Discriminatie vrouwen in pensioenhervorming: geen woorden maar daden
Zowel mannen als vrouwen worden geraakt door de pensioenplannen van de Arizona-regering, maar vrouwen extra hard. Na een periode waarin de pensioenkloof daalde dankzij de verhoging van de minimumpensioenen, zal ze nu terug stijgen.
door Kim De Witte
volksvertegenwoordiger en pensioenspecialist PVDA
Samenvatting
De pensioenkloof tussen mannen en vrouwen is nog altijd erg groot in ons land: maar liefst 387 euro per maand. De pensioenhervorming van Arizona zal die kloof vergroten. Zowat alle maatregelen treffen vrouwen een pak harder dan mannen:
- de pensioenmalus treft 37% van de vrouwen en 13% van de mannen;
- de verstrenging van het vervroegd pensioen treft 38% van de vrouwen en 21% van de mannen;
- de inperking van de gelijkgestelde periodes treft 34% van de vrouwen en 23% van de mannen;
- de inperking van het overlevingspensioen, de afschaffing van het echtscheidings-pensioen en de afschaffing van de welvaartsenveloppe voor het minimumpensioen treft voornamelijk vrouwen (respectievelijk 93%, 75% en 58% van de ontvangers van al die pensioenen zijn vrouwen).
Het feit dat deze hervorming de vrouwen discrimineert, is onbetwistbaar. De Raad van State bevestigt dat en vindt de motivering van de regering voor die benadeling onvoldoende. Vrouwen werken niet minder dan mannen. Integendeel, zij werken gemiddeld 4,5 uur per dag voor het huishouden en zorgtaken (versus 2,5 uur per dag voor mannen). “De dubbele dagtaak”, heet dat. Feit is dat al dat werk niet meetelt voor het pensioen in ons land. Gevolg: drie op tien vrouwen die vandaag op pensioen gaan, krijgen een pensioen onder de armoedegrens. De hervorming van Arizona gaat dat trieste cijfer verder verhogen.
Zowel Anja Vanrobaeys (Vooruit) als Nahima Lanjri (CD&V) zeiden vorige week in de commissie Sociale Zaken dat ze dit een foute en pijnlijke zaak vinden. Onze hervorming mag de vrouwen niet in die mate discrimineren, zo klonk het. Het advies van de Raad van State geeft hen een machtig wapen om bijsturingen te eisen. Wij hopen dat hun mooie woorden zich, met 8 maart in het verschiet, nu ook vertalen in politieke daden. Zo niet, riskeren cruciale onderdelen van de pensioenwet de grondwetstoets niet te doorstaan.
1. De kerninfo
Een belangrijke indicator voor de pensioengelijkheid tussen mannen en vrouwen is de pensioenkloof. De pensioenkloof toont hoeveel lager het gemiddeld wettelijk pensioen van vrouwen is in vergelijking met dat van mannen. Tussen 2020 en 2023 is die kloof gedaald van 22% naar 17%. Concreet betekent dit dat het verschil tussen mannen en vrouwen die net met pensioen zijn gegaan, vandaag gemiddeld 387 euro bedraagt.
De aanzienlijke daling op korte termijn heeft twee redenen. De eerste en belangrijkste reden is de verhoging van de pensioenminima. Sinds 2017 voerden de PVDA en de vakbonden een campagne voor de verhoging van het minimumpensioen. Die eis kreeg brede steun via een Burgerwet, ondertekend door maar liefst 180.000 burgers. De Vivaldi-regering nam de maatregel op in haar regeerakkoord en voerde ze uit. Omdat vooral vrouwen aangewezen zijn op lagere pensioenen, deed deze maatregel de kloof dalen.
Een tweede reden is dat de loopbanen van vrouwen geleidelijk “vollediger” worden. Er zijn minder vrouwen die buiten de arbeidsmarkt blijven om huishoudelijke arbeid te verrichten. Toch mogen we deze evolutie niet overschatten. De genderverschillen blijven bijzonder groot. Dat zien we bijvoorbeeld bij het aantal deeltijds werkenden. Vandaag werkt 40% van de vrouwen deeltijds, tegenover 13% van de mannen. Bovendien doet meer dan de helft van de deeltijds werkende vrouwen dat onvrijwillig, bijvoorbeeld omwille van huis- en zorgtaken of omdat sectoren waarin veel vrouwen werken vooral deeltijdse contracten aanbieden.1 Dit is één van de belangrijkste redenen waarom vrouwen extra getroffen worden door nieuwe maatregelen.
