We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Veiligheid

Veiligheid is een grondrecht. Maar de problemen die het leven van gewone mensen onveilig maken, worden niet ernstig aangepakt. Wij willen criminaliteit effectief bestraffen, met zware criminaliteit als prioriteit. Tegelijkertijd zetten we veel meer in op preventie. Daarvoor herwaarderen we de buurtpolitie, verbeteren we het samenleven en de sociale controle en versterken we de hulpdiensten.

De afgelopen jaren zagen we een geweldsspiraal, vooral in de drugswereld. Het dieptepunt was de dood van Firdaous, een meisje van slechts 11 jaar oud, in Merksem. De situatie in Antwerpen is ernstig. Maandelijks gebeuren daar nieuwe schietpartijen of granaataanvallen. De "war on drugs", het actieplan van de Antwerpse burgemeester Bart De Wever (N-VA), is een totale mislukking. Sinds dat plan werd ingevoerd, meer dan tien jaar geleden, zijn er niet minder drugs in omloop. Er is wel meer handel en meer gebruik. De prijzen zijn niet gedaald en de drugskartels zijn sterker dan ooit. Deze criminelen organiseren en verbergen zich internationaal, ze zwemmen in het geld en gebruiken onze jongeren om hier het vuile werk op te knappen.

 

In Brussel en andere steden in het land wordt de drugshandel ook steeds omvangrijker en gewelddadiger, met de handel in crack en cocaïne die steeds omvangrijker wordt.

 

De huidige situatie is niet te wijten aan een gebrek aan inspanningen van onze openbare diensten. Het werk dat ze hebben gedaan is ongelooflijk, maar heeft hen volledig uitgeput. Federaal kwamen er ontelbare besparingen en een weigering om structureel te herinvesteren. Daardoor zijn er nu tekorten bij de federale gerechtelijke politie, de scheepvaartpolitie, de Federale Overheidsdienst Financiën, de douane en het parket. De regering-Michel (2014-2019), met Jan Jambon (N-VA) als minister van Binnenlandse Zaken, snoeide drastisch in het budget van de Federale Gerechtelijke Politie. Er werd maar liefst 200 miljoen euro bespaard. In de loop van de legislatuur is het aantal personeelsleden gedaald van 4.778 naar 4.350, oftewel meer dan 400 mensen minder. Jambon heeft ook bespaard op nieuwe aanwervingen.

 

"Jarenlang hebben opeenvolgende regeringen onze openbare diensten kapot gemaakt. We hebben minder rechters, minder rechercheurs, minder douanebeambten en minder belastinginspecteurs. Hoe kunnen we de drugshandel effectief bestrijden als onze diensten zo verzwakt zijn?" zei PVDA-volksvertegenwoordiger Nabil Boukili in het Federaal Parlement tegen premier Alexander De Croo (Open Vld). De regering-Vivaldi, met minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (cd&v), heeft weliswaar geïnvesteerd, maar veel minder dan de betrokken diensten nodig hebben en zonder de besparingen van de vorige regering terug te draaien.

 

We willen de federale recherche versterken en tekorten bij de douane wegwerken. Deze twee diensten zijn essentieel voor het opsporen van drugshandel en moeten de nodige middelen krijgen. Tot slot rusten we de douane in de haven van Antwerpen uit met de extra mobiele scanners waar douanebeambten al zo lang op wachten en leiden we nieuwe politiehonden op om drugs en geld op te sporen.

 

Bij het ministerie van Financiën zien we hetzelfde. Tussen 2016 en 2022 verminderde de regering het aantal controleurs met bijna 500. Er zijn dus veel minder belastingcontroleurs, wat betekent dat er veel minder belastingcontroles zijn. Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) heeft onthuld dat er 110 miljoen euro in beslag is genomen tijdens Operatie Sky ECC. Helaas is dit slechts een fractie van wat er in de haven van Antwerpen binnenkomt. Er wordt geschat dat er elk jaar 40 miljard euro drugsgeld wordt witgewassen. Volgens Peter De Buyser, hoofd internationale samenwerking bij de federale politie, blijft 98 procent van de criminele activa daardoor in handen van criminelen. We moeten zware criminelen raken waar het pijn doet: in hun portemonnee. Vergeet niet dat Al Capone niet in de gevangenis belandde door zijn smokkel, illegale alcohol- of drugsactiviteiten, maar door zijn belastingbrief.

 

We moeten deze belastingformulieren dus kunnen inzien. We moeten hun geldstromen onderzoeken. "Follow the money". En dat is alleen mogelijk als het bankgeheim volledig wordt opgeheven. Banken worden verplicht om de belastingdienst saldo's en jaarlijkse overzichten te bezorgen van transacties op alle bankrekeningen, individuele rekeningen en rekeningen van buitenlandse dochterondernemingen. Volgens het hoofd van de Bijzondere Belastinginspectie is de huidige procedure helemaal niet effectief: "We moeten sneller kunnen handelen zonder een omslachtige procedure zoals vandaag te moeten doorlopen. Op dit moment vragen we de belastingbetaler eerst om informatie, wachten af of hij niet wil meewerken en kunnen ons pas dan tot de bank richten. We moeten korter op de bal kunnen spelen."

