We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Vakbondsrechten

In landen en bedrijven die kunnen rekenen op een sterke syndicale tegenmacht hebben werknemers gemiddeld minder arbeidsongevallen, hogere lonen, meer opleiding en vorming en meer vrije dagen. Vakbondsrechten zijn essentieel in de strijd voor sociale rechtvaardigheid en democratie. Uit collectieve actie put de werkende klasse haar kracht. Geconfronteerd met verschillende aanvallen vanuit  politieke en patronale hoek komen we samen met de sociale beweging op voor de verdediging en verbreding van de vakbondsrechten.

Alle grote sociale verworvenheden in dit land zijn afgedwongen door brede sociale bewegingen, in de eerste plaats door de vakbonden. De stakingen van 1920 hebben bijgedragen tot de arbeidsduurverkorting en de uitbreiding van het stakingsrecht. Zelfs in volle crisis, heeft de Europese stakingsgolf van 1936, waar socialisten en communisten samen streden, bij de machthebbers zoveel angst opgewekt dat opnieuw toegevingen werden gedaan. Toen werd het betaald verlof ingevoerd.

 

Grote demonstraties en stakingen maken sociale vooruitgang mogelijk: algemeen stemrecht en stakingsrecht, betaald verlof, de 38-urenweek, sociale zekerheid en, meer recent, de herfinanciering van de gezondheidszorg, het is allemaal tot stand gekomen dankzij grote sociale bewegingen.

 

Rechtse en extreemrechtse partijen en werkgevers doen er alles aan om organisaties die de collectieve belangen van werknemers verdedigen uit de weg te ruimen. Ze proberen met alle macht vakbonden de middelen te ontnemen die ze nodig hebben om te vechten.

 

Concreet willen ze het stakings- en betogingsrecht beperken. We zagen dit met het invoeren van de "minimumdienst" bij spoorstakingen. Vervolgens kwam daar de beperking van het stakingsrecht van gevangenisbewakers bij. Zij kunnen nu gevorderd en gedwongen worden om onder bepaalde omstandigheden te werken. De PVDA vraagt een maximale dienstverlening voor de gebruikers en verzet zich tegen de minimumdienst. Die dient om diegenen te straffen die vechten voor betere openbare diensten.

 

Regels en jurisprudentie beperken de facto steeds meer het stakingsrecht en worden in de rechtbanken opgelegd met de welwillendheid van de traditionele politieke wereld. De vakbondsrechten evolueren niet in de goede richting. De wereldvakbond IVV verlaagde de ranking van België in de Global Rights Index. Het IVV stelt regelmatige schendingen van vakbondsrechten in België vast. Hierdoor staat ons land op dezelfde rang als Liberia en Panama. Een democratisch ontwaken is dringend.

 

De directie van Delhaize heeft in de lente van 2023 een plan uitgerold om zich te ontdoen van de vakbonden door al haar geïntegreerde winkels te "franchisen" (verzelfstandigen). Door haar netwerk om te vormen tot een reeks kleine onafhankelijke winkels, probeerde zij de vakbonden buitenspel te zetten. Het was het begin van een ongeziene sociale strijd, maar de directie haalde alle middelen uit de kast om de beweging te dwarsbomen.  Er werd massaal gebruikgemaakt van studentenarbeid om de staking te breken. De directie schakelde ook systematisch deurwaarders en politie in om de piketten uiteen te drijven. Een rechter oordeelde zelfs dat de vrijheid om handel te drijven superieur was aan het stakingsrecht. Deurwaarders bezochten vakbondsleden en hun gezinnen thuis om hen ‘preventief’ een bevel te overhandigen dat hen verbood om piket te staan in de buurt van de winkels. De politie arresteerde ‘preventief’ vakbondsleden terwijl ze nog in hun auto zaten. In die context hebben we een wetsvoorstel ingediend om studentenwerk tijdens arbeidsconflicten te verbieden. Naar het voorbeeld van wat voorzien is voor uitzendkrachten. De PVDA kwam ook vaak tussen in het parlement om het misbruik van justitie en politie aan te kaarten, zonder

 

Zo is het stakingsrecht ook nauw verbonden met het recht om piket te staan. Het beperkt zich niet tot het individueel recht om niet te gaan werken. Enkele jaren geleden heeft het Europees Comité voor Sociale Rechten, dat verantwoordelijk is voor de naleving van het Europees Sociaal Handvest, er nog op gewezen. Dat Handvest garandeert het stakingsrecht. Het Comité veroordeelde België voor het opleggen van dwangsommen tegen piketten. Daarom ondernemen we stappen om het gebruik van deze dwangsommen en eenzijdige verzoeken tegen piketten te verbieden.

