ook om de lasten van hypothecaire leningen te beperken, aangezien de combinatie van hoge woningprijzen en hoge rentetarieven betekent dat steeds minder starters erin slagen om een huis te kopen.

 

Om het spaargeld van mensen optimaal te benutten, zullen we een 'beschermde' spaarrekening creëren naar het voorbeeld van het Livret A, dat door de Franse overheid wordt aangeboden. Elke burger zal één A-spaarboekje kunnen aanhouden bij een bank naar keuze. Het maximumbedrag voor dit spaarboekje is 23.000 euro. Elke financiële instelling in België die gereglementeerde spaarrekeningen aanbiedt, zal verplicht zijn om deze dienst op verzoek van klanten aan te bieden.

 

Het door elke bank vastgestelde rentetarief voor het A-spaarboekje moet het wettelijke verschil respecteren van twee procentpunten met de rentevoet voor woningkredieten met een vaste rente van 20 jaar. Als een bank bijvoorbeeld een hypotheekrente van 5,20 procent rekent op haar nieuwe hypothecaire leningen met een vaste rente van 20 jaar, is ze verplicht om een rente van 3,20 procent aan te bieden op het A-spaarboekje.

 

Bovendien mag de rente op deze 'beschermde' spaarrekening nooit lager zijn dan 1,5 procent. We schrappen het verschil tussen de basisrente en de getrouwheidspremie op spaarrekeningen. In België bestaat de rente op een spaarrekening uit twee componenten: de basisrente en de getrouwheidspremie. Met de huidige wetgeving is het dus vooral de getrouwheidspremie die gewijzigd wordt door de verhogingen van de algemene rentevoet die de Belgische banken in 2023 toepassen.

 

Door deze situatie kunnen banken publiciteit maken voor 'misleidende' algemene rentetarieven op spaartegoeden: door voornamelijk de getrouwheidspremie te wijzigen (in plaats van de basisrente te verhogen) kunnen de banken beweren dat ze spaarrekeningen beter belonen, terwijl dit eigenlijk niet echt het geval is. De getrouwheidspremie geldt immers alleen voor bedragen die 12 maanden op de spaarrekening blijven staan: als je in de loop van het jaar geld opneemt van je spaarrekening, zal de bank je voor dat bedrag geen 'vergoeding' geven.

 

In 2023 liggen de (zeer bescheiden) renteverhogingen op spaarrekeningen van de vier grootste banken van het land allemaal tussen 0,25 en 0,40 procent. Volgens Testaankoop werken de voorwaarden van toepassing op getrouwheidspremies feitelijk als een echte "valstrik, een legale oplichterij". De rentevoet van de getrouwheidspremie bijvoorbeeld geldt alleen voor een maximaal spaarbedrag van 500 euro per maand. Maar als het gespaarde bedrag lager is (bijvoorbeeld 200 euro), ontvangt de klant een lager reëel rendement. Volgens de simulatie van Testaankoop is in het geval van de 'Tempo'-rekening van ING, die in september 2023 reclame maakt voor een rendement van 2,25 procent, de reële opbrengst 0,98 procent in het eerste jaar, 1,6 procent in het tweede en 1,80 procent na drie jaar.

 

Ongeveer twee derde van de verhogingen die KBC en BNP Paribas Fortis toepassen, hebben betrekking op de getrouwheidspremie. In het geval van Belfius heeft drie kwart van de stijging van de rentevoet betrekking op de getrouwheidspremie. ING België gaat zelfs nog verder: 80 procent van de aanpassing van de rentevoet geldt uitsluitend voor de getrouwheidspremie.

 

Om te vermijden dat wijzigingen van de spaarrente enkel publicitaire stunts zijn, maar een echte verbetering van het rendement op spaargeld betekenen, zullen we de getrouwheidspremie volledig schrappen uit de berekening van de basisrente voor gereglementeerde spaarrekeningen en voor de rente die van toepassing is op A-spaarboekjes.

 

Zo zal een kredietinstelling die een algemene rentevoetverhoging op gereglementeerde spaargelden van 0,9 procent aanbiedt, verplicht zijn de basisrentevoet te verhogen en zal ze niet langer een tweede rentevoet kunnen aanbieden met afwijkende voorwaarden van die basisrentevoet.

