We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Stop de graaicultuur

De maatregelen die politici nemen raken hen niet persoonlijk, gezien de hoeveelheid geld dat ze verdienen. Zo is het wel heel gemakkelijk voor hen. De politieke kaste leeft in Graailand. Vandaag is de politiek ziek van koning geld, privileges, vertrekpremies en de heimelijke verstandhouding met de haute finance. Wij willen dat de politiek vertrekt vanuit een engagement voor de samenleving. Politici moeten het volk dienen en niet zichzelf bedienen. We hebben nood aan minder ministers en meer eenheid.

De PVDA hamert er al jaren op: de politiek is ziek van koning geld. In 2017 beschreef Peter Mertens, algemeen secretaris van de PVDA, in zijn boek Graailand hoe overbetaalde politieke vertegenwoordigers probleemloos overstappen van de wereld van de politiek naar die van het grootkapitaal en weer terug, en hoeveel corruptie daarmee gepaard gaat. Parlementen zijn geen afspiegeling van de bevolking maar vormen een bevoorrechte kaste die bijna als enige in dit land haar eigen salarissen bepaalt. Omdat hun dorst naar financieel gewin nooit wordt gelest, geven ze zichzelf ook royale toeslagen en vergoedingen. Naast al deze privileges stapelt een meerderheid van de politieke vertegenwoordigers vrolijk verschillende functies op. Ze combineren een politiek mandaat met vaak goedbetaalde overheidsfuncties en postjes in de privésector.

 

Deze politici met hun tienduizend euro per maand durven ons dan te komen vertellen dat "de Belgen boven hun stand leven". Ze laten ons langer werken. Ze stemmen voor een indexsprong en laten de energieprijzen de pan uitrijzen en ondernemen niets om die te blokkeren. Op het hoogtepunt van de energiecrisis voorspelde premier Alexander De Croo: "De komende vijf tot tien winters zullen moeilijk zijn". Het is makkelijk om daar tevreden mee te zijn als je de gevolgen van de maatregelen die je zelf neemt niet eens voelt. Ze merken de stijging van de energieprijzen niet eens. Ze hebben hun schaapjes al lang op het droge.

 

Ze geloven ook dat hun bevoorrechte positie volkomen normaal is. Over haar salaris van  8.472 euro bruto plus 2.497 euro onkostenvergoeding zei Barbara Pas, federaal fractieleider van Vlaams Belang in De Zondag: "Het is niet te veel betaald voor het werk dat ik dag en nacht doe". "Voor 3.000 euro netto per maand zou ik geen Kamerlid willen zijn", zegt Jean-Marie Dedecker in De Zevende Dag. "Ik denk niet dat ik te veel verdien", zei Siegfried Bracke (N-VA) ten tijde van het pensioenschandaal. "Wel, ik zeg dit in naam van heel het volk: wij vinden dat u te veel verdient!", antwoordde PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw.

 

Politici die in een bubbel leven, afgesneden van de realiteit van de gewone mensen, dat kan niet langer. Het is veel te gemakkelijk voor hen om maatregelen te nemen, vaak in strijd met hun eigen verkiezingsbeloften, die gewone mensen in hun portemonnee treffen. In onze democratie is er geen plaats voor liefhebbers van zelfbediening, voor mensen die alleen maar uit zijn op het vullen van hun eigen zakken en voor speculanten. Politici moeten weer aansluiting vinden bij het leven van gewone mensen. Ze moeten het volk dienen, niet zichzelf. Overheidsgeld is kostbaar en moet spaarzaam worden gebruikt. De politieke vertegenwoordigers moeten integer zijn en het algemeen belang en niet hun eigen belang ter harte nemen. 

 

In 2023 onthulde de PVDA de illegale pensioentoeslagen. Dit werd één van de grootste politieke schandalen van het jaar. Politici die zichzelf tot 1.500 euro boven het wettelijk pensioenplafond uitkeerden – een bedrag hoger dan het volledige pensioen van veel werkende mensen – het was weer eens "tournée générale" in de politiek. 

 

Eerst kwam uit dat ex-Kamervoorzitters Siegfried Bracke (N-VA) en Herman De Croo (Open Vld) jarenlang van duizenden euro’s aan illegale pensioenbonussen profiteerden. Onder druk van onze petitie om elke euro terug te eisen, stortte De Croo uiteindelijk alles terug. Bracke stak liever alles in eigen zak. 

