DOSSIER | Nieuw voorontwerp Wet-Quintin mogelijk nog gevaarlijker voor democratische rechten
De regering-De Wever-Rousseau komt op de proppen met een nieuwe versie van de Wet-Quintin, waarmee ze het doen en laten van organisaties wil controleren. Vorig jaar moest ze na een golf van kritiek nog terug naar de tekentafel. Maar deze nieuwe versie is mogelijk nog gevaarlijker dan de eerste.
In 2025 uitte de regering-De Wever-Rousseau haar ambitie om wetgeving te creëren waarmee de regering zelf organisaties zou kunnen ontbinden. Deze Wet-Quintin, vernoemd naar minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR), lokte veel reacties uit. De coalitie “Recht op Protest”, die meerdere vakbonden en mensenrechtenorganisaties verenigt, verzette zich tegen de plannen van de minister.i Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM) publiceerde een kritisch rapport.ii De Raad van State schreef een uitvoerig advies, met verschillende fundamentele opmerkingen.iii Zelfs Paul Van Tigchelt, voormalig topman van de antiterreurdienst OCAD en ex-minister van Justitie (Anders), reageerde scherp. Volgens hem “hoort zo’n wet niet thuis in een rechtsstaat. Dat is iets voor een autoritaire staat”.iv
Begin 2026 kondigde de regering aan te zullen afzien van het plan om organisaties via administratieve weg te ontbinden.v Een schijnbare toegeving. Maar de PVDA kreeg een nieuwe versie van de wettekst te zien, die op 18 juli werd goedgekeurd door de ministerraad. Deze wettekst werpt een ander licht op de kwestie.
Met een nieuw voorontwerp geeft minister Quintin een update aan zijn Wet-Quintin. Het voorziet een nieuw administratief instrument om de werking van organisaties stil te leggen wanneer zij volgens de regering een “bedreiging vormen voor de nationale veiligheid”, en dit zonder tussenkomst van een rechter. Het gaat nog steeds over een ernstige beperking van onze fundamentele rechten, zoals het recht op verenigen en het recht op vrije meningsuiting. Het nieuwe voorontwerp is mogelijks nog gevaarlijker voor onze democratische rechten dan de eerdere versie. Want…
- hoewel de regering officieel geen organisaties meer kan ontbinden, zal in de feiten de uitkomst dezelfde blijven
- het nieuwe voorontwerp viseert meer organisaties, waaronder ook oppositiepartijen
- de wet wordt breder toepasbaar
- het recht op verweer blijft hol
We voegen de voorontwerpen integraal bij dit persdossier:
Reden nr. 1: De uitkomst blijft hetzelfde
De eerste versie van de Wet-Quintin zou de regering in staat hebben gesteld organisaties regelrecht te ontbinden. Het feit dat de regering zich zo een macht wou toe-eigenen, leverde de felle kritiek op. De coalitie "Recht op Protest"vi en het FIRMvii uitten hun bezorgdheid. Ook de Raad van State oordeelde in zijn advies over het eerste voorontwerp dat het definitief ontbinden van een organisatie enkel aan een rechter toekomt, en niet aan de regering.viii
Door het felle protest uit alle hoeken van de samenleving kwam het voorstel van de administratieve ontbinding er niet door. In de nieuwe versie van het voorontwerp laat de regering de procedure voor een administratieve ontbinding van organisaties achterwege. Maar dat betekent niet dat de tekst daarom minder gevaarlijk is.
