We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Migratie en vluchtelingen

Wij willen het grote taboe in het debat over vluchtelingen en migratie doorbreken en de oorzaken aanpakken waarvoor mensen hun land ontvluchten: oorlog en economische plundering. We hebben ook nood aan een echt Europees spreidingsplan voor vluchtelingen, met respect voor het internationaal recht. Sommige bedrijven profiteren van mensen zonder papieren of met minder rechten om hen uit te buiten en te laten concurreren met andere werkers. Die sociale dumping tolereren we niet.  

Migratie is van alle tijden. Mensen bewegen, verhuizen, vinden in een ander land de liefde of hun droomjob. Dat is normaal. Maar vandaag de dag zijn er heel wat redenen die ervoor zorgen dat mensen gedwongen worden te migreren, omdat ze geen andere keuze hebben. In 2023 waren er volgens de Verenigde Naties wereldwijd 114 miljoen mensen op de vlucht. Een triest record. Achter dat cijfer gaan ontelbare verhalen van menselijk leed schuil: oorlog, onderdrukking, geweld, vervolging, droogte, natuurrampen en uitzichtloze armoede. Wanneer de opvang van deze mensen op de vlucht niet goed wordt aangepakt, zorgt dat opnieuw voor drama’s. In de eerste plaats voor de vluchtelingen zelf, maar ook voor de omgeving waar ze terechtkomen. 

De PVDA wil haalbare en humane oplossingen voor deze uitdagingen. Dat vereist een sereen en rationeel debat, gebaseerd op feiten. Wij verzetten ons tegen partijen die politieke spelletjes spelen. We bestrijden het racisme van extreemrechts dat elke vluchteling en migrant afschildert als een profiteur of misdadiger. Dat discours dient alleen maar om de mensen tegen elkaar op te zetten. De overgrote meerderheid van alle mensen wil gewoon in veiligheid  kunnen leven, werken en bijdragen aan de samenleving. Het beleid moet er net op gericht zijn om dat mogelijk te maken. Daar wordt iedereen beter van.

Terminologie:

  • Een ‘vluchteling’ is een gedwongen migrant, iemand die op de vlucht slaat om een bepaald gevaar te ontlopen. 70 procent van de vluchtelingen blijft in eerste instantie in de eigen regio. Meestal probeert men pas in een tweede fase naar Europa te reizen, wanneer opvang in eigen regio onmogelijk of te gevaarlijk is. Het internationaal recht zegt dat mensen die vluchten voor een acuut gevaar zoals oorlog of vervolging omwille van etniciteit, geloof, politieke overtuiging of seksuele geaardheid (‘politieke vluchtelingen’) aanspraak maken op bescherming in een ander land, het zogeheten asielrecht. 
  • Een ‘asielzoeker’ is een vluchteling die in het kader van het internationaal recht bescherming (‘asiel’) vraagt aan de overheid van een ander land. Een onderzoek moet per individu uitmaken of die recht heeft op asiel of niet. Dat kan een aantal maanden in beslag nemen. Zo lang het onderzoek loopt, heeft men als asielzoeker enkel recht op bed, bad en brood. En dat is nog maar de theorie: in de praktijk slapen veel asielzoekers gewoon op straat omdat de overheid niet genoeg opvangplaatsen voorziet. 
  • Een ‘erkende vluchteling’ is iemand die effectief asiel krijgt. In België oordeelt het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) of iemand erkend wordt of niet. Erkende vluchtelingen hebben volgens het internationaal recht dezelfde rechten en plichten als staatsburgers. Niet meer, niet minder. Hoewel er veel media-aandacht gaat naar vluchtelingen, vormen zij slechts 10 procent van het totaal aantal nieuwkomers.
  • Een ‘arbeidsmigrant’ komt via een legale weg naar ons land om hier te werken. Ofwel is hij of zij naar België ‘gedetacheerd’ door een buitenlands bedrijf, ofwel zorgt een Belgisch bedrijf voor een arbeidskaart en tijdelijke verblijfsvergunning. In tegenstelling tot het beeld dat vaak geschetst wordt, is dit één van de meest voorkomende vormen van migratie: bijna een kwart van de nieuwkomers zijn arbeidsmigranten. Negen op de tien komen uit de Europese Unie.

Mensen zonder papieren’ (of ‘sans-papiers’) zijn mensen die hier omwille van tal van redenen wonen, ook al hebben ze geen verblijfsvergunning. Wanneer men het heeft over ‘illegalen’ verwijst men naar deze groep, al zijn het niet de mensen zelf die ‘illegaal zijn’ maar wel het feit dat zij geen verblijfsstatuut hebben. De reden waarom ze geen wettelijk verblijf hebben kan verschillen: sommigen zijn gebleven na het verlopen van een tijdelijke werkvergunning, anderen hebben asiel aangevraagd maar niet gekregen, nog anderen kwamen hier als uitwisselingsstudent en zijn gebleven na hun studies… Hoe dan ook woont de overgrote meerderheid van de mensen zonder papieren hier al heel lang. In België gaat het over naar schatting 120.000 à 150.000 personen. Hoewel de meeste hier werken en bijdragen - vaak op bouwwerven, in de keukens van restaurants of als Deliveroo-rijder - hebben ze géén rechten in ons land (behalve het recht op dringende medische zorgen).

Wij willen het grote taboe in het debat over vluchtelingen  doorbreken: de oorzaken van het vluchten aanpakken. Zolang die oorzaken bestaan, zullen vluchtelingen blijven bestaan. Vluchten doe je niet zomaar. Niemand verlaat zijn thuis tenzij thuis de bek van een haai is, schreef de Britse dichteres Warsan Shire, zelf ooit met haar ouders gevlucht voor de oorlog in Somalië.

Wereldwijd is oorlog nog steeds de voornaamste oorzaak die mensen doet vluchten. Ook in België zijn de meeste asielzoekers oorlogsvluchtelingen: de top drie van herkomstlanden zijn Syrië, Afghanistan en Palestina. De oorlogen in deze landen werden minstens gedeeltelijk veroorzaakt of verergerd door toedoen van België en de Europese Unie. Als we voor minder vluchtelingen willen zorgen, kunnen we dit debat niet uit de weg gaan.