 

We belasten de overwinsten 

 

De afgelopen jaren hebben de banken enorme winsten geboekt, vooral de vier grootste banken (BNP Paribas Fortis, KBC, ING en Belfius) die een marktaandeel van 80 procent hebben. In 2022 hebben deze vier grote banken hun aandeelhouders torenhoge dividenden uitgekeerd ... 26 keer meer dan de rente die zij betalen aan hun miljoenen spaarders.

 

Hun rendement op eigen vermogen (winst ten opzichte van het vermogen van aandeelhouders) was in 2022 hoger dan 10 procent. In de eurozone deden alleen banken in Spanje en Litouwen het beter. Maar de regeringen van deze twee landen hebben besloten om de overwinsten van hun privébanken echt te belasten, terwijl de Vivaldi-regering zich heeft beperkt tot een marginale verhoging van de bestaande belasting op bankwinsten, waardoor de banken 98 procent van de enorme overwinsten die ze hebben geboekt (meer dan 6 miljard euro in 2022) mochten houden.

 

Net als in de energiesector of de agrovoedingssector moeten deze overwinsten specifiek belast worden.

 

We garanderen voldoende geldautomaten en bankkantoren

 

Een van de manieren van de banken om hun winst te maximaliseren is om voortdurend te besparen op de klantenservice. Ooit jaagden de banken klanten weg van kantoren en stuurden ze ze naar bankautomaten om hun geld op te nemen. Zo konden duizenden werknemers ontslagen worden om de loonkosten te drukken (de sector telde 45.500 werknemers in 2022, tegenover 75.000 in 2008). Maar daarna begonnen ze het aantal geldautomaten in te perken. In 2013 hadden we er in België 8.707. In 2021 waren het er nog slechts 5.933.

 

De banken hadden een samenwerkingsplan aangekondigd om de spreiding van geldautomaten over het land te verbeteren. Maar twee grote problemen staken de kop op. Enerzijds zijn ze er niet in geslaagd om één netwerk te vormen. Nu zijn er dus twee: Batopin, dat de vier grootste banken verenigt, en Jofico, dat andere banken samenbrengt. Anderzijds betekende 'betere spreiding' van geldautomaten in de feiten een 'betere vermindering' van het aantal automaten.

 

Deze afname werd bekrachtigd door de regering, die in maart 2023 een overeenkomst bereikte met de banksector. Volgens het akkoord zullen er eind 2025 2.369 locaties zijn met in totaal 4.061 bankautomaten. Per hoofd van de bevolking is dit 2,2 keer minder dan het gemiddelde in de eurozone.

 

De PVDA heeft een wetsvoorstel ingediend om het aantal geldautomaten te verhogen. Deze zouden worden beheerd door één overheidsinstantie die volledig door de banken wordt gefinancierd. Geldautomaten moeten worden geïnstalleerd in overeenstemming met de volgende regels.

 

Ten eerste garanderen we de aanwezigheid van een bankautomaat in elk van de 2.359 gemeenten van het land (gemeenten van vóór de fusie). Ten tweede moeten alle bewoners een geldautomaat kunnen bereiken binnen 15 minuten wandelen van hun huis, dat wil zeggen maximaal 1,2 km over de weg (of maximaal 5 km voor dunbevolkte gebieden).

 

Daarnaast mogen er geen bankkantoren meer sluiten. We hadden in België 8.259 bankfilialen in 2008, maar in 2022 nog slechts 3.590. We zorgen dat burgers toegang hebben tot alle bankdiensten en dat in de lokale bankkantoren personeel beschikbaar is om aan de behoeften van consumenten te voldoen. 

 

We eisen een scheiding tussen investeringsbanken en spaarbanken

 

Na de financiële crisis van 2007-2008 beweerden sommigen dat banken geen risicovol beleid meer voeren en dat de nieuwe wettelijke regels een herhaling van rampen zouden voorkomen. En toch gingen in 2023 opnieuw instellingen in de Verenigde Staten en Zwitserland (onder meer Silicon Valley Bank, First Republic Bank, Crédit Suisse) ten onder. Er zijn extra maatregelen nodig om te voorkomen dat banken zich inlaten met de 'casino-economie'.

 

Deposito- en investeringsactiviteiten van banken moeten van elkaar worden gescheiden. Er is geen enkele rechtvaardiging voor de staat om een investeringsbank te redden: als die bank risico's neemt op de financiële markten, moet ze de verliezen aanvaarden. Depositobanken, die spaargelden van huishoudens aantrekken en leningen verstrekken, moeten daarom worden gescheiden van investeringsbanken.

