Waarom eerder kiezen voor onderhandelingen dan voor een frontale confrontatie om de oorlog te stoppen?

Russisch-Oekraïense onderhandelingen in Istanbul. (Foto Belga)

Iedere oorlog eindigt ofwel met de totale nederlaag van een van beide partijen, ofwel met een onderhandeld vredesakkoord. De eerste optie is onrealistisch in de oorlog die zich momenteel in Oekraïne afspeelt. Het betekent vooral nog veel meer bloedvergieten, lijden en ellende. Maar hoe realistisch, of hoe naïef is het om met het Rusland van Poetin te onderhandelen? En hoe zou zo’n onderhandelde vrede er dan kunnen uitzien?

Terug naar ‘5 cruciale vragen en antwoorden om opnieuw vrede te brengen in Oekraïne’

Stephen Walt, professor internationale betrekkingen aan de universiteit van Harvard, schrijft in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy dat onderhandelingen kunnen slagen: “Nu Rusland de snelle overwinning die het van meet af aan verwachtte is ontzegd, zal de oorlog waarschijnlijk uitdraaien op een slopende en dure patstelling die pas zal eindigen als de hoofdrolspelers beseffen dat zij niet al hun oorspronkelijke doelen kunnen bereiken en een minder-dan-ideale uitkomst zullen moeten aanvaarden.” 1

In haar editoriaal van 29 maart schrijft de krant De Standaard2: “Hoe meer wapens het Westen levert, hoe langer de oorlog duurt, en hoe meer doden, gewonden, vernieling en menselijk leed (…) een bedenking om even bij stil te staan.” Het resultaat wordt allicht iets “tussen overwinning en nederlaag” voor beide partijen, die allebei “water bij de wijn moeten doen”, alsnog De Standaard.3

Hoe zou een uiteindelijke deal er dan kunnen uitzien? Het Duits Instituut voor Internationale en Veiligheidsaangelegenheden (SWP) wijst op twee voorstellen die de Russische regering in december 2021 voorlegde4: de oostwaartse uitbreiding van de Navo stoppen, en voorkomen dat de Navo in Centraal- of Oost-Europese lidstaten troepen of langeafstandsraketten stationeert die Rusland kunnen bedreigen.

In het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs pleiten twee experten inzake internationale veiligheid in dezelfde richting.5 Oekraïne zou in ruil voor zijn neutrale status sluitende veiligheidsgaranties krijgen, gedekt door militaire samenwerkingsakkoorden met derde landen. Kiev zou dan kunnen bekomen dat Rusland zijn troepen aan de grens met Oekraïne beperkt.

De terugtrekking van de Russische troepen uit Oekraïne moet natuurlijk ook deel uitmaken van de onderhandelingen. Wat betreft de regio’s in het oosten van Oekraïne (de Donbas, met de steden en provincies Donetsk en Loegansk) zou men de autonomie die in de Minsk II-akkoorden werd beloofd, kunnen op tafel leggen. De Amerikaanse experten gaan nog verder en denken aan internationaal gecontroleerde referenda, ook al zouden die kunnen leiden tot een bevestiging van de Krim als behorende bij Rusland.

Over de mogelijkheid van een diplomatieke weg naar veiligheid, samenwerking en vrede in Oekraïne en in Europa zegt Andrej Hunko, vredesactivist en Duits parlementslid voor Die Linke: “Essentieel is dat de wensen en gevoeligheden van de verschillende partijen in het conflict in rekening worden gebracht. Uiteindelijk hangt alles af van de politieke wil om tot een akkoord te komen. Jammer genoeg moeten we vaststellen dat de westerse strategie voor Oekraïne er totnogtoe een is van militaire escalatie.”

Dat is juist waar het beleid anders moet, zoals ook de vredesbeweging vroeg op de betoging van 27 maart in Brussel (xx zie vragen 2 en 3). Dat is alles behalve naïef. Het is een realistische strategie die ruim een maand na de start van het conflict door steeds meer mensen wordt gedeeld.

Het Oostenrijkse model van neutraliteit

Oekraïne zou dus een neutraal statuut kunnen krijgen. Maar hoe ziet zo’n neutraliteit eruit? Europa telt vijf belangrijke neutrale landen: Finland, Zweden, Zwitserland, Ierland en Oostenrijk. Maar Finland en Zweden hebben al langer banden met de Navo en spreken nu zelfs over een eventuele toetreding, na decennia van relatief goed nabuurschap met de Sovjet-Unie en nadien Rusland. “Oostenrijk lijkt mij het beste voorbeeld van een land dat op militair vlak echt neutraal is”, stelt Andrej Hunko. “Dat is zo vastgelegd in 1955, als voorwaarde van de toenmalige Sovjet-Unie om zijn troepen terug te trekken uit Oostenrijk na de overwinning op het nazisme tien jaar eerder.”

Dat gevoel van neutraliteit, van ongebondenheid is echt diepgeworteld in de Oostenrijkse bevolking. En het heeft het land zeker geen windeieren gelegd. De Oostenrijkse bevolking kent een hoge levensstandaard, het land wordt door niemand bedreigd, en geniet een hoge mate van veiligheid en stabiliteit. Oostenrijk heeft zijn wapenindustrie en wapenexport systematisch afgebouwd, en behoudt enkel een puur defensief leger.

“Als niet-gebonden land is Oostenrijk goed geplaatst om initiatieven te nemen voor internationale ontspannings- en ontwapeningsakkoorden. In de jaren 1970 voerde zijn sociaaldemocratische kanselier (‘minister-president’) Bruno Kreisky een actieve politiek van neutraliteit en ontspanning tussen Oost en West. Meer recent organiseerde het land een van de internationale conferenties die de weg bereidden naar het VN-Verbodsverdrag op kernwapens uit 2017”, besluit Hunko.

Terug naar ‘5 cruciale vragen en antwoorden om opnieuw vrede te brengen in Oekraïne’

-------------

3 Diezelfde dag zaten Oekraïense en Russische onderhandelaars al voor de derde keer samen, in Istanbul. Rusland beloofde daar de vijandelijkheden tegen de hoofdstad Kiev te beperken. Eerder had de Oekraïense president Zelenski al geopperd dat een neutrale status voor zijn land misschien wel een optie was, en dat Oekraïne dan geen lid zou worden van de Navo, iets waarvoor Rusland erg beducht is.