We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Energie

Kunnen we energie betaalbaar en volledig duurzaam maken? Ja, dat kan. Maar dan moeten we wel breken met de wetten van de markt en de sector onder democratische controle plaatsen. Energie is een basisbehoefte en mag geen handelswaar zijn waar energiemultinationals mee kunnen speculeren om miljarden euro's overwinsten te maken. We verlagen en blokkeren de energieprijzen. En door energie in eigen handen te nemen, versnellen we de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Goed voor het klimaat, uitstekend voor onze portemonnee.

Energie is een basisbehoefte. Licht, een fornuis, een chauffage of een warme douche zijn geen luxeproducten. Energie is ook essentieel voor onze economie: om de scholen en ziekenhuizen te laten draaien, machines aan de gang te houden en de treinen te laten rijden. Al die sectoren komen in de problemen door het wanbeleid van de afgelopen twintig jaar. Opeenvolgende regeringen hebben onze energie uit handen gegeven en ons volledig afhankelijk gemaakt van een paar multinationals en hun raden van bestuur. De energiecrisis maakt duidelijk hoe dramatisch die beslissing was: onze energiefacturen gingen door het dak, terwijl de energiemultinationals historische winsten boekten. 

Minstens even historisch was het gebrek aan daadkracht van de Vivaldi-regering. Onze regering was altijd bij de laatste om in te grijpen. Ze weigerde de energieprijzen te blokkeren, zoals Frankrijk en andere Europese landen dat deden. Ze verstopte zich achter Europa en zwaaide met een Europees prijsplafond dat zo hoog lag dat het nooit geactiveerd werd. Ze weigerde te verhinderen dat de energiemultinationals historische overwinsten boekten en liet de bevolking haar plan trekken met enkele energiepremies. Net zoals de energieprijzen ging het beleid als een jojo op en neer: de regering verlaagde de btw, om vervolgens de accijnzen te verhogen. Ze breidde het sociaal tarief uit, om het daarna weer af te pakken. Ze liet de prijzen ongecontroleerd stijgen en liet alle maatregelen betalen door de belastingbetaler, niet de energiemultinationals. Op die manier beschermde ze keer op keer de belangen van Engie en co. Een goed voorbeeld hiervan is de deal die in juni 2023 gesloten werd tussen Engie en de federale overheid, waarbij alle financiële risico's in verband met de verwerking en opslag van nucleair afval op de burgers worden afgewenteld. Als tegenprestatie kan Engie niet eens garanderen dat onze lichten zullen blijven branden na 2025 en kan het niet verantwoordelijk worden gehouden als dat niet zo is.

Energie is een kwestie van publiek belang. Door de klimaatcrisis is dat meer dan ooit het geval omdat er een snelle, maar uiterst complexe overgang nodig is naar hernieuwbare energie. Al die windmolens en zonnepanelen moeten nauwkeurig ingepast worden in een nieuw energiesysteem dat ons op elk moment van het jaar betrouwbare en goedkope energie oplevert. Er zal dus zorgvuldig gepland moeten worden om die uitdaging tot een goed einde te brengen. Tegelijkertijd is het van cruciaal belang om de transitie betaalbaar te maken voor de gewone mensen en hen niet, zoals meestal gebeurt, op te laten draaien voor de kosten. Daarom kunnen we transitie niet overlaten aan aandeelhouders en speculanten op de beurs die maar één cijfer in de gaten houden, hun eigen winst. Het is tijd om afscheid te nemen van die kunstmatige energiemarkt, die alle traditionele partijen, van de groenen en de socialisten tot de liberalen en de N-VA, hardnekkig blijven verdedigen.

De energiecrisis deed de gas- en elektriciteitsfacturen van de ene op de andere dag ontploffen. Het was daarom dringend noodzakelijk om deze prijzen zo snel mogelijk te verlagen.Vanaf het begin van de energiecrisis legde de PVDA de btw-verlaging opnieuw op tafel. We haalden meer dan 300.000 handtekeningen op. Van september 2021 tot maart 2022 kwamen onze volksvertegenwoordigers in totaal 10 keer tussen om te pleiten voor de btw-verlaging op energie. 

De regering verzette zich met hand en tand. PS-voorzitter Paul Magnette verklaarde dat hij een btw-verlaging “nooit een goed idee had gevonden”. Tinne Van der Straeten, de groene minister van Energie, zei dat ze niet geloofde in een “domme” btw-verlaging en VLD-fractieleidster Maggie De Block noemde de btw-verlaging “boerenbedrog”. Elke keer opnieuw vonden ze drogredenen om de btw op energie niet te verlagen. Zoals het riedeltje dat een btw-verlaging niet rechtvaardig zou zijn aangezien ze ook geldt voor iemand met een verwarmd zwembad. De redenering is de wereld op zijn kop: de btw is per definitie regressief en dus asociaal. Ze treft vooral mensen met een laag inkomen. Als je de ultrarijken wil laten bijdragen, dan doe je dat via een miljonairstaks, niet via de energiefactuur. Even absurd was het argument van de regering dat een btw-verlaging “niet aanzet om energiezuinig te leven”. Door energie duur te maken gaan we de energietransitie niet realiseren. Je ontneemt mensen enkel de toegang tot energie, een levensnoodzakelijke basisbehoefte. Meer dan 7 maanden lang verzette de regering zich als een duivel in een wijwatervat. Tot de druk te hoog werd en de regering met veel tegenzin de btw verlaagde in de loop van 2022. Eerst enkel op elektriciteit en vervolgens op aardgas. Aanvankelijk enkel als tijdelijke maatregel, die maand na maand werd verlengd. Maar onder druk werd de btw uiteindelijk permanent vastgesteld op 6 procent. Energie is een basisbehoefte. We hoeven er geen 21 procent btw op te betalen, zoals op een luxeartikel. Toch heeft deze btw-verlaging heel wat voeten in de aarde gehad.

