Uitgeputte assistent-artsen: ons ziekenhuissysteem is dringend aan herziening toe

Foto GVHV

De artsen-specialisten in opleiding (ASO) zijn aan het eind van hun Latijn. Omdat ze soms tot 72 uur per week werken, zonder aanspraak te kunnen maken op sociale basisrechten als het recht op een werkloosheidsuitkering. Om nog maar te zwijgen van de willekeur waaraan ze in ziekenhuizen worden blootgesteld. Er moet een einde komen aan de vermarkting van de zorg en het winstbejag.

"Er zijn dagen dat ik zo moe ben dat ik tussen twee patiënten door in slaap val", zegt Sabine, ASO kindergeneeskunde, in een groot Brussels ziekenhuis. Ik weet het verschil niet meer tussen wat ik de patiënt echt vertelde en wat ik droomde. 's Nachts word ik verteerd door schuldgevoelens en angst dat ik een medische fout heb gemaakt. Ik lig er wakker van. En dan ben ik er de volgende dag nog erger aan toe. Het is een vicieuze cirkel. En het wordt steeds erger. Ik ben bang voor mijn patiënten, voor mezelf en mijn collega's. Hoe wil je dat wij onder zulke omstandigheden ons vak leren?"

Behalve het helse werktempo vinden jonge artsen dat ze onvoldoende opleiding en begeleiding krijgen. Door het personeelsgebrek worden ze als goedkope arbeidskrachten beschouwd en vaak aan hun lot overgelaten, zonder begeleiding van de verantwoordelijke artsen. Ze kunnen geen opleidingen volgen en hebben ook geen tijd om te studeren om hun kennis te verbeteren.

Een op de vijf artsen in spe loopt het risico op een verslaving

"Zou jij vliegen met een piloot die net een 80-urige werkweek en een paar slapeloze nachten achter de rug heeft?" Met deze vergelijking stellen de jonge artsen in opleiding de situatie aan de kaak. In een dergelijke context loopt de patiënt duidelijk gevaar. Maar hij niet alleen: de geestelijke gezondheidstoestand van onze toekomstige artsen roept ook vele vragen op. 25% is van mening dat hun werkritme invloed heeft op hun gebruik van verslavende producten als alcohol, tabak, wiet, cocaïne, psychotrope drugs, pijnstillers of andere producten.

Voor België bestaan geen cijfers over zelfmoord onder artsen. Het is een taboe. In Frankrijk blijkt echter uit een enquête onder jonge artsen in 2017 dat 66% van hen verklaarde last te hebben van angststoornissen, 28% van depressieve symptomen, 24% had zelfmoordgedachten en 3,8% (738 personen) had zelfs een zelfmoordpoging ondernomen.

Onze gezondheidszorg is ziek

Deze situatie is enkel het symptoom van een dieperliggende kwaal. Een tweeledig probleem: aan de ene kant ziekenhuizen die aan een schrijnend gebrek aan middelen lijden en aan de andere kant een systeem van betaling per prestatie dat volledig aan herziening toe is.

In de afgelopen twintig jaar kwamen de openbare diensten steeds zwaarder onder druk te staan van een agressieve privatiseringslogica. De financiering van ziekenhuizen is structureel ontoereikend geworden. Zodoende worden onze ziekenhuizen aangevreten door "prestatitis", de dwang om zoveel mogelijk diensten te verlenen om meer geld te genereren. Ze moeten ook extra ereloontoeslagen in rekening brengen om het gebrek aan structurele middelen te compenseren. Het zou verstandiger zijn ze over genoeg budget te laten beschikken om voor de bevolking uit de buurt te zorgen en voldoende verplegend personeel te betalen.

Waartoe leidt dit beleid? Zowel voor de patiënten als voor de sociale zekerheid wordt de rekening steeds onbetaalbaarder. Maar ook de kwaliteit van de zorg lijdt hieronder, die wordt steeds technischer en meer ontmenselijkt. Zo zien we bij de zorgverleners een golf van burn-outs. Een situatie waarbij private verzekeringsmaatschappijen en fabrikanten van medische producten garen spinnen en maximale winsten opstrijken, want onze gezondheidszorg zelf wordt koopwaar.

Samenwerking laten voorgaan op winstbejag

Dirk Van Duppen, Dokter van het Volk, beschreef in zijn boek De supersamenwerker hoe de mens van nature een sociaal wezen is dat voor anderen zorgt. De primaire motivatie van artsen is diep menselijk: ze streven ernaar om in samenwerking met hun team de best mogelijke zorg aan de patiënt te verlenen. De gezondheid van de mensen ligt hun het nauwst aan het hart. Het winstbejag in de gezondheidszorg is echter de doodsteek voor deze diepe motivatie. Zorgverleners vervreemden zo van hun waarden en lijden daaronder.

Artsen in opleiding hebben behoefte aan menselijk contact met patiënten en collega's met meer ervaring. Ze moeten de wetenschappelijke basis van hun vak bestuderen om de bestebeslissingen voor hun patiënten te kunnen nemen. Zorg dragen voor elkaar kost tijd. Die tijd moet jonge dokters gegund worden.

Daarnaast moeten hun arbeidsomstandigheden verbeteren. Als ze meer dan 70 uur per week mogen werken, komt dat omdat zij onder een uniek en specifiek contract werken dat dit toestaat. Ze hebben geen recht op werkloosheidsuitkeringen, dragen niet bij voor hun pensioen, kunnen geen beroep doen op een ziekenfonds vanaf de eerste dag ziekteverlof, enz.

Wat kan er concreet worden gedaan?

  • Jonge artsen in opleiding een vast contract geven, waarin overuren naar behoren wordt vergoed en met bijdragen voor de sociale zekerheid (pensioenen, werkloosheid, ziekteverzekering, enz.).

  • Zorgen voor menswaardige arbeidsomstandigheden voor ASO's (en alle overige gezondheidswerkers). Met een goed opleidingskader, echte supervisie en studietijd inbegrepen in de werktijd.

  • Machtsmisbruik tegengaan door ervoor te zorgen dat de supervisor/manager/werkgever niet tegelijk degene is die verondersteld wordt de assistent op te leiden en zijn of haar kandidatuur als specialist te valideren.

  • De sociale zekerheid, ons solidariteitsstelsel, versterken en naar een forfaitaire financiering per inwoner en een toereikende structurele financiering van ziekenhuizen toewerken. Zo zullen ziekenhuizen niet langer afhangen van prestaties en ereloontoeslagen.

  • Ons zorgstelsel herzien, met als uitgangspunt een toegankelijke eerstelijnszorg en preventie. We willen voorkomen dat mensen ziek worden. De druk op de ziekenhuizen is te voorkomen. We kunnen komaf maken met deze logica om met het oog op maximale winst zoveel mogelijk patiënten te behandelen.

Volg de PVDA op de voet