STUDIE | Rijkste 1% is afgelopen jaar 22 miljard euro rijker geworden
De kloof tussen de superrijken en de rest van de bevolking wordt steeds groter. Het afgelopen jaar werd de rijkste 1% van de Belgen 22 miljard rijker, terwijl de minst rijke helft van onze landgenoten zelfs armer werd. Deze concentratie van rijkdom vormt een probleem. Om hierop een antwoord te bieden, moet er een echte miljonairstaks komen.
Studiedienst PVDA, september 2026
Aurélie Decoene, Ben Van Duppen en Wim Debucquoy
Inhoud
1. Nieuwe cijfers Europese Centrale Bank tonen groeiende vermogenskloof
a. Evolutie van het vermogen van de top 5%
b. Evolutie van het vermogen van de top 1%
c. Evolutie van het vermogen van de onderste 50%
d. Evolutie van de koopkracht van 1% rijksten en 50% minst rijken
Samenvatting
Terwijl de Arizona-regering zich over verschillende scenario’s buigt om het begrotingstekort van 10 miljard euro weg te werken, publiceert de Europese Centrale Bank gloednieuwe cijfers over de evolutie van het vermogen van huishoudens in België. De studiedienst van de PVDA nam ze onder de loep en wijst op de olifant in de kamer: het vermogen van de rijkste 1% in België is afgelopen jaar met 22 miljard gestegen, terwijl de onderste 50% armer zijn geworden.
Dit is een trend die onderzoekers als Thomas Piketty eerder al vaststelden: de kloof tussen de superrijken en de rest van de bevolking wordt steeds groter. Dat is het concrete resultaat van het beleid van de traditionele partijen en het huidige belastingsysteem. Het vermogen van de 1% is het afgelopen jaar twee keer zo snel gegroeid als het bbp, terwijl het vermogen van de onderste 50% is gedaald.
De stijging van het vermogen van de rijkste 1% ligt in de lijn van het gemiddelde van de voorbije jaren. Het gaat dus niet om een uitzonderlijk resultaat. De PVDA wil het debat dan ook verdiepen over hoe we de concentratie van rijkdom in handen van een kleine minderheid het best aanpakken, nu de Arizona-partijen discussiëren over een verhoging van de btw, nieuwe bezuinigingen op de gezondheidszorg, op het klimaatbeleid, de openbare diensten en zo verder.
Er bestaan alternatieven, zoals de invoering van een echte miljonairstaks. Zo’n taks is uitsluitend gericht op de rijkste 1%, staat geen uitzonderingen toe, is ambitieus en brengt minimaal 8 miljard euro op. Ze is geen smoes om de bittere pil van besparingen te vergulden en vormt een breekpunt in de begrotingsonderhandelingen.
1. Nieuwe cijfers Europese Centrale Bank tonen groeiende vermogenskloof
Er was lang een schrijnend gebrek aan gegevens over de precieze omvang van de welvaartsongelijkheid en de ontwikkeling hiervan, zowel in België als in de rest van de wereld. De afgelopen jaren zijn er steeds meer studies verschenen. Uit verschillende onderzoeken waarin de Belgische vermogens nauwkeuriger in kaart zijn gebracht, is gebleken dat de ongelijkheid groter is dan eerder werd aangenomen.1
De vooruitgang bij het in kaart brengen van inkomens- en vermogensongelijkheid berust ook op officiële instellingen zoals de Europese Centrale Bank. Begin 2024 werd een belangrijke stap gezet met de publicatie van statistieken over de verdeling van het nettovermogen van Belgische huishoudens, ook wel bekend als de ‘Distributional Wealth Accounts’ (DWA).2 Deze gegevens hebben zowel betrekking op financiële activa (spaargeld, aandelen, obligaties enz.) als op onroerende goederen. Op maandag 24 augustus werden de cijfers voor het eerste kwartaal van 2026 online gezet.3
Onze aanpak:
- We hebben de evolutie van het vermogen van de rijkste 5% berekend.
- We hebben naar het aandeel van de rijkste 1% binnen die 5% gekeken.
- We hebben de evolutie van het vermogen van de onderste 50% berekend.