Maar wat besloot de Vivaldi-regering daarna? Om de accijnzen op energie te verhogen. Het resultaat? Vandaag betalen huishoudens ... 350 miljoen euro extra aan belastingen. Dat is gemiddeld 102 euro per jaar per gezin. De regering doet daarmee de voordelen van de btw-verlaging volledig teniet. Ondanks de beloftes van de Vivaldi-regering wordt energie nu nog zwaarder belast dan voor haar aantreden. Daardoor was energie begin 2023 in België duurder dan in om het even welk ander West-Europees land. Een "taksenregering", zo reageerde Peter Mertens (PVDA) op de beslissing van Vivaldi.

We annuleren daarom de accijnsverhoging van Vivaldi. Onze energiefactuur mag geen tweede belastingbrief zijn, om de tekorten in de begroting te vullen. 

Maar dat is bij lange na niet genoeg. Want zelfs als de prijzen lager zijn dan op het hoogtepunt in de zomer van 2022, zijn onze energierekeningen nog steeds 30 tot 50 procent hoger dan voor de energiecrisis.Om energie betaalbaar te maken, moeten we de energieprijzen blokkeren. Zo’n prijsblokkering is hoognodig, want alle hoeraberichten van de regering ten spijt ligt de energiecrisis niet achter ons. We betalen nog altijd een pak meer voor energie dan voor de crisis en er is geen enkel mechanisme dat verhindert dat de energieprijzen opnieuw de lucht inschieten. Wij willen stabiele, lage energieprijzen. Voor iedereen.

De energiecrisis deed de energieprijzen op de beurzen ontploffen. Plots was energie vijf of zelfs tien keer zo duur, terwijl de reële productiekosten van elektriciteit of gas niet of amper gestegen waren. Engie-Electrabel produceert elektriciteit aan zo’n 35 euro per MWh, maar kon die plots verkopen voor woekerprijzen van 200, 300 euro, of zelfs meer ... Te zot voor woorden. Wij verlagen en blokkeren de elektriciteitsprijzen door ze vast te leggen op basis van wat het werkelijk kost om die stroom te produceren (het “kost+ systeem”). Dat is de manier waarop de elektriciteitsprijzen bepaald werden voor de liberalisering van de energiesector. Het is perfect mogelijk op Belgisch niveau, aangezien de elektriciteitsproductie voor ons land quasi volledig in België plaatsvindt. Ook Frankrijk blokkeerde de prijzen, waardoor elektriciteit bij onze zuiderburen meer dan de helft goedkoper werd.

De energiemultinationals zijn de grote winnaars van de energiecrisis. Zij boeken ongeziene overwinsten, die als manna uit de hemel vallen. Onze studiedienst berekende dat Engie-Electrabel met de Belgische kerncentrales sinds het begin van de crisis al 4 miljard euro overwinsten binnenhaalde. De komende periode kan het naar schatting nog eens 3 à 5 miljard euro extra overwinst boeken.  

Het was de PVDA die het thema van de overwinsten hoog op de agenda plaatste. Met onze studiedienst publiceerden we eind september 2021 een eerste dossier over de overwinsten. De krant de Standaard kopte “Kerncentrales winnaar hoge energieprijzen”. De studie viel op een koude steen bij de regering. “Er zijn geen overwinsten”, reageerde de minister van Energie, Tinne Van der Straeten (Groen). De vorige minister van Energie, Marie-Christine Marghem (MR) trad haar bij: “Ik zie niet hoe we overwinsten gaan vinden”. Vier maanden lang zal de regering het bestaan van overwinsten ontkennen. Wanneer de PVDA begin 2022 met nieuwe, gedetailleerde cijfers naar buiten komt en het zonlicht niet meer kan ontkend worden, verandert de regering het geweer van schouder. Minister Van der Straeten verklaart dat “niemand zich mag verrijken tijdens deze energiecrisis”, een belofte die ze maanden aan een stuk zal blijven herhalen. Maar concrete actie onderneemt ze niet. Ze verschuilt zich achter Europa of blijft rondjes draaien door steeds opnieuw advies te vragen aan allerlei instanties. Onze volksvertegenwoordiger Peter Mertens beet zich vast in het dossier. Hij liet zich inspireren door de Italiaanse overwinsttaks en werkte samen met fiscale experten het wetsvoorstel-Mertens uit: een waterdichte juridische tekst om het geld te gaan halen bij Engie. Ondertussen bleef Peter Mertens het vuur aan de schenen leggen van de regering. Voortdurend interpelleerde hij de regering in het parlement in de hoop dat ze eindelijk hun belofte zouden nakomen om de overwinsten van de energiemultinationals af te romen. 