 

We brengen de hefboomwerking terug tot 10 procent van het eigen vermogen. Banken proberen zoveel mogelijk winst te maken in verhouding tot het kapitaal dat door hun aandeelhouders wordt geïnvesteerd. Dit wordt hefboomwerking genoemd: de grootst mogelijke activa hebben, die de hoogst mogelijke winsten genereren, voor het laagst mogelijke eigen vermogen. Het Bazels Comité, dat de regels opstelt voor het toezicht op banken, heeft de hefboomwerking beperkt: de verhouding eigen vermogen ten opzichte van de activa moet 3 procent bedragen. Dit is te weinig, gezien het feit dat tijdens de financiële crisis van 2007-2008 bij de zwaarst getroffen banken de verliezen opliepen tot 10 procent. We pleiten daarom voor een verhouding van minstens 10 procent.

 

We leggen transparantie op voor alle activiteiten (inclusief schaduwbankieren - activiteiten buiten de balans) en zullen de beloningen en de bonussen van bankdirecteuren inperken.

We verplichten banken en financiële instellingen om hun investeringen openbaar en transparant te maken.

 

Op het gebied van transparantie vragen we banken en beleggingsfondsen om hun beleggingsstrategieën gedetailleerd te publiceren.

 

Zij moeten ook heldere informatie publiceren over:

 

  • de selectiecriteria die ze volgen bij het nemen van investeringsbeslissingen;
  • de namen van bedrijven, projecten of financieringsmaatschappijen die op grond van deze criteria van financiering zijn uitgesloten;
  • al hun marktposities, zodat klanten er zeker van kunnen zijn dat hun geld niet naar fossiele brandstoffen of naar de militaire industrie gaat;

 

Het is ook noodzakelijk dat deze informatie verzameld wordt op een plaats die openbaar en gemakkelijk te vinden is. De informatie moet actueel en vergelijkbaar zijn, en zowel beschikbaar in samengevoegde vorm (voor de groep als geheel) als per dochteronderneming.

We willen een echte overheidsbank oprichten die start met het kapitaal van de huidige Belfius Bank. Belfius werd in 2011 overgenomen door de Belgische staat na het tweede faillissement van Dexia, voor een bedrag van 4 miljard euro. Verdeeld over de Belgische bevolking komt dat neer op 363 euro per persoon.

 

Belfius bestaat alleen dankzij het geld van de overheid. De Belgische staat is de enige aandeelhouder. Toch gedraagt Belfius zich als een privébedrijf. Het enige doel lijkt de bank zo rendabel mogelijk te maken om Belfius later voor de hoogst mogelijke prijs van de hand te kunnen doen. De herstructureringen, personeelsinkrimping en sluiting van kantoren van de laatste jaren zijn daar het bewijs van.

 

Belfius is op dit ogenblik een bank met overheidsgeld die als een privébank beheerd wordt:

  • Leningen en beleggingsproducten worden aan particulieren verkocht zonder ernstig rekening te houden met de impact ervan op maatschappij en leefmilieu.
  • De opbrengsten uit de financiering van gemeenten en de sociale sector worden gemaximaliseerd, zonder er nog maar aan te denken dat een bank ook de rentelasten van gemeenten kan verlichten.
  • Het enige wat telt in de dienstverlening aan de klanten is rentabiliteit, ook als de toegankelijkheid van de dienstverlening daaronder lijdt Zowel het aantal Belfius-agentschappen als het aantal bedienden is sterk gekrompen. Er verdwijnen sinds 2011 zo’n vijftien agentschappen per jaar en het personeelsbestand ging met 20 procent naar beneden sinds de staat Belfius verwierf.

 

De nettowinst van de bank steeg sinds 2012 van 415 euro naar 606 miljoen euro in 2017 en tot 975 miljoen in 2022. De dividenden liepen op tot 385 miljoen in 2022.

 

Dit beheer gebaseerd op particuliere logica leidde er bijna toe dat de bank onder de regering Michel werd verkocht en opnieuw naar de beurs werd gebracht. De Vivaldi-regering heeft deze privatiseringsplannen nooit officieel opgeborgen, maar ze heeft ze ook nooit uitgevoerd. Zolang Belfius nog onder overheidscontrole staat, kunnen we haar een andere koers doen inslaan. Dat is ook de mening van het brede platform van verenigingen, vakbonden en organisaties “Belfius is van ons”.