 

Niet veel later onthulde de PVDA hoe alle parlementsleden het wettelijk maximumpensioen konden overschrijden. Dit was een maatregel die bestond in alle parlementen, en die volmondig mee goedgekeurd werd door Vlaams Belang. "Terwijl Vlaams Belang de graaicultuur helpt organiseren, werkt de PVDA aan de afschaffing ervan", zei Jos D'Haese, PVDA-fractieleider in het Vlaams Parlement, terecht. N-VA, Vooruit, Open Vld, cd&v, Groen, Ecolo, PS, MR, Vlaams Belang (VB) : allemaal zijn ze betrokken bij het pensioenschandaal. 

 

Het kostte heel wat tijd - politici zijn minder geneigd om op hun eigen centen te bezuinigen dan die van de gewone mensen - maar uiteindelijk werden deze illegale pensioenextra's na lang dralen afgeschaft. Vanaf 2024 zullen honderden oud-parlementsleden voor miljoenen minder aan illegale pensioenen krijgen. Dankzij de PVDA, de enige partij die zich verzet tegen de graaicultuur.

 

Nu is het tijd om een ander privilege van parlementsleden aan te pakken. We schaffen de zeer hoge vertrekpremies van parlementariërs volledig af. Uittredende parlementsleden ontvangen momenteel vergoedingen tot honderdduizenden euro's, onder het voorwendsel dat politici geen recht hebben op werkloosheidsuitkeringen. Dit is het schoolvoorbeeld van financiële zelfbediening op kosten van de belastingbetaler. 

 

Meer in het algemeen willen we de hoge salarissen en privileges van de politieke kaste aanpakken. We halveren de salarissen van ministers en parlementsleden. We hebben dit voorstel de afgelopen jaren verschillende keren ingediend, maar het werd steeds verworpen. Minister van Binnenlandse Zaken, Annelies Verlinden (cd&v), omschreef het zelfs als een "race to the bottom", een neerwaartse spiraal. "Wij doen niet mee aan dit opbod", zei Barbara Pas van het Vlaams Belang. Maar het idee viel niet helemaal in dovemansoren. In 2022 kondigde premier Alexander De Croo, de op negen na best betaalde regeringsleider ter wereld, een verlaging van 8 procent aan voor de salarissen van ministers. Hij noemde dit "politieke soberheid". In werkelijkheid zijn alleen bepaalde indexeringen geschrapt, maar dankzij het werk in de oppositie laat de PVDA geleidelijk het idee rijpen dat politieke vertegenwoordigers veel te veel verdienen.

 

De halvering van de salarissen en de afschaffing van ontslagvergoedingen maken deel uit van een algemene herziening van het statuut van politieke vertegenwoordigers. In 2023 diende de PVDA een voorstel in voor een nieuw "democratisch statuut voor politieke vertegenwoordigers" en dit gelijktijdig in alle Belgische parlementen. We onderwerpen de volksvertegenwoordigers voortaan aan hetzelfde regime als de gewone burger. Parlementsleden krijgen dan het normale werknemersstatuut en genieten dus ook dezelfde sociale uitkeringen bij ziekte, werkloosheid of pensioen. 

 

We heffen de speciale pensioenkassen van parlementariërs op en maken de Federale Pensioendienst verantwoordelijk voor het beheer van de pensioenen van politieke vertegenwoordigers. Voor langdurig zieke politici komt er een regeling zoals die voor een werknemer, in plaats van een gewaarborgd loon aan 100 procent. In plaats van een ontslagvergoeding kunnen voormalige verkozenen die werk zoeken een werkloosheidsuitkering aanvragen. We belasten alle inkomsten van politici. De huidige praktijk om een deel van hun inkomen te vermommen als een torenhoge zogenaamde onkostenvergoeding, die meer dan 2000 euro per maand bedraagt maar wel onbelastbaar is, wordt definitief verboden. Ook de buitensporige extra vergoedingen voor bijzondere parlementaire functies (voorzitter of ondervoorzitter van het parlement, commissievoorzitter of fractieleider), die het inkomen van sommige parlementariërs verdubbelen, brengen we terug tot redelijke proporties.