Na meer dan een jaar en dankzij onze druk voerde de regering eind 2022 dan toch een overwinsttaks in. Maar de berg baarde een muis. De overwinsttaks van Vivaldi roomt maar een klein deel van de overwinsten van Engie af. De overwinsttaks was ook maar tot juni 2023 geldig, terwijl Engie via langetermijncontracten tot minstens eind 2025 van overwinsten verzekerd is. Wij willen een serieuze overwinsttaks, waarbij minstens 70 procent van de overwinsten afgeroomd worden. Andere landen tonen dat het kan: Griekenland voerde een overwinsttaks van 90 procent in, Tsjechië van 60 procent en Italië van 50 procent. Het is een kwestie van politieke wil.

We willen ook de gasprijzen blokkeren. Daarvoor schakelen we de gasbeurzen op Europees niveau uit en stappen we terug over op lange termijncontracten die onderhandeld worden tussen de EU en de gasproducerende landen. Zo’n 30 procent van het Europese gas komt via pijpleidingen uit Noorwegen. Noorwegen heeft geen andere manier om zijn gas naar Europa te exporteren, wat ons een sterke hefboom geeft om een lagere prijs te eisen. Nog eens 40 procent is vloeibaar gas (LNG) dat per schip wordt ingevoerd, voornamelijk uit de Verenigde Staten en Qatar die enorme overwinsten boeken ten koste van de Europeanen. Ook hier is een zeker marge voor onderhandeling. In afwachting van zo’n structurele oplossing op Europees niveau, blokkeren we de gasprijs op Belgisch niveau. Deze prijsblokkering financieren we met de opbrengst van de overwinsttaks. Op die manier doen we de energiemultinationals en niet de mensen of de overheid de crisis betalen.

Niet alleen energieproducenten rekenden zich rijk, ook leveranciers pikten een graantje mee. Toen de prijzen daalden, zagen sommige leveranciers hun kans schoon om hun marges en kosten op te trekken. Het is voor de consument vandaag quasi onmogelijk om het meest voordelige energiecontract te vinden. De liberalisering heeft tot een explosie van verschillende energiecontracten, tarieven en prijsformules geleid. Burgers lopen verloren in de jungle van de energiemarkt en betalen hier letterlijk en figuurlijk de prijs voor. We beperken daarom het aanbod tot één tarief per leverancier. Om de consument te beschermen tegen plotse prijsverhogingen, garanderen we ook vaste prijzen die maar één keer per jaar aangepast kunnen worden.

Voor de energiecrisis leefde een op de vijf families in energiearmoede. Voor een welvarend land als België is dat totaal onaanvaardbaar. Hoe de energiearmoede geëvolueerd is tijdens de energiecrisis weten we zelfs niet: de overheid houdt hier niet eens cijfers over bij. Op elke parlementaire vraag over de stijging van de energiearmoede tijdens de energiecrisis antwoordde minister voor Armoedebestrijding Karine Lalieux (PS) doodleuk: “Mijn administratie houdt  dergelijke statistieken over energiearmoede niet bij”. De kop in het zand steken noemt men dat. Schuldig verzuim ook. We voeren een ambitieuze strijd tegen energiearmoede en grijpen in tegen praktijken die vooral kwetsbare mensen raken. We schaffen het ontradingstarief af dat mensen die al betalingsproblemen hebben, nóg meer doet betalen voor energie en voeren een verbod in op deur-aan-deurverkoop of verkoop per telefoon van energiecontracten.

Op regionaal niveau schrappen we alle heffingen en taksen uit de energiefactuur. Beleid financieren we via een eerlijke fiscaliteit, niet via de energiefactuur. We schrappen ook het onrechtvaardige capaciteitstarief in Vlaanderen, dat de netkosten niet eerlijk verdeelt over alle gebruikers. We verzetten ons tegen de verplichte invoering van slimme meters. Ondanks de (valse) beloftes van de Vlaamse regering raakten veel gezinnen hun terugdraaiende meter kwijt. In ruil kregen we allemaal een verplichte digitale meter. Met de PVDA zeiden we toen al: doe dat niet, digitale meters zijn peperduur en bieden de gebruiker amper voordelen. En wat blijkt: digitale meters zijn peperduur en bieden de gebruiker amper voordelen. Ze kosten dubbel zoveel als in andere Europese landen! Dat komt neer op zo'n 1.000 euro per gezin, voor een meter die amper voordelen biedt. Experts stellen zich luidop vragen en pleiten voor een herziening van die verplichting voor iedereen. Exact wat wij in 2021 al voorstelden in het Vlaams parlement: geef de keuzevrijheid terug. Wie een digitale meter wil, prima. Maar dwing mensen niet om er één te installeren op straffe van boetes. Zorg eerst voor échte voordelen met de meter, en dan stappen mensen vanzelf over.