Vluchtelingen zijn vaak de achteruitkijkspiegel van ons buitenlands beleid. De afgelopen vijftien jaar heeft ons land deelgenomen aan de verwoestende oorlog in Libië (die zware gevolgen had voor tal van Afrikaanse landen zoals Mali, Tsjaad en Niger), bijgedragen aan de Amerikaanse militaire bezetting van Afghanistan, wapens geleverd aan Saudi-Arabië om jihadistische rebellengroepen in Syrië te bewapen, honderden bommen gedropt op Irak en Syrië en steeds banden gesmeed met het Israëlische bezettingsregime. Het Belgische leger werd ook naar verschillende locaties in Afrika uitgezonden, zoals Mali. Op vlak van vredesinitiatieven is ons land daarentegen zeer weinig actief geweest. 

Alle traditionele partijen hebben boter op het hoofd. Alle partijen behalve de PVDA stemden in 2011 voor de bombardementen in Libië. En sommigen weigeren daar lessen uit te trekken. Dezelfde N-VA’ers en Vlaams Belangers die vandaag de oorlog van Israël tegen de Palestijnen steunen alsof dat de “kant van het licht” is, zullen moord en brand schreeuwen tegen de mensen die naar Europa vluchten uit de hel van Gaza. 

Een buitenlands beleid dat vrede en stabiliteit nastreeft is niet enkel rechtvaardiger, maar zal ook helpen om het aantal mensen op de vlucht te doen dalen. We hoeven echt geen troepen of raketten naar de andere kant van de wereld te sturen om onze veiligheid te garanderen. We passen het principe toe van niet-inmenging buiten onze grenzen. We stoppen ook elke militaire samenwerking met regimes die oorlogen voeren of financieren zoals Israël in Palestina, Saudi-Arabië in Jemen en Rwanda in Oost-Congo.

We focussen ons buitenlands beleid op bemiddeling en steun voor regionale vredesonderhandelingen. We versterken het professionele diplomatenkorps: diplomatie voorkomt en beëindigt oorlogen. We baseren deze diplomatie op het internationaal recht, met respect voor de territoriale integriteit en de veiligheid van alle landen. We leggen het volledige gewicht van de Europese diplomatie in de schaal om tot een staakt-het-vuren te komen in Gaza en Oekraïne en bouwen daarop voort om echte vredesonderhandelingen van de grond te krijgen. We respecteren de gelijkwaardigheid van landen als basis voor samenwerking tussen staten en breken met de twee maten en twee gewichten van het Europese beleid. 

Verderop in de top 10 van herkomstlanden van asielzoekers in België treffen we vijf Afrikaanse landen aan waar veel armoede heerst. Na oorlog is een gebrek aan toekomstperspectieven en levensvoorzieningen de belangrijkste reden voor mensen om hun land te verlaten. We moeten in de eerste plaats de plundering van Afrika en andere delen van het globale Zuiden door westerse multinationals aanpakken.

De Europese Unie en haar lidstaten zijn vaak mede-verantwoordelijk voor de uitzichtloze armoede in grote delen van Afrika. In Senegal bijvoorbeeld financiert de Europese Unie rechtstreeks de overbevissing van de Senegalese wateren. In november 2020 keurde het Europese Parlement de hernieuwing goed van het omstreden visserijakkoord tussen de EU en Senegal. De EU subsidieert voor miljarden euro's de visserijcontracten van grote Franse, Spaanse en Portugese vissersboten om ze toegang te geven tot Senegalese wateren. Door hun overbevissing blijft er amper nog vis over voor de lokale bevolking, die geen enkele kans maakt tegen de veel beter uitgeruste Europese vaartuigen. Hierdoor zien velen zich genoodzaakt om hun gestolen vis achterna te gaan en in Europa op zoek te gaan naar jobs die hen wel in staat stellen te overleven. Terwijl de Europese Unie de Senegalese zeeën leegrooft, maken mensen uit Senegal amper kans op asiel en belanden zij doorgaans in de illegaliteit. Met deze Europese hypocrisie moeten we korte metten maken. Dat begint bij een duurzaam visserijbeleid met respect voor de lokale vissers.

Een ander voorbeeld is de Nederlands-Britse multinational Shell, die al 60 jaar naar olie boort in de Nigerdelta van Nigeria. Volgens de wet zijn oliemaatschappijen verantwoordelijk voor het opruimen van de vervuiling die ze veroorzaken, maar in de praktijk doet Shell dit nauwelijks. Toch zijn de gevolgen voor de lokale bevolking enorm: al meer dan een miljoen mensen leden schade aan hun akkers, visvijvers en leefgebieden. In 2011 verscheen hierover een rapport van de Verenigde Naties, die toen ook eiste dat Shell het enorme vervuilde gebied opruimt en de slachtoffers compenseert. Maar Shell trekt zich daar niets van aan. In 2020 bleek uit een gezamenlijk onderzoek van Amnesty en andere NGO's dat minder dan 11 procent van de in het VN-rapport genoemde vervuilde gebieden was aangepakt. Ook was er vrijwel geen compensatie betaald. In 2020 stond Nigeria in de top 10 van herkomstlanden van vluchtelingen die de Europese Unie betreden: met dank aan Shell dus. Maar in plaats van de multinational te dwingen om haar verantwoordelijkheid op te nemen, legt de Europese Unie het bedrijf nog wat meer in de watten. Ondanks een recordwinst van 38,5 miljard euro  in 2022, kreeg Shell in 2023 een Europese subsidie van 150 miljoen euro. De uittredende Nederlandse premier Mark Rutte zou hier persoonlijk voor tussengekomen zijn. Verrassend was dat niet. Toen Rutte III geïnstalleerd werd, stonden er vier ministers met een verleden bij de aardoliemaatschappij op de regeringsfoto. De straffeloosheid van Shell typeert de manier waarop we in Europa omgaan met de misdaden die Europese bedrijven plegen in het Zuiden. Het lijkt wel alsof de koloniale mentaliteit nog springlevend is…

Wij steunen een handelsbeleid dat de volksgezondheid, het recht op voedsel, goede arbeidsomstandigheden met een eerlijk loon en het leefmilieu beschermt. Transparantie en democratische controle zijn daarvoor onontbeerlijk. We voorzien sancties voor Europese multinationals die misdrijven plegen in het globale Zuiden, in samenwerking met de overheid van de getroffen landen. De nadruk ligt daarbij op herstel van de schade en compensatie voor de slachtoffers. We ijveren voor een wet die de in België gevestigde ondernemingen verplicht om in hun hele productieketen de Agenda voor Waardig Werk van de Internationale Arbeidsorganisatie van de VN na te leven.