 

Voor de vergoedingen uit andere professionele activiteiten of mandaten, voeren we voor politieke mandatarissen een absoluut plafond in. We leggen dat plafond vast op drie keer het mediaanloon.

Het huidige dotatiesysteem legt de partijen aan het infuus van de overheid. Elk jaar vloeit 78 miljoen euro naar de partijkassen. Het valt op dat de partijen die het hardst tegen ‘overheidsinmenging’ tekeer gaan, de meeste subsidies opstrijken. De Vlaamse liberalen van Open Vld halen 95 procent van hun inkomsten bij de overheid en de Franstalige liberalen van MR 81 procent. Bij Vlaams Belang gaat het over 90 procent, bij N-VA over 89 procent. Deze partijen parasiteren op de staatskas. Ze leven van de belastingbetaler, maar leven niet in dezelfde wereld als de belastingbetaler.

 

Op dat vlak is de PVDA een buitenbeentje. Wij zijn een actieve ledenpartij en halen in de huidige legislatuur de helft van onze inkomsten uit lidgelden, giften, afdrachten en zitpenningen. We zijn trots op dit model. Wij gaan voortdurend in dialoog met onze achterban. Dag in dag uit versterken leden en vrijwilligers onze partij en verrijken ze onze democratische werking.  Wat een wereld van verschil met de andere partijen, die buiten de verkiezingscampagnes om geen enkele reden hebben om zich te bekommeren om de bevolking. Eenmaal de verkiezingen achter de rug zijn, is hun portefeuille weer gevuld. Zo zit de partijfinanciering vandaag nu eenmaal in elkaar.

 

Politieke partijen spelen een cruciale rol in de parlementaire democratie. Dotaties kunnen een middel zijn om de democratie te versterken, maar het huidige systeem is de uitdrukking van de graaicultuur en de zelfbediening. Het moet volledig op de schop gaan. De PVDA wil de partijfinanciering hervormen en een nieuwe, democratische, transparante en eerlijke regeling invoeren. 

 

Wij zijn ervan overtuigd dat een slimme partijfinanciering tot een democratischer en transparanter systeem kan leiden. Hiervoor hebben we drie eenvoudige voorstellen.

 

Ten eerste willen we dat het Parlement jaarlijks het budget vastlegt om de politieke partijen te subsidiëren. Vandaag is de partijfinanciering een doolhof waarin zelfs doorwinterde experten hun weg verliezen. In plaats daarvan moet dit maximumbedrag open en transparant worden vastgelegd. Zo kan de bevolking altijd exact weten hoeveel de overheid besteedt.

 

Elk jaar weer dient de PVDA haar voorstel in om de partijfinanciering te halveren. En elk jaar wordt dit voorstel verworpen. Verschillende kopstukken van de federale meerderheidspartijen en van N-VA hebben nochtans meermaals aangeklaagd dat de partijen te veel geld krijgen, maar als puntje bij paaltje komt weigeren ze de daad bij het woord te voegen. Eind 2022 kwam premier De Croo met een idee op de proppen: Bevries de partijfinanciering op het niveau van september 2022. Dit was maar een besparing van 5 procent, maar de dotaties zouden in 2023 tenminste niet stijgen. Al snel bleek dat ook dit een loze belofte was. Door de indexering werd die besparing meteen tenietgedaan. Zo steeg de federale dotatie in 2023 met 1,1 miljoen euro extra naar een ongeziene hoogte.

 

Er lijkt niet veel politieke wil te bestaan om aan de partijfinanciering te raken. Het regeerakkoord van Vivaldi vermeldt zelfs niet eens het totale bedrag. Ze beloofden wel om het systeem te hervormen “onder andere door een versterking van de transparantie op en de controle over de inkomsten en uitgaven”.  Maar ook die, op zich al minieme, ambitie bleef dode letter. Antisociale maatregelen worden meestal op een nacht beklonken, maar wanneer politici zelf iets moeten afstaan, komen ze met het ene vertragingsmanoeuvre na het andere. Adviezen, rapporten, hoorzittingen … Alles is goed om maar niet te moeten beslissen.

