Betrouwbare en snelle wifi is geen luxe maar een noodzaak

Ben Van Duppen, specialist digitalisering van de PVDA

Sinds maandag krijgen in het Verenigd Koninkrijk gezinnen die worstelen met afstandsonderwijs een gratis breedband internetverbinding. Wat daar kan, moet ook bij ons mogelijk zijn.

“Al vier maanden heb ik geen internet thuis. Soms heb ik een beetje internet, maar het valt vaak weg. Alles is tegenwoordig online. Contact met vrienden loopt via internet, maar nu kan ik hen amper nog horen. Iedereen is bezig met iets en ik kan niet meedoen, dan voel ik me buitengesloten.” Deze pakkende getuigenis van een scholier van Recht-Op Jongeren in Antwerpen toont ons een harde realiteit.

“Een slechte wifi-verbinding hebben is vervelend, maar het is vooral vermoeiend,” zei een studente uit Luik me. “Het is vaak gokken wat de prof heeft gezegd omdat je haar maar met stukjes en beetjes hoort doorkomen. Ik durf geen vragen te stellen. Ik weet niet of ik mijn examen durf af te leggen. Wat als de wifi het weer niet doet?”

Dit zijn jammer genoeg geen uitzonderingen. De Barometer Digitale Inclusie van de Koning Boudewijnstichting becijferde in 2019 dat 29% van de gezinnen met een laag inkomen niet beschikken over een internetverbinding. 75% van hen loopt het risico op digitale uitsluiting, dat wil zeggen: niet kunnen meedraaien in de samenleving omwille van een digitale achterstand.

Sinds de lockdown is meer dan ooit duidelijk dat snelle en betrouwbare wifi in 2021 geen luxe meer is, maar een noodzaak. In een wereld waarin steeds meer dingen online moeten gebeuren, zou het internet even toegankelijk moeten zijn als de stoep voor je deur. Net zoals je geen centje moet steken in je voordeur om de straat op te lopen, zou ook toegang tot breedbandinternet gratis moeten zijn.

In het VK en de VS loopt men voorop

Het idee om gratis snelle wifi te voorzien voor gezinnen is niet nieuw. De Britse Labour Party, toen onder de leiding van Jeremy Corbyn, zette het in de aanloop van de verkiezingen van 2019 op de agenda. Ze stelde voor om een deel van de Britse telecomreus BT opnieuw in publieke handen nemen. Met een ambitieus investeringsplan wilden ze breedbandinternet naar ieder gezin brengen en van het VK de Europese koploper in het snelste glasvezelinternet maken. Dat plan kreeg toen veel kritiek, maar het debat heeft de weg vrijgemaakt voor een eerste stap: in bepaalde steden krijgen gezinnen sinds kort gratis breedband.

Ook in de VS zijn meer dan 800 lokale publieke internetproviders actief. Waar de private telecom-mastodonten het laten afweten, organiseren lokale overheden er zelf de uitrol van een glasvezelnetwerk. Dat geeft de economie een enorme boost. In de steden waar deze providers actief zijn, is de digitale achterstand veel kleiner, het internet veel goedkoper en zijn de surfsnelheden veel hoger.

Snel glasvezelnetwerk van en voor iedereen

Terwijl men elders voorop loopt, staat België nog nergens. Minder dan twee procent van de gezinnen in ons land heeft vandaag een supersnelle glasvezelverbinding, in Nederland is dat 40 procent. Dat komt doordat drie grote providers, Proximus, Telenet en Voo, zoveel macht hebben dat ze op de rem kunnen blijven staan. Ondertussen zijn onze internetabonnementen al jaren bij de duurste van Europa.

Waarom investeren we als gemeenschap niet in een snel glasvezelnetwerk dat iedereen kan gebruiken? Eens glasvezel de norm is, wordt internet veel goedkoper per megabyte en aansluiting dan nu. De technologische vooruitgang die dit meebrengt stimuleert ook de lokale economie. Als het glasvezelnetwerk overal toegankelijk is, kunnen ook KMO’s veel gemakkelijker op de digitale trein springen. Met zo’n publiek investeringsplan kunnen we op een sociale manier de economie weer laten aantrekken.

Nodig en perfect mogelijk

België heeft met Proximus, in tegenstelling tot het VK, nog steeds een publieke telecomspeler. Die is perfect in staat om een netwerk uit te bouwen waarmee we iedereen op een goedkope manier kunnen voorzien van gratis breedbandinternet, te beginnen in de wijken waar internetarmoede het grootst is.

We kunnen ook lokale overheden stimuleren om pleintjes, scholen en openbare locaties uit te rusten met betrouwbare wifi. Zo geven we iedereen de mogelijkheid om mee te zijn in 2021, ook wanneer de lockdown, eindelijk, achter de rug is. Dat is nodig en perfect mogelijk.

Tot slot nog dit: de coronacrisis kent ook winnaars. Webwinkels als Amazon en Bol.com hebben miljarden overwinsten geboekt. Als we ervoor zorgen dat iedereen vlot op het internet kan, is het toch logisch dat zij hier ook voor bijdragen?

Volg de PVDA op de voet