Om te ontwikkelen, hebben landen middelen nodig. We leven de verbintenis na om 0,7 procent van het bruto nationaal product (bnp) te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is een belofte die België samen met de andere rijke landen in 1970 maakte als eerste stap om iets te doen aan de ravage die deze landen hadden nagelaten na tientallen jaren van koloniale plundering. Maar die verbintenis werd nooit gerealiseerd. We organiseren ook een audit over de overheidsschuld van arme landen. Landen in het Zuiden betalen dikwijls leningen af die in verhouding tot hun bruto binnenlands product veel te zwaar wegen. Hoe kan een land de eigen industrie en infrastructuur duurzaam ontwikkelen als de eigen middelen daarvoor geplunderd zijn of in handen van buitenlandse multinationals zijn? Met een audit willen we onderzoeken welk deel van de schuld onrechtvaardig is. Werd de lening afgesloten onder zware druk van de Wereldbank of van het Internationaal Monetair Fonds (IMF)? Werd ze afgesloten door een dictator? Werd ze afgesloten in het kader van de dekolonisatie? Dat deel van de schuld kwijtschelden zou een gebaar van gerechtigheid zijn, van herstel van onrecht. De schuldkwijtschelding mag niet verrekend worden in de budgetten voor internationale samenwerking.

Tot slot doet sinds een aantal jaren een nieuw type vluchtelingen haar intrede: de klimaatvluchtelingen. Hoewel de landen in het Zuiden historisch het minste schuld hebben aan de klimaatverandering, worden zij wel het eerst en het hardst getroffen door extreme droogte, meer en krachtigere orkanen, ongezien hevige regenval die tot modderstromen leidt en andere klimaatrampen. Steeds meer gebieden worden tijdelijk of zelfs permanent onleefbaar. In 2022 alleen al werden er wereldwijd al 32 miljoen klimaatvluchtelingen geteld. In eerste instantie blijven die meestal in eigen land. Maar in regio’s waar al armoede of oorlog heerst, moeten steeds meer mensen daarna een tweede keer vluchten naar een veiliger werelddeel. In Afrika bijvoorbeeld komen veel klimaatvluchtelingen uit de landen van de Sahel terecht in landen aan de westkust zoals Gambia, Senegal en Ivoorkust, waar sowieso al veel vluchtelingen zijn. Dat verhoogt de druk om verder te reizen naar Europa. En we zien nu nog maar het topje van de ijsberg. Een rapport van de Wereldbank schat dat er tegen het midden van de eeuw wel 216 miljoen klimaatvluchtelingen kunnen zijn. 

Naast een echt ambitieus en sociaal rechtvaardig plan om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, is het ook nodig om landen in het Zuiden te helpen zich vandaag al beter te beschermen tegen klimaatrampen. Tijdens de klimaattop in Dubai in 2023 werd overeengekomen om hiervoor een internationaal solidariteitsfonds op te richten, maar de financiering die toegezegd werd door de landen van het Noorden, onder leiding van de Verenigde Staten en Europa, blijft belachelijk laag. Om dit fonds te financieren steunen we de oproep van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Antonio Guterres, voor een wereldwijde belasting op de winsten van de fossiele energiemultinationals. Om ervoor te zorgen dat het globale Zuiden de boot van de groene transitie niet mist, stellen we cruciale groene technologieën vrij van intellectuele eigendom. We grijpen die transitie dus aan om de ongelijkheid in de wereld te verkleinen, in plaats van een nieuw tijdperk van ‘groen kolonialisme’ in te luiden dat er onder andere voor zou zorgen dat het aantal vluchtelingen exponentieel toeneemt. 

De ongelijkheid in de wereld zorgt er ook voor dat heel wat werkende mensen uit landen met een lagere levensstandaard bereid zijn om in ons land te werken aan een lager loon en in slechtere werkomstandigheden dan wat hier de norm is. Sommige bedrijven maken hier gretig gebruik van. Door goedkope buitenlandse arbeidskrachten in te schakelen, zetten ze ook druk op de lonen en voorwaarden van Belgische werknemers. Dat fenomeen heet: sociale dumping. Er bestaan twee varianten:

  • De klassieke ‘legale’ sociale dumping. Meestal met gedetacheerde arbeiders uit de Europese Unie. In 2022 waren er ruim 214.000 gedetacheerden in België, vier vijfde daarvan uit Europese landen. Het aantal derdelanders zit wel in de lift, vooral voor laaggeschoolde jobs.
  • De uitbuiting van mensen zonder papieren. Er verblijven naar schatting 120.000 à 150.000 mensen in ons land zonder wettelijke verblijfsvergunning, die wél werken. In het zwart dus. Vaak zijn ze uitgeleverd aan de willekeur van hun werkgever en werken ze aan zeer lage lonen en in onveilige omstandigheden.

De twee vormen van sociale dumping werken elkaar in de hand. Dat bepaalde bedrijven in Europa actief op zoek zijn naar goedkope arbeidskrachten uit het buitenland draagt ertoe bij dat migranten die geen aanspraak kunnen maken op asiel, toch hun kans wagen om naar Europa te vluchten. Volgens socioloog en migratie-expert Hein de Haas is de vraag naar goedkope arbeid zelfs het enige bewezen ‘aanzuigeffect’. De trend van dat soort immigratie in een Europees land volgt  de trend van de vraag naar extra arbeidskrachten vanuit het patronaat. 

Het Borealis-schandaal heeft op wrede wijze aan het licht gebracht hoe ver de uitbuiting van werknemers van buitenlandse afkomst kan gaan. Bij de constructie van een nieuwe fabriek in de Antwerpse haven deed de chemiereus beroep op een aannemer, die op zijn beurt beroep deed op onderaannemers, die weer andere onderaannemers in dienst namen. Bij een werfcontrole in 2020 trof de politie in totaal 174 arbeiders aan die via mensensmokkelaars uit Turkije, Nepal en Bangladesh naar België waren gehaald en als moderne slaven moesten werken. Dertig hoogopgeleide lassers bleken zelfs geen loon en onderdak te krijgen. De vakbonden en de PVDA klaagden die situatie aan en betuigden hun steun aan de slachtoffers van deze mensenhandel. 