 

Het gaat er echter niet alleen om de subsidies aan de partijen te verminderen, maar ook om het systeem te verbeteren. Daarom voeren we ook een systeem van "matching funds" (bijpassende fondsen) in. Het concept is heel eenvoudig: de partijen moeten zorgen voor hun eigen inkomsten (lidgelden, giften van burgers, afdrachten en zitpenningen) in verhouding tot de ontvangen overheidssteun. Zo zorgen we ervoor dat de partijen weer dichter bij hun kiezers komen te staan. Als partijen voor een deel van hun middelen afhankelijk zijn van de burgers, zullen ze ook zorgvuldiger omspringen met hun financiën. De leden zullen namelijk in de gaten willen houden of hun geld goed besteed wordt. 

 

Vandaag bestaat dat ‘matching funds’-systeem al in verschillende landen. In Duitsland bijvoorbeeld krijgt een partij voor elke euro steun of lidgeld ook een euro van de overheid.  Natuurlijk moet er dan in voldoende waarborgen worden voorzien om te voorkomen dat grote bedrijven en rijke vermogens politieke invloed kopen. We bestrijden corruptie, gesjoemel en belangenvermenging. Maar de vrees dat het ‘matching funds’-principe ons naar VS-toestanden zal leiden waar multinationals de politiek dicteren, is ongegrond. In ons model bouw je een partij op aan de hand van kleine giften en lidgelden van gewone burgers. 

 

In ons land worden de grote partijen steevast bevoordeeld ten opzichte van de kleintjes als het aankomt op financiering. Momenteel krijgen enkel partijen die al in het parlement zitten een dotatie. We willen nieuwe partijen en nieuwe ideeën ook een kans geven. Dat kan bijvoorbeeld door een deel van de campagnekosten bij verkiezingen terug te betalen.

 

De traditionele partijen voerden meer dan 20 jaar geleden een kiesdrempel van 5 procent in om hun macht te handhaven. We voeren een volledig proportioneel kiesstelsel in. We schaffen de ondemocratische kiesdrempel van 5 procent af, die vandaag de facto ook de drempel voor partijfinanciering is.

 

Wanneer partijen hun macht voelen ontglippen, doen ze er alles aan om hun positie en vooral de bijhorende middelen te behouden. Desnoods veranderen ze de spelregels van de democratie. Zo schaften de Vlaamse meerderheidspartijen (N-VA, Open Vld en cd&v) de opkomstplicht af bij lokale verkiezingen. “Zo maak je van de democratie echt een feest,” juichte Gwendolyn Rutten (ex-voorzitter Open Vld) de afschaffing van de opkomstplicht toe. Uit onderzoek blijkt nochtans dat vooral kortgeschoolde mensen en mensen met een laag inkomen het vaakst afhaken. Democratie zou inderdaad een feest moeten zijn. Een feest om de vele decennia van sociale strijd voor het stemrecht te herdenken. Dat feest vier je door het democratisch proces zo rijk en representatief mogelijk te maken. De stem van zoveel mogelijk mensen moet gehoord worden. De opkomstplicht afschaffen gaat daar lijnrecht tegen in.

 

Alle partijen op de kieslijsten zouden een gelijke toegang tot de media moeten hebben, behalve de partijen die racisme en haat verspreiden.  Door het gebrek aan gelijke spelregels in de grote media, komt de PVDA verhoudingsgewijs minder aan bod. Uit studies blijkt dat onze partij in 2020 zowel op VRT als op VTM nog geen halve procent van de totale spreektijd van de Vlaamse partijen kreeg. Ook in 2021 bleven we in de nieuwsuitzendingen op de VRT op dat lage cijfer steken. In de duidingsprogramma’s was dat 2,7 procent, nog steeds minder dan de MR, die niet eens opkomt in Vlaanderen. Ook binnen de Franstalige media is de PVDA ondervertegenwoordigd. In de Franstalige kranten komt Raoul Hedebouw bijvoorbeeld zes keer minder aan het woord dan MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez. Op de Franstalige ochtendradio wordt de PVDA bijna vijf keer minder vaak uitgenodigd dan de PS en de MR, bijna vier keer minder vaak dan Ecolo.

