Dossier: De impact van het sociaal verzet
Er vonden inmiddels 13 nationale actiedagen plaats tegen de Arizona-regering. De afbraak van het recht op pensioen is een van de centrale bezorgdheden. Onder druk van het sociaal verzet zag de regering zich genoodzaakt de maatregelen die het recht op vervroegd pensioen inperken (de malus en de verstrenging van de loopbaanvoorwaarden), af te zwakken. Daardoor verliezen deze maatregelen ongeveer een kwart van hun impact, zo blijkt uit de cijfers die de PVDA opvroeg bij Pensioenminister Jan Jambon. Ook een reeks andere pensioenmaatregelen uit het regeerakkoord werden afgezwakt of zelfs volledig geschrapt. Daarnaast werden ook de beperking van de nachtpremies en de wet-Quintin, die een aanval bevat op onze democratische rechten, aangepast.
Kim De Witte, volksvertegenwoordiger en pensioenspecialist PVDA
Nog voor de Arizona-regering was gevormd, waren er al protesten tegen de afbraak van het recht op pensioen. Aanleiding was de gelekte ‘supernota’ van Bart De Wever. Op 13 januari kwamen de openbare diensten massaal op straat, waaronder heel veel leerkrachten. Er was nog geen regering, maar ze sleepten toch al enkele aanpassingen in de wacht.
Ook na de regeringsvorming werden heel wat aanpassingen afgedwongen. Zo werden na de algemene staking van 31 maart de korte periodes van ziekte plots wél beschouwd als effectief gewerkte dagen voor de toepassing van de pensioenmalus. Het debat in de Kamer begin februari had duidelijk gemaakt dat het tegendeel beslist werd in het regeerakkoord.
Na de acties in april, mei en juni besliste de regering in haar Zomerakkoord dat tijdelijke werkloosheid erkend werd als gelijkgestelde periode voor álle pensioenmaatregelen. Militaire dienst werd gelijkgesteld voor de malus en landingsbanen bleven mogelijk vanaf 55 jaar. Die laatste zouden ook gelijkgesteld blijven voor de pensioenopbouw voor wie werkt tot de wettelijke pensioenleeftijd. Er zou tot slot ook een correctie komen in de pensioenmalus voor langdurige zieken. Wie langdurig ziek geweest is, zou minder snel een malus krijgen.
In september besliste de regering dat moederschapsrust toch zou meetellen voor het nieuwe systeem van vervroegd pensioen (vanaf 60 jaar na 42 gewerkte jaren met minstens 234 effectief gewerkte dagen per jaar).
Alleen al dankzij het feit dat de hervorming een jaar wordt uitgesteld, ontsnappen 20.000 mensen aan een pensioenmalus
En in november, na de grote betoging van 14 oktober en daags voor de tweede algemene staking, besliste de regering dat álle periodes van ziekte gelijkgesteld zouden worden aan effectief gewerkte dagen voor de toepassing van de pensioenmalus, dat de verstrenging van de voorwaarden voor het vervroegd pensioen afgezwakt zal worden en dat de volledige pensioenhervorming met minstens één jaar zal worden uitgesteld. Door die laatste beslissing alleen al zullen er 20.000 werkenden minder zijn die een pensioenmalus krijgen.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de acties en van de toegevingen die de regering enkele dagen of weken later deed.
Tabel 1 – Nationale actiedagen en resultaten
1. Toegevingen op “langer werken”
1.1 Vervroegd pensioen
Om vervroegd met pensioen te gaan, moet men vandaag voldoen aan een leeftijds- en loopbaanvoorwaarde, waarbij een loopbaanjaar telt vanaf 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen.1 Waarom? Omdat de Pensioendienst in kalenderjaren (van 1 januari tot 1 januari) rekent en veel mensen pas beginnen werken in augustus of september, na hun studies. Als je een minimum van 156 dagen oplegt (dit is een half jaar), dan verliezen héél veel mensen meteen een heel jaar op hun loopbaanteller.
De Arizona-regering wilde die drempel desalniettemin optrekken naar 156 dagen per jaar. Onder druk van sociaal verzet werd het voorstel eind november afgezwakt: het eerste loopbaanjaar blijft meetellen vanaf 104 dagen, voor alle volgende jaren geldt wel de strengere norm. Volgens de Pensioendienst zal deze bijsturing het aantal mensen dat getroffen wordt door deze maatregeln met 22 procent verminderen.
Vooral vrouwen zijn het slachtoffer van de maatregel zoals die verder blijft bestaan. Meer dan één op drie vrouwen (37,5 procent) en één op vijf mannen (21,3 procent) zal hierdoor bijna één jaar langer moeten werken. Als de regeling niet werd bijgestuurd, zouden die cijfers nog een pak hoger zijn.
1.2 Landingsbanen
De Arizona-regering wilde de regels voor landingsbanen verstrengen. Iedereen – ook 55-jarigen met een zwaar beroep of in een bedrijf in herstructurering – zou voortaan minstens 35 loopbaanjaren moeten voorleggen. Bovendien zou er geen onderbrekingsuitkering meer zijn voor mensen onder de 60 jaar met een landingsbaan. Dat zou het systeem flink uithollen: door alleen al de loopbaanvoorwaarde zouden 8 op de 10 werknemers geen aanspraak meer kunnen maken op een landingsbaan.