- We hebben de evolutie van de koopkracht van de rijkste 1% en de onderste 50% berekend, rekening houdend met de inflatie.
a. Evolutie van het vermogen van de top 5%
We hebben de gegevens over het totale vermogen van de huishoudens vergeleken met het aandeel van de top 5% en de evolutie over een jaar in kaart gebracht.4 We houden rekening met de inflatie telkens wanneer we de procentuele veranderingen berekenen (zie punt d hieronder). Voor bedragen in euro hanteren we de nominale bedragen, net zoals in de databases van de NBB en de ECB, en zoals weergegeven in belastingaangiften, loonstrookjes, vastgoedprijzen, enzovoort.
➜ Besluit: de rijkste 5% van de huishoudens zag zijn vermogen met 44 miljard toenemen tijdens het afgelopen jaar.
Tabel 1: Evolutie van het nettovermogen van de top 5%,
samengesteld op basis van de ECB gegevens
Periode | Totaal nettovermogen | Aandeel van de top 5% | Totaal nettovermogen |
1e kwartaal 2025 | 3.058 | 43,13% | 1.319 |
2e kwartaal 2025 | 3.050 | 43,33% | 1.321 |
3e kwartaal 2025 | 3.093 | 43,32% | 1.340 |
4e kwartaal 2025 | 3.129 | 43,38% | 1.357 |
1e kwartaal 2026 | 3.144 | 43,36% | 1.363 |
Over de gehele periode | +86 miljard | +0,23 | +44 miljard |
b. Evolutie van het vermogen van de top 1%
De ECB publiceert geen data over de top 1%. Die moeten we inschatten. We vertrekken daarbij van een voorzichtige hypothese, die volgt uit een recent onderzoek van de FOD Financiën. Daarin wordt gesteld dat de rijkste 1% de helft bezit van het vermogen dat in handen is van de rijkste 5%.7 Deze hypothese ligt lager dan wat in de wetenschappelijke literatuur wordt vermeld. Apostel & O'Neill (2022) bijvoorbeeld schatten dat de top 1% maar liefst 56 procent bezit van het vermogen binnen de top 5%.8 De meest recente studies over de ontwikkeling van inkomens- en vermogensongelijkheid in België wijzen ook naar een toenemende ongelijkheid aan de bovenkant van de distributie.9 Daarom noemen we de hypothese dat de top 1% de helft van het vermogen van de top 5% bezit een voorzichtige hypothese.
➜ Besluit: de rijkste 1% zag zijn vermogen vorig jaar met 22 miljard toenemen. Meer dan een kwart van de totale toename van het vermogen van de huishoudens in ons land komt dus terecht bij de top 1%. Omgerekend gaat het over 423.409 euro pér huishouden. Dat is een mooi huis erbij op één jaar tijd.10
Grafiek 1: Evolutie van het vermogen per huishouden, per deciel11
c. Evolutie van het vermogen van de onderste 50%
We hebben dezelfde methode toegepast als in stap 1 om de evolutie van het vermogen van de onderste 50% te berekenen. We hebben de gegevens over het totale vermogen van de huishoudens gekruist met het aandeel van de onderste 50% en de evolutie over één jaar in kaart gebracht.
➜ Besluit: het vermogen van de onderste 50% is het afgelopen jaar met 2,6 miljard gestegen.
Tabel 2: Evolutie van het nettovermogen van de onderste 50%,
samengesteld op basis van de ECB gegevens
Periode | Totaal nettovermogen | Aandeel van de onderste 50% | Totaal nettovermogen |
1e kwartaal 2025 | 3.058 | 7,78% | 238 |
2e kwartaal 2025 | 3.050 | 7,69% | 234,6 |
3e kwartaal 2025 | 3.093 | 7,69% | 237,9 |
4e kwartaal 2025 | 3.129 | 7,66% | 239,7 |
1e kwartaal 2026 | 3.144 | 7,65% | 240,6 |
Over de hele periode | +86 miljard | -0,13% | +2,6 miljard |
d. Evolutie van de koopkracht van 1% rijksten en 50% minst rijken
In één jaar tijd zijn de prijzen in België gestegen met 1,65% over de onderzochte periode.14 Als je een jaar geleden 10.000 euro op een spaarrekening had staan, is dat bedrag vandaag nog 9.838 euro waard.15
Met 1,65% lag de inflatie lager dan in voorgaande jaren. De inflatie heeft echter – zoals altijd – invloed op het gehele vermogen, niet alleen op de groei ervan, waardoor de impact dus aanzienlijk is, zeker als je een groot vermogen hebt.