 

Zolang dit onevenwicht blijft bestaan, moeten wij als partij op zoek naar alternatieve kanalen, zoals de sociale media, om onze standpunten duidelijk te maken en te communiceren met onze achterban en het bredere publiek. Het voorstel van Ecolo-Groen - gesteund door Vooruit, PS, cd&v en Open Vld - om de communicatie-uitgaven te beperken, zou ook die deur sluiten. Bovendien is (extreem)rechts online bijzonder actief. We kunnen deze ruimte dan ook niet aan hen overlaten. We moeten hun haatboodschappen op elk mogelijk terrein bekampen, ook op sociale media.

 

De communicatie-uitgaven beperken, versterkt alleen maar de ongelijke behandeling in de grote media. Dit smoort het debat in de kiem. De experts vinden dat ook. Zo stelde Gunter Vanden Eynde, onderzoeker aan de KU Leuven, dat een plafond “het concurrentievoordeel vergroot voor de traditionele partijen en kandidaten met een goede toegang tot de traditionele media en de reguliere advertentiemarkt”.

In België, maar ook in Europa, is het gebruikelijk dat hoge politieke vertegenwoordigers, hoge ambtenaren of kabinetsleden lid worden van de adviesraad of raad van bestuur van een of andere grote onderneming of bank. Soms worden ze aan het einde van hun mandaat zelf lobbyist voor multinationals. Omgekeerd worden lobbyisten en bestuurders uit grote bedrijven rechtstreeks in ministeriële kabinetten of zelfs in regeringen gedropt. Dit zijn de fameuze "draaideuren" tussen de wereld van de politiek en die van het grootkapitaal. Ze vormen een ernstige bedreiging voor de democratie.

 

De flagrante voorbeelden zijn legio. Oud-Europees Commissaris voor Handel Karel De Gucht ging na zijn mandaat aan de slag bij ArcelorMittal en Proximus. Europees parlementslid Guy Verhofstadt (Open Vld) combineert zijn zitje in het Europese parlement met een postje bij Sofina, de financiële holding van de adellijke zakenfamilie Boël. Boven op de 217.000 euro die hij vangt als Europees parlementslid krijgt hij van de familie Boël ook nog eens elk jaar 100.000 euro om aan enkele vergaderingen deel te nemen.

 

Maar de deuren draaien ook andersom. Neem nu de staatssecretaris voor Begroting Alexia Bertrand (Open Vld). Zij is de dochter en erfgename van Luc Bertrand, die  tot de 19de rijkste familie van het land behoort. Deze familie is de historische aandeelhouder van Ackermans & van Haaren, goed voor een vermogen van 1,7 miljard euro. Zelf was ze jarenlang ook bestuurder van deze machtige holding, actief in de banksector (Delen Private Bank en Bank Van Breda) en met grote belangen in de bouw- en baggersector.

 

Het geval van Annick De Ridder (N-VA) spreekt ook tot de verbeelding. Als Vlaams  parlementslid van Open Vld en directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen onderhield ze nauwe banden met de Antwerpse miljardair Fernand Huts, de grote baas van Katoen Natie, die zeer actief is in de haven van Antwerpen. In 2011 verliet De Ridder de Antwerpse politiek om als consultant aan de slag te gaan bij dit bedrijf. "Om te leren hoe ondernemers denken", zei ze toen. Ze bleef wel zetelen in het Vlaamse Parlement. Amper twee jaar later stapte ze over naar de N-VA. Fernand Huts zou daarover gezegd hebben: “Toen ze was klaargestoomd voor de politieke actie, heb ik haar aan Bart De Wever cadeau gedaan.” Vandaag is Annick De Ridder lid van het Vlaams Parlement en schepen bevoegd voor de haven van Antwerpen.