Het trucje van de keten aan onderaannemingen, zoals bij Borealis, wordt in de bouwsector wel vaker gebruikt om arbeidsvoorwaarden en veiligheidsvoorschriften te omzeilen. Na het tragische ongeval op de bouwwerf van een Antwerpse school in 2021 waarbij vijf gastarbeiders om het leven kwamen, bracht algemeen secretaris van de PVDA Peter Mertens aan het licht dat dezelfde hoofdaannemer Democo op een werf in Gent maar liefst duizend onderaannemers inschakelde, voornamelijk schijnzelfstandige eenmansbedrijven uit Portugal, Polen, Slowakije, Roemenië en Slovenië. In de praktijk deden ze dienst als loonslaven. “Hier wordt met mensenlevens gespeeld”, zo getuigden medewerkers. “Als die gebouwen worden geopend, staan al die politici en overheden in de lijn om het lintje door te knippen met de fanfare. Dan zijn ze heel verantwoordelijk”, reageerde Peter Mertens. “Maar als er iets misloopt, dan gebeuren steeds opnieuw dezelfde drie dingen. Eerst spelen ze Manuel van Fawlty Towers, ‘I know nothing’. Ineens weten ze van niets. Vervolgens beginnen ze allemaal met de vinger naar elkaar te wijzen. En tot slot zwijgen ze en zeggen ze dat het gerecht zijn werk moet doen en verandert er juist niets.” We willen de wildgroei aan onderaannemingen zo snel mogelijk reguleren. De opdrachtgever moet altijd verantwoordelijk zijn voor de betaling van het volledige loon van alle werknemers, ongeacht het aantal onderaannemers. De bedrijven die de opdracht geven, moeten verantwoordelijk zijn voor de hele keten.

Het antwoord van de arbeidersbeweging op alle vormen van sociale dumping is altijd geweest: gelijk loon voor gelijk werk. Tegenstanders daarvan bevinden zich vooral ter rechterzijde. Tijdens een stemming in het Europees Parlement in 2022 voor de invoering van een (bescheiden) Europees minimumloon - een eerste stapje om sociale dumping tegen te gaan - stemden N-VA en Vlaams Belang tegen. Die eerste stap was echter nog onvoldoende om de sociale dumping binnen de Europese Unie aan banden te leggen. Het Europese minimumloon is lager dan het Belgische en bovendien betalen gedetacheerde werknemers veel minder sociale bijdragen. Wij pleiten voor gelijke sociale rechten voor alle werknemers in Europa. Voor iedereen die in België werkt, moeten de Belgische loon- en arbeidsvoorwaarden over de hele lijn gelden. Sociale bijdragen worden betaald in het land waar de werknemer werkt, niet in het land van herkomst. België maakt het geld vervolgens over aan de EU-lidstaat.

Om de uitbuiting van mensen zonder papieren aan te pakken, moeten we op een nuchtere manier naar de realiteit kijken. Niet alleen op onze bouwwerven, ook in de schoonmaak, de landbouw, de zorg, de horeca en de beveiliging zijn veel mensen zonder papieren tewerkgesteld. Het probleem is niet dat ze hier zijn en hier werken. Ze houden onze economie zelfs voor een stuk recht. Het probleem is wel dat ze noodgedwongen in het zwart werken. Zonder enige vorm van sociale bescherming. “Ze doen de vuile, zware en gevaarlijke jobs die Belgen niet meer willen doen”, zegt Jan Knockaert van Fairwork Belgium. “Hoeveel ze verdienen, hangt af van hun huidskleur. Iemand uit Moldavië verdient tussen de 10 en 15 euro per uur en zit dus dicht bij het minimumloon. Iemand uit de Maghreb tussen de 7 en 9 euro en iemand uit Zwart-Afrika tussen de 2 en 5 euro. En dat zijn dan nog de beloofde bedragen. In de praktijk gebeurt het vaak dat ze hun loon gewoon niet krijgen.” Die situatie is slecht voor alle werkers in ons land, met of zonder papieren. Want wat baat het dat vakbonden goede loonakkoorden proberen te onderhandelen, als bepaalde werkgevers weten dat ze die afspraken toch niet zullen naleven voor een deel van hun personeel? Wat baat het dat de arbeidersbeweging strijd voert voor gelijke rechten en collectieve afspraken als men de werkende mensen op die manier tegen elkaar kan uitspelen?

Terwijl mensen zonder papieren onze economie mee draaiende houden, keert de overheid hen de rug toe. Wie geen papieren heeft, wordt in de praktijk ontzegd van zowat alle mensenrechten. Ze betalen zoals iedereen btw op hun consumptie aan de overheid, maar diezelfde overheid doet alsof ze niet bestaan. Ze hebben geen recht op ziekte-uitkering, werkloosheid of pensioen. Ze kunnen niet aankloppen bij het OCMW. Als ze problemen hebben, kunnen ze niet naar de politie bellen. Zelfs een gewone doktersafspraak is uitgesloten. Ze hebben enkel recht op dringende medische bijstand, maar vaak durven ze daar geen beroep op te doen uit angst om verklikt te worden. Want wie betrapt wordt op een onwettig verblijf, wordt opgesloten in een gesloten instelling en uitgewezen. Ook al wonen en werken ze hier al jaren. Zo was er Steve Kinmou, een Kameroenees die al zes jaar bij een grote supermarktketen werkte in Luik toen hij in 2023 werd gearresteerd. Hij had een vast contract en was actief in het verenigingsleven, maar zijn verblijfsvergunning was verlopen nadat zijn asielaanvraag was afgekeurd. Steve werd naar een gesloten centrum gebracht in afwachting van zijn deportatie. Familie, vrienden en buren spanden protest aan tegen de uitwijzing. Is er echt geen verstandiger en menselijker beleid mogelijk?

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole De Moor (cd&v) blijft volhouden dat alle mensen zonder papieren uit het land moeten worden gezet. Ook al wonen veel van hen hier al tien jaar of langer. Ook al werken en consumeren ze hier. Ook al gaan hun kinderen hier naar school en spreken ze de taal van het herkomstland niet. Het uitwijzen van mensen die al jaren bijdragen aan de samenleving zonder iets terug te krijgen helpt niemand vooruit. In veel gevallen is het niet eens mogelijk om mensen uit te wijzen. Zo waren er de afgelopen jaren Afghanen die een bevel kregen om het grondgebied te verlaten, terwijl het onmogelijk is om op een veilige manier naar hun geboorteland terug te keren. De Belgische overheid raadt zelf alle reizen naar Afghanistan af. Hun enige optie is om onder de radar te verdwijnen. Het huidige beleid dwingt mensen naar de clandestiniteit en werkt dus zwartwerk, uitbuiting en sociale dumping in de hand. 