 

Belgische drugshandelaars gaan met hun drugsgeld graag naar de Verenigde Arabische Emiraten, vooral naar Dubai. Het uitleveringsverdrag dat in 2021 werd gesloten leverde weinig op. We moeten de druk op de lokale overheid opvoeren om ervoor te zorgen dat veroordeelde drugsbaronnen, die daar een luxeleventje blijven leiden, effectief worden teruggestuurd naar België.

 

De illusie dat enkel repressie alle problemen zal oplossen is volkomen doorprikt. Alle betrokken spelers zijn het eens over de noodzaak van een globale aanpak. We zetten ons daarom sterk in voor preventie, vooral als het om onze jongeren gaat. We moeten vechten voor hun toekomst en voorkomen dat ze in de gewelddadige wereld van drugs terechtkomen. Het aantal jongeren dat opgroeit in armoede is nu erg hoog. Te veel van hen verlaten de school zonder diploma.

 

Ondertussen heeft het Antwerpse stadsbestuur (N-VA, Vooruit en Open Vld) beslist om de werkingsmiddelen voor jeugdwerking niet te indexeren. De sector heeft daardoor 20 voltijdse equivalenten verloren. Nochtans is hun specialiteit net om jongeren hun rechtmatige plaats in de samenleving te geven. Op de pleinen en in de wijken bouwen ze met jongeren een vertrouwensband op. Die dreigt nu te verzwakken of te verdwijnen. Dergelijke maatregelen moeten worden geannuleerd. We hebben meer jeugdwerkers nodig, niet minder.

 

Tot slot zijn we tegen elke poging om politiediensten te regionaliseren. Op dit moment wijst alles erop dat we die kant op gaan. Het is een klassieke truc. Eerst krijgt het federale niveau niet de middelen die het nodig heeft om goed te functioneren. Die situatie wordt vervolgens misbruikt om te zeggen dat de federale structuur niet langer werkt en te pleiten voor een splitsing.

 

Het opsplitsen van de politiediensten druist echter volledig in tegen de huidige realiteit. De criminele wereld wordt steeds complexer en internationaler. Witteboordencriminelen, belastingontduikers, drugsbaronnen en terroristen stoppen niet bij taalgrenzen. Voor de N-VA ligt de oplossing in de oprichting van een soort Belgische Europol. Maar als dat het geval is, waarom dan regionaliseren als de coördinatie toch al nationaal verloopt? Een splitsing zou alleen maar leiden tot inefficiëntie en hogere kosten, omdat we dan drie verantwoordelijke ministers zouden hebben en evenveel kabinetten en administraties.

We zetten ons in voor de strijd tegen het terrorisme. We treden krachtig op om misdaad te voorkomen en de rekrutering van terroristen tegen te gaan. Onze maatregelen zijn gericht op degenen die een echte bedreiging vormen. We zijn voorstander van een overkoepelende aanpak die een repressieve gerechtelijke component omvat, maar ook een component preventie en sociaal beleid. We moeten ons niet alleen bezighouden met de bedreigingen en gevolgen, maar ook met de oorzaken.

 

Om de rekrutering van terroristen tegen te gaan, richten we onze inspanningen op de rekruteringslijnen, de mensen die de propaganda organiseren en hun communicatiekanalen. Ons antiterrorismebeleid is doelgericht: het kan niet zo zijn dat hele gemeenschappen verdacht worden. De inlichtingendiensten moeten meer gericht gegevens verzamelen en zich richten op mensen die een echt gevaar vormen voor onze veiligheid, in plaats van de hele bevolking te bespioneren.

 

Jihadisten en extreemrechts zijn beiden uit op een godsdienstoorlog en een botsing tussen beschavingen. Wij voeren strijd tegen alle vormen van haatzaaien die bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, of dit gedrag nu afkomstig is van jihadisten of extreemrechts.

 

In oktober 2023 werden twee onschuldige Zweedse burgers midden in Brussel vermoord door een jihadistische terrorist. In de loop van de zaak werd duidelijk dat deze persoon al herhaaldelijk werd gezocht door tal van diensten en dat Tunesië zelfs om zijn uitlevering had gevraagd. De procureur die daarmee belast was, had echter zo'n hoge werkdruk dat de zaak is blijven liggen. Deze tragische gebeurtenis laat zien dat we justitie voldoende middelen moeten geven om zaken volledig en doeltreffend te kunnen afhandelen.

 

De afgelopen jaren is extreemrechts terrorisme steeds meer op de voorgrond getreden. Volgens een rapport van Europol is de dreiging van extreemrechts terrorisme de afgelopen jaren in heel Europa toegenomen. In Duitsland verklaarde de minister van Binnenlandse Zaken in 2021 dat rechts-extremisme nu een grotere bedreiging voor de veiligheid vormt dan islamitisch geïnspireerd terrorisme. In 2019 werd een Duitse politicus vermoord door een neonazi en in 2022 verijdelden Duitse veiligheidstroepen een reeks aanslagen beraamd door de extreemrechtse Reichsbürger-beweging met als doel de regering omver te werpen. In 2021 ontsnapte België ternauwernood aan een aanslag door Jürgen Conings, een beroepsmilitair met extreemrechtse overtuigingen die wapens en explosieven stal uit de kazerne waar hij werkte. Conings nam deel aan een missie in Afghanistan in dezelfde compagnie als Tomas Boutens, een neonazi die in 2014 werd veroordeeld voor het beramen van een aanslag.