Met het nieuwe voorontwerp van wet van juli 2026 wil de regering zichzelf de macht toekennen om verregaande administratieve verboden op te leggen aan organisaties, zonder ze formeel te ontbinden. Het arsenaal is zeer groot: van een verbod op vergaderingen, manifestaties, publicaties en het gebruik van de naam, symbool of slogans, tot het sluiten van websites, het ontzeggen van lokalen en het bevriezen van bankrekeningen.ix
Om deze verboden te handhaven, voorziet het voorontwerp van wet zware straffen. Wie toch één van de verboden activiteiten uitvoert, riskeert een straf van niveau 2 van het nieuwe Strafwetboek. Dit kan een celstraf tot 3 jaar opleveren. Doe je dat als “leidinggevende” of heb je een “organisatorische functie”, dan geldt niveau 3, wat overeenkomt met een celstraf van 3 tot 5 jaar.x
De termijn van de administratieve verboden is zes maanden. Daarna is het opnieuw aan de ministerraad om te besluiten ze eventueel verder te zetten.xi Maar in de praktijk zal deze tijdelijkheid voor veel getroffen organisaties geen of weinig verschil maken. Wanneer een organisatie maandenlang haar leden niet mag samenbrengen, geen geld heeft en niet mag communiceren, komt dit in de feiten neer op een totaalverbod. Reeds in de zomer van 2025 waarschuwde de Raad van State ervoor dat administratieve verboden op openbare activiteiten “erop neer[komen] dat de entiteit weliswaar in rechte nog bestaat, maar in de feiten niet meer”.xii
Zo behoudt het nieuwe voorontwerp het originele opzet: met deze wet kunnen organisaties aan banden worden gelegd. Het gaat dus nog steeds over een verregaande beperking van enkele van onze fundamentele rechten, zoals het recht op verenigen en het recht op vrije meningsuiting.
Bovendien gaat het in het nieuwe voorontwerp nog steeds om een administratieve procedure en niet om een gerechtelijke. Het betekent dat de regering met de Wet-Quintin zichzelf de macht wil toekennen om zelf te beslissen welke verenigingen mogen blijven en welke moeten verdwijnen. Aan de hele procedure van het opleggen van de verboden komt namelijk geen rechter te pas. Hierin schuilt een groot gevaar voor willekeur en machtsmisbruik.
Daarnaast werkt de wet ook intimiderend voor het hele middenveld. Reeds in 2025 waarschuwde het FIRM voor een “chilling effect”.xiii Daarbij zien mensen af van de legitieme uitoefening van hun rechten uit vrees voor sancties. Wanneer zware verboden boven het hoofd hangen, kan de onzekerheid over waar de grens precies ligt mensen ertoe brengen om campagnes, acties of boodschappen vooraf te vermijden, ook al is er niets mis mee.
Reden nr. 2: De wet viseert meer organisaties, waaronder ook oppositiepartijen
In 2025 voorzag een eerste versie van de Wet-Quintin nog enkele uitzonderingen. Onder meer vakbonden, politieke partijen en religieuze verenigingen waren uitgesloten. Maar in de laatste versie van het voorontwerp van wet verdwijnen veel van deze uitzonderingen. Enkel vakbonden worden nog afgeschermd. Politieke partijen zouden enkel worden gespaard tijdens de verkiezingstijd. Maar daarbuiten beschouwt de regering politieke partijen eveneens als een legitiem doelwit.xiv
Het is een ernstige vaststelling. Indien deze wet zou worden aangenomen, krijgt de regering een wapen waarmee ze de politieke oppositie monddood kan maken. Zonder tussenkomst van een rechter, zonder bewijs te leveren van criminele feiten, kan de regering beslissen dat het voor een politieke partij verboden is om vergaderingen te organiseren of publiekelijk te communiceren.
Reden nr. 3: De wet wordt breder toepasbaar
Om te worden getroffen door de administratieve verboden die de Wet-Quintin voorziet, hoeven er geen misdaden te zijn begaan en moeten geen strafrechtelijke feiten worden bewezen. Het volstaat dat de regering ervan overtuigd is dat een organisatie een bedreiging vormt.
In het eerste voorstel sprak de regering over organisaties die een bedreiging vormen voor de “nationale veiligheid, wanneer deze feiten erop gericht zijn terrorisme of gewelddadig extremisme of gewelddadig radicalisme mogelijk te maken, te vergemakkelijken of aan te moedigen” of voor het “voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde wanneer deze feiten ertoe strekken aan te zetten tot haat, discriminatie of segregatie”.xv De regering kreeg uit verschillende hoeken de kritiek dat de begrippen die ze hanteerde vaag en rekbaar waren.
