Stijging brandstofprijs kost werknemer die met auto naar werk rijdt 206 tot 241 euro extra
Sinds het begin van de oorlog tegen Iran zijn de prijzen aan de pomp sterk gestegen. De oorlog duurt nu al zeven maanden. Hoeveel is de brandstofrekening in totaal gestegen?
Er zijn nog geen cijfers in de pers verschenen, omdat er in België geen officiële statistieken bestaan over het brandstofverbruik van werknemers. We moeten dit bedrag dus schatten op basis van aannames, waarna we de gevolgen van de prijsstijging berekenen.
Op basis hiervan kunnen we berekenen dat de stijging van de brandstofprijzen, een werknemer die met de auto naar het werk rijdt, vanaf het begin van de oorlog tot eind september, gemiddeld 206 euro extra heeft gekost als hij op benzine rijdt, en 241 euro als hij op diesel rijdt. Deze schatting omvat zowel woon-werkverkeer als privéverplaatsingen. Dat zijn de directe kosten van de door Trump ontketende oorlog tegen Iran, bovenop de indirecte kosten (algemene stijging van de kosten van levensonderhoud).
Als de brandstofprijzen tot het einde van het jaar op het huidige peil blijven, zal een werknemer in totaal dit jaar 338 euro extra uitgeven als hij op benzine rijdt en 390 euro extra als hij op diesel rijdt, gerekend vanaf het begin van de oorlog.
Dat bedrag wordt niet gecompenseerd door de automatische loonindexering, aangezien brandstof uit de gezondheidsindex is geschrapt. Het gaat dus om een aanzienlijk nettoverlies. Daarom moeten we maatregelen nemen om de brandstofprijs te verlagen door de accijnzen op brandstof te verlagen. De regering kan dat doen door de overwinsten te belasten van de oliemultinationals die rechtstreeks van deze crisis profiteren. Zij moeten de rekening betalen voor Trumps oorlog, niet de werkende mensen.
Methodologie
1. Een werknemer rijdt gemiddeld 14.885 km per jaar
De Federale enquête woon-werkverkeer 2024-2025 geeft ons een beeld van de gemiddelde afstanden van het woon-werkverkeer. Gemiddeld woont een werknemer op 20,8 km van zijn werkplek, maar in sommige sectoren kan deze afstand oplopen tot meer dan 35 km. In de administratieve en ondersteunende diensten (schoonmaak, bewaking…) bedraagt de afstand tussen woonplaats en werk bijvoorbeeld 33 km.
Bron: Federale enquête woon-werkverkeer 2024-2025
Hieronder kijken we uitsluitend naar werknemers die met de auto naar het werk gaan.
Aangezien een werknemer gemiddeld 220 dagen per jaar werkt en elke dag heen en terug reist, legt hij jaarlijks 9.152 km af om naar zijn werk te gaan.
Reken daarbij nog zijn privéverplaatsingen. Op basis van de Federale enquête woon-werkverkeer 2024-2025, schatten we dat de gemiddelde werknemer 5.733 km per jaar rijdt voor privéverplaatsingen, waar nog een woon-werkverplaatsing bij komt die varieert naargelang zijn werksector. Voor een gemiddelde werknemer komt dit neer op in totaal 14.885 km per jaar.
Volgens de Europese Commissie1 bedraagt het gemiddelde werkelijke verbruik van een benzineauto 7,9 liter per 100 km en van een dieselauto 6,69 liter per 100 km (dit cijfer varieert uiteraard naargelang het automodel).
Merk op dat 60% van de werknemers de auto gebruikt om naar het werk te gaan.
2. Stijging van de brandstofprijs
Op Statbel (be.STAT) kun je dagelijks de brandstofprijzen terugvinden.
De oorlog tegen Iran begon op 26 februari. We nemen dus de prijs van die dag als uitgangspunt en beschouwen alle daaropvolgende prijsstijgingen als stijgingen die verband houden met de oorlog. Deze veronderstelling is aannemelijk gezien de relatieve prijsstabiliteit in de periode vóór de oorlog.
| Prijsstijging per liter ten opzichte van februari 2026 | |
2026 | Benzine 95 RON E10 (€/l) | Diesel B7 (€/l) |
Maart | 0,13 | 0,29 |
April | 0,26 | 0,47 |
Mei | 0,32 | 0,40 |
Juni | 0,21 | 0,24 |
Juli | 0,27 | 0,35 |
Augustus | 0,29 | 0,50 |
September | 0,42 | 0,66 |
3. Gevolgen van de stijging van de brandstofprijzen
Vervolgens berekenen we de gevolgen van de stijging van de brandstofprijzen voor een werknemer aan de hand van de gemiddelde prijsstijgingen elke maand, de afgelegde kilometers en de evolutie van het maandelijks brandstofverbruik.
Op basis van de cijfers van de FOD Economie over het maandelijkse verbruik hebben we voor elke maand de stijging of daling van het verbruik ten opzichte van de referentiemaand, februari 2026, verwerkt. Men kan inderdaad aannemen dat een hogere prijs de consumptie doet dalen. De evolutie van het verbruik is dus in de berekening meegenomen. Uit de cijfers van de FOD blijkt overigens dat dit effect relatief beperkt blijft.
Voor een gemiddelde werknemer heeft de stijging van de brandstofprijs, vanaf het begin van de oorlog tot eind september, gemiddeld 206 euro extra gekost als hij op benzine rijdt, en 241 euro als hij op diesel rijdt. Een werknemer die grotere afstanden moet afleggen, verliest nog meer. Zo heeft een werknemer in de sector van de dienstverlening en ondersteunende activiteiten (schoonmaak, bewaking, …) die met een dieselauto rijdt, sinds het begin van de oorlog 328 euro extra moeten betalen.
Als de brandstofprijzen tot het einde van het jaar op het huidige peil blijven, zal een werknemer 338 euro extra uitgeven als hij op benzine rijdt en 390 euro extra als hij op diesel rijdt, gerekend vanaf het begin van de oorlog.
4. Uitsplitsing per bedrijfstak
In de twee tabellen hieronder geven we de financiële verliezen per maand en per bedrijfstak weer. De eerste tabel heeft betrekking op benzine, de tweede op diesel. Zo krijgen we een gedetailleerder beeld van wie getroffen wordt en in welke mate.
Meerkost als gevolg van de stijgende brandstofprijzen voor werknemers die met auto op benzine naar het werk rijden
Meerkost als gevolg van de stijgende brandstofprijzen voor werknemers die met auto op diesel naar het werk rijden
1 Europese Commissie, Werkdocument van de diensten van de Commissie SWD(2024) 59 definitief over het werkelijke brandstofverbruik gemeten door boordapparatuur (OBFCM), Brussel, 18 maart 2024, tabel 11, blz. 30. https://climate.ec.europa.eu/document/download/5b8549e4-9218-4b55-9429-ae609aca84bc_en