.

Zelfstandigen en kmo’s zijn zwaar getroffen door de coronacrisis. Vele vrezen dat ze de boeken zullen moeten sluiten. De PVDA staat aan hun zijde en stelt een reddingsplan voor met acht concrete maatregelen.

Volgens de vooruitzichten zou de coronacrisis tot 50.000 faillissementen kunnen leiden. Sommige sectoren, zoals de cultuursector en de horeca, zagen hun activiteiten zowat tot nul herleid tijdens de pandemie. In die zwaar getroffen sectoren hebben vooral zelfstandigen en bedrijven met minder dan tien personeelsleden het lastig om het hoofd boven water te houden.

Die kleine ondernemingen beschikken niet altijd over voldoende reserves om deze aanhoudende crisis het hoofd te bieden. Tal van zelfstandigen en kleine ondernemingen moeten bovendien concurreren met grote spelers uit de distributiesector en de e-commerce.

Daarnaast hoeven zij ook niet te rekenen op hulp van banken en verzekeringsmaatschappijen. De lasten en de leningen moeten nog altijd betaald worden. Ook als bedrijven gesloten zijn, en ook al is het risico op schade veel kleiner als een bedrijf dicht is. En ook de huur blijft doorlopen. Net als de transactiekosten voor betalingen met Bancontact.

Voordat de pandemie toesloeg, hadden veel zelfstandigen en kleine bedrijven al het gevoel dat ze verpletterd werden onder steeds hogere kosten, een wildgroei van strakke regels en een toename van administratieve formaliteiten. Dat is door de coronacrisis alleen maar erger geworden. Zelfstandigen en kleine bedrijven voelen zich vaak machteloos als het erop aankomt hun rechten te doen gelden (zoals het overbruggingsrecht). Om bedrijven te beschermen tegen hun schuldeisers werd wel een moratorium op faillissementen ingevoerd, maar dat liep eind januari 2021 af.

Tot slot zijn zij ook nog het slachtoffer van een onrechtvaardig belastingsysteem. Heel wat taksen en belastingen wegen verhoudingsgewijs veel zwaarder door voor kleine ondernemingen dan voor multinationals, banken en grote ketens. Nochtans vormen die ‘kleintjes’ het sociale en economische weefsel van een buurt.

Het reddingsplan van de PVDA wil kleine zelfstandigen en kmo’s de kans geven om te herstellen en opnieuw op gang te komen. Ons plan gaat uit van het principe: het is niet aan hen om de factuur van de coronacrisis te betalen.

In 2008 hebben wij de banken overeind gehouden met miljarden euro’s belastinggeld. Nu is het eens aan hen om solidair te zijn met de ‘kleintjes’. Idem voor verzekeringsmaatschappijen, e-commercegiganten, farmamultinationals of de distributiesector, die allemaal enorme winsten maakten dankzij de coronapandemie. Als we die ‘overwinsten’ van de winnaars van de crisis belasten, dan kunnen we de nodige middelen vrijmaken om de zelfstandigen en de kleine bedrijven te helpen overleven.

Acht noodmaatregelen om de zelfstandigen te helpen

1. Het moratorium op faillissementen verlengen tot eind 2021 voor zelfstandigen en kleine bedrijven die door de crisis getroffen zijn

Op 31 januari 2021 liep het moratorium op faillissementen af. Dat betekent dat de handelsrechtbank opnieuw bedrijven failliet kan verklaren als schuldeisers of het openbaar ministerie daarom vragen, in geval van wanbetaling en als “hun krediet geschokt is”. De meeste mensen die als zelfstandige werken, doen dat via een eigen bedrijfje, en kunnen dus op die manier failliet verklaard worden.

Wij zijn voor een verlenging van het moratorium, omdat het zelfstandigen beschermt tegen schuldeisers. Wij pleiten voor een regeling die ook bescherming biedt aan de kleine zelfstandige schuldeisers die in moeilijkheden zitten, of er dreigen in te komen, en die schulden hebben bij grote bedrijven, de banken of de overheid. Wij pleiten voor een systeem van schuldbemiddeling. De andere zelfstandigen moeten ook betaald worden.

De zelfstandigen en kleine bedrijven moeten de mogelijkheid krijgen hun activiteit opnieuw op te starten via een herschikking van de schulden, eventueel schuldbemiddeling, en een uitbreiding van het krediet.

2. Banken verplichten om uitstel van betaling te verlenen, zonder voorwaarden

Het betalingsuitstel voor bankleningen en hypothecaire leningen moet worden verlengd, op zijn minst tot zes maanden na het hernemen van de activiteit, zodat de getroffen sectoren weer op gang kunnen komen. In tegenstelling tot wat momenteel gebeurt, zouden banken daar geen voorwaarden voor kunnen opleggen. De niet-betaalde maandelijkse aflossingen zouden verschoven worden naar het einde van het krediet, dat op die manier verlengd wordt.