Wij willen dat mensen zonder papieren die hier al lang verblijven, uit de clandestiniteit kunnen komen. Als ze niet langer in het zwart moeten werken, dan kunnen ze aan dezelfde lonen en arbeidsvoorwaarden werken als anderen. Zo doorbreken we de uitbuiting en de sociale dumping. Bovendien zorgen we er zo voor dat ze inkomstenbelasting betalen en bijdragen aan de sociale zekerheid en de pensioenen, wat nu niet het geval is.

Dat moet gebeuren op basis van een duidelijke wet die zich beroept op objectieve criteria. Vandaag is de regularisatieprocedure veel te willekeurig en krijgen twee mensen met eenzelfde profiel vaak een andere beslissing. De toepassing van de wet laten we over aan een onafhankelijke commissie, onder meer samengesteld uit ambtenaren van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg, vakbondsmensen en mensen van erkende vluchtelingenorganisaties. De aanvragen moeten daarbij beantwoorden aan minstens één van vier duidelijke, transparante en permanente criteria:

  • duurzame banden met België (werk, sociale banden, taalkennis); 
  • een asielprocedure die al te lang duurt; 
  • een ernstige persoonlijke humanitaire situatie; 
  • een niet-begeleide minderjarige.

Het nationaal platform In My Name, opgericht door meer dan honderd organisaties waaronder de vakbonden en erkende vluchtelingenorganisaties, stelde een grondige hervorming van de migratiewetgeving voor “om een einde te maken aan een systeem dat te vaak onterecht situaties van onwettig verblijf produceert”. Ze haalden meer dan 35.000 handtekeningen op voor een burgerwetsvoorstel voor een correcte en objectieve regularisatieprocedure. Staatssecretaris De Moor weigerde echter met het platform in gesprek te gaan. Het wetsvoorstel werd niet eens behandeld in het parlement.

Regularisering op basis van objectieve criteria  is alvast een heel sterk middel tegen illegale sociale dumping. Daarnaast sanctioneren we ook de bedrijven die mensen zonder papieren uitbuiten. We beschermen de werknemers die klacht neerleggen.

De Europese regels (de zogenaamde “Dublin-verordening”) bepalen dat het eerste Europese land waar vluchtelingen voet aan de grond zetten, hen ook moet opvangen. In de praktijk zijn dat meestal Italië, Griekenland en Spanje. Maar deze Dublin-verordening heeft haar failliet bewezen. In veel landen zijn de opvangvoorzieningen ondermaats waardoor andere lidstaten de ‘Dubliners’ niet terug kunnen sturen naar dat eerste land. In Griekenland werden verschillende eilanden onder druk van de Europese Unie omgevormd tot openlucht gevangenissen, om vluchtelingen te verhinderen naar Europa door te reizen. De kampen op de Griekse eilanden zijn nauwelijks toegankelijk voor de pers. Ze zijn overbevolkt en de vluchtelingen leven er als haringen in een ton in erbarmelijke omstandigheden, zonder elementaire voorzieningen als stromend water. Ook in Italië zijn de opvangvoorzieningen totaal onvoldoende. Het voorbije jaar kon ook in België niet iedereen tijdig opgevangen worden. 

Eén ding is duidelijk. Geen enkel land in de Europese Unie kan op zichzelf een antwoord bieden aan mensen die nood hebben aan bescherming. Om ervoor te zorgen dat iedereen die bescherming nodig heeft die ook effectief krijgt, moet elke lidstaat zijn steentje bijdragen. Wij zijn voorstander van het invoeren van een verplicht systeem om asielzoekers te verspreiden over de Europese lidstaten. Het kan niet zijn dat Griekenland of Italië alle vluchtelingen die in Europa aankomen, moeten opvangen. Zonder een eerlijke verdeling worden lidstaten zoals Hongarije beloond voor het ontduiken van hun verantwoordelijkheid. We moeten die misbruiken van het systeem een halt toe roepen.

Het Europese establishment beweert de oplossing te hebben gevonden in de vorm van het nieuwe Europese Migratiepact (2023). Premier Alexander De Croo (Open Vld) sprak net als de meeste partijen van Vivaldi zijn steun en enthousiasme voor dat pact uit. In het pact is inderdaad voor het eerst sprake van een verdeelsleutel, maar landen kunnen wel hun quota ‘afkopen’. In de praktijk zou de opvang dus niet gelijkmatig verspreid zijn, maar afhangen van een koehandel tussen lidstaten die politiek of financieel munt proberen te slaan uit het wel of niet opvangen van vluchtelingen.

Op zich is het ook positief dat het Migratiepact een eerste poging onderneemt om de asielprocedures voor heel de Unie gelijk te schakelen, maar de manier waarop kan niet door de beugel. Het pact stelt voor om grootschalige detentiecentra te bouwen aan de buitengrenzen van Europa. Daar zouden kandidaat-asielzoekers massaal opgesloten worden, wat indruist tegen de Europese mensenrechten… maar volgens de auteurs van het verdrag zijn die niet van toepassing buiten het grondgebied van de Unie. Op basis van een snel en dus onvermijdelijk slordig onderzoek van hooguit enkele dagen wordt dan beslist wie kans maakt op asiel en wie niet. Wie afkomstig is van een lijst van zogenaamde ‘veilige landen’ maakt sowieso geen kans en wordt direct teruggestuurd. Zo omzeilt het pact de meest fundamentele bepaling van de Conventie van Genève, namelijk dat alle vluchtelingen recht hebben op een individuele behandeling van hun dossier. Het is niet omdat de Europese Unie een land als veilig bestempelt (op basis van twijfelachtige criteria dan nog) dat er geen individuele gevallen kunnen zijn die wel recht hebben op bescherming. Bovendien leert de ervaring dat wie echt wil vluchten, toch een manier zal zoeken: kan het niet legaal, dan via andere wegen. Kortom: het nieuwe Europese Migratiepact biedt geen echte oplossingen, maar zet net de repressieve koers van ‘Fort Europa’ verder die ons tot de huidige situatie heeft gebracht.