In het nieuwe voorontwerp van 2026 behoudt de regering het concept van beschermen van de ‘nationale veiligheid’. Ze stelt dat het gaat om “de bescherming van het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, van de democratische instellingen, alsook de bescherming tegen ernstige georganiseerde en systematische inbreuken op de uitoefening van rechten en vrijheden”.xvi Een definitie die nog steeds zeer algemeen is.
Het nieuwe voorontwerp verwijst ook naar talloze strafbare feiten en andere activiteiten zoals ze zijn beschreven in zeven verschillende wetten en 53 specifieke wetsartikels.xvii De optelsom van al die verwijzingen vormt een zeer ruim toepassingsgebied. Ten opzichte van het eerste voorontwerp van 2025 doen ook nieuwe begrippen, zoals “spionage” en “inmenging”, hun intrede in de Wet-Quintin.xviii
Waar het voorontwerp in 2025 nog sprak over “gewelddadig extremisme”, maakt het nieuwe voorontwerp een verwijzing naar de wettelijke definitie van “extremisme” zoals dat reeds staat gedefinieerd in de wet op de veiligheids- en inlichtingendiensten.xix Deze definitie is echter ruim. Het beschrijft extremisme als “racistische, xenofobe, anarchistische, nationalistische, autoritaire of totalitaire opvattingen of bedoelingen”.xx Zo beperkt de Wet-Quintin zich niet langer tot misdaden of geweld. Voortaan vallen ook extremistische opvattingen onder de Wet-Quintin.
Hoewel sommige bepalingen preciezer zijn dan in 2025, wordt het toepassingsgebied in de versie van 2026 uitgebreid. Dat geeft aan de regering nog meer ruimte om zelf te beslissen tegen wie ze de verboden al dan niet zal inzetten.
Net hierin schuilt het gevaar van deze wet. Want wie beslist welke organisatie een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en wie niet? Wanneer voldoet een organisatie aan het label "extremisme"? Dat is aan de regering om te beslissen.
Neem nu een uitspraak van de premier zelf. Bart De Wever, destijds nog voorzitter van de N-VA, verklaarde in 2021: “Ik geloof bijna niet meer dat er nog iets op legalistische wijze kan gebeuren. We hebben een nieuwe coup nodig, een nieuw Loppem-moment. Toen werd de Grondwet gepasseerd om een fundamentele hervorming door te voeren.”xxi Met deze uitspraak riep de voorzitter van een Vlaams-nationalistische partij op tot een soort staatsgreep, tot het passeren van de grondwet. De nieuwste versie van de Wet-Quintin neemt de verdediging van de grondwettelijke orde expliciet op als een van haar doelstellingen. Een partij die leden verzamelt met het opzet om vanuit nationalistische motieven de grondwet te passeren, valt onder het toepassingsgebied van de Wet-Quintin.
Maar het is uiteraard ondenkbaar dat de premier de Wet-Quintin tegen zijn eigen partij zou wenden. Veel eerder wil de regering het ruime toepassingsgebied van de wet gebruiken tegen organisaties die zich kritisch uiten tegenover het regeringsbeleid en de huidige maatschappelijke orde.
Een recent bewijs daarvan zagen we in de uitlatingen van Theo Francken, minister van Defensie voor de N-VA, tegenover het festival ManiFiesta. De komst van de linkse influencer Hasan Piker zinde hem niet. Daarom riep hij ertoe op om de terreurwetgeving toe te passen op Piker en op ManiFiesta.xxii Het nieuwe Strafwetboek bevat verschillende bepalingen om terrorisme te vervolgen. Maar amper een week na de inwerkingtreding van de wet, pleit een regeringslid ervoor om deze antiterroristische wetgeving aan te wenden tegen een politieke spreker op een festival.
De Wet-Quintin zou nog een nieuw instrument vormen dat de regering kan inzetten tegen “extremisme”. Maar na Franckens uitlatingen over het “verheerlijken van terrorisme”, is het nogmaals duidelijk hoe de regering zulke ingrijpende administratieve verboden kan inzetten tegen politieke tegenstanders.