De dalende pensioenkloof is positief, maar ze verbergt ook een schrijnende realiteit. Nog steeds ontvangen 4 op de 10 vrouwelijke werknemers en zelfstandigen een pensioen onder de armoedegrens (van 1.520 euro).2 Dat is geen probleem uit het verleden: ook 3 op de 10 vrouwen die nu op pensioen gaan, ontvangen een pensioen onder de armoedegrens.3
In de volgende onderdelen bekijken we hoe de pensioenplannen van de Arizona-regering een grote impact hebben op vrouwen. Zij dreigen langer te moeten werken voor nog minder pensioen.
Overzichtstabel – Vrouwen worden extra hard getroffen door de plannen van Arizona
| Maatregel | Beschrijving | Impact |
| Verstrenging vervroegd pensioen | Een loopbaanjaar telt pas mee vanaf 156 in plaats van 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen. | 37,5% van de vrouwen zal hierdoor langer moeten werken versus 21,3% van de mannen |
| Inperking overlevings-pensioen | Het overlevingspensioen mag pas opgenomen worden vanaf de eigen pensioenleeftijd. | 93% van de ontvangers zijn vrouw |
| Pensioenmalus | Per jaar dat je vroeger stopt dan 66 (en binnenkort 67) jaar, verlies je 2 tot 5% van je pensioen. | 37% van de vrouwen en 13% van de mannen riskeren een malus |
| Beperking gelijkgestelde periodes | Vanaf 2031 tellen bepaalde gelijkgestelde periodes boven 20% van de loopbaan niet meer mee voor het pensioen | 33,7% van de vrouwen en 22,5% van de mannen loopt risico op aftopping van het pensioen |
| Echtscheidings-pensioen | Het echtscheidingspensioen (gemiddeld 178 euro per maand) wordt geschrapt voor nieuwe gepensioneerden. | 75% van de ontvangers zijn vrouwen |
| Schrappen welvaarts-enveloppe | De geplande verhoging van het minimumpensioen wordt geschrapt. | 58% van de ontvangers zijn vrouwen |
2. Verdere uitdieping – Maatregelen die het recht op vervroegd pensioen voor vrouwen zullen afbreken
2.1 Verstrenging van het vervroegd pensioen
Om vervroegd met pensioen te gaan, moet men vandaag voldoen aan een leeftijd en loopbaanvoorwaarde, waarbij een loopbaanjaar telt vanaf 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen.4 De Arizona-regering wil die drempel optrekken naar 156 dagen per jaar. Onder druk van het sociaal verzet werd het voorstel eind november afgezwakt: het eerste loopbaanjaar blijft meetellen vanaf 104 dagen, voor alle volgende jaren geldt wel de strengere norm.
De maatregel blijft vooral vrouwen treffen. Meer dan één op drie vrouwen (37,5%) en één op vijf mannen (21,3%), zullen hierdoor bijna een jaar langer moeten werken.5
Zoals eerder aangehaald werken vrouwen vaker deeltijds, vaak niet uit vrije keuze maar om zorg- en huishoudelijke taken op te nemen. Een hogere drempel voor het aantal gewerkte dagen per jaar treft hen dus logischerwijs harder. Minder gewerkte dagen betekent sneller een loopbaanjaar dat niet meer meetelt voor vervroegd pensioen.
Een fictief voorbeeld, gebaseerd op een realistische loopbaan: Samira begon te werken op haar 21ste. Binnenkort heeft ze 42 loopbaanjaren opgebouwd en kan ze op 63 jaar met pensioen. Op drie jaar na werkte ze altijd voltijds. Na het ouderschapsverlof bij de geboorte van haar tweede kind werkte ze drie jaar lang twee dagen per week, om werk, zorg en huishouden te combineren. Ze kreeg de geruststelling dat deze jaren zouden meetellen voor haar vervroegd pensioen. Door de verhoogde drempel tellen die jaren plots niet langer mee. Het gevolg is ingrijpend: Samira zal geen pensioen kunnen opnemen op haar 63ste, maar pas op haar 66ste.