 

Een bank die de bevolking weer kan vertrouwen

 

In hoeverre zal Belfius versie 2.0 het vertrouwen van de bevolking winnen? De overheidsbank zal zich afzijdig houden van de superspeculatieve internationale kapitaalmarkten en zal dus beschermd zijn tegen risicovolle investeringen, die zoveel andere banken aan de rand van de afgrond brachten. Ze zal een staatsgarantie op bankrekeningen bieden.

 

Belfius 2.0 zal depositohouders ook een vaste rentevoet bieden en goedkope leningen voor particulieren. De bank moet jonge gezinnen in staat stellen om voordelige leningen af te sluiten voor de aankoop van een huis (aangepast aan hun financiële mogelijkheden) De overheidsbank zal haar klanten eenvoudige, begrijpelijke leningen aanbieden, met eenvoudige regels zoals vaste rentevoeten. De cowboypraktijken die de ondergang betekenden van Dexia behoren tot het verleden. Over financiële producten wordt meer informatie verstrekt dan enkel wat cijfers over de financiële rentabiliteit. Die informatie moet voor zoveel mogelijk mensen begrijpelijk zijn. Op die manier zijn de klanten van de bank transparant op de hoogte van wat er met hun bankdeposito’s gebeurt.

 

Belfius 2.0 zal goedkoper zijn. Privébanken zijn bijzonder inventief als het erom gaat hun klanten voor de kleinste dienst te laten betalen. Dat is logisch: hun doel is maximale winst en daarvoor worden alle truken van de foor gebruikt. Kleine ondernemingen en winkeliers zijn daar net zo goed slachtoffer van als ze exorbitante abonnementen moeten afsluiten om hun klanten elektronische betaaldiensten aan te bieden Bij onze overheidsbank kunnen gezinnen en kleine ondernemingen daarentegen gratis betalingen en geldopnames doen. Alle andere diensten zullen vergoed worden tegen kostprijs.

 

Een toegankelijke bank die luistert naar haar medewerkers

 

Belfius 2.0 behandelt mensen niet als nummers. Ze verbindt bereikbaarheid aan kwaliteitsvolle informatie en ontwikkelt voor de klanten nieuwe gebruiksvriendelijke banktechnologieën. Deze bank biedt ook hulp aan bij het beheren van hoge schulden zodat er minder mensen ‘failliet’ gaan. Wij garanderen dat de bankdiensten in het hele land toegankelijk zijn. De overheidsbank zal een netwerk van geldautomaten opzetten dat alle wijken dekt en een gratis geldopnameservice biedt. Het netwerk van bankkantoren in elke wijk blijft behouden of wordt zelfs uitgebouwd. De kantoren bieden behalve internetbankieren en automaten ook gratis advies aan hun klanten. Niet alle gebruikers zijn immers in staat om digitale instrumenten te gebruiken.

 

In tegenstelling tot privébanken zal Belfius 2.0 een correct personeelsbeleid voeren. Zij zet bankbedienden niet onder hoge druk. Zij bant onbetaalde overuren en de stress om tot elke prijs bepaalde cijfers te halen.

 

Een bank die investeert in de samenleving en publieke diensten

 

Een overheidsbank is ook een garantie dat in de maatschappij geïnvesteerd wordt: in energiebesparing voor particulieren, duurzame economie en hulp aan kmo’s. Deze bank levert een bijdrage aan de lokale economische ontwikkeling omdat zij ten dienste staat van gemeenten en de sociale sector en omdat zij gemeentelijke investeringen in overheidsdiensten steunt (de bouw van scholen, sportzalen ...). Gemeenten zullen verantwoordelijk zijn voor een derde van de openbare investeringen. De overheidsbank biedt aantrekkelijke leningen aan aan zelfstandigen en kleine ondernemingen met een sociaal en ecologisch doel of die personen in dienst nemen die ver van de arbeidsmarkt af staan. De overheidsbank zal niet investeren in wapenhandel of in projecten die schadelijk zijn voor het leefmilieu.