Reden nr. 4: Het recht op verweer is hol
Op papier voorziet de wettekst enkele opties voor verweer voor de getroffen vereniging. Maar door de verschillende drempels en belemmeringen, is het niet vanzelfsprekend voor een vereniging om haar recht op verdediging te laten gelden.
Voordat een organisatie kan worden verboden, maakt het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid (CCIV) een analyse van de organisatie en de vermeende dreiging die het zou vormen. Het CCIV kan dat op eigen initiatief doen of in opdracht van de minister van Binnenlandse Zaken of de Nationale Veiligheidsraad. Nadat de ministerraad vervolgens beslist om over te gaan tot het opleggen van verboden wordt de vereniging op de hoogte gebracht. Het voorontwerp van wet voorziet vanaf dat moment een periode van slechts 30 dagen waarin de vereniging haar onenigheid met de regering kan uiten. Maar het gaat niet om een rechtszitting waarbij de bewijslasten worden voorgelegd, de beklaagde de kans krijgt om zich te verdedigen en uiteindelijk een rechter oordeelt of de dreiging bewezen is en welke maatregelen daartegen moeten worden genomen. De vereniging kan enkel schriftelijk haar opmerkingen overmaken of zich mondeling verzetten bij een hoorzitting met een ambtenaar.xxiii
Het voorontwerp voorziet dat de vereniging het dossier mag inzien. Maar daarbij is niet gegarandeerd dat ze alle documenten te zien krijgt. De regering kan namelijk steeds informatie achterhouden van de organisatie.xxiv De regering kan dus een organisatie verboden opleggen wegens een vermeende dreiging, maar hoeft vervolgens aan niemand te bewijzen op welke analyses dat oordeel gebaseerd is.
Nadat de administratieve verboden zijn afgekondigd, voorziet het voorontwerp van wet dat de getroffen organisatie beroep kan aantekenen bij de Raad van State. Ook hier botsen verenigingen op hoge drempels. Ten eerste is een procedure bij de Raad van State zeer duur. Daarnaast duren de procedures bij de Raad van State erg lang. Het is niet ongewoon dat het langer dan een jaar duurt voor de Raad van State haar arrest velt. Ten slotte is het niet duidelijk of de getroffen vereniging tijdens de rechtszaak bij de Raad van State wel toegang krijgt tot het volledige dossier, of dat zelfs in de rechtbank informatie voor hen achterwege wordt gehouden.
De wet is niet nodig
De vele verwijzingen naar de bestaande wetgeving doen bovendien een belangrijke vraag rijzen over de noodzaak van de Wet-Quintin. De tekst verwijst onder meer naar feiten uit het Strafwetboek, zoals misdrijven in verband met terrorisme, maar ook naar de wetgeving rond discriminatie en seksisme. Daarmee toont de regering zelf aan dat deze feiten vandaag al strafbaar zijn. Ze kunnen aanleiding geven tot een onderzoek, rechtszaak en veroordeling. Op het vlak van wetgeving is België dus al gewapend tegen organisaties die misdrijven plegen. Bovendien voorziet het nieuwe Strafwetboek, net als de oude strafwet, dat organisaties door een rechter kunnen worden ontbonden.xxv Waarom is de Wet-Quintin dan nog nodig?
Een repressieve wet in een context van breed sociaal verzet
De Wet-Quintin komt niet uit de lucht gevallen. De regering-De Wever-Rousseau voert ingrijpende besparingen uit op de pensioenen, de werkloosheid en de zorg en ze flexibiliseert de arbeidsmarkt. Tegelijk voorziet de regering ongeziene bedragen voor militaire uitgaven.
Maar dat maatschappijproject van militarisering en sociale afbraak passeert niet zonder slag of stoot. In België, net als in andere landen, verheffen de mensen hun stem. Ze zijn het er niet mee eens om pensioen of loon in te leveren. Ze verzetten zich tegen de grote militaire budgetten en de ravages die deze wapenmacht veroorzaakt, van Palestina tot Iran. Terwijl we kampen met hittegolven en bosbranden, vragen ze zich af waarom dezelfde budgetten niet kunnen worden aangewend voor een ambitieus klimaatbeleid.