2.2 Inperking van het overlevingspensioen
Wanneer je echtgenoot of echtgenote overlijdt, kan je vandaag vanaf 51 jaar een overlevingspensioen ontvangen. Wie jonger is, krijgt een tijdelijke overgangsuitkering. De regering wil die leeftijd van 51 jaar schrappen en vervangen door ‘de vroegst mogelijke pensioendatum van de langstlevende echtgenoot’. In de plaats komt een overgangsuitkering van twee jaar, of drie tot vier jaar wanneer er jonge kinderen ten laste zijn.
Vandaag ontvangen zo’n 540.000 mensen een overlevingspensioen. 93% van hen is vrouw.6 Het uitstellen van het overlevingspensioen tot de pensioenleeftijd van de langstlevende partner betekent dus in de meeste gevallen dat vrouwen langer zullen moeten werken. Volgens de regering wil men zo de ‘armoedeval’ vermijden, maar in de praktijk dreigt men oudere vrouwen naar een arbeidsmarkt te sturen waar hun kansen vaak beperkt zijn.
Een fictief voorbeeld: Nelle is 58 jaar wanneer ze haar man verliest. In een periode van rouw en onzekerheid zou ze onder de huidige regels recht hebben op een overlevingspensioen van 1.700 euro bruto. Onder de nieuwe regeling krijgt ze slechts een tijdelijke overgangsuitkering. Na twee jaar, op 60-jarige leeftijd, moet ze opnieuw werk zoeken. Omdat ze onvoldoende loopbaanjaren heeft om vervroegd met pensioen te gaan, zal ze tot 67 jaar moeten blijven werken, of op een vervangingsinkomen terechtkomen, vooraleer ze recht heeft op het overlevingspensioen en haar eigen rustpensioen.
3. Verdere uitdieping – Maatregelen die de armoede bij vrouwen op pensioen zullen verhogen
3.1 De pensioenmalus
De Arizona-regering wil het vroegere bonus-malussysteem opnieuw invoeren. Wie vóór de wettelijke pensioenleeftijd van 67 jaar met pensioen gaat, zal een blijvende pensioenboete krijgen van 2 tot 5 procent per jaar vervroegde pensionering. Wie aan strikte loopbaanvoorwaarden voldoet, kan de malus vermijden.
Tabel 1 – Drie loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen zonder pensioenmalus
Drie cumulatieve voorwaarden | Welke gelijkgestelde periodes tellen mee? |
Minstens 42 loopbaanjaren met 104 dagen per jaar en 156 dagen vanaf 2027 | Alle gelijkgestelde periodes tellen mee |
Minstens 35 gewerkte jaren met 156 effectief gewerkte dagen pér jaar | Enkel moederschapsrust, zorgverloven, tijdelijke werkloosheid, ziekte en militaire dienst |
Minstens 7.020 effectief gewerkte dagen (= 45 jaar halftijds) | Enkel moederschapsrust, zorgverloven, tijdelijke werkloosheid, ziekte en militaire dienst |
Door het grotere aandeel deeltijds werk en gelijkgestelde periodes, die niet altijd meetellen om de malus te vermijden, zouden vrouwen zwaarder getroffen worden. Het verschil is zelfs groter dan bij de verstrenging van het vervroegd pensioen. Naar schatting zou 13% van de mannen die vervroegd met pensioen gaan een malus krijgen, tegenover 37% van de vrouwen.7
Het gemiddeld bruto pensioen van de betrokken vrouwen bedraagt 1.777 euro, nog vóór de toepassing van de malus. Wordt die vermindering toegepast, dan dreigt het pensioenbedrag onder de armoedegrens te zakken.
Een fictief voorbeeld, gebaseerd op een realistische loopbaan: Angèle werkt sinds haar 19de als poetshulp. Ze werkte 43 jaar halftijds. De laatste jaren kampt ze met gezondheidsproblemen en ze telt af naar haar pensioen op 61 jaar. Maar als ze dan stopt, verliest ze 10% tot 30% van haar pensioen, afhankelijk van haar geboortedatum. Ze kan namelijk geen 7.020 gewerkte dagen bewijzen.