Na de zelfmoord van Conings, organiseerde Boutens een publieke herdenking en bleef zo terroristisch geweld verheerlijken. In 2023 werden twee jonge Limburgers die actief waren in de extreemrechtse organisatie Voorpost gearresteerd voor deelname aan de activiteiten van een terroristische groepering, één van hen als leider.

 

Deskundigen vrezen een opleving van extreemrechts terrorisme wanneer vrijwilligers die momenteel in Oekraïne vechten terugkeren naar Europa. Een aantal van hen is geïdentificeerd als lid van extreemrechtse organisaties. Met de Syriëstrijders hebben we reeds gezien hoe gevaarlijk mensen met een extremistische ideologie kunnen zijn als ze militaire ervaring hebben opgedaan in oorlogsgebied. Om te voorkomen dat we dezelfde fouten maken als toen, zorgen we ervoor dat het gerechtelijk apparaat een onderzoek instelt naar elke vrijwillige strijder die terugkeert uit oorlogsgebied in Oekraïne.

Het huidige beleid drijft een steeds grotere wig tussen de politie en het publiek. De politie wordt steeds meer gecentraliseerd, gemilitariseerd en repressief. De missies en functies van het leger en de politie lijken elkaar steeds meer te overlappen. De politie wordt gemilitariseerd en het leger speelt een steeds grotere rol als bewaker van de orde binnen de nationale grenzen.

 

Op lokaal niveau heeft de buurtpolitie meer ondersteuning nodig. Deze agenten zijn de oren en ogen op het terrein. Ze kennen de wijken en zijn een belangrijk aanspreekpunt voor de buurtbewoners. Ze gaan niet op miraculeuze wijze het drugsgerelateerde geweld oplossen, maar ze vormen wel een steunpilaar van het werk ter plaatse. Tegenwoordig moeten ze echter steeds meer administratieve taken en onthaal op zich nemen.

 

Wij vinden het essentieel dat de politie ten dienste staat van de gemeenschap. Tegenwoordig kennen de meeste mensen niet eens de naam van hun wijkagent. Wijkagenten moeten genoeg tijd in de wijk kunnen doorbrengen. Op die manier leren ze de mensen en de uitdagingen in hun buurt kennen en kunnen problemen vroeg opsporen en actie ondernemen voordat ze uit de hand lopen. Het omgekeerde is ook waar: als het publiek de agenten kent, is er ook meer sociale controle en dat maakt misbruik veel moeilijker. We willen een competente politie die slachtoffers kan ondersteunen en begeleiden.

 

Bovendien zijn politieagenten het terecht zat om hun statuut te zien verslechteren. Het begon onder de vorige regering-Michel. Toen al kwam de PVDA regelmatig tussen in het parlement om hun rechten te verdedigen. Net als alle ambtenaren verloren de agenten hun pensioenrechten als gevolg van maatregelen van de toenmalige minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine (MR). Jan Jambon (N-VA), toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, verlaagde het aantal verlofdagen waarop ze recht hadden van 33 naar 24 en besloot het systeem van ziektekapitaal af te schaffen. Maar men kiest er niet voor om ziek te zijn. Deze maatregelen waren een klap in het gezicht van leden van de brandweer, politie en defensie.

 

Ondanks de belofte om de job van politieagent aantrekkelijker te maken, heeft de regering-De Croo geen moeite gedaan om hun beroep op te waarderen. Integendeel, minister Verlinden (cd&v) besloot het NAVAP-systeem (non-activiteit voorafgaand aan de pensionering, een vorm van brugpensioen) geleidelijk af te schaffen. Met dat systeem konden politieagenten eerder stoppen met werken. De vakbonden waren tegen deze beslissing. Gezien de aard van hun werk, wordt het beroep van politieagenten als zwaar beschouwd. Daarom is dit systeem voor veel agenten van essentieel belang. Het NAVAP-systeem afschaffen is niet zonder gevaar voor de betrokken oudere agenten en voor de bevolking.

 

Begin 2022 bereikte minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (cd&v) een akkoord met enkele politievakbonden over een loonsverhoging van 5 procent. Deze verhoging zou in januari 2023 ingaan en in 2024 opnieuw worden onderhandeld. Weer een belofte gebroken door de regering. De loonsverhogingen worden slechts geleidelijk ingevoerd. Ze zullen pas in 2025 afgerond zijn, na de ambtstermijn van Vivaldi dus. Bovendien zal minister Verlinden de loonsverhoging niet opnieuw onderhandelen in 2024. Dit gebrek aan respect voor sociale dialoog en politieagenten is onaanvaardbaar.