Tot slot verzetten we ons tegen de Europese koolstoftaks op verwarming en transport. Die dreigt een gemiddeld gezin 243 euro extra te doen betalen. De koolstoftaks jaagt de werkende mensen enkel op kosten en helpt het klimaat geen meter vooruit. Mensen die hun auto nodig hebben om te gaan werken, laat je met een koolstoftaks alleen maar dieper in de portefeuille tasten. Je helpt hen op geen enkele manier aan een realistisch alternatief. Ze maakt het openbaar vervoer niet plots toegankelijker, stipter en comfortabeler. Ze helpt mensen ook niet met het isoleren van hun woning. Integendeel, ze houden daardoor nóg minder over aan het einde van de maand. Wat we nodig hebben is een ambitieus sociaal klimaatbeleid, dat mensen helpt en niet pest, en zorgt voor betaalbare initiatieven. Dat kan alleen met massale publieke investeringen in openbaar vervoer en een publieke aanpak voor het isoleren van gebouwen (Zie Klimaat Hoofdstuk).

De liberalisering verhoogde onze afhankelijkheid van vervuilende energiebronnen zoals olie en gas. De olie- en gasindustrie maakte de afgelopen 50 jaar 2,8 miljard dollar winst. Per dag. Waarom zouden de energiereuzen in hernieuwbare energie investeren zolang er nog zoveel gas en olie in de grond zit? 

Vandaag is hernieuwbare energie de goedkoopste manier om elektriciteit te produceren. Maar te snel overstappen op hernieuwbare energie brengt de toekomstige winsten van de private gas-, olie- en kerncentrales in gevaar. In 2022 zaten de investeringen in windenergie op het laagste niveau in 12 jaar tijd. De overwinsten die de energiemultinationals boekten werden niet geïnvesteerd in hernieuwbare energie. De vijf westerse oliegiganten (Shell, Total, ExxonMobil, BP en Chevron) boekten in 2022 een duizelingwekkende 200 miljard euro winst. Maar ze gebruikten die om torenhoge dividenden uit te keren en om nog meer te investeren in olie en gas. Slechts 2,5 procent van de investeringen van Big Oil gingen naar hernieuwbare energie.

Het is de paradox van de Europese energiemarkt: het snel ontwikkelen van goedkope hernieuwbare energie is de beste manier om onze afhankelijkheid van olie en gas en hun prijs af te bouwen en de klimaatcrisis aan te pakken. Maar het tegenovergestelde gebeurt: op groene investeringen wordt bespaard en investeringen in olie en gas, worden gestimuleerd. Waarom? Omdat de energiemultinationals veel meer winst maken met de fossiele brandstoffen gas en olie. Ondanks dit complete falen van de markt, wil geen enkele grote politieke familie dat principe in vraag stellen. We hebben dringend nood aan een transitie naar 100 procent hernieuwbare energie. De uitstap uit fossiele brandstoffen is de hoeksteen van elk klimaatbeleid. Maar dan mogen we onze energietoekomst niet in de handen leggen van de belangen van private partijen die enkel gedreven worden door winst en dividenden.

Het grootste potentieel aan hernieuwbare energie in ons vlakke land is wind. We richten daarom een nationaal openbaar energiebedrijf op dat langs autosnelwegen en op de Noordzee volop investeert in nieuwe windmolens. Een dichtbevolkt land als België met een wisselvallig klimaat zal natuurlijk nooit volledig zelf over de nodige hernieuwbare energie kunnen beschikken. We moeten de handen in elkaar slaan met de andere landen rond de Noordzee. Samen met onder meer het Deense Ørsted creëren we een cluster van publieke bedrijven die het initiatief nemen om de energie van de Noordzee aan land te brengen, te stockeren en te verdelen over de verschillende regio’s. We nemen de ambitie van de Denen over: tegen 2040 moeten alle landen die aan de Noordzee liggen energie-onafhankelijk zijn en genieten van een stabiele en goedkope levering van hernieuwbare energie. 

We kunnen dit initiatief niet overlaten aan de privé. Dan worden alle kosten afgeschoven op de consument en halen we de doelstellingen niet. We willen een breuk met de huidige logica van de regering: de privésector massaal subsidiëren met overheidsgeld om hen aan te zetten tot investeren. Dat zorgt elke keer opnieuw voor het socialiseren van de kosten, maar privatiseren van de winsten. De regering organiseerde eind april 2023 een heuse “Noordzeetop” in Oostende. Raad eens wie er aanwezig was? Wetenschappers gespecialiseerd in hernieuwbare energie? Werknemers of vakbonden vanuit de sector? Milieuorganisaties? Nee, enkel staatshoofden, de Europese Commissie en vertegenwoordigers uit de industrie, zoals DEME en Jan de Nul, gespecialiseerd in baggerwerken, de werkgeversfederatie Agoria en het Belgian Offshore Platform, de officiële lobby voor de windindustrie in België, waartoe dochterondernemingen van Engie, Eneco en RWE behoren. In totaal waren meer dan honderd bedrijfsleiders aanwezig in Oostende.

Tijdens de bijeenkomst lijstten de bedrijven hun wensen op. “Hier zijn de projecten waarvoor we graag subsidies willen”, zeiden ze. Wie daarvoor moet betalen? “De rekening komt onvermijdelijk bij de consument terecht", concludeerde de RTBF in haar reportage[1]. Meer nog, uit recent onderzoek blijkt dat Europa verre van op schema zit om haar doelstellingen te bereiken. Van de 76GW aan windenergie die de Europese Noordzeelanden tegen 2030 willen realiseren, zal met de huidige aanpak en aan het huidige tempo minder dan de helft gerealiseerd worden. We stoppen dan ook met subsidies aan privébedrijven, maar kiezen voor publieke investeringen en een planmatige aanpak, onder democratische controle. We versnellen de uitbouw van offshore windenergie en  schrappen het dure CRM-subsidiemechanisme voor de bouw van nieuwe gascentrales. De nieuwe windmolens op zee en bijhorende infrastructuur houden we in publieke handen. 