Voor de top 1% zorgt de inflatie ervoor dat de stijging in reële termen nog gelijk is aan 1.6%.16 De inflatie eet de helft van de groei op. Maar het blijft wel twee keer zoveel als de groei van het bbp tijdens het afgelopen jaar. In zijn bestseller Het kapitaal in de 21e eeuw toont Thomas Piketty aan dat de rijkdom van de rijkste 1% sneller groeit dan de economie en dat de ongelijkheid dus zal blijven toenemen als er niet wordt ingegrepen. De groei van het bbp bedroeg 0,8% tijdens de onderzochte periode.17
➜ Besluit: het vermogen van de top 1% is met 1,6% gestegen, wat twee keer zoveel is als de groei van het bbp in de onderzochte periode.
Wat betreft het vermogen van de onderste 50% zorgt de inflatie ervoor dat de positieve evolutie die we in punt c hebben berekend, omslaat in een negatieve evolutie. Met andere woorden, de koopkracht van de onderste 50% is het afgelopen jaar gedaald.
➜ Besluit: het vermogen in reële termen van de 50% minst rijken is het afgelopen jaar met 0,5% gedaald
Tabel 3: Evolutie koopkracht rijksten en minst rijken18
| Vermogen | Vermogen | Verschil | Evolutie |
Onderste 50 % |
238 x 100 / 100,19 = 237,55 |
240,6 × 100 / 101,84 = 236,25 |
236,25 - 237,55 = -1,3 |
-1,3 / 237,55 = -0,54%
|
Top 1% |
659,5 x 100 / 100,19 = 658,25
|
681,5 × 100 / 101,84 = 669,19 |
658,25 - 669,19 = -10,94 |
-10,94 / 658,25 = + 1,67% |
2. Een echte miljonairstaks voor de 1 procent
De rijkste 1% van de huishoudens in België heeft afgelopen jaar 22 miljard euro extra vergaard. Hun vermogen is twee keer zo snel gegroeid als het bbp, terwijl de 50% minst welvarende huishoudens armer zijn geworden.
Deze concentratie van rijkdom in handen van de rijkste 1% vormt een sociaal, democratisch, ecologisch en economisch probleem. Om hierop een antwoord te bieden, moet er een echte miljonairstaks komen. Een echte miljonairstaks voldoet aan de volgende criteria:
• Ze is uitsluitend gericht op de rijkste 1%, oftewel het percentage dat een onevenredig groot deel van de toename van de rijkdom voor zijn rekening neemt. Het gaat om huishoudens met een vermogen van minimaal 5 miljoen euro, na aftrek van schulden, hetzij iets meer dan 50.000 huishoudens. Een echte miljonairstaks raakt dus niet de werkende klasse, noch de zelfstandige middenklasse, die al zwaar belast worden. De miljonairstaks draagt bij aan het herstel van het principe van progressiviteit van de belasting in dat deel van de bevolking waar dit principe duidelijk wordt geschonden.19
• Ze is eenvoudig en voorziet niet in allerlei uitzonderingen. Ze houdt rekening met het volledige vermogen van de superrijken, ongeacht de vorm ervan, of het nu wordt beheerd binnen een vennootschap of een andere structuur. Elke achterpoort in de wet leidt tot een toename van constructies voor belastingoptimalisatie en -ontduiking. De mazen in het net blijken over het algemeen in het voordeel te zijn van de rijksten, waardoor het potentiële inkomen uit een miljonairstaks sterk daalt.20 Met andere woorden: hoe eenvoudiger, hoe beter.
• Ze is een ambitieus, niet alleen vanwege de twee bovengenoemde punten, maar ook vanwege de tarieven waarin het voorziet voor de belasting van multimiljonairs. Ze levert minimaal 8 miljard op.21
• Ze is geen smoes. Het doel is om het geld te halen waar het zich bevindt, en niet om als symbool te dienen om de bittere pil van besparingen en afbraak van koopkracht te verzachten.