Het meest in het oog springende gebrek van het Europese Migratiepact is echter wat er niet in staat: er wordt opnieuw met geen woord gerept over de oorzaken. Alle bepalingen kaderen in de fictieve veronderstelling dat mensen plots zullen stoppen met vluchten terwijl de oorlogen, economische achterstelling en klimaatrampen alleen maar toenemen. Met de ene hand plundert de Europese Unie het globale Zuiden en steunt ze oorlogen in Afrika en het Midden-Oosten, met de andere hand duwt ze de mensen die daarvoor op de vlucht slaan terug. In die zin is het Migratiepact helaas niets nieuws onder de zon. De verwachting dat het verderzetten van het beleid van de afgelopen decennia plots andere resultaten zou opleveren, is simpelweg niet ernstig.

Sinds de jaren ‘90 ligt de focus van het migratiebeleid van de EU namelijk steeds meer op bewaking, het bouwen van hoge muren en pushbacks. Migranten en vluchtelingen worden steeds vaker terug de grens over geduwd zonder te controleren of zij al dan niet recht hebben op asiel. Dit gaat bijna altijd gepaard met geweld, soms zelfs met de dood tot gevolg. Sinds 2014 telde de VN al meer dan 27.000 dodelijke slachtoffers in de Middellandse Zee alleen. Het nieuwe Europese Migratiepact zal alleen maar zorgen voor meer drama’s zoals de zeshonderd vluchtelingen die verdronken toen de Griekse kustwacht hen in juni 2023 op een gammel bootje zette en achterliet. Of zoals de 23 mensen die door bewakingsagenten gedood werden tijdens een opstootje in een detentiecentrum in Melilla, de Spaanse enclave in Marokko. Dat laatste is een voorbode van wat detentie aan de buitengrenzen in de praktijk wil zeggen. Nog meer hekken en muren bouwen is voor ons geen oplossing. De financiële en menselijke kost is torenhoog en het zal er niet voor zorgen dat minder mensen naar hier willen komen, enkel dat ze meer risico’s nemen.

Volgens socioloog en migratie-expert Hein De Haas is de combinatie van de vraag naar goedkope arbeidskrachten en de steeds repressievere koers van de Europese Unie de belangrijkste oorzaak van de toename  van mensen zonder papieren: “Sinds de jaren 1990 is de aanhoudende vraag naar arbeidsmigranten in de landbouw, bouw en dienstensector van bestemmingslanden niet gepaard gegaan met voldoende mogelijkheden voor legale migratie. Integendeel, er is eerder geprobeerd de komst van arbeidsmigranten te voorkomen. Dat werd voornamelijk gedaan door de invoering van visumverplichtingen voor de arbeidsmigranten die voordien vrijelijk konden komen en gaan, en door grenscontroles op te voeren. De toenemende discrepantie tussen de arbeidsvraag en het grensbeleid leidde ertoe dat toenemende aantallen migranten illegaal de grens overstaken, of langer bleven na het verstrijken van hun visa of werkvergunningen.” Het is ook in deze situatie dat het fenomeen van mensensmokkel pas echt kan floreren. Het is een echte business geworden om de vraag van westerse bedrijven en het aanbod van mensen die willen vluchten met elkaar in contact brengen.

Wij pleiten voor het inrichten van veilige en legale procedures naar Europa zodat vluchtelingen op een veilige manier een asielaanvraag kunnen indienen. Dat is de enige manier om efficiënt de strijd aan te binden met de mensenhandel, een einde te maken aan de verdrinkingen in de Middellandse Zee en tegelijk het asielrecht na te leven. Dat kan bijvoorbeeld door het mechanisme van hervestiging: oorlogsvluchtelingen die in een derde land asiel aanvragen (bijvoorbeeld Syrische vluchtelingen in Libanon), kunnen dan naar verschillende Europese landen worden overgebracht volgens een rechtvaardige verdeelsleutel. Geen mensensmokkel, geen dodelijke overtocht, geen overrompeling in de Zuid-Europese landen en geen groepjes migranten die onder de radar ronddolen in Europa op zoek naar asiel.

In sommige gevallen biedt het statuut van tijdelijke bescherming de mogelijkheid om een veilige vluchtroute te creëren. Dat is een speciale Europese procedure in geval van massale toestroom van ontheemden, waarbij een solidair spreidingsplan van kracht gaat. Via dat statuut konden Oekraïners op een veilige manier het oorlogsgeweld ontvluchten en kregen ze automatisch bescherming, opvang en begeleiding. De procedure bestaat al sinds 2001 maar werd pas voor de eerste keer gebruikt tijdens de oorlog in Oekraïne. Dat terwijl ook Syriërs, Palestijnen en Afghanen vluchten voor oorlogsgeweld, gevaar en ellende die even echt is als in Oekraïne. Dat verschil in behandeling is onaanvaardbaar. Wij verzetten ons tegen deze logica van twee maten en twee gewichten. 

Sinds Maggie De Block (Open Vld) in 2011 staatssecretaris voor Asiel en Migratie werd, heeft ons land schijnbaar permanent te kampen met een gebrek aan opvangplaatsen voor asielzoekers. Dat heeft niet zozeer te maken met de onvoorspelbaarheid van de migratiestromen. Op enkele pieken en dalen na, schommelde het aantal asielaanvragen al die tijd tussen de 30.000 en 40.000 per jaar. De reden is wel dat De Block en zeker haar opvolger Theo Francken (N-VA) de nefaste gewoonte hebben geïntroduceerd om bij elke tijdelijke daling van de asielaanvragen opvangplaatsen te sluiten. Vooral de lokale opvanginitiatieven (LOI’s) werden sterk teruggeschroefd, hoewel deze gemakkelijker zijn om bij te creëren dan grote opvangcentra en bovendien beter voorbereiden op integratie. Wanneer het aantal aanvragen enkele weken of maanden later weer stijgt, moet er dan koortsachtig gezocht worden naar nieuwe locaties om een opvangcentrum te openen. Telkens weer gaat het aantal opvangplaatsen op en neer, als een jojo. Telkens opnieuw ontstaat er plaatsgebrek en moeten mensen op straat slapen, met alle gevolgen van dien.

Vooral Theo Francken koppelde een ideologische verklaring aan dat beleid: hij beweerde dat er anders een ‘aanzuigeffect’ zou ontstaan. In de praktijk baseren Sammy Mahdi en Nicole De Moor (cd&v) hun beleid op dezelfde aanname. Maar die theorie van het aanzuigeffect is  nooit echt bewezen, zo bevestigen verschillende studies. De omstandigheden van de opvang in de verschillende Europese landen zijn niet bekend in het globale Zuiden. Mensen die vluchten naar Europa, komen ook niet naar hier om in een asielcentrum te zitten. Zij zijn in de eerste plaats op zoek naar een veilig land om te leven en te werken. Het enige bewezen aanzuigeffect is zoals gezegd de vraag naar goedkope arbeidskrachten. 

