Waarom we een escalatie van de oorlog absoluut moeten vermijden

De PVDA wil vrede door een onmiddellijk staakt-het-vuren, de terugtrekking van de Russische troepen en een fundamentele oplossing door verwijdering van wapentuig aan de grenzen, ontwapeningsakkoorden en een nieuwe status voor Oekraïne.

Deze oplossing is realistisch op korte termijn. Wij verzetten ons tegen een strategie van escalatie die elke vrede onmogelijk maakt. Die strategie mikt niet op vrede en een directe oplossing, maar is uit op de totale confrontatie. Die weg houdt ook nucleaire risico’s in en zou dramatisch zijn voor zowel de mensen in Oekraïne als voor alle volkeren van Europa.

 

Consequent tegen de oorlog

Ik ben tegen de oorlog.

Ik was tegen de oorlog vorige week.

Ik was tegen de oorlog vorig jaar.

Ik was tegen de oorlog 20 jaar geleden.

Ik kom al 20 jaar op straat tegen alle oorlogen. Vandaag tegen de oorlog in Oekraïne. En morgen opnieuw. Geen oorlogstrom kan dat overstemmen.

Zo schreef Peter Mertens op 26 februari. De misdadige oorlog die Poetin in Oekraïne gestart is, zorgt voor vreselijke tragedies, in de eerste plaats voor het Oekraïense volk. Op korte tijd maken de bombardementen en de kogels honderden onschuldige oorlogsslachtoffers en moeten meer dan een half miljoen Oekraïners op de vlucht. Zoals elke oorlog, kan ook deze oorlog in die zin nooit ‘gewonnen’ worden. Wat overblijft, ongeacht het scenario, zijn mensen die zonen, dochters en geliefden voorgoed verliezen, mensen op de vlucht, die misschien nooit meer naar huis kunnen en een rouwproces dat generaties zal vragen. Een oorlog kan niet ‘gewonnen’, enkel ‘beëindigd’ worden. Daar moeten we zo snel mogelijk naar toe.

Het ergste wat nu kan gebeuren, is een aanhoudend conflict dat een hele regio maandenlang in grote chaos brengt en ontelbare mensenlevens zal kosten. In het worst case scenario loopt deze oorlog uit op een gewapend conflict tussen Rusland en de Navo-landen: twee tot op de tanden gewapende krachten, met massavernietigingswapens in hun arsenaal. De inzet is duidelijk: zij die het conflict verder willen laten escaleren, spelen met het vuur van een allesvernietigende nucleaire oorlog.

Verhoogde kans op een nucleair conflict

Op 20 januari dit jaar trekken wetenschappers van het gerenommeerde ‘Bulletin of the Atomic Scientists’ al flink aan de alarmbel. Voor het 75ste jaar op rij publiceren zij hun beruchte ‘Doomsday Clock’, een metafoor die tastbaar maakt hoe dicht we als mensheid bij een vreselijke catastrofe staan. Ze zetten de klok op honderd seconden voor twaalf, het dichtst bij het spreekwoordelijke middernacht ooit. De wetenschappers waarschuwen voor de gevaren van een nucleaire oorlog en verwijzen expliciet naar de op dat moment bijzonder onzekere en zorgwekkende situatie in Oekraïne. Ze benadrukken hoe “militair vertoon en militaire investeringen, samen met politieke statements, de kans vergroten dat kernwapens op een bepaald moment effectief ingezet worden”.

Vandaag is die bedreiging sterker dan ooit. Begin maart brengt Poetin de nucleaire eenheden van het Russisch leger in de hoogste staat van paraatheid. Op hetzelfde moment wijzigt Wit-Rusland haar Grondwet om opnieuw kernwapens op haar grondgebied toe te laten. De Franse Minister van Buitenlandse Zaken Le Drian reageerde op zijn beurt door te stellen dat “Poetin moet begrijpen dat de Atlantische Alliantie een nucleaire alliantie is”.

Lange tijd geldt de doctrine van de ‘nucleaire afschrikking’: de idee dat de permanente bedreiging van een volledige wederzijdse vernietiging net een garantie is dat de kernwapens nooit ingezet worden. Nucleaire wapens als waarborg van de vrede: het is niet alleen een bijzonder absurde redenering (de enige garantie dat kernwapens nooit ingezet worden, is een situatie waarin ze volledig en definitief verdwijnen); de situatie vandaag bewijst hoe de nucleaire aanwezigheid net gebruikt wordt om de oorlogswaanzin te laten voortduren, met alle potentiële gevolgen van dien.