Na de grote betoging van 14 oktober werd er een akkoord gesloten met de sociale partners waardoor landingsbanen vanaf 55 jaar toegankelijk blijven voor wie een zwaar beroep heeft of in herstructurering zit, inclusief de onderbrekingsuitkering.
1.3 Moederschapsrust en tijdelijke werkloosheid
Werknemers zullen de mogelijkheid krijgen om vanaf de leeftijd van 60 jaar met vervroegd pensioen te gaan, op voorwaarde dat ze een loopbaan van minstens 42 jaar hebben opgebouwd met minstens 234 effectief gewerkte dagen per jaar, aldus het regeerakkoord.
Daarmee wordt een nieuwe toegangspoort tot het vervroegd pensioen gecreëerd, maar het is eerder een klein gaatje. Volgens het ABVV zou slechts 3 procent van de mannelijke werknemers en 1 procent van de vrouwelijke werknemers er vroeger mee op pensioen kunnen gaan, omdat heel weinig mensen aan de strenge voorwaarde van 234 effectief gewerkte dagen gedurende 42 jaar geraken. Een vrouw die twee kinderen baart en twee keer moederschapsrust neemt gedurende vijftien weken, verliest sowieso al twee jaar. Idem voor wie, geheel buiten zijn wil om, slachtoffer is van tijdelijke werkloosheid gedurende bepaalde periodes in zijn loopbaan.
In het oorspronkelijke plan van de regering werd geen enkele niet-gewerkte periode gelijkgesteld voor deze maatregel. Door het protest tegen de discriminatoire invulling van deze maatregel heeft de regering in het Zomerakkoord beslist om de tijdelijke werkloosheid gelijk te stellen met effectief gewerkte dagen. In september kwam daar ook de moederschapsrust bij.
2. Toegevingen op “minder pensioen”
2.1 Pensioenmalus
De Arizona-regering wil het vroegere bonus-malussysteem opnieuw invoeren. Wie vóór de wettelijke pensioenleeftijd van 67 jaar met pensioen gaat, zal een blijvende pensioenboete krijgen van 2 tot 5 procent per jaar vervroegde pensionering. Wie aan strikte loopbaanvoorwaarden voldoet, kan de malus vermijden. Maar, welke niet-gewerkte periodes tellen mee?
Volgens het regeerakkoord werden enkel periodes van moederschapsrust, loopbaan-onderbrekingen/-verminderingen met zorgmotief en geboorteverlof gelijkgesteld aan gewerkte dagen.
In april 2025, enkele dagen na de algemene staking van 31 maart, bevestigde minister Jambon voor het eerst dat korte ziekteperiodes ook zouden meetellen. In het Zomerakkoord, na de acties van april, mei en juni, werden vervolgens tijdelijke werkloosheid en militaire dienst aan de lijst toegevoegd. Ook zou er een correctiemechanisme komen voor langdurige ziekteperiodes. In het Begrotingsakkoord van eind november, na de grote betoging van 14 oktober en daags voor de vier nationale actiedagen, werd langdurige ziekte definitief gelijkgesteld.
Zonder die gelijkstelling van ziekte zou iets meer dan 30 procent van de vervroegd gepensioneerden een pensioenmalus krijgen. Met gelijkstelling daalt dat tot 23 procent, een vermindering van bijna een kwart. Dat bevestigen de cijfers van Pensioenminister Jambon.
Tabel 2 – Aandeel vroeggepensioneerden die een pensioenmalus zouden krijgen (bron: kabinet Jambon)
2.2 Berekening van het pensioen bij werkloosheid en landingsbanen
Alle periodes van werkloosheid, SWT, pseudo-brugpensioen en landingsbanen die ingaan vanaf de datum van het regeerakkoord worden gelijkgesteld aan een beperkt fictief loon, aldus het regeerakkoord.
Door deze maatregel zou elke dag tijdelijke werkloosheid een impact hebben op het pensioen. Voor die dag zou je geen pensioenrechten meer opbouwen op basis van je brutoloon, maar op basis van het gewaarborgd minimuminkomen. Met het zomerakkoord werd tijdelijke werkloosheid echter opnieuw gelijkgesteld voor alle pensioenmaatregelen, waardoor dit plan werd ingetrokken.
Voor landingsbanen werd een specifieke regeling uitgewerkt. Aanvankelijk was het de bedoeling om niet-gewerkte dagen niet langer te waarderen op basis van het huidige loon, maar op basis van het minimuminkomen voor de pensioenberekening. Van dat plan werd later afgeweken voor werknemers die tot aan de wettelijke pensioenleeftijd werken. Zij behouden de volledige gelijkstelling, ook van de niet-gewerkte dagen.