 

Dezelfde logica geldt voor onze mobilisatie tegen de veroordelingen van de voorzitter van het Antwerpse ABVV en de voorzitter van het federale ABVV. Beiden werden veroordeeld voor het "organiseren" van "kwaadwillige belemmering van het verkeer" tijdens stakingen tegen de regering-Michel. De veroordeling gebeurde op basis van het artikel 406 van het strafwetboek. Dit artikel bestraft personen die vrijwillig het verkeer belemmeren, voertuigen tegenhouden en zo gevaarlijke situaties doen ontstaan. Toen de wet uit 1876 in 1963 werd uitgebreid naar het wegverkeer, werd gespecificeerd dat dit deel van de wet "nooit zou worden toegepast tegen vreedzame stakers en vreedzame piketten". In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie vegen de recente uitspraken het fundamentele recht op collectieve actie van tafel.

 

De vonnissen tegen de vakbondsleden zijn ook ernstig omdat ze vakbondsleiders niet veroordelen omdat ze zelf deelnamen aan het "kwaadwillig hinderen van het verkeer". Nee, deze vonnissen veroordelen de vakbondsleiders omdat ze het hebben "georganiseerd". Door de organisatoren van de piketten te veroordelen worden alle potentiële organisatoren van acties geviseerd. Dit is opnieuw een gevaarlijk precedent. Tot nog toe werd nog nooit een organisator van een manifestatie veroordeeld voor daden tijdens die manifestatie.

 

Wat zal er met dit soort uitspraken morgen gebeuren met de fietsers die sit-ins houden om veiligere fietspaden te eisen? Wat met ouders die het verkeer tegenhouden met hun kinderen om minder fijn stof in de atmosfeer te eisen? Of met vreedzame actievoerders die wapentransporten blokkeren? Wat met studenten die spontane betogingen organiseren? De sociale geschiedenis van België is vol met verkeersbelemmeringen. Duizenden. Die maakten het mogelijk een krachtsverhouding tot stand te brengen, te wegen op de loop der zaken. Zonder deze belemmeringen hadden we nooit het stemrecht, de achturige werkdag of het betaald verlof verkregen. Deze verkeersbelemmeringen - eigenlijk geldt dit voor elke betoging op de openbare weg - waren niet "kwaadwillig", waren niet bedoeld om gevaarlijke situaties of ongelukken te veroorzaken. Het waren belemmeringen door het volk, van sociale weerstand, belemmeringen die sociale vooruitgang mogelijk maakten. Daarom hebben we een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van artikel 406 van het Wetboek van Strafrecht zodat het niet meer van toepassing is bij sociale conflicten.

 

Op verzoek van sociaaldemocratische burgemeesters heeft toenmalig minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) een wetsvoorstel ingediend om een betogingsverbod op te nemen in het strafwetboek. Het doel? Sociale bewegingen en hun acties verder criminaliseren. Samen met de sociale beweging hebben we hard gewerkt om dit wetsvoorstel van tafel te krijgen. Duizenden mensen van vakbonden en het middenveld zijn verschillende keren op straat gekomen om dit wetsvoorstel van de regering aan de kaak te stellen. De PVDA stond natuurlijk aan hun zij. In het parlement hebben we alles uit de kast gehaald om te voorkomen dat dit wetsvoorstel zou worden aangenomen. Onze arbeiders-volksvertegenwoordigers - met samen 100 jaar syndicale ervaring - hebben meer dan vier uur lang getuigenissen afgelegd om duidelijk te maken hoe gevaarlijk dit wetsvoorstel is. Het ordewoord is duidelijk: geen "wet ter criminalisering van betogers".

 

Voor rechtse en extreemrechtse partijen en werkgevers volstaat het niet om het recht op demonstreren of staken te beperken. Verschillende van hen hebben wetsvoorstellen ingediend om de middelen en invloed van vakbonden te beperken: door controle uit te oefenen op de financiële middelen van de vakbonden en in het bijzonder de stakingsfondsen. Iets waar werkgevers al heel lang van dromen. Het doel is natuurlijk gemakkelijker de financiële reserves, die de werknemers en werkneemsters de mogelijkheid geven om sociale actie te voeren, te kennen en in beslag te nemen.

 

Door vakbonden een zogenaamde "rechtspersoonlijkheid" op te leggen, willen werkgevers en rechtse partijen hen kunnen vervolgen in het geval van stakingen of acties die als "onverantwoordelijk" worden beschouwd of in het geval van incidenten tijdens demonstraties. Momenteel kunnen enkel de plegers van feiten en niet de vakbond als organisatie worden vervolgd. Dat is logisch. Stel je voor dat de vakbond kan verantwoordelijk gesteld worden voor elk incident of voor elke provocatie. Dat is nochtans wat de rechtse partijen en werkgevers willen: vakbonden voortdurend bedreigen met rechtszaken, waardoor hun mogelijkheden om collectieve actie te voeren worden beperkt.