Wij verwerpen het jojo-beleid en de georganiseerde toestand van permanente crisis. We herwaarderen de lokale opvanginitiatieven en zorgen ervoor dat Fedasil meer eigen reservelocaties krijgt toegewezen, die in gereedheid kunnen worden gebracht van zodra de buffer wordt overschreden. Zo hoeft er niet telkens politiek onderhandeld te worden met andere ministers of burgemeesters over opvanglocaties. We voorzien ook meer raamcontracten met leveranciers zodat men bij het inrichten van opvangplaatsen niet telkens van nul moet beginnen. De structurele reserveopvang voorzien we zoveel mogelijk op plaatsen met goede treinverbinding naar Brussel. Voor een vlotte en goedkope afhandeling van de asielprocedure, maar ook om meer toegang te hebben tot werk, verenigingsleven, ontspanning en vrijwilligerswerk. De ervaring leert namelijk dat wie als asielzoeker vrijwilligerswerk doet of via de officiële kanalen op de arbeidsmarkt terechtkomt, nadien als erkend vluchteling ook sneller op eigen benen staat. 

Het aantal opvangplaatsen kan ook dalen als de asielaanvragen sneller worden afgehandeld. Dat is in het belang van zowel de vluchteling, die zo snel mogelijk zekerheid wil, als van de maatschappij. Vandaag neemt de procedure meestal meerdere maanden in beslag, niet zelden zelfs meer dan een jaar. Daar zijn meerdere redenen voor, maar het grootste struikelblok is het personeelstekort op piekmomenten. We zorgen voor meer beschikbare handen. Daarbij hebben we ook aandacht voor de werkdruk en welzijn op het werk. 

Een tweede manier om de wachttijd van asielaanvragen in te korten en dus de nood aan opvangplaatsen te verkleinen, is ervoor zorgen dat het CGVS sneller beslist over het toekennen van subsidiaire bescherming. Subsidiaire bescherming wordt verleend aan mensen die niet persoonlijk vervolgd worden maar wel op de vlucht zijn voor oorlog, conflict of ernstige bedreigingen in hun thuisland. Maar het CGVS heeft de gewoonte om die beslissingen te bevriezen in de hoop dat de veiligheidssituatie van dat land nog zal veranderen. Zo deed men dat voor Afghanistan en eind 2023 ook voor Gaza. In de tussentijd staan alle asielaanvragen van vluchtelingen uit deze landen on hold zonder dat er evenwel iets verandert aan de situatie in het land. De afgelopen jaren ging het onder meer over grote groepen Palestijnen en Afghanen die om deze reden lange tijd plaatsen bezet hielden in asielcentra. 

Iedereen die in ons land aankomt, wil zo snel mogelijk op eigen benen kunnen staan. Dit is echter niet altijd direct mogelijk. Vaak zijn mensen nog zeer kwetsbaar vanwege de lange tocht die ze moesten ondernemen op zoek naar veiligheid. Ze spreken geen van de landstalen of ze zijn psychologisch nog niet in staat om te werken. Om die redenen is het belangrijk dat nieuwkomers direct de nodige begeleiding krijgen. Hoe sneller mensen aan het werk kunnen, hoe sneller zij zelfstandig kunnen worden. Om hen op weg te helpen is het van belang dat zij zo snel mogelijk de taal leren en zo de eerste stappen naar integratie kunnen zetten. Een goed uitgewerkt integratiepakket is daarom dus noodzakelijk.

Maar de middelen daarvoor ontbreken. In 2021 besliste de Vlaamse regering om opnieuw te besparen op het Agentschap Integratie en Inburgering, terwijl dezelfde coalitie van N-VA, Open Vld en cd&v daar al zwaar had bezuinigd in de voorgaande legislatuur. Maar liefst 3,5 miljoen euro wordt weggesaneerd en dat terwijl de taken van het agentschap alsmaar uitbreiden. Sinds 2022 moeten vluchtelingen en nieuwkomers 180 euro inschrijvingsgeld betalen voor taallessen. Dat is oneerlijk en onproductief. Nieuwkomers hebben het financieel al niet breed en hun engagement om zich te integreren botst op steeds hogere drempels. De N-VA beschuldigt vluchtelingen ervan dat ze zich niet willen integreren en snijdt aan de andere kant in alle middelen om die integratie mogelijk te maken. 

We waarborgen voor alle asielzoekers een onthaal- en integratietraject dat bestaat uit taallessen, informatie over hun rechten, hulp bij administratieve procedures, vorming over het functioneren van de Belgische overheid en begeleiding bij het opbouwen van een loopbaan. Momenteel bestaat de zogenaamde inburgeringscursus vooral voor erkende vluchtelingen en is ze betalend. We maken deze cursus gratis en stellen ze opnieuw open voor asielzoekers, om vanaf het begin de integratie te bevorderen. In plaats van asielzoekers zoveel mogelijk af te sluiten van de samenleving, zorgen we er net voor dat ze zo snel mogelijk in contact staan met hun nieuwe omgeving. Dat is bevorderlijk voor het welzijn, de veiligheid en het wederzijds begrip, zelfs al zouden ze al na enkele maanden weer terugkeren. Om die reden schaffen we ook de wachttijd van 4 maanden af vooraleer asielzoekers mogen werken.

De Conventie van Genève betreffende de status van vluchtelingen is de basistekst waar het asielrecht uit voortvloeit. Dat recht is ook opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Beiden zijn een antwoord op de lessen die we als wereld getrokken hebben na de Tweede Wereldoorlog en de overwinning op het nazisme. Miljoenen mensen, ook veel Belgen, moesten in de jaren ’30 en ’40 van vorige eeuw naar het buitenland vluchten om te ontkomen aan oorlog en fascisme. 

De Conventie van Genève zorgt ervoor dat mensen die op de vlucht zijn geslagen voor vervolging omwille van hun nationaliteit, hun godsdienst, de sociale groep waartoe ze behoren of omwille van politieke standpunten, als vluchteling worden erkend en bescherming krijgen. Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens uit 1950 vloeit voort uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het verbiedt foltering en onmenselijke of vernederende behandelingen – bijvoorbeeld bij een uitwijzing – en het verankert het recht op een gezinsleven. Het principe van ‘non-refoulement’ is een belangrijke maatstaf bij het bepalen wie teruggestuurd kan worden en wie niet. Iemand terugsturen naar een regime waar zij of hij het risico loopt om vervolgd te worden is dankzij dat principe illegaal. 