 

De PVDA is in het federale parlement meermaals tussengekomen over dit onderwerp. We hebben ervoor gepleit om het politiewerk op te waarderen en beter te betalen. We stelden parlementaire vragen over het gebrek aan respect voor sociaal overleg en de vernietiging van het statuut van politieagenten. Want dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Het is een van de elementen van de pensioenhervorming waarmee deze regering iedereen tot 67 jaar wil laten werken, ook al is de werkende klasse hiertegen. En terecht. Op 67-jarige leeftijd zijn alle beroepen te zwaar, zeker bij de politie.

 

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (cd&v) wil het aantal politiezones verminderen. Er zijn momenteel 184 lokale politiezones: 6 in Brussel, 72 in Wallonië en 106 in Vlaanderen. De minister wil ze samenvoegen en tegen 2030 het aantal zo terugbrengen tot 40. Noch de vakbonden, noch de politiezones zijn voorstander van deze hervorming. De regering pusht deze fusie onder het mom van "schaalvoordelen" en "rationeler gebruik van middelen", maar met de PVDA zijn we tegen. Centralisatie brengt de politie immers verder van de bevolking en zorgt dat er minder democratische controle kan worden uitgeoefend. We willen politiebureaus die dichtbij en toegankelijk zijn. In Nederland heeft de centralisatie van alle diensten van de nationale politie voor grote problemen gezorgd. Deze reorganisatie ging hand in hand met een besparing van 230 miljoen euro. Daar draait het natuurlijk allemaal om: besparen. PVDA-volksvertegenwoordiger Nabil Boukili was scherp over de verwoestende plannen van de minister. Hij uitte de terechte kritiek dat: "... voor ons diensten gebaseerd moeten zijn op de noden van de bevolking, de behoeften ter plaatse, en niet op economische vereisten. De economie moet de samenleving dienen en niet andersom".

 

De militarisering van de politie begon tijdens de conservatieve revolutie van Reagan en Thatcher. Speciale methoden en geweld gebruiken, werd aangemoedigd. Bij ons is de burgemeester van Antwerpen, Bart De Wever, een fan van het militariseren van de ordediensten. Zijn stad heeft de aankoop van 300-kaliber militaire wapens voor de politie goedgekeurd. Deze wapens vuren dodelijke kogels af. In de Verenigde Staten en Canada worden ze bejubeld door jagers op groot wild. Een schot met dit type geweer doodt een eland tot op een afstand van bijna een kilometer. In de Verenigde Staten heeft de gemilitariseerde politie al veel onschuldige slachtoffers gemaakt, maar nog geen enkele terroristische aanslag met zware wapens verijdeld. En de drugshandel bloeit als nooit tevoren.

 

Ondertussen heeft de lokale en federale politie in België 1.500 Scar-machinegeweren, die een paar jaar geleden zijn aangeschaft ter vervanging van de oude UZI-modellen. Deze nieuwe wapens zijn veel zwaarder en gevaarlijker dan hun voorgangers. De gebruikte munitie heeft ‘een extreem destructieve impact’, volgens een wapenspecialist die in een politiezone in Brussel werkte. Ze werden oorspronkelijk aangeschaft voor speciale eenheden in de strijd tegen het terrorisme, maar worden sindsdien gebruikt om de lokale politie te militariseren. Dergelijke wapens moeten worden voorbehouden voor uitzonderlijke gevallen en gespecialiseerde eenheden, en het gebruik ervan moet strikt worden gecontroleerd, in plaats van de regel te worden voor politieagenten op straat of belast met lokale taken.

Momenteel focust het beleid vooral op het repressieve aspect van misdaadbestrijding. Toch is de invloed van de politie op het terugdringen van criminaliteit vrij beperkt, omdat de oorzaken buiten de bevoegdheid van de politie liggen.

 

We moeten de relatie tussen ongelijkheid en onveiligheid benadrukken. Wetenschappers als Richard Wilkinson en Kate Pickett hebben aangetoond dat samenlevingen met grote inkomensverschillen minder veilig zijn. Hoe ongelijker een samenleving is, hoe meer moorden er worden gepleegd en hoe meer mensen in de gevangenis zitten. In meer egalitaire samenlevingen is er minder geweld en misdaad.

 

Om echt een einde te maken aan criminaliteit hebben we een fundamenteel andere samenleving nodig die structurele ongelijkheid wegneemt. Een samenleving waar samenwerking in de plaats komt van egoïsme en waar culturele en sociale ontwikkeling in de plaats komt van snelle winst. Als we meer veiligheid willen, is het belangrijk om de samenleving gelijker te maken.

 

Sociale preventie is de beste manier om criminaliteit te voorkomen. Daarom willen we het recht op werk en huisvesting garanderen, net als een solide sociale zekerheid. Zo ontstaat er een gevoel van zekerheid en kunnen mensen onbevreesd naar morgen kijken. Dan zal het voor criminelen moeilijker zijn om een netwerk van bendeleiders en handlangers te rekruteren, bij mensen die geen andere uitweg zien dan snel geld.

 

Door te zorgen voor voldoende sociale voorzieningen en openbare ruimte, moedigen we samenleven en sociale controle aan. Parken, scholen, winkels, wasserettes, cafés, sportcentra, culturele ruimtes, maar ook jeugdclubs en buurtcentra zorgen voor minder eenzaamheid, meer gezelligheid en minder criminaliteit.