Rond al deze onderwerpen spelen verenigingen een cruciale rol. Vakbonden, de vredesbeweging, mensenrechtenorganisaties, solidariteitsverenigingen met Palestina of klimaatorganisaties. Allemaal engageren ze zich om de bevolking te sensibiliseren en mensen in beweging te brengen voor een solidaire samenleving. Deze organisaties en het recht op organisatie zijn daarom essentieel om onze democratische rechten te doen gelden.
In plaats van de terechte bezorgdheden van deze verenigingen, en alle burgers die ze vertegenwoordigen, serieus te nemen en het maatschappelijk debat aan te gaan, kiest de regering-De Wever-Rousseau ervoor om de democratische ruimte te beperken. Door verzet tegen hun plannen te intimideren en desnoods zich de mogelijkheid te geven om hen te verbieden, hoopt de regering misschien met de kritiek te kunnen afrekenen.
Dat beperkt zich niet tot de Wet-Quintin. We zagen al hoe de Vlaamse regering, met dezelfde willekeur en logica van intimidatie, de subsidies introk van verenigingen. Dat deed de regering onder het gevaarlijke en willekeurige voorwendsel dat deze verenigingen onvoldoende afstand namen van de klimaatorganisatie Code Rood.
Een internationale trend
Deze ontwikkeling in ons land staat niet op zichzelf. In meerdere westerse landen gaan regeringen meer en meer over tot misbruik van veiligheids- en antiterrorismewetgeving tegen organisaties en activisten.
Een opvallend voorbeeld is het Verenigd Koninkrijk. Daar werd Palestine Action, een organisatie die zich verzet tegen de genocide op de Palestijnen, op 5 juli 2025 verboden onder de terrorismewetgeving. Het verbod treft niet alleen de organisatie zelf: volgens officiële Britse cijfers werden tegen eind maart 2026 reeds 2.819 mensen gearresteerd op verdenking van steun aan Palestine Action. 484 van hen waren op dat moment al aangeklaagd.xxvi
Deze repressie van westerse overheden wordt mede aangemoedigd door de regering-Trump. Op 16 juli organiseerde Amerikaans buitenlandminister Marco Rubio nog een internationale conferentie. Vertegenwoordigers van meer dan 60 landen, waaronder Belgiëxxvii, verzamelden zich in Washington. Op de orde van de dag: de strijd tegen links politiek terrorisme. Tijdens de conferentie beschrijft de regering-Trump georganiseerd links als de grootste terroristische dreiging, een stelling die in België wordt tegengesproken door de jaarverslagen van het OCAD en de Staatsveiligheid.xxviii De vertegenwoordigers van de regering-Trump benadrukten de maatregelen die zij namen tegen linkse organisaties en nodigden de deelnemers uit om in panelgesprekken verder hun expertise met elkaar te delen.xxix
De internationale ontwikkelingen op democratisch vlak zijn dus geen toeval. Het is een kwestie die alle democraten zou moeten verontrusten. Onze democratische rechten, zoals het recht op vereniging, zijn een dierbaar goed dat moet worden verdedigd. Om die reden moet de Wet-Quintin aan de kaak worden gesteld en worden tegengehouden.