3.2 De beperking van de gelijkgestelde periodes (de cap van 20%)
Zelfs wie tot de wettelijke pensioenleeftijd blijft werken, dreigt pensioen te verliezen. Vanaf 2031 zullen alle gelijkgestelde periodes, behalve ziekte, tijdelijke werkloosheid en zorg- en ouderschapsverloven, die samen meer dan 20% van je loopbaan uitmaken, niet langer meetellen voor de pensioenberekening. De enige uitzondering geldt voor wie een minimumpensioen ontvangt.
22,5% van de mannen en 33,7% van de vrouwen heeft meer dan 20% gelijkgestelde periodes (zonder ziekteperiodes en zorgverloven) in de totale loopbaan. Wie geen recht heeft op een minimumpensioen, riskeert daardoor een aftopping van het pensioenbedrag.
Een voorbeeld: Marianne heeft een loopbaan van 45 jaar. Daarin was ze twee jaar werkloos en werkte ze 18 jaar met een inkomensgarantie-uitkering (deeltijds werken met behoud van rechten). Door de beperking van de gelijkgestelde periodes verliest ze twee jaar in haar pensioenberekening.
3.3 De afschaffing van het echtscheidingspensioen
Het echtscheidingspensioen is een aanvullende uitkering bovenop het eigen wettelijk pensioen. Het wordt berekend op basis van de beroepsloopbaan van de ex-partner (werknemer of zelfstandige) tijdens het huwelijk. De maatregel is bedoeld om de partner te beschermen die tijdens het huwelijk minder of niet werkte op de arbeidsmarkt.
De regering wil het echtscheidingspensioen volledig afschaffen. Vandaag ontvangen ongeveer 171.072 gepensioneerden de uitkering. Drie vierde van hen is vrouw. Het gemiddeld bedrag bedraagt 178 euro per maand.
Dat is geen luxe, maar voor veel mensen wel een noodzakelijke aanvulling om rond te komen. Het wegvallen ervan zou dus vooral vrouwen treffen die tijdens hun huwelijk huishoudelijke arbeid verrichten en daar op latere leeftijd de financiële gevolgen van dragen.
3.4 De blokkering van het minimumpensioen
Dit dossier begon met het belang van de verhoogde minimumpensioenen in de strijd tegen de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen. Traditioneel worden die minimumpensioenen opgetrokken met middelen uit de welvaartsenveloppe. Dat is een budget waarover de sociale partners beslissen om uitkeringen en andere sociale maatregelen aan te passen aan de stijgende welvaart.
Voor de periode 2025-2026 was voorzien om de minimumpensioenen met 2% te verhogen. De regering besliste echter om de welvaartsenveloppe voor de volledige legislatuur te schrappen, een besparing van 2,8 miljard euro.
De impact daarvan is niet genderneutraal. 577.128 vrouwen ontvangen een minimumpensioen, ongeveer 100.000 meer dan mannen. Vrouwen maken 58% uit van het totale aantal ontvangers van een minimumpensioen. Het schrappen van de welvaartsenveloppe dreigt de pensioenkloof opnieuw te verdiepen.
4. De kritiek van de Raad van State
Het merendeel van de pensioenmaatregelen werd voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Wanneer de Raad van State zich uitspreekt over een wetsontwerp, beoordeelt zij niet de politieke wenselijkheid ervan, maar wel de juridische kwaliteit en de verenigbaarheid met de Grondwet en hogere rechtsnormen.
Een centraal toetsingscriterium daarbij is het gelijkheidsbeginsel. Dat beginsel houdt in dat alle Belgen recht hebben op een gelijke behandeling zonder discriminatie. Gelijke situaties moeten gelijk worden behandeld, terwijl verschillende situaties enkel verschillend mogen worden behandeld wanneer daarvoor een objectieve en redelijke verantwoording bestaat.
In haar advies stelt de Raad van State vast dat de regering met bepaalde maatregelen raakt aan dit gelijkheidsbeginsel. Meer bepaald wijst zij erop dat de verstrenging van de voorwaarden voor vervroegd pensioen en de invoering van een pensioenmalus in de praktijk aanzienlijk meer vrouwen dan mannen treft, onder meer omdat vrouwen vaker deeltijds werken. Volgens de Raad leidt de hervorming daardoor tot een feitelijke benadeling van vrouwen. De maatregelen die de regering ‘ter compensatie’ voorstelt, acht de Raad onvoldoende of ongeldig.