 

Klassiek preventiewerk blijft ook essentieel. Veel mensen zetten zich professioneel en vrijwillig in voor een veilige samenleving: conciërges, buurtwerkers of gemeenschapswachten. We willen straathoekwerkers aanmoedigen. 

 

We willen er meer en hetzelfde geldt voor jeugdwerkers. Deze opvoeders hebben contact met buren en bewoners. Ze verbeteren de hulpverlening, preventie en sociale controle, wat op zijn beurt het samenleven bevordert.

 

Een preventief beleid is ook erg belangrijk in de strijd tegen terrorisme. We kunnen georganiseerde misdaad en terrorisme alleen bestrijden als iedereen meedoet en als iedereen zich ter plekke inzet om samen te vechten.

 

Voor kleine criminaliteit geldt dat alle overtredingen moeten worden bestraft. Maar om recidive te voorkomen, zijn we voorstander van herstelgerichte straffen, zodat de daders zich bewust worden van wat ze de slachtoffers hebben aangedaan. Daders moeten geconfronteerd worden met hun slachtoffer of een slachtoffer van hetzelfde misdrijf of dezelfde misdaad, zodat ze beseffen wat ze hebben gepleegd. Ze moeten hun wandaden herstellen, hetzij financieel, hetzij door een taakstraf. Internationale ervaring toont aan dat dit beleid van herstellende straffen verreweg het meest effectief is.

 

Als we meer sociale rechtvaardigheid en socio-economische zekerheid hebben, kunnen we ook andere normen en waarden ontwikkelen. Zo kunnen we eindelijk een einde maken aan de dubbele standaard die nultolerantie en massale repressie predikt voor bepaalde vormen van overlast en geweld, maar niets doet aan het geweld van oorlog, het financiële geweld van bankiers en speculanten en de entertainment-industrie die geweld promoot. Alleen als de samenleving niet langer draait om maximaal individualisme, om de strijd van allen tegen allen en om oorlog, kunnen waarden als samenwerking en sociale bescherming, solidariteit, vrede en respect zegevieren.

Sterke hulpdiensten zijn essentieel voor de openbare veiligheid. Onze moedige brandweerkorpsen en civiele bescherming beschermen onze levens, maar krijgen nog steeds niet de nodige middelen, zowel qua personeel als qua materiaal.

 

De verschrikkelijke overstromingen die ons land in 2021 troffen, toonden eens te meer aan dat rechts beleid onze veiligheid schaadt. De dag na de overstromingen lanceerde de PVDA het initiatief "SolidariTeams": we mobiliseerden honderden vrijwilligers om de slachtoffers van de ramp ter plaatse te gaan helpen. De ramp toonde de solidariteit van mensen in het hele land, aan beide kanten van de taalgrens. Deze vrijwilligers konden ook heel duidelijk zien dat het traditionele beleid onze diensten zodanig had uitgehold dat ze niet in staat waren om op dit soort noodsituaties te reageren. De oproep van Raoul Hedebouw voor een federale onderzoekscommissie om politieke lessen te trekken uit deze gebeurtenissen werd afgewezen door de traditionele partijen.

 

In 2019 hervormde minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) de civiele bescherming om te besparen. Deze essentiële hulpdienst verloor zo meer dan 800 professionele en vrijwillige medewerkers en 4 van de 6 kazernes werden gesloten. Het effect van deze hervorming liet niet lang op zich wachten: tijdens de overstromingen van 2021 was er een groot tekort aan materiaal en menselijke middelen. De overheid reageerde laat en chaotisch en in sommige gevallen moesten mensen meer dan 24 uur op hun dak blijven zitten voor ze gered werden. Het duurde uren om helikopters te krijgen, de reddingsboten waren niet aangepast en er ontbrak allerlei apparatuur. Sommige taken van de civiele bescherming, zoals het uitdelen van zandzakken, moesten worden toevertrouwd aan de hulpdiensten en lokale autoriteiten, die niet altijd over de benodigde tijd of middelen beschikken. Andere taken, zoals het schoonmaken van rivieren, zijn zelfs doorgeschoven naar privéfirma's. Dit verhoogt de kosten voor het publiek

 

Deze hervorming heeft ook gevolgen gehad voor internationale hulpoperaties. België verloor bijvoorbeeld de VN-erkenning voor zoek- en reddingsoperaties van B-FAST. We waren nochtans een toonaangevende speler op dat vlak.

 

Ondanks een streng evaluatierapport van de Civiele Bescherming dat de desastreuze gevolgen van de sluiting van de kazernes en het verlies van personeel aantoont, gaf minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (cd&v) duidelijk aan dat ze niet wil herinvesteren en de gebouwen niet wil heropenen. Onze voormalige reddingswerkers van de civiele bescherming staan nochtans te popelen om opnieuw aan de slag te gaan. We willen deze hervorming terugdraaien, een netwerk van kazernes opzetten, verdeeld over het hele land, en voldoende personeel aanwerven.