Wij willen 8 miljard euro bij de top 1% ophalen. Zo stellen we deze groep concreet in staat bij te dragen aan het collectieve welzijn – op sociaal, economisch, democratisch en begrotingsvlak. 8 miljard euro is één derde van het extra vermogen dat de top 1% het afgelopen jaar heeft vergaard. Door steeds weer te herhalen dat er geen geld is, wordt alleen maar bevestigd dat de concentratie van rijkdom aan de top van de sociale piramide een taboe is, dat dringend moet worden doorbroken. Dat is de strekking van het wetsvoorstel voor een miljonairstaks dat de PVDA in het federale parlement heeft ingediend.22
1 Zie Decoster, A., Decancq, K., De Rock, B., & Gobbi, P. (2024) Inégalités en Belgique. Un paradoxe? Lannoo Meulenhoff-België. Zie ook Apostel, A., & O'Neill, D. W. (2022). A one-off wealth tax for Belgium: Revenue potential, distributional impact, and environmental effects. Ecological Economics, 196, 107385.
2 NBB, Persbericht, “Verdeling van het vermogen van de huishoudens: "nieuwe statistieken van de NBB en de ECB", 8 januari 2024. De DWA’s zijn het resultaat van de integratie van de microgegevens uit het onderzoek naar het financiële gedrag van huishoudens (HFCS) in de macro-economische sectorale nationale rekeningen. Al deze gegevens zijn verzameld door de NBB. Zij publiceert deze gegevens op haar website, tot en met de top 10% van de rijkste huishoudens. De ECB gaat nog een stap verder en publiceert ook de cijfers van de top 5%.
3 Zie telkens de bronnen van de tabellen hieronder. Alle data werden op 24 augustus geupdatet.
4 De gebruikte gegevens hebben betrekking op de periode van het eerste kwartaal van 2025 (Q1 2025) tot het eerste kwartaal van 2026 (Q1 2026).
5 Zie Europese Centrale Bank, “Net wealth of households, Belgium, Quarterly”, laatst bijgewerkt: 24 augustus 2026. Klik op “Download chart and table data”.
6 Europese Centrale Bank,“Net wealth of households, share of top 5 percent, Belgium, Quarterly”, laatst bijgewerkt: 24 augustus 2026. Klik op “Download chart and table data”.
7 FOD Financiën, Adriaan Luyten en Geert Van Reybrouck, “Potentiële opbrengsten van de meerwaardebelasting met basisvrijstelling”, 11 april 2025. Zie pagina 4: “Vervolgens gaan we ervan uit dat de helft van het aandeel van de top 5% toekomt aan de bovenste 5 tot en met 2 percentielen (T5-2) en de andere helft aan het rijkste percentiel (T1)”.
8 Apostel & O'Neill (2022), zie tabel S4, waarin zij schatten dat de top 5% 42,4% van het totale vermogen bezit en de top 1% 23,9% van het totale vermogen. Het aandeel van de top 1% in de top 5% bedraagt hier dus 56%. Bovendien impliceert het gebruik van een vaste verhouding een stabiele ongelijkheid aan de bovenkant van de verdeling. Dit is in tegenspraak met de meest recente studies over de ontwikkeling van de inkomens- en vermogensongelijkheid in België. Zie Decoster et al. (2024).
9 Decoster, A., Decancq, K., De Rock, B., & Gobbi, P. (2024) Inégalités en Belgique. Un paradoxe? Lannoo Meulenhoff-België.
10 De mediane prijs in België voor een alleenstaande woning bedraagt 405.000 euro. Zie de statistieken van Stabel over het eerste kwartaal van 2026 met betrekking tot de vastgoedprijzen. Zie verder de methodologische toelichting voor de details van de berekening.
11 Hier de vier stappen van de berekeningen:
1) Het vermogen per deciel halen we uit de Distributional Wealth Accounts van de ECB. We kijken naar de evolutie tussen het eerste kwartaal van 2025 en het eerste kwartaal van 2026. Bronnen: deciel 6, deciel 7, deciel 8, deciel 9.