3. Gratis maken van Bancontact-transacties voor zelfstandigen

Dat is een onrechtvaardige kost die voor kleine zelfstandigen veel zwaarder doorweegt.

4. Verzekeringsmaatschappijen verplichten om de exploitatieverliezen en de gewaarborgde inkomens op zich te nemen

De verzekeringsmaatschappijen weigeren schadevergoedingen uit te betalen aan cliënten die hun activiteiten moesten stopzetten door de pandemie. Ze verschuilen zich achter het argument van “overmacht”, en dat mogen we niet toelaten. Eerder oordeelde het Britse Hooggerechtshof al dat verzekeraars bedrijfsschade als gevolg van de coronapandemie moeten vergoeden.

5. Uitstel van betaling van huur toelaten, zonder extra kosten, tot drie maanden na het einde van de regeringsmaatregelen

Behalve als de verhurende partij kan aantonen dat haar economisch overleven bedreigd wordt of, voor een fysiek persoon, dat zijn levensstandaard problematisch zou worden. In die gevallen zou de overheid de betaling van de huurgelden voorschieten. De terugbetaling van de huurgelden kan dan gebeuren a rato van een tiende van de maandelijkse huurprijs.

Daarnaast stellen we voor dat horecazaken tot het einde van de regeringsmaatregelen 25% korting krijgen op de huren die ze aan brouwerijen moeten betalen, en drie maanden langer als de brouwerij geen kleine onderneming is (zoals gedefinieerd in het wetboek van vennootschappen).

6. Horecazaken vrijstellen van betaling aan Sabam voor de duur van de verplichte sluiting

7. Oprichten van een steunfonds voor zelfstandigen

Schuldenlast veroordeelt tienduizenden zelfstandigen en kleine bedrijven tot de sociale dood. Hun schulden moeten samengebracht worden in een gemeenschappelijke pot waar de overheid zich over ontfermt. Ze moeten bij de overheid renteloze leningen kunnen afsluiten. Als de overheid miljarden steun kan geven aan multinationals, dan moet ze zeker de kleintjes kunnen helpen. Dat is een politieke keuze.1

8. Oprichten van een overheidsstructuur om zelfstandigen te begeleiden en te steunen

Die nieuwe instelling moet administratieve ondersteuning en coaching aanbieden zodat zelfstandigen de crisis overleven of zich kunnen heroriënteren. We kunnen ons laten inspireren door wat organisaties als JobIn en Azimut doen, en daar een publieke versie van opzetten. Bovendien zou dat op lokaal niveau jobs creëren (er zijn immers begeleiders, coaches enz. nodig).

Herstelplannen die voorrang geven aan zelfstandigen en kmo’s

De middelen die in het kader van herstelplannen in de economie worden gepompt, moeten prioritair gaan naar zelfstandigen en kmo’s. Zij worden onevenredig zwaar getroffen. Er moeten ook bijkomende jobs worden gecreëerd. Geen algemene hulpmaatregelen, maar gerichte. De bedrijven in de zwaarst getroffen sectoren moeten de hoogste prioriteit krijgen.

  • De inkomens van de mensen verhogen geeft zuurstof aan de economie. Het versterken van de binnenlandse vraag zal de basis vormen voor een algemene heropleving van de economie, via hogere lonen, hogere sociale uitkeringen en hogere sociale minima. De btw op bepaalde producten (o.a. energie) moet worden verlaagd. Dat kan vooral een duw in de rug zijn voor de kleinhandel, de evenementensector, de horeca, het toerisme en de bouwsector. Allemaal sectoren die het door de verplichte sluiting zwaar te verduren hebben.

  • De investeringen voor herstel passen ook in het Prometheusplan: een toekomstplan dat inzet op waardevolle jobs voor de samenleving, gefinancierd met publieke investeringen, steun voor isolatiemaatregelen, het bouwen van betaalbare woningen …

  • Er zal ook een belastinghervorming moeten komen. Het huidige belastingsysteem laat zelfstandigen onrechtvaardig veel betalen. De belastingen voor de kleinsten moet omlaag en de belastingschalen moeten meer progressief stijgen.

  • Initiatieven die collectieve oplossingen voor zelfstandigen bieden, worden gestimuleerd: juridisch advies en juridische bijstand, advies over verzekeringen, toegang tot permanente vorming … Solidariteit tussen zelfstandigen die dezelfde bekommernissen delen, wordt aangemoedigd.

  • Oprichting van een steunfonds voor steden en gemeenten om steun te bieden aan het verenigingsleven, aan cultuurverenigingen en aan lokale horeca. Hieruit komen ook subsidies voor digitalisering, in het bijzonder van kleine en middelgrote ondernemingen. Wij willen voorrang geven aan sectoren die in de reële wereld voor verbinding zorgen, die het weefsel vormen van onze samenleving en onze leefomgeving.

1 De FPIM, de holding van de federale overheid (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij), buigt zich over manieren om het spaargeld van de burgers in te zetten voor projecten in verband met de energietransitie. De holding kan dat ook doen om de kleine zelfstandigen te redden.