Naast die Europese pijler in de Noordzee hebben we ook een fijnmazig netwerk van lokale publieke bedrijven nodig die met zonne- en windenergie en batterijen aan de slag gaan. In Hamburg, München en Berlijn bestaan ze al: de ‘Stadtwerke’, noemen ze dat daar. Ze produceren hernieuwbare energie, zorgen dat die tegen lage prijzen bij de inwoners terechtkomt en helpen gezinnen om hun huis te isoleren. De lokale publieke bedrijven investeren massaal in propere energie: collectieve verwarming voor appartementsgebouwen of straten, zonnepanelen, kleine windmolens of zelfs een kleine waterkrachtcentrale. Ze kunnen er ook voor zorgen dat de warmte die opgewekt wordt op de industrieterreinen niet verloren gaat en verdeeld wordt over de wijken die in de buurt liggen. De lokale publieke bedrijven kunnen zich laten inspireren door het coöperatieve model met heel veel inspraak en een eerlijke verdeling van de opbrengsten. We ondersteunen de oprichting van burgercoöperaties om lokaal mee te bouwen aan het energiesysteem van morgen.

Zo verbeteren we de levenskwaliteit van de werkende klasse en halveren en vergroenen we ons energieverbruik. “De groenste energie is de energie die je niet verbruikt”, herhaalde de regering tijdens de energiecrisis tot vervelens toe. Dat kan wel kloppen, maar energie bespaar je niet op een duurzame manier door de energiefactuur van de mensen te laten ontploffen. De energiecrisis toonde dat perfect aan: het duwt mensen alleen maar in de miserie, doordat ze zichzelf in de kou zetten. Energie bespaar je via publieke investeringen. In isolatie en warmtepompen, in openbaar vervoer, in hernieuwbare energie. Met ons publiek investeringsplan verlagen we de energiefactuur, halen we de uitstoot naar beneden en creëren we massaal degelijke, duurzame jobs.

De ontwikkeling van de waterstoftechnologie moeten we als een strategische kwestie beschouwen. Waterstof is de sleutel om de industrie volledig CO2-vrij te maken en grootschalige energieopslag mogelijk te maken. De ontwikkeling van waterstoftechnologie is cruciaal voor de energietransitie. De productie van waterstof is echter ook zeer energieverslindend. We moeten daarom zo veel mogelijk inzetten op elektrificatie en het gebruik van waterstof voorbehouden voor de zware industrie, lucht-en scheepsvaart en seizoensopslag. Het motto is: ‘Elektrisch als het kan, waterstof als het moet’. We faseren het gebruik van biobrandstoffen volledig uit. We beperken de inzet van biomassa tot het duurzaam potentieel dat beschikbaar is in ons land.

Voor verwarming schakelen we volledig over naar elektriciteit of collectieve warmtenetten. Met een derdebetalersysteem helpen we mensen hun woning te isoleren en over te stappen naar een warmtepomp. In plaats van een renovatieplicht in te voeren die mensen op kosten jaagt, helpen we mensen met een derdebetalersregeling. We laten ons daarvoor inspireren door Duitsland, waar de overheid (in de vorm van een publieke bank) de kosten van de renovatie voorschiet en de bewoner de lening gewoon terugbetaalt via de verlaagde energiefactuur. Financieel kost dat de gezinnen dus niets, maar het levert wel een beter geïsoleerd huis op en een lagere energiefactuur, die nog eens gevoelig zal dalen zodra de lening is afbetaald. Waar mogelijk nemen we als overheid zelf het initiatief om wijk per wijk te renoveren, om zo de overlast te beperken en efficiëntiewinsten te boeken. De derdebetalersregeling geldt ook voor verhuurders en openbare gebouwen.

We verzetten ons tegen elke vorm van waterstofkolonialisme. De energiemultinationals weten dat de controle en toegang tot waterstof cruciaal wordt voor de verderzetting van hun dominantie in Europa en misschien zelfs in de rest van de wereld. Alleen beschikt België over te weinig hernieuwbare energie om groene waterstof te produceren. De wedloop naar groene waterstof, liefst zo goedkoop mogelijk geproduceerd, is volop losgebarsten en Afrika dreigt nog maar eens een wingewest te worden van Europese multinationals met deze keer de zon en de wind als grondstof. 

De energiemonopolies rijven vandaag ook miljarden euro’s subsidies binnen om deze nieuwe technologie op punt te zetten. Als we opnieuw de logica volgen van de energiegiganten en de Europese leiders die aan hun hand lopen, riskeren we te herhalen wat er met gas, olie of kernenergie gebeurde. De kosten en de risico’s zijn publiek, de toekomstige winsten voor de aandeelhouders. Europa zal weer afhankelijk worden van een energiebron uit Afrika en het Midden-Oosten waar de plaatselijke bevolking niets aan heeft omdat alle winsten gaan naar de multinationals en een kleine lokale elite. 