2) Dit bedrag wordt vervolgens gedeeld door het aantal huishoudens in elke groep. Op 1 januari 2026 telde België 5.225.771 particuliere huishoudens. Een deciel komt dus overeen met 522.577 huishoudens. Een percentiel komt overeen met 52.258 huishoudens. Statbel, mededeling van 11 juni 2026.
3) Percentielen 91 tot 95: we berekenen het verschil tussen het vermogen van de top 10% en dat van de top 5%, gedeeld door het aantal huishoudens in deze bevolkingsgroep.
4) Percentielen 96 tot 99 en de top 1%: de helft van het vermogen van de top 5% gaat naar de top 1%. De rest valt in de percentielen 96 tot 99.
12 Zie Europese Centrale Bank, “Net wealth of households, Belgium, Quarterly”, laatst bijgewerkt: 24 augustus 2026. Klik op “Download chart and table data”.
13 Europese Centrale Bank,“Net wealth of households, share of bottom 50 percent, Belgium, Quarterly”, Laatst bijgewerkt: 24 augustus 2026. Klik op “Download chart and table data”.
14 We vergelijken de consumentenprijsindex van maart 2026 (101,84) met die van maart 2025 (100,19), oftewel de onderzochte periode. De CPI is met 1.65 punten gestegen. Vergeleken met de CPI van maart 2025 wordt de evolutie zo berekend: (101.84 - 100.19)/100.19)*100 = 1.647%. Voor een overzicht van de consumentenprijsindexen door de jaren heen, zie Statbel.
15 De berekening is als volgt: 10.000 x 100 / 101,65 = 9,838 euro.
16 De inflatie is in de onderzochte periode met 1,65% gestegen. Het vermogen van de top 1% is in die periode met 3,3% gestegen, maar 1,65% daarvan is door de inflatie “opgeslokt“, hetzij precies de helft.
17 Nationale Bank van België, Persbericht, ICN - Kwartaalaggregaten 2026-I.
18 De bedragen 238 en 240,6 miljard zijn afkomstig uit tabel 2. De bedragen 100,19 en 101,84 zijn respectievelijk de CPI’s voor maart 2025 en maart 206. Om een bedrag X van de nominale waarde om te zetten naar de reële waarde, passen we het volgende toe: X reëel = X nominaal x (basis - CPI) / CPI, waarbij de basis-CPI per definitie 100 is en de reguliere CPI door Statbel wordt verstrekt. We gebruiken met name voor het eerste kwartaal van 2025 de waarde van maart 2025, namelijk 100,19, en voor het eerste kwartaal van 2026 de waarde van maart 2026, namelijk 101,84. We nemen de cijfers van maart als uitgangspunt, omdat de valutadatum van de kwartaalcijfers in de gegevens van de ECB het einde van het kwartaal is, dat wil zeggen 31 maart van elk jaar.
19 Volgens het onderzoek van prof. Decoster en zijn team betaalt de top 1% qua inkomen gemiddeld 23% inkomstenbelasting, terwijl de gemiddelde Belg 43% betaalt. Zie Decoster et al. (2024).
20 Voorbeelden uit het buitenland laten eveneens zien dat de omvang van de belastingontduiking sterk afhangt van de manier waarop het belastingstelsel is opgezet. Zie Saez en Zucman (2019). Zie ook Advani en Tarrant (2021).
21 Op basis van de gedetailleerde gegevens uit het onderzoek van Apostel & O'Neill (2022) naar de vermogensverdeling onder de rijkste huishoudens in België hebben we in 2024 berekend dat onze miljonairstaks tot 10,8 miljard euro per jaar zou kunnen opleveren. Uit voorzichtigheid hebben we dit totaal teruggebracht tot ongeveer 8 miljard euro per jaar. Dat is 26 % minder dan het berekende bruto-inkomen van 10,8 miljard per jaar. We gaan uit van een iets voorzichtiger ontwijkingspercentage dan het percentage van 20% dat professor Zucman hanteert. Zie Apostel & O'Neill (2022).
22 Zie het wetsvoorstel voor een miljonairstaks dat op 8 oktober 2024 door de PVDA is ingediend.