 

Rechts en extreemrechts willen de bevolking individualiseren en de collectieve instrumenten van de klasse ontmantelen. Daarom willen ze vakbonden en, meer in het algemeen, de mutualiteiten en het maatschappelijk middenveld alle legitimiteit ontnemen. Voor partijen als de MR, de N-VA of het Vlaams Belang mogen vakbonden en mutualiteiten niet spreken namens de wereld van de arbeid. Deze partijen willen alles afbreken wat hen verankert in de bevolking. Ze willen de diensten van vakbonden en mutualiteiten afschaffen, zoals de betaling van werkloosheids- en ziekte-uitkeringen aan hun leden. Ze willen dat we vergeten dat de werkloosheids- en ziekenfondsen zijn opgericht, niet door een regering, maar door de werkende klasse zelf, via hun vakbonden en mutualiteiten. De sociale zekerheid is de kathedraal die de wereld van de arbeid zelf gebouwd heeft. In navolging van de regering-Michel blijft Vivaldi de vakbonden te weinig middelen geven voor hun rol in het uitbetalen van de werkloosheidsuitkeringen. Deze missie moet dringend geherfinancierd worden om de vakbondsorganisaties in staat te stellen de werkloosheidsuitkeringen zo snel en correct mogelijk uit te betalen. 

 

De rechtse partijen en werkgevers willen de vakbonden deze dienstverlening afpakken. Door deze dienstverlening bouwen de vakbonden een vertrouwensband op met honderdduizenden werknemers en hebben ze een wijdverspreid netwerk van lokale kantoren. Dat is natuurlijk een doorn in het oog van rechts en de werkgevers. Ze proberen ook de sociale dialoog uit te hollen, omdat ze vinden dat deze teveel invloed geeft aan de organisaties die de werkende klasse vertegenwoordigen.

 

In landen zonder tegenwicht van de vakbonden zijn de sociale rechten zwak en de ongelijkheden groter. De vrijheid van vereniging, van meningsuiting en sociale actie zijn fundamentele rechten die ons allen aanbelangen. Syndicale rechten zijn mensenrechten. Ze spelen een essentiële rol in de strijd voor sociale en democratische vooruitgang. Vakbondsvrijheden mogen niet worden beperkt of ingeperkt. Ze moeten worden uitgebreid en versterkt.

Het arbeidscontract is het enige contract dat een persoon ondergeschikt maakt aan een andere persoon. Eigenlijk verlies je een hele reeks rechten als je de werkvloer betreedt. Al te vaak moet je elke dag een aantal uren werken zonder respect voor je fundamentele democratische rechten. Daarom is het hoog tijd om het begrip "burgerschap" in te voeren in de bedrijven. Zodat je mensenrechten tijdens je werk gevrijwaard blijven. Zo kan je ook je mening uiten op het werk, je organiseren en moet je werkgever je privéleven respecteren. De democratie mag niet stoppen aan de ingang van het bedrijf. Het burgerschap moet ook in het bedrijf worden erkend.

 

In bedrijven met meer dan 100 werknemers worden om de vier jaar sociale verkiezingen georganiseerd om de ondernemingsraad te kiezen en in bedrijven met meer dan 50 werknemers om de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk te kiezen. Er zitten meer mensen in deze comités dan in alle gemeenteraden van dit land samen. Om de invloed van de vakbonden tegen te gaan, proberen sommige grote bedrijven of zelfs multinationals zich te ontdoen van vakbonden en manieren te vinden om de drempel van 50 werknemers te omzeilen: ze ontwikkelen modellen met "zelfstandige" werknemers of verdelen hun bedrijf in "franchisewinkels", zoals bij Delhaize. Om deze pogingen van werkgevers tegen te gaan, willen we de drempels verlagen zodat een vakbondsvertegenwoordiging vanaf twintig werknemers kan worden opgericht. Zo verhogen we het democratisch gehalte van de sociale verkiezingen. In dezelfde geest willen we ook werknemers het recht geven om een vakbondsdelegatie op te richten in bedrijven met vijf of meer werknemers.