Minister voor Energie Tinne Van der Straeten sloot al akkoorden af met Oman, Namibië en Chili. Het is onrechtvaardig dat we de beperkte hoeveelheid geproduceerde hernieuwbare energie uit die landen naar Europa exporteren. In Namibië heeft volgens de Wereldbank slechts 56 procent van de bevolking toegang tot elektriciteit. De elektriciteitsproductie in Oman bestaat quasi volledig uit fossiele brandstoffen. Europa moet haar energie-uitdagingen niet uitbesteden aan andere landen, maar haar eigen troeven gebruiken. Europa moet landen uit het Globale Zuiden helpen met hun energietransitie door het delen van technologie en know-how.

[1]https://www.rtbf.be/article/ostende-un-sommet-pour-transformer-la-mer-du-nord-en-immense-centrale-electrique-verte-pour-tous-ses-riverains-11186420 

Van de productie tot de distributie, van de opslag tot de prijszetting: de energiegiganten hebben er een puinhoop van gemaakt. Als we nu niet de hele sector uit hun handen trekken, van het Europese tot het lokale niveau, wanneer dan wel? De overheid moet opnieuw aan het stuur. Energie moet van ons zijn, in handen en onder controle van de gemeenschap. Alleen zo kunnen we de groei van hernieuwbare energie versnellen én de prijzen drastisch doen dalen.

De liberalisering van de Europese energiemarkt deed ons recht op de muur afstevenen. Een muur waar we nu met een harde dreun tegenaan knallen. Van premier Alexander De Croo tot de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen, onze politieke leiders geven het nu met zoveel woorden toe: de markt werkt niet. “De markt is compleet out of control”, zei premier Alexander De Croo die ons meteen waarschuwde voor “vijf à tien” koude winters. “Dit marktsysteem werkt niet meer”, zei ook Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. De markt doet nochtans precies wat er van een vrije markt verwacht mag worden. Enkele grote bedrijven worden schandalig rijk door de buitensporige prijzen die ze kunnen aanrekenen aan radeloze klanten. In economieboeken heet dat: aandeelhouderswaarde maximaliseren. Het is de enige en ultieme opdracht van elke manager.

Energie is te belangrijk om het over te laten aan de grillen van enkele CEO’s en de graaizucht van aandeelhouders. Energie moet van ons zijn, moet openbaar zijn, moet in handen zijn van de gemeenschap en onder controle staan van diezelfde gemeenschap, van productie tot distributie en opslag, van lokaal tot internationaal. De energiesector moet genationaliseerd worden. Dat is de radicale maar onmisbare oplossing als we twee essentiële doelen willen bereiken: goedkopere energie en propere energie.

De alarmerende rapporten over de klimaatverandering hadden ons dat al geleerd en de huidige energiecrisis duwt ons brutaal met de neus op de feiten. De infrastructuur van de energiegiganten moet terug van ons worden. Eenmaal ze opnieuw van het publiek zijn, kunnen we zelf beslissen aan welk ritme we de vervuilende centrales sluiten. Dat zal bepaald worden door de noden die er zijn, zowel op vlak van klimaat als de bevoorrading. Hoe sneller we de alternatieven uitbouwen, hoe sneller we afscheid kunnen nemen van de vervuilende energie. Waarom zouden we de bouw van nieuwe gascentrales of windmolenparken of het langer openhouden van oude kerncentrales subsidiëren als we het beheer en de controle daarna uit handen geven? Als eigenaar kunnen we zelf de prijs van de geproduceerde energie bepalen. 

Rechtse partijen willen het debat graag vernauwen tot een discussie voor of tegen kernenergie. Maar die discussie leidt af van de vraag wie precies beslist en profiteert, en wie betaalt. Of de regering nu beslist om nieuwe gascentrales te subsidiëren of de kerncentrales te verlengen voor een enorme kostprijs, in beide scenario’s wint Engie. Engie leidt de dans en alle traditionele partijen wiegen eromheen. Enkel door de publieke controle op de energiesector kunnen we de transitie op een sociale manier en snel genoeg realiseren.

We verzetten ons dan ook tegen de Engiedeal, die alle kosten voor de verlenging van twee kernreactoren tot 2035 en de berging van het kernafval doorschuift naar de burger.  Daardoor zal de burger voor de derde keer in de geschiedenis betalen voor de Belgische kerncentrales (de eerste keer was voor de bouw en de tweede keer via de veel te hoge facturen). Engie misbruikte de onzekerheid over de energiebevoorrading als chantagemiddel om de miljardenfactuur van het kernafval door te sturen naar de belastingbetaler. 

