Haal het vaccin tegen Covid-19 uit handen van de farmamultinationals

Marc Botenga is Europees volksvertegenwoordiger voor de PVDA. (Foto The Left / Flickr)

In april deed Ursula von der Leyen, voorzitster van de Europese Commissie, een opmerkelijke, maar levensbelangrijke, belofte. Een toekomstig vaccin tegen Covid-19 zou een universeel gemeenschappelijk goed worden. Sindsdien kwam ze daar stap voor stap op terug. Dat is slecht nieuws voor iedereen. De Commissie moet woord houden. De aprilbelofte mag geen aprilvis worden.

Een toekomstig vaccin zal een centrale rol spelen in het verslaan van Covid-19. Opdat het die rol ook inderdaad kan spelen, moet het niet alleen effectief en veilig zijn, maar ook beschikbaar en toegankelijk voor allen. Niemand is veilig tot iedereen beschermd is. Maar ook: iedereen heeft recht op bescherming.

De voordelen van een gemeenschappelijk goed

Als er straks een effectief en veilig vaccin is, gaan we daar wereldwijd, maar ook in Europa, enorme hoeveelheden van nodig hebben. Geen enkel farmaceutisch bedrijf heeft vandaag voldoende productiecapaciteit om iedereen van een vaccin te voorzien. Daarom is het belangrijk dat de rechten op een succesvol vaccin gedeeld worden en dat niet één bedrijf (of een paar bedrijven) er een monopolierecht over krijgt. Anders is vaccinschaarste straks gegarandeerd. Pfizer kwam precies daarom, na de hoopgevende berichten over een effectief vaccin, onder druk de vaccintechnologie te delen. Te meer omdat BioNTech, Pfizer’s Duitse partner, 375 miljoen overheidssubsidie kreeg. Pfizer weigerde. Farmabedrijf Moderna, wiens vaccin bijna helemaal met belastinggeld ontwikkeld werd, beloofde wel om tijdens de pandemie zijn intellectuele eigendomsrechten niet af te dwingen, al is de draagwijdte van die belofte niet duidelijk.

Van het vaccin een publiek goed maken, heeft nog andere voordelen. Zo vermijden we dat we drie of vier keer betalen voor een vaccin. Veel van de huidige kandidaat-vaccins werden immers met miljoenen euro’s belastinggeld ontwikkeld. Onderzoek en ontwikkeling werden vaak met belastinggeld gesubsidieerd, net als de uitbreiding van de productiecapaciteit, en straks dus de aankoopprijs. Daarenboven zullen de lidstaten ook verplicht een deel van de financiële verantwoordelijkheid voor verborgen gebreken dragen, bevestigde de Europese Commissie.

De Europese Vaccinstrategie vat deze strategie samen als “de-risk,” met andere woorden het risico voor de investering wordt in grote mate overgeheveld van het bedrijf naar de overheid. De vraag is dus waarom, als alle risico’s publiek zijn, het eigendomsrecht dan privé zou moeten zijn? Te meer omdat dit zou betekenen dat het bedrijf ook unilateraal kan beslissen over de prijs ervan. AstraZeneca beloofde zowat aan productieprijs te verkopen, maar maakte al snel duidelijk dat die belofte slechts tot volgende zomer zou gelden. Zo geeft men farmaceutische multinationals de kans een ware hold-up op de sociale zekerheid en op de begroting van landen te organiseren.

Erger nog, het risico bestaat dat het voor bepaalde landen totaal onbetaalbaar zou zijn. De strijd voor een medicijn tegen het aidsvirus toont wat er fout kan lopen als intellectuele eigendomsrechten en winstbejag voorrang krijgen. Miljoenen mensen stierven omdat de farmaceutische multinationals zich verzetten tegen betaalbare behandelingen voor allen, tot het Zuid-Afrika van Nelson Mandela de patenten doorbrak.