 

De brandweer verdient ook onze volledige aandacht. De federale overheid is verplicht om de helft van de kosten van de hulpverleningszones te financieren, maar voldoet daar niet aan, waardoor de last onterecht bij de gemeenten en provincies wordt gelegd. Als gevolg daarvan zijn onze brandweer en ambulancediensten chronisch onderbemand, waardoor de openbare veiligheid in gevaar komt. Deze situatie dwingt de provincies ook om te besparen, zodat ze de kosten van de zones kunnen opvangen. De federale overheid moet haar deel van de financiering van de zones op zich nemen en prioritair investeren in personeel.

 

Onze hulpdiensten zijn essentieel voor onze veiligheid. Deze mensen riskeren elke dag hun leven om andere levens te redden. Brandweerlui leven gemiddeld 7 jaar minder lang dan de rest van de bevolking. Het is voor hen onmogelijk om tot hun 67ste te werken: we erkennen dat werken bij de brandweer of de civiele bescherming een zwaar beroep is, zodat ze op een redelijke leeftijd met pensioen kunnen gaan. PVDA-volksvertegenwoordigers Nabil Boukili en Gaby Colebunders kwamen in de Kamer tussen om hun steun te betuigen aan de brandweerlieden, met name in de commissie Binnenlandse Zaken, maar ook door deel te nemen aan hun acties op het terrein.

 

De mannen en vrouwen van onze hulpdiensten lopen een hoog risico op kanker. Toch wordt dat nog steeds niet erkend als beroepsziekte. De PVDA heeft een wetsvoorstel ingediend om deze vormen van kanker te laten erkennen.
 

De cijfers over geweld tegen vrouwen in ons land zijn schrikbarend. Volgens een rapport van Amnesty International uit 2020 werd één op de vijf vrouwen ooit verkracht. 23 procent van de vrouwen is al eens het slachtoffer geweest van gedwongen seks door hun partner en bij 48 procent van de slachtoffers van seksueel geweld gebeurde de eerste keer voor hun 19de. Dergelijk geweld kan leiden tot de dood van het slachtoffer. In 2021 maakte de pers gewag van 22 vrouwenmoorden, en 20 in 2022. In het nieuws duiken minstens een keer per week verhalen op van verkrachtingen, femicide, grensoverschrijdend gedrag of huiselijk geweld. Hieruit blijkt eens te meer hoe structureel het probleem van seksueel en gendergerelateerd geweld in ons land is.

 

Toch neemt slechts 4 procent van de slachtoffers van seksueel geweld contact op met de politie. Verschillende rapporten en studies benadrukken dat de politiek haar aanpak van deze vormen van geweld moet verbeteren. Al te vaak worden klachten niet serieus genoeg behandeld en krijgen slachtoffers niet de hulp die ze nodig hebben. Bijna de helft van alle klachten wordt afgewezen. Hierdoor worden slachtoffers gedemotiveerd en zijn ze minder geneigd om klacht in te dienen. Hoewel centra voor seksueel geweld een belangrijke eerste hulp voor slachtoffers zijn, moeten we ook de vele tekortkomingen in de manier waarop politie en justitie werken onder ogen zien.

 

Voor dringende hulp is er een nationaal telefoonnummer: 1712. Dit nummer moet over meer personeel beschikken, met een kern van competente mensen die bellers rechtstreeks kunnen doorverwijzen naar de structuur die het probleem het best kan behandelen. We willen onze middelen concentreren, tegen fragmentatie en het voortdurend doorschakelen van oproepen.

 

Binnen de politiezone Brussel-Elsene is een cel voor slachtofferhulp (EVA) opgericht. Slachtoffers worden er begeleid door personeel dat speciaal is opgeleid om met seksueel en huiselijk geweld om te gaan. Slachtoffers worden echt serieus genomen. Met andere woorden, hun verhaal wordt echt gehoord. De agenten in kwestie hebben ook de hulpmiddelen die ze nodig hebben om ondersteuning te bieden. Een absolute noodzaak in dit geval. We willen deze goede ervaring uitbreiden. PVDA-volksvertegenwoordiger Sofie Merckx heeft een ontwerpresolutie ingediend om in elke politiezone een EVA-eenheid op te richten. We versterken ook de deskundigheid van de verschillende niveaus van politie en justitie door gespecialiseerde opleidingen over dit onderwerp te veralgemenen.

 

Seksistisch en seksueel geweld komt ook veel voor op universiteitscampussen. In de afgelopen jaren zijn er in onze instellingen voor hoger onderwijs een aantal incidenten gemeld van agressie en beledigend gedrag van docenten tegenover vrouwelijke studenten, doctoraatsstudenten en assistenten. We zetten een onafhankelijk en extern rapportagesysteem op, evenals een externe tuchtcommissie en een cel voor slachtofferhulp in elke instelling voor hoger onderwijs.

 

Vrouwen hebben het recht om veilig te zijn in openbare ruimtes. Ze accepteren niet langer het geweld en de pesterijen die ze elke dag op straat ervaren. Begin 2022 stelde de PVDA in Luik voor om een anti-intimidatie-app te creëren. Wanneer een vrouw wordt aangevallen, kan ze de de applicatie opstarten. Ze kan haar locatie direct naar de politie sturen, "safe spaces" in de buurt zoeken, een automatisch bericht naar vrienden sturen of een schel geluid laten horen om mensen in de buurt te waarschuwen en de aanvaller af te schrikken. We ontwikkelen een dergelijke toepassing op nationaal niveau.