 

Belfius 2.0 wordt de bevoorrechte schuldeiser van de staat en de gemeenten. Vandaag leggen privébanken een hoge rentevoet op aan de openbare schuld. Natuurlijk is het gemakkelijker om zulke schulden met een overheidsbank opnieuw te onderhandelen. Hoge rentevoeten blijven betalen op de openbare schuld zou absurd zijn.

 

Een bank onder democratische controle

 

Een overheidsbank moet onder democratische controle staan met bestuurders ten dienste van het publiek. We richten een controlecommissie op die bestaat uit vakbonden, consumenten- en burgerverenigingen. Deze commissie zal een scenario uitwerken om tot een echte overheidsbank 2.0 te komen, die ten dienste staat van het publiek. De commissie zal ook verantwoordelijk zijn voor de controle van de bank, met verschillende prioriteiten:

 

  • Bestuurders krijgen geen mandaat in private raden van bestuur. Bestuurders mogen niet meer dan één functie tegelijk bekleden. Er komt een vaste begrensde vergoeding voor de directieleden van de bank, zonder gouden handdruk.
  • De leden van deze commissie hebben recht op begrijpelijke informatie over de gefinancierde projecten. Zij hebben een vetorecht tegen managementbeslissingen die niet stroken met de filosofie van de bank. In dat geval wordt de beslissing geblokkeerd en moet het management een alternatief voorstel doen.
  • Wij geven burgers het recht om gedetailleerde informatie op te vragen over bankactiviteiten in elke buurt en over subsidies die aan bedrijven worden verstrekt.
  • We blokkeren investeringen in hedgefondsen, fossiele brandstoffen en beleggingsfondsen die bijdragen aan de vernietiging van werkgelegenheid in de industrie en van de pensioenen van werknemers.

 

Deze democratische controle staat haaks op het huidige beleid van Belfius. Er heeft geen fundamenteel publiek debat plaatsgevonden over de rol van de bank, haar bestuur en haar toekomst sinds de staat de controle heeft overgenomen. Er werden nochtans miljarden aan openbare middelen in geïnjecteerd. Op dit ogenblik verdient Marc Raisière, de voorzitter van het directiecomité van Belfius zo'n 700.000 euro per jaar. Een obsceen salaris voor een bank die gered werd met het geld van gewone mensen. Het weerhield hem er niet van om op het hoogtepunt van de coronacrisis te verklaren dat de faillissementen van restaurants en cafés misschien geen slechte zaak waren in termen van de 'sanering' van de economie.

Niemand zal ontkennen dat de besparingen op investeringen in de afgelopen decennia een zware tol hebben geëist van de samenleving. Ons land heeft een investeringsplan nodig. De rampzalige omstandigheden waarin de NMBS en de Lijn zich bevinden, de wachtlijsten in de gezondheidszorg, het tekort aan leerkrachten en zorgpersoneel, het buitensporige aantal verkeersongevallen, de trage transitie naar groene energie, de steeds groter wordende groep langdurig zieke werknemers, de wooncrisis ... De crisissen die zich nu opstapelen zijn het resultaat van keuzes uit het verleden.

 

Een openbare investeringsbank voor de ecologische transitie en dringende sociale behoeften

 

Om deze spiraal te doorbreken en tegemoet te komen aan de huidige en toekomstige sociale en klimaatbehoeften, willen we een openbare investeringsbank oprichten naar het Duitse model van de Kreditanstalt für Wiederaufbau (KfW, Duitse kredietinstelling voor wederopbouw). Deze overheidsbank bestaat al tientallen jaren en is een toonbeeld van stabiliteit. "De veiligste bank ter wereld", wordt vaak gezegd. Ze is volledig in handen van de Duitse overheid en haalt geld op bij spaarders om overheidsinvesteringen te financieren. Dankzij deze bank blijven deze investeringen buiten de begroting en zijn ze dus niet onderworpen aan het dictaat van de begrotingsdiscipline van de Europese Unie. Zo heeft Duitsland enorme vooruitgang weten te boeken op het gebied van hernieuwbare energie en woningisolatie.

