Veroordeling ABVV-voorzitter is een aanval op onze democratische rechten

Thierry Bodson is voorzitter van het ABVV (Foto Belga)

Maandag werd de voorzitter van het ABVV, Thierry Bodson, samen met zestien andere vakbondsleden door de correctionele rechtbank van Luik veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraffen en boetes van 600 tot 4.800 euro. Deze uitspraak is een aanval op de democratische rechten.

Oktober 2015 was een hete herfst. Het ongenoegen bij de werkende bevolking zat diep. De indexsprong, de nieuwe taksen, het besparingsbeleid ... het beleid van de regering-Michel riep grote weerstand op, en de roep voor een bijdrage van de grootste vermogens klonk toen al luid. Na een grote betoging met meer dan 100.000 deelnemers, vond op 19 oktober 2015 een grote stakingsdag plaats. In de provincie Luik blokkeerden driehonderd actievoerders het viaduct van de snelweg E40 in Cheratte, een deelgemeente van Wezet.

Nu worden dus zeventien onder hen veroordeeld voor het organiseren van “kwaadwillige belemmering van het verkeer”. Dat gebeurt op basis van artikel 406 van het Strafwetboek van de afdeling “opzettelijk doden, niet doodslag genoemd, en opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel”. Dit is geen alleenstaand geval. Eerder werd ook Bruno Verlaeckt, de voorzitter van het Antwerpse ABVV, op basis van hetzelfde artikel veroordeeld nadat hij, zoals gebruikelijk, samen met een tiental vakbondsmensen een piket had opgezet aan de Scheldelaan, de toegangsweg tot de chemische industrie in de Antwerpse haven.


Een uitholling van de democratische rechten

Artikel 406 bepaalt: “Met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) wordt gestraft hij die kwaadwillig het verkeer op de spoorweg, de weg, de binnenwateren of op zee belemmert door enige handeling die een aanslag uitmaakt op de verkeerswegen, de kunstwerken of het materieel, of door enige andere handeling die het verkeer met of het gebruik van vervoermiddelen gevaarlijk kan maken of die ongevallen kan veroorzaken bij het gebruik van of het verkeer met die vervoermiddelen.”

Toen artikel 406 van het Strafwetboek in de jaren 1970 werd ingevoerd, werd in het parlement gesteld dat dit nooit gebruikt zou worden tegen vreedzame stakingspiketten. En tot voor kort gebeurde dat ook nooit. Het artikel dient om wegpiraten te veroordelen. Nu wordt het gebruikt om democratische, collectieve actie van de werkende klasse aan banden te leggen.

Belemmering van het verkeer maakt deel uit van de sociale geschiedenis van ons land. Zonder die actievorm zou de werkende klasse nooit het algemeen stemrecht, betaald verlof of de achturige werkdag hebben afgedwongen. Door het collectieve recht op sociale actie en het recht om piketten op te zetten ondergeschikt te maken aan het strafrecht, beperkt men sociale actie tot vormen die onschadelijk zijn voor de machthebbers. Zo holt men de democratische rechten uit tot iets louter formeel.

Daarbij moet worden opgemerkt dat in het geval van Bruno Verlaeckt hij niet veroordeeld werd omdat hij zelf het verkeer kwaadwillig belemmerde. Hij werd veroordeeld voor het organiseren van een kwaadwillige belemmering van het verkeer. Ook dat is een gevaarlijk precedent. Normaal kan een organisator van een actie niet worden veroordeeld voor handelingen die tijdens die actie zijn gepleegd. Dat zou betekenen dat de organisator verantwoordelijk is voor de acties van elke deelnemer aan de actie. Door de organisator van het piket te veroordelen, worden alle potentiële organisatoren van acties in dit land geviseerd.


Dit is niet enkel het probleem van Thierry Bodson

Dat is niet enkel een probleem voor Thierry Bodson, Bruno Verlaeckt en de andere veroordeelde syndicalisten. Deze uitspraken vormen een gevaarlijk precedent. Wat op het spel staat, is de uitholling van de democratische rechten van alle burgers. Vandaag valt men met de vakbonden de grootste georganiseerde tegenmacht aan. Men tracht de minimale dienstverlening door te voeren bij de NMBS en men wil het mogelijk maken om cipiers te kunnen opvorderen. Het recht op sociale actie wordt ingeperkt en men wil de vakbonden verantwoordelijk kunnen stellen en hen als organisatie kunnen veroordelen bij incidenten.

Maar daar blijft het niet bij. Wat zal er straks gebeuren als fietsers een sit-in organiseren voor veiliger fietspaden? Wat met ouders die even het verkeer stilleggen om aandacht te vragen voor de fijnstofproblematiek? Wat met vredesactivisten die wapentransporten blokkeren? Wat met spontane studentenbetogingen? Strikt genomen vormt elke betoging al een belemmering van het verkeer. Met de nu gehanteerde logica zullen ook klimaatactivisten het zwijgen opgelegd worden, kan men de mensenrechten relatief verklaren, en zullen we uiteindelijk allemaal verliezen.


Sociale en democratische rechten gaan samen

Geen achturige werkdag zonder stakingsrecht. Het recht betaald verlof gaat hand in hand met vakbondsrechten. Zonder belemmering van het verkeer hadden we het pensioen met punten niet kunnen tegenhouden. Sociale en democratische rechten versterken elkaar. De coronacrisis wordt vandaag steeds meer ook een sociale crisis. Verzet en sociale actie zullen nodig zijn om de rechten van de werkende mensen en iedereen die het moeilijk heeft te verdedigen. Alle democratische en sociale krachten in ons land zouden daarom vandaag de handen in elkaar moeten slaan om artikel 406 van het Strafwetboek met spoed te herzien, zodat het nooit meer kan worden gebruikt om sociale acties te veroordelen.

Volg de PVDA op de voet