 

Er zijn Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG) die multidisciplinaire zorg bieden aan slachtoffers van seksueel geweld en advies aan hulpverleners. Ze bieden vooral hulp (medisch, psychologisch, politie) onmiddellijk na seksueel geweld. Bijna een derde van de behandelde slachtoffers is minderjarig, waarvan meer dan 13 procent jonger is dan 12 jaar. Het toezicht op minderjarigen wordt echter bemoeilijkt door wachtlijsten in de jeugdzorg en de verzadiging van de parketten. Het ZSG richt zich op recent geweld, maar slachtoffers melden zich soms pas maanden of zelfs jaren na de gebeurtenis. We zagen dit onder andere bij seksueel misbruik in de kerk, waar de daders jarenlang werden beschermd en de slachtoffers vaak geïntimideerd werden om te zwijgen.

 

Als we deze problemen willen oplossen, zullen we de centra meer middelen moeten geven, in het bijzonder om zich meer te specialiseren in het helpen van minderjarigen en historische slachtoffers. We vragen ook om een expertisecentrum voor kindermishandeling dat zowel een klinisch centrum als een beleidscentrum is, en dat zich inzet voor wetenschappelijk onderzoek.

Vandaag weten we in het schandaal rond seksueel misbruik in de kerk bijna niets over de daders. Waarom hebben zoveel priesters kinderen misbruikt? Het onderzoek zou nuttig zijn voor preventie in andere grote organisaties en instellingen (scholen, sportfederaties, jeugdcentra) in het algemeen.

De overheid heeft de plicht om haar burgers te beschermen. Toch nemen regeringen steeds meer veiligheidsmaatregelen die onze vrijheden beperken. Tijdens de vorige legislatuur, zette de regering-De Croo haar aanvallen op de rechtsstaat en de grondrechten verder onder het mom van urgentie. Onze volksvertegenwoordiger Nabil Boukili verzette zich tegen de pandemiewet, die de regering in staat stelt repressieve maatregelen te nemen zonder enige democratische controle door het parlement of het maatschappelijk middenveld. De wet op het bewaren van elektronische communicatiegegevens bevestigt het beleid van massasurveillance op onze online activiteiten. Onder het mom van het aanpakken van de georganiseerde misdaad kwamen er meer gemeentelijke administratieve sancties (GAS-boetes), die de scheiding der machten schenden. Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden heeft een omzendbrief gepubliceerd die burgemeesters toestemming geeft om preventieve betogingsverboden uit te vaardigen. Dit is een frontale aanval op het recht om zich in het openbaar te uiten. Volksvertegenwoordiger Nabil Boukili (PVDA) heeft een wetsvoorstel ingediend om de vrijheid van betoging te garanderen.

 

De vakbonden en het middenveld gingen samen een lange strijd aan tegen het antibetogingswetsvoorstel van toenmalig minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld). Door hun strijd werd het wetsvoorstel, dat een betogingsverbod als nieuwe straf wilde invoeren, ingetrokken. Onder het mom van het aanpakken van relschoppers, beperkte dit wetsvoorstel in feite de rechten van iedereen. Vakbondsleden die deelnamen aan piketten waar paletten werden verbrand, konden bijvoorbeeld een demonstratieverbod van meerdere jaren krijgen. De arbeider-volksvertegenwoordigers van de PVDA, Gaby Colebunders, Nadia Moscufo, Maria Vindevoghel en Roberto d'Amico, stonden op de barricade tegen deze wet. Dankzij die sociale strijd werd het wetsvoorstel afgevoerd.

 

De crisis treft veel mensen hard en de sociale spanningen nemen toe. Ondertussen reageren de autoriteiten op protesten met repressieve maatregelen. In december 2023 vond in de context van de klimaatcrisis de actie "Code Rood" plaats, een protest tegen privéjets. Maar de politie wachtte de actievoerders op: 350 van hen werden al voor de actie gearresteerd toen ze uit de trein stapten. Bart De Wever, burgemeester van Antwerpen, verklaarde erg trots te zijn op deze politieactie. In Mechelen werd slam poet Hind Eljadid in januari 2024 op het podium gearresteerd en urenlang vastgehouden omdat ze haar steun uitsprak voor de Palestijnse zaak. Dit zijn gevaarlijke precedenten voor het inperken van onze burgerlijke vrijheden. De PVDA zal zich blijven verzetten tegen het gebruik van politie en veiligheidstroepen om sociale bewegingen te onderdrukken.

 

De strijd tegen terrorisme, misdaad of epidemieën mag niet leiden tot beslissingen die de fundamentele vrijheden ondermijnen. Het huidige repressieve beleid heeft de neiging om de samenleving te militariseren, terwijl we gewoon meer onderzoeksrechters nodig hebben die gespecialiseerd zijn in de strijd tegen terrorisme en georganiseerde misdaad. We willen de rol van onderzoeksrechters versterken. Onderzoeken door onderzoeksrechters hebben één groot voordeel: alle informatie die tijdens het onderzoek is verzameld, mag in de rechtszaal worden getoond. Dit is niet het geval voor informatie van de inlichtingendiensten, die soms zeer vertrouwelijk is. Onderzoeksrechters garanderen ook transparantie en controleren of onderzoeksprocedures wettig zijn. Op dit moment is het vrijwel onmogelijk om de inlichtingendiensten te controleren.

