PVDA legt woensdag wetsvoorstel voor om extra belasting op coronawerkloosheid te schrappen

.

Mensen die in 2020 tijdelijk werkloos waren door corona mogen niet extra belast worden. Om dat te vermijden legt de PVDA op 6 oktober een wetsvoorstel voor in de Kamercommissie Financiën.

Het wetsvoorstel wil die extra coronabelasting schrappen door de uitkeringen voor tijdelijke coronawerkloosheid definitief te belasten aan 15 %. Dat is dus aan hetzelfde tarief als dat van de bedrijfsvoorheffing op beroepsinkomsten. Zo is bij de definitieve belastingberekening geen extra belasting verschuldigd. Voor degenen die hun aanslagbiljet al hebben ontvangen, kan de belastingtoeslag worden geannuleerd door middel van een ambtshalve ontheffing.

Voorgeschiedenis

In mei 2020 besliste de regering om de bedrijfsvoorheffing op de uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid terug te brengen van 26,75% naar 15% .

Op het eerste gezicht was dat goed nieuws. Maar achteraf bleek het voor veel werknemers een valstrik te zijn omdat de regering de regels voor de definitieve belastingberekening niet had gewijzigd. De uitkeringen voor coronawerkloosheid en de lonen worden dus gezamenlijk belast, waardoor de belasting veel hoger ligt dan de 15% voorheffing aan de bron.

Federaal PVDA-parlementslid Gaby Colebunders vindt dit onaanvaardbaar: "Het is niet normaal dat werkloosheidsuitkeringen, die al lager liggen dan het normale loon, ook nog eens tegen hetzelfde tarief als dat op het normale loon worden belast. Zo word je twee keer gestraft. Dit is des te onaanvaardbaarder omdat het overbruggingsrecht, dat de werkloosheid van zelfstandigen vormt, afzonderlijk wordt belast.

De coronabelastingfactuur

"Veel mensen vertellen mij dat ze 1000 tot 1500 euro meer moeten betalen dan vorig jaar," zegt de PVDA-volksvertegenwoordiger. Maar voor sommige werknemers valt de belastingfactuur soms nog veel hoger uit. Neem nu Vincent, die in de cultuursector werkt. In 2020 werd hij negen maanden in coronawerkloosheid geplaatst, en nu moet hij 2500 euro extra belasting betalen, terwijl hij normaal gesproken wegens zijn hypotheek geld terugkrijgt.

Of Eva, die in een autocarbedrijf werkt. Zij was 2,5 maand in volledige coronawerkloosheid, en daarna nog 7 maanden halftijds coronawerkloos, halftijds aan de slag. Haar man, Bart, was maar enkele dagen in coronawerkloosheid en kon het grootste deel van 2021 normaal werken. Ze hebben twee kinderen. Gewoonlijk krijgen zij 2 500 euro terug, maar dit jaar moeten zij 475 euro bijbetalen. En dat komt bovenop het inkomensverlies in 2020: naast het loonverlies greep Eva ook naast de maaltijdcheques voor de dagen waarop zij werkloos was, verloor ze haar ecocheques en daalde haar eindejaarspremie fors (de dagen coronawerkloosheid werden niet meegerekend in haar eindejaarspremie).

PVDA-wetsvoorstel

In april diende de PVDA een wetsvoorstel in om het probleem op te lossen. De vakbonden werden om advies gevraagd. ABVV en ACV klagen de fiscale behandeling van tijdelijke coronawerkloosheid aan: Werknemers die inkomensverlies lijden (ziekte, werkloosheid) hebben normaal gezien recht op een belastingvermindering, maar dat geldt niet voor de werknemers die coronawerkloosheid hebben gekend. ABVV en ACV menen dat er een politiek initiatief nodig is om de belastingwetgeving te wijzigen. Dit is precies wat de PVDA met haar wetsvoorstel wil bereiken.