 

We willen het ook gemakkelijker maken om verschillende werkplekken te erkennen als onderdeel van een "technische bedrijfseenheid". Dit zou het mogelijk maken om de strategie van sommige werkgevers die hun bedrijf opsplitsen in verschillende bedrijven met niet meer dan vijftig werknemers, tegen te gaan. Zodra er een economische link is (dezelfde aandeelhouder, hetzelfde management, enzovoort) tussen verschillende bedrijven, moeten werknemers deze kunnen laten erkennen als één technische eenheid en zich kunnen organiseren in vakbonden.

 

Bedrijven kunnen zich ontdoen van personeelsvertegenwoordigers of vakbondsafgevaardigden door een forfaitaire schadevergoeding te betalen. Dit geldt vooral tijdens de zogenaamde "solden". Dat is de periode vlak voor de sociale verkiezingen wanneer het voor een bedrijf bijzonder "goedkoop" is om een afgevaardigde te ontslaan. Zo zijn we getuige geweest van tientallen pogingen tot ontslag in die periode. Daarom willen we de bescherming van personeelsvertegenwoordigers versterken, zodat re-integratie afdwingbaar wordt door middel van dwangsommen in het geval van onrechtmatig ontslag. We zullen daarom de wet van 19 maart 1991 aanpassen en tijdens de ontslagprocedure ook de mogelijkheid schrappen om de personeelsvertegenwoordiger te schorsen.

 

Ook niet-beschermde werknemers en vakbondsafgevaardigden in de publieke sector verdienen een betere bescherming wanneer ze opkomen voor syndicale eisen. In het Franse recht is elk ontslag wegens syndicale redenen nietig. We willen een gelijkwaardige bepaling invoeren in het Belgische recht.

Net na de Tweede Wereldoorlog werd het sociaal overleg geïnstitutionaliseerd. Dit was een toegeving van werkgeverszijde om de sociale vrede te garanderen en revolutionaire onlusten te vermijden. De sociale bewegingen, waaronder de vakbonden, werden nauw betrokken bij de dienstverlening en besluitvorming op het vlak van lonen, de gezondheidszorg en de sociale zekerheid. De wet op de cao's kwam in die periode tot stand, evenals de wetten op de paritaire comités, de ondernemingsraden en de Comités voor Preventie en Bescherming op het werk. Vandaag proberen de verschillende regeringen en werkgevers steeds vaker om dit overleg terzijde te schuiven en hun plannen zonder tegenspraak door te drukken, zoals ze deden tijdens de laatste twee interprofessionele niet-akkoorden, toen werkgevers en regering samen optrokken om een loonstop op te leggen. Sociaal overleg moet gerespecteerd worden en de overheid moet ophouden werkgevers in een zetel te zetten door hun kant te kiezen in sociale conflicten.

 

Overheidsbedrijven zoals de NMBS en bpost hebben een directe impact op het leven van de bevolking: ze bepalen of je een postkantoor hebt in je buurt en of het lokale station open blijft. Burgers en werknemers moeten inspraak hebben en controle kunnen uitoefenen zodat deze openbare diensten hun rol goed vervullen. Wij stellen daarom voor om de bestuursraden van overheidsbedrijven open te stellen voor vertegenwoordigers van de vakbonden en gebruikersverenigingen, zodat zij toezicht kunnen houden op de collectieve dienstverlening. De debatten in deze bestuursraden moeten openbaar zijn en alle documenten moeten beschikbaar zijn om personeel en gebruikers te informeren.

 

Op het vlak van ontslag is België een van de meest liberale landen in Europa. Anders dan in Duitsland, Frankrijk of Nederland kan een werkgever bij ons altijd overgaan tot ontslag, zelfs als hij daar geen geldige reden voor heeft. Zeker bij collectieve ontslagen is dat onrechtvaardig en wraakroepend. We willen de wijziging van de wet-Renault, zodat een werkgever wettelijk verplicht is om vooraf te bewijzen dat hij economische redenen heeft om tot ontslag over te gaan.

 

Bedrijven moeten vrijwel geen informatie geven over hun onderaannemers en leveranciers, terwijl ze er massaal gebruik van maken. Wat is de kostprijs? Wat zijn de rechten van de mensen die voor deze onderaannemers werken? Hoe worden ze behandeld bij collectief ontslag? We willen de ondernemingen verplichten tot een volledige en transparante communicatie over het gebruik van onderaannemingen. Recente gevallen van mensenhandel op bouwwerven (zoals bij Borealis in de haven van Antwerpen) tonen aan dat personeelsvertegenwoordigers van moederbedrijven volledige bevoegdheid moeten krijgen om werknemers in onderaanneming te verdedigen die aanwezig zijn op hun bedrijfsterreinen, bouwwerven of productielijnen in België wanneer ze zelf geen vakbond hebben in hun bedrijf. De vakbonden moeten deze informatie krijgen en er hun zeg over hebben.