De kosten voor de ontmanteling van de Belgische kernreactoren en de verwerking van het radioactief afval worden momenteel geschat op meer dan 40 miljard euro. Het project zal honderd jaar in beslag nemen en er is nog heel wat onzekerheid over de te gebruiken technologieën en hun kostprijs. Vóór de Engiedealwas Engie wettelijk verplicht om voldoende geld opzij zetten om alle kosten te financieren die gepaard gaan met de verwerking en opslag van kernafval. Het bedrag van dit fonds werd om de drie jaar herzien door de Belgische regering. Dit was volgens het principe "de vervuiler betaalt". In 2022 zat 17,8 miljard in het fonds. Maar met de Engiedeal krijgt de multinational een bovengrens op dit bedrag. Ze voegt 4,5 miljard euro toe aan het fonds en in ruil daarvoor zal de staat nooit iets van haar kunnen terugvorderen voor het kernafval. Alle extra kosten worden gedragen door de Belgische staat en dus door de belastingbetaler. 4,5 miljard is een kleine prijs om zich van zo'n risico te bevrijden. Het is minder dan de helft van de overwinst die Engie in België heeft geïncasseerd als gevolg van de energiecrisis. In ruil daarvoor kan Engie niet eens garanderen dat de twee kernreactoren klaar zullen zijn voor de winter van 2025 of 2026, terwijl dat het enige doel was van deze overeenkomst voor de mensen: onze energiebevoorrading garanderen. Als Engie de reactoren niet op tijd herstart, zijn er geen sancties voorzien voor de multinational. 

Volgens een eerste inschatting gaat Engie bovendien zo’n 900 miljoen euro verdienen aan de Engiedeal. Want naast de korting op de kosten van het kernafval, krijgt ze ook subsidies van de overheid onder de vorm van een gegarandeerde elektriciteitsprijs. Dat betekent dat als de elektriciteitsprijs op de beurs onder de gegarandeerde prijs zakt, de overheid het verschil bijpast. Ligt de elektriciteitsprijs op de beurs lager, dan betaalt Engie een stuk terug. Hoe hoog die gegarandeerde elektriciteitsprijs precies ligt,  is nog altijd niet duidelijk, maar een eerste inschatting kwam op 81 euro per MWh uit. Dat is een stuk meer dan de elektriciteitsprijs op de beurs voor de energiecrisis (gemiddeld zo’n 50 euro per MWh) en zelfs hoger dan de energieprijs vandaagDe realiteit van de Engiedeal is dat de aandeelhouders op beide oren kunnen slapen, het is de belastingbetaler die betaalt. betekent een garantie dat de overheid en de burger voor alles betalen en niet eens zeker is dat ze in ruil licht krijgen.

We moeten goed beseffen dat wij al twee keer betaalden voor de Belgische kerncentrales. Een eerste keer met de afschrijving van de centrales in de jaren 1970-1980-1990. Een tweede keer voor de woekerwinsten van gisteren - in totaal zoog Engie sinds 1999 al 15 miljard euro uit Electrabel - en de overwinsten van vandaag, 7 tot 9 miljard tijdens de energiecrisis. Met de Engiedeal krijgt de belastingbetaler voor de derde keer de rekening gepresenteerd. Ditmaal voor de factuur van het kernafval en de kost van de verlenging.

Wij wijzen deze deal af. 

1.   Engie moet volledig instaan voor de kosten van het kernafval dat tot op heden is geproduceerd, zoals de wet het voorschrijft. Engie heeft miljarden winst gemaakt met deze nucleaire splijtstof. Het mechanisme voor de indexering van de provisies die aan Engie worden gevraagd om de kosten van de berging van het kernafval te dekken moet worden behouden, totdat we een duidelijk beeld hebben van het bedrag, de toe te passen technologieën enz.

2.   Het akkoord laat zien dat de regering niet eens kan garanderen dat het licht zal branden komende winter, zelfs als ze alle risico's op zich neemt, met het geld van de werkende bevolking. Dat bewijst dat het een totaal fiasco is om ons energiebeheer over te laten aan particuliere multinationals en de markt. We moeten onze energie weer in publieke handen nemen en massaal investeren in productie, opslag en distributie.

3.   Als we al kerncentrales (of gascentrales) nodig hebben om onze energiebalans veilig te stellen - zolang het duurt om voldoende alternatieven te ontwikkelen - dan moeten we ze publiekelijk beheren. Het akkoord bewijst dat Engie niet geschikt is voor deze taak. Laten we Engie buitenspel zetten. Om deze nationalisatie uit te voeren, bestaan er wetten die overgaan tot inbeslagname en zelfs onteigening in het algemeen belang. Zonder bijkomende kosten, want we hebben via onze facturen al meerdere keren betaald voor deze nationalisatie van de elektriciteitsproductie. Deze nationalisering verandert ook niets aan de historische aansprakelijkheid van Engie voor het produceren van afval en dus voor het betalen ervan.

Kernenergie is niet de technologie van de toekomst. Met de huidige kerntechnologie is het bouwen van nieuwe kerncentrales zeer duur en kost het zeer veel tijd. In de VS ging deze zomer voor het eerst in 30 jaar een nieuwe kerncentrale open, met 7 jaar vertraging en 16 miljard dollar duurder dan voorzien, een meerkost die de gebruikers zullen afbetalen met duurdere facturen. De federale regering ondersteunt het onderzoek naar nieuwe modulaire kerncentrales, maar het zal vermoedelijk nog tot 2045 duren voordat een nieuw reactortype commercieel beschikbaar wordt. Tegen dan moet onze elektriciteitsproductie al volledig klimaatneutraal zijn.