 

Waar de regeringsleden van Vivaldi en hun kabinetsmedewerkers zullen belanden na de volgende verkiezingen is nog niet duidelijk. Maar de samenstelling van de Vivaldi-kabinetten leert dat de draaideuren volop hebben gewerkt. En alles doet vermoeden dat ze dat weer zullen doen op het einde van de legislatuur. Premier De Croo haalde de hoofdeconoom van werkgeversorganisatie VBO binnen op zijn kabinet. Ex-minister van Justitie Van Quickenborne (Open Vld) deed dat met een adviseur van de Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA . Op het kabinet van Energieminister Van der Straeten kwamen acht van de twaalf kabinetsleden die rond energie werken uit de privésector. Een aanzienlijk aantal medewerkers met een verleden in de diamant- en bankwereld vonden een plekje bij ministers Van Peteghem (cd&v) en Van Quickenborne. Op het kabinet van minister van Economie Dermagne (PS) werken tal van medewerkers met een verleden in de verzekeringssector. Op het kabinet van Vlaams mediaminister Dalle (cd&v) tekent een ex-juriste van DPG Media (het mediabedrijf van miljardair Van Thillo dat onder meer VTM en Het Laatste Nieuws bezit) het beleid uit. Op alle kabinetten vind je medewerkers die voorheen actief waren in de private consultancy-industrie zoals Deloitte, Ernst & Young, KPMG, PwC en McKinsey, die bekendstaan om hun neoliberale beleid. Staatssecretaris Thomas Dermine (PS) komt trouwens zelf uit de stal van McKinsey.

 

De kabinetten worden zo een broeihaard van mogelijke belangenvermenging. De lobbyisten van grote bedrijven en fortuinen zitten onrechtstreeks of rechtstreeks aan de knoppen van het beleid.

 

Er zou een ontluizingsperiode van vijf jaar moeten komen na de uitoefening van een belangrijk publiek mandaat. In die periode mag een minister, parlementslid, kabinetchef of adjunct-kabinetchef niet aan de slag als directielid, als lid van de raad van bestuur of van een adviesraad of als consulent bij banken, multinationals of beursgenoteerde bedrijven. De PVDA heeft daarover een wetsvoorstel ingediend.

 

Twee belangrijke petjes tegelijk dragen is al helemaal uit de boze. Het is moreel niet te verdedigen dat ministers, provinciale of gemeentelijke bestuurders betaalde mandaten bekleden bij banken, multinationals of beursgenoteerde bedrijven. Ofwel werk je voor de gemeenschap ofwel voor privébelangen, maar niet voor beide tegelijk. Volksvertegenwoordigers en hun medewerkers hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid.  Er moeten hoge schotten staan tussen de verschillende soorten macht. Alleen zo kunnen we machtsconcentratie voorkomen.

 

Ook in de werking van de kabinetten loopt het fout. Het ligt voor de hand dat een kleine ploeg medewerkers de minister ondersteunt. Maar nu loopt het de spuigaten uit. België telt vandaag meer dan 2000 kabinetsleden voor 46 ministers en 8 staatssecretarissen. Die kolossale en ondoorzichtige kabinetten kosten handenvol geld. De factuur van de Vivaldi-kabinetten steeg met 22 procent in vergelijking met de vorige regering: van 54 naar 66 miljoen euro. Bovendien bestellen de ministers en hun kabinetten aan de lopende band peperdure studies bij de consultancy-industrie, niet zelden de voormalige werkgevers van veel kabinetsleden.

 

Eind mei 2023 bleek dat de Vlaamse regering deze legislatuur niet minder dan 1,5 miljard euro betaalde aan externe consultancybureaus. Later stelde minister-president Jan Jambon dat bij tot ‘slechts 640 miljoen euro’. Het is ongelooflijk dat een regering die zegt zuinig om te springen met haar middelen, niet eens weet hoeveel geld ze precies spendeert aan consultants. "Zelfs de 640 miljoen euro waar Jan Jambon het over heeft, zijn nog steeds drie keer het bedrag dat twee ambtstermijnen geleden werd uitgegeven aan adviesdiensten," zei Jos D'Haese, PVDA-parlementslid in het Vlaamse Parlement. PVDA-parlementslid Lise Vandecasteele ondervroeg Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Hilde Crevits (cd&v), over de consultancy-opdrachten van het bedrijf WhoCares? Dat bedrijf mocht van het kabinet Crevits voor een slordige 2,2 miljoen euro aan facturen opstellen. Pittig detail: Jo Vandeurzen, voormalig cd&v-minister voor Welzijn en Volksgezondheid, werkt met zijn bedrijf WhoCares? aan een dagvergoeding van 1.300 euro, wat meer is dan wat hij als minister verdiende. Het is vriendjespolitiek tot in het absurde. “Eerst besparen jullie 219 miljoen euro door het met 1.440 ambtenaren minder te doen. Dan geven jullie 1,5 miljard euro uit om mensen die 1300 euro per dag aanrekenen, exact hetzelfde werk te laten doen”, beet PVDA-volksvertegenwoordiger Jos D’Haese Jambon toe tijdens het debat in het Vlaams parlement.