Publiek goed, publieke controle

In volle pandemie functioneren intellectuele eigendomsrechten dus als een rem voor een snelle en brede toegang tot een vaccin. Een vaccin als gemeenschappelijk goed daarentegen zou dus niet alleen betekenen dat wereldwijd meerdere bedrijven het vaccin kunnen produceren, maar ook dat de prijs onder controle blijft. Dat was ook de filosofie van de Amerikaan Jonas Salk, uitvinder van het poliovaccin, die erop aandrong dat zijn vaccin zonder octrooi op de markt zou komen opdat iedereen er toegang toe zou hebben. De zon kun je niet patenteren, zo klonk het. Iedereen heeft immers zonlicht nodig. Die instelling hebben we ook vandaag nodig.

Het vaccin uit de handen van de farmaceutische multinationals halen heeft nog een bijkomend voordeel. Veel vaccinscepticisme heeft minder te maken met een gebrek aan vertrouwen in de wetenschap of de huisdokter, dan met een wantrouwen in een farmaceutische industrie die winstoogmerk als prioriteit houdt. Dat de Europese Commissie de details van de miljardencontracten die ze met de farmamultinationals sloot geheim houdt, helpt daarbij niet. Zelfs gegevens die niets met handelsgeheimen te maken hebben zoals de prijs, worden krampachtig afgeschermd van iedere publieke controle. Mensen en ook artsen stellen zich vragen. Als straks miljoenen mensen moeten gevaccineerd worden is vertrouwen nochtans essentieel. Het vaccin onder publieke controle brengen en duidelijk maken dat niemand er winst op zal maken, kan bijdragen tot meer vertrouwen.

De Europese Commissie krabbelt terug

Net daarom was de aprilbelofte van Ursula Von der Leyen zo essentieel. Sindsdien krabbelde de Europese Commissie echter steeds meer terug. In juni vergat ze de belofte te vermelden in haar Europese Vaccinstrategie. Vervolgens beperkte de Commissie systematisch haar engagement inzake internationale initiatieven die gezondheidstechnologieën wereldwijd wilden delen. Zo liet ze na de patentenpool van de Wereldgezondheidsorganisatie de COVID-19 Technology Access Pool (C-TAP) officieel te steunen. Ook de deelname aan CoVax, een ander internationaal mechanisme bedoeld om te zorgen voor een billijke wereldwijde verdeling van het vaccin, werd op een laag pitje gezet.

Bilaterale vooraankoopcontracten met farmaceutische multinationals kregen voorrang. Eigen vaccins eerst. In september merkte Oxfam op dat enkele rijke landen al meer dan de helft van alle beschikbare vaccins opkochten. Bijna twee derde van de wereldbevolking zou minstens tot 2022 moeten wachten voor het nog maar van een vaccin zou kunnen dromen. In oktober antwoordde de Commissie dan nogal cynisch dat de aprilbelofte geen enkele juridische waarde had.

Solidariteitsbeloften waren, met andere woorden, maar om te lachen. Toen een coalitie van honderd landen, geleid door Zuid-Afrika en Indië met een voorstel kwam om patenten en octrooien op het vaccin op te schorten, ging de Europese Commissie nog een stap verder. Samen met de Verenigde Staten, Zwitserland en enkele andere landen waar de belangrijkste farmaceutische multinationals hun zetel hebben, blokkeerde ze het initiatief in de Wereldhandelsorganisatie. Een slag in het gezicht van iedereen die strijdt voor wereldwijde bescherming tegen Covid-19 voor allen.

Op 30 november lanceerden daarom een aantal burgers uit een tiental Europese landen een Europees burgerinitiatief. Dat is belangrijk. Het initiatief moet een miljoen handtekeningen verzamelen om de Europese Commissie tot actie aan te zetten. Het eist dat de toegang tot diagnostiek, therapieën en vaccins in verband met Covid-19 niet wordt belemmerd door patenten. De burgers willen daarom de Europese Commissie dwingen om de Europese wetgeving aan te passen en van vaccins en behandelingen tegen pandemieën een wereldwijd gemeengoed te maken, dat voor iedereen vrij toegankelijk is. Dat is fundamenteel, zowel voor de volksgezondheid als voor sociale rechtvaardigheid.

Volg de PVDA op de voet