 

De veiligheidsdiensten kunnen momenteel wettelijk specifieke infiltratie- en inlichtingenmethoden gebruiken om gegevens te verzamelen. De staatsveiligheid onderneemt honderden geheime operaties, die vroeger onmogelijk zonder gerechtelijk toezicht konden worden uitgevoerd.

 

Rechterlijke controle, bescherming tegen willekeur en respect voor het recht op verdediging zijn essentieel om de privacy van burgers te waarborgen. Anders wordt het vermoeden van onschuld tot het tegendeel bewezen is, het vermoeden van schuld tot het tegendeel bewezen is. Wij zijn niet tegen het verhogen van de middelen voor de veiligheidsdiensten als dat nodig is om terrorisme te bestrijden, op voorwaarde dat dit gepaard gaat met een grotere democratische controle op de manier waarop deze diensten werken. Dat kan onder andere door een versterkte parlementaire controle op de werking van het Comité P (dat toezicht houdt op de politiediensten) en het Comité R (dat toezicht houdt op de inlichtingendiensten). We stellen voor om deze comités te hervormen zodat ze ook vertegenwoordigers van mensenrechtenverdedigers omvatten.

 

Politieagenten in het veld nemen risico's voor onze veiligheid en stonden ook in de frontlinie tijdens de Covid-19-crisis. Dat verdient respect. Aan de andere kant mag de politie geen "zwarte doos" zijn. De afgelopen jaren kwamen pesterijen binnen het politiekorps aan het licht, met name tegen vrouwelijke politieagenten en politieagenten met een migratieachtergrond. Slachtoffers zijn vaak huiverig om dergelijke incidenten te melden uit angst voor represailles. We moeten krachtige, concrete maatregelen nemen die een einde maken aan deze ‘zwijgwet’, zodat klokkenluiders binnen de politie beschermd worden. Onze volksvertegenwoordiger Nabil Boukili heeft voorgesteld een gratis telefoonnummer in te voeren om de anonimiteit van klokkenluiders te garanderen en hen aan te moedigen politiegeweld te melden.

 

Het gebruik van onevenredig of onnodig geweld is bij wet verboden. Gewelddadige politieagenten die dit wettelijke kader niet respecteren, beschadigen de vertrouwensrelatie met het publiek. Degenen die hen beschermen in de hiërarchie nog meer, waardoor een systeem van straffeloosheid ontstaat. Driekwart van de Brusselse jongeren voelt zich niet veilig bij de politie. Gewelddadige politieagenten schaden daarom ook hun collega's die hun werk goed doen. Daarom is het ook hoog tijd voor een evaluatie van de interventiemethoden, waar het maar al te vaak fout gaat. In de afgelopen jaren zijn er zelfs mensen gestorven onder omstandigheden die suggereren dat de gebruikte methoden hebben bijgedragen aan hun dood. Een voorbeeld is de dood van Jozef Chovanec (39), die stikte nadat een politieagent 16 minuten op zijn borst had gezeten. Of Sabrina en Ouassim (20 en 24 jaar) en Adil (19 jaar), die stierven nadat ze werden aangereden door een politieauto tijdens een achtervolging in Brussel. We willen deze interventiemethoden laten beoordelen door een team van onafhankelijke experts. Indien nodig bieden we een strikter kader.

 

In Frankrijk hebben onduidelijke regels voor achtervolgingen geleid tot een toename van het aantal doden en gewonden. Duidelijkere en strengere regels beschermen niet alleen burgers, maar ook politieagenten, die soms in een fractie van een seconde beslissingen moeten nemen in moeilijke situaties. Bij een verdachte dood tijdens een politieactie of in een politiecel stellen we een onafhankelijk onderzoek in onder leiding van een onderzoeksrechter.

 

Tot slot is de privatisering van politietaken een groot gevaar voor de democratie. De particuliere sector valt niet onder de wet op geïntegreerde politiediensten. Een privépolitie zou buiten elke democratische controle vallen. Maar hele delen van de politie zijn al geprivatiseerd. Particuliere beveiligers bewaken evenementen en de organisatoren moeten daarvoor betalen. Privatisering zal snel leiden tot een politie die aan geen enkele controle meer onderhevig is. De veiligheid garanderen is een maatschappelijke taak van de overheid. We moeten deze missie ook democratisch kunnen controleren. 

 

Een ander gevaar van uitbesteding aan de privésector is het risico dat gegevens en camerabeelden worden opgeslagen in private databanken. Dat moeten we vermijden. We verbieden dat politie-eenheden de verwerking van publieke of potentieel gevoelige camerabeelden uitbesteden aan privéfirma’s. Omdat de privacyrisico’s nog onduidelijk zijn, stellen we ook een moratorium in op het gebruik van private AI-software op beelden die in de publieke ruimte zijn gemaakt.