i De Morgen, 3 november 2025, Als we dit toelaten, geven we deze en volgende regeringen een middel in handen om kritiek te smoren: https://www.demorgen.be/meningen/als-we-dit-toelaten-geven-we-deze-en-volgende-regeringen-een-middel-in-handen-om-kritiek-te-smoren~b11ba927b/?referrer=https%3A%2F%2Fabvv.be%2F
ii Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens, 29 september 2025, Advies over een verbod op organisaties die worden beschouwd als extremistisch of radicaal en gevaarlijk: https://www.federaalinstituutmensenrechten.be/nl/publicaties/advies-over-een-verbod-op-organisaties-die-worden-beschouwd-als-extremistisch-of-radicaal-en
iii Raad Van State, afdeling Wetgeving, 31 december 2025, advies 78.110/AV
iv De Kamer, Plenaire vergadering, 25 september 2025: https://www.dekamer.be/doc/PCRI/html/56/ip064x.html
v De Standaard, 6 januari 2026, Regering-De Wever teruggefloten: ministers gaan radicale organisaties dan toch niet zelf ontbinden: https://www.standaard.be/politiek/regering-de-wever-teruggefloten-ministers-gaan-radicale-organisaties-dan-toch-niet-zelf-ontbinden/122159104.html
vi De Morgen, 3 november 2025
vii FIRM, 29 september 2025
viii Raad Van State, afdeling Wetgeving, 31 december 2025, advies 78.110/AV
ix Artikel 5 §1 1° van het voorontwerp van 2026
x Artikel 10 van het voorontwerp van 2026 en Artikel 36 ‘Hoofdstraffen’ van het nieuwe Strafwetboek, Boek I: https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2024/02/29/2024002052/staatsblad
xi Artikel 8 §3 van het voorontwerp van 2026
xii Raad Van State, afdeling Wetgeving, 31 december 2025, advies 78.110/AV, punt 22
xiii FIRM, 29 september 2025
xiv Artikel 3 §1 van het voorontwerp van 2026
xv Artikel 3 §3 van het voorontwerp van 2025
xvi Artikel 3 §3 van het voorontwerp van 2026
xvii Artikel 4 van het voorontwerp van 2026
xviii Artikel 4, 1° g) en h) van het voorontwerp van 2026
xix Artikel 4 1° i) van het voorontwerp van 2026
xx Artikel 8, 1° c) van de Wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten: https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&table_name=wet&cn=1998113032#Art.8
xxi Krant van West-Vlaanderen, 9 juli 2021, 'Terug naar Loppem met Bart De Wever: "We hebben een nieuwe coup nodig"': https://kw.be/nieuws/politiek/terug-naar-loppem-met-bart-de-wever-we-hebben-een-nieuwe-coup-nodig/
xxii Theo Francken, 8 september 2026, op X: https://x.com/FranckenTheo/status/2097323553251037659?s=20
xxiii Artikel 7 §2 en §3 van het voorontwerp van 2026
xxiv Artikel 7 §4 van het voorontwerp van 2026
xxv Artikel 71 ‘Ontbinding van de rechtspersoon’ van het nieuwe Strafwetboek, Boek I: https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2024/02/29/2024002052/staatsblad
xxvi Operation of police powers under the Terrorism Act 2000 and subsequent legislation: Arrests, outcomes, and stop and search, Great Britain, quarterly update to March 2026, 23 juli 2026: https://www.gov.uk/government/statistics/operation-of-police-powers-under-tact-2000-to-march-2026/operation-of-police-powers-under-the-terrorism-act-2000-and-subsequent-legislation-arrests-outcomes-and-stop-and-search-great-britain-quarterly-u
xxvii De Belgische vlag is zichtbaar op de videobeelden, zesde vlag van links: https://www.state.gov/releases/office-of-the-spokesperson/2026/07/remarks-at-the-opening-of-the-ministerial-on-the-resurgence-of-political-terrorism/
xxviii Jaarrapport OCAD 2025: https://ocad.belgium.be/publication/jaarverslag-2025/
Jaarrapport OCAD 2024: https://ocad.belgium.be/wp-content/uploads/2025/06/Jaarverslag2024-OCAD.pdf
Jaarrapport VSSE 2025: https://vsse.be/sites/default/files/2026-01/IR25-NL.pdf
Jaarrapport VSSE 2024: https://vsse.be/sites/default/files/2025-06/vsse_intelligence_report_2024_nl.pdf
xxix U.S. Department of State, 16 juli 2026, Remarks at the Opening of the Ministerial on the Resurgence of Political Terrorism: https://www.state.gov/releases/office-of-the-spokesperson/2026/07/remarks-at-the-opening-of-the-ministerial-on-the-resurgence-of-political-terrorism/