Grote windmolenparken op de Noordzee, een uitgekiend netwerk van kleine publieke producenten, installaties die waterstof in energie omzetten. Om dat allemaal in goede banen te leiden kunnen we niet zonder een betrouwbaar elektriciteitsnet. Er zullen nieuwe lijnen gelegd moeten worden met het buitenland en ook de lokale producenten moeten met elkaar verbonden worden zodat de productie en consumptie op elk moment van de dag mooi op elkaar afgestemd kunnen worden. Daarom hebben we ook terug de controle nodig over de netbeheerders Elia en Fluxys (sinds de liberalisering zijn dat twee beursgenoteerde bedrijven) zodat ze de perfecte ondersteuning vormen van de energietransitie. Dat betekent ook dat we de besluitvorming van Elia en Fluxys moeten democratiseren. Dat geldt ook voor de intercommunales die op gemeentelijk niveau het distributienet beheren. Die worden nu vooral gebruikt om mandaten te verdelen tussen politici om zo hun inkomen aan te dikken terwijl ze zich ondertussen gedragen als privébedrijven en veel te hoge prijzen aanrekenen. De mandaattoeristen moeten vervangen worden door burgers die een echte democratische controle uitoefenen. Fluxys investeert vandaag nog massaal in nieuwe gaspijpleidingen en LNG-terminals in het buitenland. We verbieden Fluxys en de distributienetbeheerders van het aardgasnetwerk om nog te investeren in fossiele infrastructuur. We laten hen in de plaats een afbouwplan voor het gasnetwerk opstellen.

Voor het transport van waterstof richten we een publieke netbeheerder op. Die moet zowel de toekomstige als bestaande waterstofpijpleidingen beheren. Ons land heeft al het tweede grootste waterstofnetwerk van heel de wereld. Goed voor zo’n 600 km aan pijpleidingen. Dat netwerk is echter in handen van een privébedrijf: Air Liquide. Toen de regering in 2023 voorstelde om het beheer van de bestaande waterstofpijpleidingen over te dragen aan een onafhankelijke netbeheerder, verzette Air Liquide zich sterk. Het bedrijf begon intensief te lobbyen en stuurde meerdere boze brieven naar het parlement. Met succes: zelfs na de goedkeuring van de waterstofwet in de Kamercommissie Energie trok de regering haar wet terug en paste deze op het laatste nippertje aan. Air Liquide mag haar netwerk behouden. Het is echter essentieel dat de uitrol van grootschalige waterstofproductie en de ontwikkeling van de bijhorende infrastructuur op een gecontroleerde en planmatige manier plaatsvinden. We dragen het bestaande waterstofnetwerk dan ook over aan de publieke netbeheerder.

We willen ook het debat over onze bevoorradingszekerheid democratiseren en transparanter maken. Welke uitgangspunten worden gehanteerd? Waar houden we rekening mee? Momenteel gebeuren deze prognoses uitsluitend door netbeheerder Elia. Als beursgenoteerd bedrijf én beheerder van het CRM-subsidiemechanisme heeft het echter zelf belang bij deze inschattingen. Op basis van de inschattingen van Elia beslist de minister voor Energie om subsidies toe te kennen via het CRM-subsidiemechanisme. Hoe groter de nood aan nieuwe capaciteit, hoe meer subsidies. Dat zorgt ervoor dat het ene beursgenoteerde bedrijf gemakkelijk subsidies kan laten uitkeren aan andere beursgenoteerde bedrijven. De energiewaakhond CREG bekritiseert al jaren het gebrek aan transparantie van netbeheerder Elia. Elia is vandaag echter de enige speler die de nodige kennis en capaciteit heeft om deze complexe modellen en berekeningen uit te voeren. Als tegengewicht richten we daarom een onafhankelijk onderzoekscentrum op dat zelf analyses maakt over de bevoorradingszekerheid en haar resultaten kan vergelijken met die van Elia.

Tot slot willen we één minister voor Energie. Vier ministers voor Energie in een klein landje als België is onefficiënt en nodeloos duur. Als we een windmolen willen bouwen op zee, is de federale regering bevoegd. Maar als we een windmolen willen bouwen op land, is dat ineens Vlaanderen, Wallonië of Brussel. Op het moment dat elektriciteit geproduceerd wordt op de Noordzee is dat federale materie. Maar zodra ze aan land komt en naar de buitenwijken van Oostende getransporteerd wordt, is die energie ineens regionaal. De bevoegdheidsverdeling is zo complex dat men vaak zelfs niet weet wie voor wat bevoegd is. Ministers lopen elkaar dan voor de voeten. Voor waterstof en batterijen loopt de discussie bijvoorbeeld al jaren. Het federale niveau is bevoegd voor “grootschalige” opslag van energie. Maar wat is grootschalig? De Vlaamse regering dreigde eerder al om naar het grondwettelijk hof te stappen tegen een nieuwe federale wet op batterijen. Over de bevoegdheidsverdeling voor waterstof zijn de onderhandelingen nog altijd lopende. De huidige versnippering in bevoegdheden leidt enkel tot de totale blokkering. De ene regering probeert continu stokken in de wielen te steken van de andere. We herfederaliseren het energiebeleid.  Dat is een voorwaarde voor een efficiënte planning en om een nieuwe ronde van eindeloos gekibbel tussen de verschillende entiteiten in ons land te vermijden.