Zoals de Raad het formuleert:
“Zoals hij [de werkvoorwaarde voor de pensioenmalus] thans is vormgegeven, benadeelt de maatregel in de feiten echter aanzienlijk meer vrouwen dan mannen.” (p.31)
5. Besluit
Zowel mannen als vrouwen worden geraakt door de pensioenplannen van de Arizona-regering, maar vrouwen extra hard. Na een periode waarin de pensioenkloof daalde dankzij de verhoging van de minimumpensioenen, zal ze nu terug stijgen.
40% van de vrouwen werkt deeltijds, en meer dan de helft doet dat onvrijwillig. Door in te grijpen in reeds gepresteerde loopbaanjaren zijn zij de dupe. Er is geen enkele mogelijkheid om die loopbanen nog aan te passen aan de nieuwe regels, tenzij iemand een tijdmachine uitvindt. Moeders die tientallen jaren geleden minder werkten om voor hun kinderen te zorgen, dreigen nu langer te moeten werken of een deel van hun opgebouwde pensioenrechten te verliezen.
Dat wijst op een gebrek aan respect voor het werk dat vrouwen in onze samenleving verrichten. Minder of niet actief zijn op de arbeidsmarkt betekent niet dat er niet gewerkt wordt. Mannen besteden gemiddeld tweeënhalf uur per dag aan huishouden en zorgtaken. Bij vrouwen is dat vier en een half uur. “De dubbele dagtaak”, zo heet dat.
Niet alleen de PVDA ziet een discriminatie tegenover vrouwen in de pensioenhervorming, ook de Raad van State is die mening toegedaan. En de volksvertegenwoordigers van Vooruit en CD&V. Samen met hen wil de PVDA de discriminatie dan ook tegenhouden. Ze is asociaal en onrechtvaardig.
De Belgische pensioenen zullen niet onbetaalbaar worden door de vergrijzing. Onze pensioenuitgaven zijn vandaag een pak lager dan in Finland, Frankrijk, Oostenrijk, Italië, Spanje, Griekenland. Ook in de toekomst zullen wij nog altijd minder uitgeven in percentage van het bbp dan wat Oostenrijk, Frankrijk, Italië en Griekenland vandaag al uitgeven. Hoe kan dat dan onbetaalbaar zijn?
De financiering van de pensioenen in ons land is niet zozeer een probleem van stijgende uitgaven, wel van dalende inkomsten. De financiering via sociale bijdragen staat onder druk door de dalende werkgeversbijdragen, subsidies, fiscale vrijstellingen. Deze verminderingen kosten de sociale zekerheid miljarden euro’s per jaar, meer dan de verwachte stijging van de pensioenuitgaven. Met een eerlijkere verdeling van de welvaart kunnen de pensioenen dan ook perfect betaalbaar blijven.
1 https://statbel.fgov.be/nl/themas/werk-opleiding/arbeidsmarkt/deeltijds-werk#figures
2 https://www.sfpd.fgov.be/files/3487/nl_statistiek_2025.pdf
3 https://www.pensionstat.be/nl/kerncijfers/wettelijk-pensioen/recent-gepensioneerden
4 Een sociale zekerheidsjaar telt 312 dagen, dit is inclusief de zaterdagen. Wie voltijds werkt, presteert 312 dagen (ook als je niet werkt op zaterdag). Wie halftijds werkt, presteert 156 dagen. Wie één derde van de tijd werkt, presteert 104 dagen.
5 Parlementaire vraag nr. 793 van 06/01/2026, gesteld door de heer De Witte Kim, Volksvertegenwoordiger, aan de Vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen, de heer Jan Jambon.
6 https://www.pensionstat.be/nl/kerncijfers/wettelijk-pensioen/meer-in-detail/gepensioneerden/overlevingspensioen
7 Parlementaire vraag nr. 699 van 26/11/2026, gesteld door de heer De Witte Kim, Volksvertegenwoordiger, aan de Vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen, de heer Jan Jambon