 

Het is tijd om deze verspilling te stoppen en te investeren in performante openbare diensten. Zo vloeit de nodige kennis niet weg uit de eigen administratie en agentschappen en pakken we de belangenvermenging en de ons-kent-ons politiek aan. We willen ook het aantal medewerkers op de kabinetten drastisch inperken. In Nederland bijvoorbeeld heeft een minister slechts een viertal medewerkers. Er moet een lijst komen van de voormalige werkgevers van de kabinetsmedewerkers in de vijf jaar voor hun aanstelling evenals een lijst van alle consultancy opdrachten bij de kabinetten. De regering publiceert en actualiseert deze lijsten op haar website. Wanneer kabinetsmedewerkers overstappen naar de privé, wordt daarover publiek gecommuniceerd.

De afgelopen jaren stapelden de politiek-financiële schandalen zich op. “De meeste partijen vinden het maar logisch dat de politici hier simpel onder elkaar de deontologische regels bepalen”, reageerde PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw verontwaardigd. Als er één iets duidelijk is gebleken, dan is het wel dat die zelfcontrole onder politici helemaal niet werkt.”

 

We kunnen het niet aan politici overlaten om de rol van scheidsrechter te spelen in de politiek. Daarom willen we een Hoge Autoriteit voor politieke transparantie oprichten. Deze moet nagaan of er voldoende transparantie is, of er zich belangenconflicten voordoen en of er sprake is van goed bestuur. De Autoriteit kan aanbevelingen doen. In het geval van corruptie of belangenvermenging kan ze ook streng optreden. Indien nodig start deze autoriteit een onderzoek en stuurt een verslag naar het parket of een onderzoeksrechter.

In andere landen bestaan daar al voorbeelden van. In Barcelona heb je de Oficina para la Transparencia y las Buenas Prácticas (Bureau voor Transparantie en Goede Praktijken). Een team van 56 medewerkers houdt in de gaten of publieke middelen volgens de wet worden beheerd. Er bestaat daar ook een ‘ethische brievenbus’, buzón ético in het Spaans, waar ambtenaren en inwoners misstanden en corruptie kunnen melden.

Veel politici nemen naast hun functies als verkozene  allerlei betaalde nevenmandaten op. Deze inkomens zijn zeer ondoorzichtig. Over hun vermogen mag de burger al helemaal niets weten.  Dit is ongezond. Een minister met aandelen van een bedrijf, dat concurreert met een overheidsbedrijf bijvoorbeeld, zou in de verleiding kunnen komen om dat bedrijf uit te hollen. Momenteel moeten volksvertegenwoordigers en politieke mandatarissen informatie over hun vermogen in een verzegelde enveloppe indienen bij het Rekenhof. Wij willen dat de vermogensaangiftes van politieke mandatarissen openbaar worden gemaakt. Raoul Hedebouw en Peter Mertens dienden daarover een voorstel in het federale parlement in. Dat voorstel strookt volledig met de aanbevelingen van de GRECO (Groep van Staten tegen Corruptie - Raad van Europa).

Ook in de muffe achterkamers van de politiek moeten we de ramen openzetten. Bij de pensioenextra’s voor de gewezen Kamervoorzitters was er een enorm gebrek aan transparantie. Alle vergaderingen van het Bureau van de Kamer (het Bureau is het leidinggevend orgaan van de Kamer waarin elke fractie vertegenwoordigd is met twee leden) vinden plaats achter gesloten deuren. Op verschillende momenten heeft de PVDA de verslagen van eerdere vergaderingen van het Bureau moeten opvragen om opheldering te krijgen over de manoeuvres die tot dit systeem hebben geleid. Wij willen dat ook het publiek inzage krijgt in alle discussies en beslissingen binnen het Bureau van de Kamer, maar ook bij andere overheidsorganen en -bedrijven. De verslagen van hun vergaderingen moeten op het internet beschikbaar zijn voor alle volksvertegenwoordigers en het publiek