Wij verdedigen deze belangrijke humane erfenis tegen een beleid dat vandaag die mensenrechten opnieuw probeert te ondergraven. Iedereen – ook in België, zo leert ons de geschiedenis – kan op een dag dit asielrecht nodig hebben om aan vervolging te ontsnappen.

Vluchtelingen worden als boeman gebruikt om mensen angst aan te jagen. Verdelen om te heersen, noemen we dat. De aanvallen op het asielrecht en het beperken van de basisrechten van vluchtelingen vormen een gevaar voor iedereen. De aantasting van de mensenrechten van sommigen is dikwijls het voorspel om de mensenrechten van allen aan te vallen. Denk aan de opvangcrisis die onder het beleid van cd&v ongeziene vormen aannam. De regering werd daarvoor meer dan 8600 keer veroordeeld door de arbeidsrechtbank en later ook door de rechtbank van eerste aanleg. De rechter was bijzonder streng voor het beleid van deze regering: “Dit is onaanvaardbaar omdat het een van de fundamentele grondslagen van de rechtsstaat in gevaar brengt.” Het schenden van de rechten van mensen op de vlucht is inderdaad een gevaarlijk precedent. De rechtsstaat moet ons in principe beschermen tegen willekeur. Als die ondergraven wordt, zijn we allemaal in gevaar.

Rechtse partijen wekken ook de indruk dat asielzoekers en erkende vluchtelingen te veel steun ontvangen en roepen op om hun rechten in te perken. De waarheid is echter anders. Indien het nog niet direct mogelijk is om zelfstandig geld te verdienen, heeft een asielzoeker recht op minimale bijstand. Die bestaat zolang de asielaanvraag loopt uit bed, bad, brood en een bescheiden toelage voor een volwassene van 9,70 euro per week voor alle andere uitgaven. Wanneer de asielaanvraag wordt aanvaard, dan krijgt de asielzoeker het statuut van erkend vluchteling. Zij of hij moet dan het opvangcentrum verlaten en heeft vanaf nu dezelfde rechten en plichten als een staatsburger. Wanneer deze persoon niet onmiddellijk een job vindt, heeft hij of zij - net zoals iedereen die te weinig dagen gewerkt heeft - geen recht op een werkloosheidsuitkering en kan hij enkel terecht bij het OCMW voor een leefloon. 

Wij verzetten ons tegen de aanvallen op deze minimale basisrechten. Die aanvallen komen niet alleen van rechts en extreemrechts. Vooruit wil bijvoorbeeld de uitkeringen voor vluchtelingen verlagen tot onder het leefloon. Dat is een beleid dat naar onderen schopt. Zo zet je mensen tegen elkaar op. En een aanval op de rechten van vluchtelingen, die zich niet kunnen verweren, is meestal de voorbode van het in vraag stellen van deze rechten voor iedereen. Toen toenmalig Vooruit-voorzitter Conner Rousseau het plan van zijn partij voorstelde om erkende vluchtelingen minder rechten te geven, viseerde hij in één ruk door ook de langdurig zieken (‘die moéten genezen en weer gaan werken’) en huismoeders (want “ze gebruiken toch ook onze wegen?”). Dat toont aan dat een aanval op de sociale rechten die we na langdurige strijd hebben opgebouwd in België nooit alleen komt. Wij stappen niet mee in dat verhaal. Wij verdedigen iedereen die behoort tot de werkende klasse. 

Afgelopen winter sliepen volgens hulporganisaties zo’n 2.500 asielzoekers op straat in Brussel. Niet omdat ze dat wilden, maar omdat de regering dat zo beslist heeft. Omdat staatssecretaris Nicole De Moor (cd&v) er niet in slaagde om voldoende opvangcapaciteit te vinden, vaardigde ze in augustus 2023 een besluit uit dat alleenstaande mannen geen plek meer krijgen in de opvangcentra zolang er niet genoeg plaatsen gevonden zijn. Een flagrante schending van de Conventie van Genève, die onder meer scherp bekritiseerd werd door de Liga voor Mensenrechten. 

Iedereen heeft het recht om samen met zijn of haar partner, kinderen, ouders, … te wonen. Ongeacht waar mensen vandaan komen. Het recht op gezinsleven wordt echter steeds meer onder vuur genomen door de andere partijen. Rechtse partijen maar ook Vooruit roepen nu op om gezinshereniging te verstrengen. België werd al meermaals op de vingers getikt omdat het huidige beleid al te streng is. Jaarlijks zijn er zo’n 2.000 tot 3.000 vluchtelingen die naar hier komen via gezinshereniging. Het gaat dus om een kleine groep mensen. De huidige drempels zorgen er al voor dat mensen veel te lang gescheiden moeten leven van elkaar. Dat is niet alleen volledig onrechtvaardig, het heeft ook negatieve gevolgen voor hun integratie.

De migratieakkoorden met landen als Turkije, Tunesië en Libië vormen geen deel van de oplossing. Vluchtelingen worden er in overbevolkte kampen samengeperst en een groot deel van de kinderen gaat er niet naar school. In Libië worden vluchtelingen tot slavenarbeid gedwongen. De uitvoering van die akkoorden komt neer op het organiseren  van pushbacks, wat in strijd is met de mensenrechten. Herinner u de deportaties in Tunesië naar de woestijn. Hierdoor kwamen honderden mensen om het leven. De beelden van de zesjarige Marie en haar mama zullen we niet snel vergeten. Daarom verzetten wij ons tegen deze akkoorden. Bovendien geeft de Europese Unie op die manier subsidies aan overheden die de mensenrechten en vakbondsrechten niet altijd nauw nemen wat een rem zet op de sociale en democratische strijd in die landen. 

Wij verzetten ons tegen de voortdurende versterking en militarisering van de Europese Grens- en Kustwacht (Frontex). Mensenrechtenorganisaties stellen al jaren de ondoorzichtigheid, de bijhorende massadatabanken en de schending van de mensenrechten door Frontex aan de kaak. In 2022 moest de directeur van Frontex opstappen na een vernietigend rapport van het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF). Uit dat rapport bleek onder meer dat Frontex meewerkte aan illegale pushbacks in de Middellandse en Egeïsche Zee en dat meldingen hierover in de doofpot werden gestopt.