 

Net als in Duitsland willen we dat onze nieuwe openbare investeringsbank de drijvende kracht wordt achter een grote campagne om huizen te isoleren en te renoveren. De bank zal rentevrije leningen kunnen aanbieden aan huiseigenaren en kleine bedrijven die hun huis of bedrijf energiezuiniger willen maken. De lening wordt dan op korte termijn terugbetaald met het geld dat is uitgespaard door het gedaalde energieverbruik. Zodra de lening is terugbetaald, kunnen huiseigenaren voluit profiteren van hun lagere rekeningen, of een nieuwe lening afsluiten om de volgende stap te nemen en zonnepanelen of een warmtepomp te installeren. Dit systeem is veel doeltreffender dan het toekennen van premies, waarbij huiseigenaren momenteel eerst het volledige bedrag moeten voorschieten of een dure lening bij een privébank moeten afsluiten. De bank zal ook het kapitaal verschaffen dat nodig is om de grote overheidsprojecten op het gebied van energie, vervoer, technologie en gezondheid te financieren.

 

Een bank die investeert in echt economisch herstel

 

De nieuwe openbare investeringsbank stelt zich tot doel om te investeren in grote sociale en klimaatprojecten en ons zo voor te bereiden op de toekomst. Dankzij deze investeringen blazen we de economie nieuw leven in. Dit zal honderdduizenden nieuwe banen opleveren in de gezondheidszorg, het openbaar vervoer, de bouw, nieuwe technologieën en hernieuwbare energiebronnen. Van arbeiders tot wetenschappers, van technici tot kunstenaars, er is voor ieder wat wils. Een planmatige aanpak van energie, vervoer en huisvesting zal ons ook beschermen tegen klimaatrampen en de astronomische kosten die hiermee gepaard gaan als we op het huidige niveau blijven uitstoten. Bovendien is het isoleren van huizen niet alleen goed voor het klimaat, maar ook voor de portemonnee. Als we als samenleving de vruchten kunnen plukken van publieke innovatie in gezondheidszorg of technologie, zullen we aanzienlijke inkomsten verwerven en kosten besparen. Investeringskeuzes zullen, net zoals het model ontwikkeld voor Belfius 2.0, gemaakt worden in een geest van transparantie en democratische controle.

 

De sterkste schouders zullen bijdragen aan deze investeringen

 

Naast het verzamelen van spaargeld kunnen extra middelen worden toegevoegd door degenen met de sterkste schouders meer te laten bijdragen. Een miljonairstaks zal het startkapitaal bijeen brengen dat nodig is om de nieuwe overheidsbank op te richten. Dat kapitaal zal vervolgens worden gebruikt om de overheidsdiensten te verbeteren en de sociale zekerheid te versterken. Extra middelen kunnen ook gevonden worden door een einde te maken aan de belastingvoordelen voor de allerrijksten en door een echt effectieve strijd aan te binden tegen belastingontduiking. Legale belastingontwijking en daadwerkelijk belastingontduiking (30 miljard euro in 2020) zijn samen goed voor ontzettend hoge bedragen, die we willen bundelen via onze nieuwe openbare investeringsbank voor echt nuttige projecten.

 

Transparant en democratisch beheer

 

Informatie over partners, de voortgang van investeringsprojecten en de financiële positie van de bank zal permanent beschikbaar zijn op een vrij toegankelijke website. Elk individu of bedrijf kan zo controleren hoe de publieke investeringsbank het geld van de bevolking heeft gebruikt en ervoor zorgen dat de ecologische en sociale doelstellingen van de bank worden gerespecteerd.

Naar het voorbeeld van de publieke bank "Belfius 2.0" zullen de directieleden van de openbare investeringsbank ook ten dienste staan van het publiek. De controle over de bank zal ook worden gewaarborgd door een commissie bestaande uit vakbonden, consumentenorganisaties en burgers.

 

De Controlecommissie zorgt ervoor dat:

 

  • de beloning voor bestuurders en beheerders van investeringsbanken vast staat en begrensd is, zonder gouden parachutes.
  • de investeringsdoelen voor het klimaat en voor de sociale behoeften van de bevolking worden gerespecteerd.
  • burgers toegang hebben tot gedetailleerde kwartaalinformatie over bankactiviteiten en over subsidies die aan bedrijven worden verleend.
  • de bank niet investeert in hedgefondsen, fossiele brandstoffen en beleggingsfondsen die bijdragen aan de vernietiging van werkgelegenheid in de industrie en van werknemerspensioenen.

 

Alleen met een democratisch gecontroleerde publieke investeringsbank kunnen we de heersende logica van kortetermijninvesteringen, die de echte behoeften van de bevolking en de uitdaging van klimaatverandering negeert, echt omkeren.