De vergaderingen van instellingen waar beslissingen genomen worden die een groot aantal mensen aangaan, moeten live en online gevolgd kunnen worden. In februari 2023 merkte PVDA-fractieleidster in de Kamer, Sofie Merckx dat de partijfinanciering besproken zou worden in een commissiezaal zonder streaming. Waarschijnlijk toeval, dacht ze. Maar na afloop was de opluchting binnen de meerderheid daarover duidelijk merkbaar.  “Gelukkig dat het niet gestreamd werd”, zei een lid van de meerderheid tegen een collega. Ze hadden echter niet gemerkt dat er ook twee journalisten in de zaal zaten, die vervolgens een artikel schreven over de verbijsterende discussie in de commissie, waarin de meerderheid uiteindelijk opnieuw om advies van deskundigen vroeg, ondanks het feit dat er net een lijvig rapport was gepubliceerd. Waarop had dat nieuw onderzoek zich precies moeten richten? Niemand gaf enige uitleg. Het ging vooral om een vertragingstactiek van de kant van een meerderheid die nog steeds geen gezamenlijk voorstel had voor een echte hervorming van de partijfinanciering.

Ook het intens gelobby van het economische en financiële establishment verhindert de transparantie over het politieke proces. Het grootkapitaal spaart kosten noch moeite om politieke beslissingen in zijn voordeel te laten uitdraaien.  Denk bijvoorbeeld aan het sms-schandaal tussen Ursula von der Leyen, voorzitster van de Europese Commissie, en haar ‘vriend’ Albert Bourla, de CEO van Pfizer.

De farmaceutische industrie zette een grote lobbymachine in tegen het opheffen van patenten op coronavaccins.  De onderzoeksorganisatie Corporate Europe Observatory onthulde dat Big Pharma elk jaar maar liefst 36 miljoen euro spendeert aan lobbywerk in Europa. Om te voorkomen dat ook arme landen toegang kregen tot de productie van vaccins staken ze met succes nog een tandje bij. Het is een concreet voorbeeld van hoe dergelijke bedrijven parlementen proberen te beïnvloeden en het totale gebrek aan transparantie over die praktijken.De onthullingen van Corporate Europe Observatory waren voor de PVDA een aanleiding om de farmaceutische lobby in ons land onder de loep te nemen. Het huidige lobbyistenregister van de Kamer bevat alleen een lijst van geregistreerde lobbyisten. De lijst bevat minder dan 100 bedrijven, waaronder Antwerp World Diamond Centre, NewPharma, Engie-Electrabel, Proximus, ING Belgium, Assuralia en AB Inbev. Wie die lobbyisten ontmoeten, hoe vaak ze met parlementsleden samenzitten en waarover ze het tijdens die gesprekken hebben, wordt allemaal niet geregistreerd. De informatie in dat lobbyregister is met andere woorden volstrekt nutteloos om inzicht te krijgen in de manier waarop fracties beïnvloed worden. Het huidige register van lobbyactiviteiten stelt dus niets voor.

Het gebeurt regelmatig dat grote stukken van nieuwe wetteksten copy-paste zijn van teksten opgesteld door lobbyisten. Wanneer dat het geval is en lobbyisten wetgeving volledig of gedeeltelijk hebben opgesteld voor de regering of parlementsleden, dan moet dit gemeld worden. Om daarin klaarheid te scheppen hebben we met de PVDA een wetsvoorstel ingediend om een lobbyregister in te stellen met publiek toezicht op de invoering en uitvoering en sancties bij het niet naleven van de registratieplicht.

Alleen zo kunnen we voorkomen dat grote bedrijven het werk van de regering en parlementaire debatten manipuleren voor hun eigen gewin. Dat laatste was bijvoorbeeld het geval met de geheime deal die de huidige regering sloot met Engie tijdens de onderhandelingen over de verlenging van de kernreactoren. Al 20 jaar neemt Engie de beslissingen en voert de regering die vervolgens uit. Een handvol aandeelhouders heeft meer macht dan alle energieministers samen. Wij willen die beïnvloeding zichtbaar maken voor het grote publiek.