2.3 Uitstel pensioenhervorming
In het Begrotingsakkoord, daags voor de algemene staking en enkele weken na de betoging van 140.000 in Brussel, werd beslist om de volledige pensioenhervorming uit te stellen. De hervorming zal, op enkele uitzonderingen na, pas in werking treden op 1 januari 2027 in plaats van 1 januari 2026.
3. Toegeving op nachtarbeid
Initieel wou de regering de nachtpremies voor nieuwe werknemers in de handel-, distributie- en aanverwante sectoren beperken tot 00:00 en 05:00. Een studie van Denktank Minerva rekende uit dat het verlies daardoor kan oplopen tot 569 euro bruto per maand.2
In het begrotingsakkoord kwam de regering terug op haar plan en besloot ze om nachtpremies toe te kennen tussen 23:00 en 06:00. In plaats van 5 uur aan nachtpremies, zouden nieuwe werknemers 7 uur aan nachtpremies ontvangen.
4. Toegeving op democratisch vlak
De regering-De Wever-Rousseau wou kritische organisaties het zwijgen opleggen. Die doelstelling penden de regeringspartijen reeds neer in het regeerakkoord. Sinds het zomerakkoord van juli 2025 werkte minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) aan zijn wet-Quintin. In zijn voorontwerp van wet voorzag Quintin dat de ministerraad zelf kan beslissen om “radicale organisaties” te verbieden, zonder tussenkomst van een rechter en zonder proces. Een inbreuk op dit verbod zou worden gestraft met hoge boetes en tot 5 jaar gevangenisstraf.
Het is een ernstige aanval op onze democratische rechten. Daarom kwamen kwam onmiddellijk een bonte coalitie van vakbonden, middenveld, mensenrechtenexperts en grondwetspecialisten en ook de PVDA in verzet. Zij bekritiseerden dat het verbod er zou komen op basis van zeer vage begrippen en het idee dat de regering zich zo een buitengewone macht toeëigent.
Onder hun aanhoudende druk en nadat ook de Raad van State zich kritisch uitliet over het voornemen van de regering om organisaties te verbieden zonder enige gerechtelijke toetsing, zette de regering een eerste stap terug. 8 januari 2026 kondigde minister Quintin aan dat de regering zal afzien van het voornemen om zichzelf de macht te geven om organisaties definitief te ontbinden. Die bevoegdheid zou bij een rechter komen.
Ondanks deze toegeving, blijft de wet-Quintin problematisch. Ten eerste wil de regering zichzelf nog altijd de bevoegdheid toekennen om organisaties tijdelijk op te schorten of activiteiten te verbieden, en dat in afwachting van een definitieve gerechtelijke bevestiging. Ten tweede blijft het doel van de wet zelf problematisch: het verbieden van ‘radicale organisaties’. Door de zeer vage en ruime definitie kan de opschorting of het verbod worden gebruikt om sociaal protest te criminaliseren.
5. Het verzet tegen de plannen van de Arizona-regering gaat door
De cijfers en voorbeelden laten weinig ruimte voor twijfel: door de druk van onderuit werden heel wat toegevingen gedaan. De impact van de grootste maatregelen (de malus en de verstrenging van de loopbaanvoorwaarde voor het vervroegd pensioen) is met ongeveer een kwart beperkt. Ook op het schrappen van nachtpremies moest de regering deels terugkomen. Daarnaast werd ook de aanval op onze democratische rechten in de vorm van de wet Quintin verzwakt.
De verschillende regeringspartijen zitten verveeld met de pensioenhervorming. Ze beloofden allemaal werken méér te belonen. Ze beloofden ook uitdrukkelijk de pensioenen, die tot de laagste van West-Europa behoren, te verhogen. Ze doen het tegenovergestelde. De afschaffing van de welvaartsvastheid voor de laagste pensioenen en de blokkering van de indexering voor pensioenen vanaf 1.790 euro netto zal bijna alle werkenden en gepensioneer-den treffen. Voor wie niet kan werken tot 67 jaar, komt daar een dikke malus bovenop.
De hervorming treft werknemers met zware, deeltijdse of onderbroken loopbanen en vrouwen disproportioneel hard. Het pensioenverzet zal dan ook verder gaan. Op 5, 10 en 12 februari 2026 volgen nieuwe provinciale actiedagen en op 12 maart een nieuwe, grote betoging in Brussel. De pensioenhervorming van deze regering is geen reddingsoperatie. Het is een afbraakplan: iedereen langer doen werken voor minder pensioen. De grootste slachtoffers zijn onze kinderen. Zij zullen tien procent van hun pensioen verliezen, aldus de Studiecommissie voor de Vergrijzing. Een fatsoenlijk pensioen is haalbaar, als we de welvaart eerlijker verdelen.
1 Een sociale zekerheidsjaar telt 312 dagen, dit is inclusief de zaterdagen. Wie voltijds werkt, presteert 312 dagen (ook als je niet werkt op zaterdag). Wie halftijds werkt, presteert 156 dagen. Wie één derde van de tijd werkt, presteert 104 dagen.
2 https://www.denktankminerva.be/analyse/hervorming-nachtpremies