De militaire doctrines verlagen verder ook de drempel voor het effectief inzetten van kernwapens. Noch Rusland, noch de Navo- kernmachten hanteren het ‘No First Use’-beleid’: de idee dat kernwapens niet als oorlogsmiddel gebruikt mogen worden, tenzij, en enkel tenzij, ze zelf met kernwapens aangevallen worden. De opperbevelhebber van de Navo-troepenmacht in Europa, Gen Wolters, pleit onomwonden om offensief, zij het op flexibele manier, als eerste in een conflict kernwapens te kunnen gebruiken. Ook de Russische militaire doctrine houdt in dat kernwapens gebruikt mogen worden als ze zelf slachtoffer zijn van een grootschalige aanval, maar ook, vager, ‘als het bestaan van het land in gevaar is’.

Deze situatie plaatst ons voor wat vredesactivist Ludo De Brabander een “dilemma met weinig keuze” noemt. Scherp gesteld: “Hoe verzoen je het recht op verdediging tegen een aanval met het potentieel gevaar dat het verder opdrijven van de oorlog kan leiden tot een wederzijdse nucleaire vernietiging?”. Het bestaande kernarsenaal laat inderdaad weinig aan de verbeelding over. De VS en Rusland hebben meer dan 90 procent van de 13.865 kernwapens in de wereld in handen, waaronder bommen die tientallen keer krachtiger zijn dan de atoombom die Hiroshima vernietigde.

De echte naïviteit bestaat er in nog meer oorlog aan de oorlog toe te voegen

In een context van militair opbod en harde oorlogsretoriek, tracht men zij die pleiten voor de-escalatie en diplomatie neer te zetten als naïef. De échte naïviteit komt echter toe aan zij die denken en proberen doen geloven dat deze oorlog in Oekraïne zelf beslecht gaat worden. We zijn hier getuige van een grotere botsing. Het zijn zij die nog olie op het conflict willen gooien, die spelen met het vuur van de nucleaire oorlog. Het zijn zij die vastzitten in een logica om nog oorlog toe te voegen aan de oorlog, die spelen met de veiligheid van heel Europa en een gevaar vormen voor de wereldvrede.

Er is maar één denkbaar alternatief dat een reële uitweg biedt, en dat is onderhandelen. In plaats van olie op het vuur te gooien, is het hoog tijd dat ons land aanstuurt op conflictbemiddeling. “We gaan toch niet onderhandelen met een brutale autocraat, een onberekenbare oligarch?”, klinkt het dan snel. “Wel, ik denk dat het nog altijd beter is om te onderhandelen met zo’n onberekenbare autocraat dan er oorlog mee te voeren”, reageert Ludo De Brabander gevat. “Of we het nu graag hebben of niet, we kiezen niet met wie we onderhandelen, maar we kunnen wel keuzes maken in die onderhandelingen die wegen openen om tot een noodzakelijke stopzetting van de oorlog en de-escalatie te komen.” Voormalig Labourleider en vredesactivist Jeremy Corbyn herinnert ons er aan dat “alle oorlogen met dialoog en een politieke oplossing eindigen. Waarom laten we nu de fase van het vechten niet achterwege om onmiddellijk over te gaan naar de fase van dialoog?”

Hoogleraar Conflict studies Jolle Demmers op zijn beurt ziet “een realistische en pragmatische focus op de-escalatie als enige uitweg uit deze gevaarlijke oorlogsdynamiek”. Concreet moet zo snel mogelijk een conferentie voor vrede, veiligheid en samenwerking in Europa samenkomen die alle partijen rond de tafel brengt, om te zorgen voor de-escalatie en een diplomatieke oplossing voor het conflict. Die onderhandelingen kunnen gebeuren op basis van de principes van de slotakte van de Helsinki-akkoorden van 1975 en van het Handvest van Parijs van 1990 (bij het verdwijnen van het Oostblok).

Een einde maken aan de spiraal van militair opbod

Om de helse spiraal van de oorlogsdynamiek en verdere escalatie van het conflict te doorbreken, moet een einde komen aan elk verder militair opbod. En dus aan het leveren van militaire steun aan de vechtende partijen. Ook dit punt plaatst ons opnieuw voor het dilemma, maar de vredesbeweging, bij ons en in Oekraïne, ziet absoluut geen heil in het sturen van wapens, wel integendeel. Ook de grootste vakbond van Duitsland en ’s werelds grootste georganiseerde arbeidsorganisatie, IG Metall, verzet zich expliciet tegen de levering van wapens in conflictgebied. Het Vlaams Vredesinstituut waarschuwt “hoe meer wapens er gebruikt worden, hoe groter de kans dat we het conflict gaan verlengen”

In Duitsland keren ook verschillende sociaaldemocraten zich tegen een nieuwe bewapening. Onder hen de jongsocialisten van Jusos, en de arbeidersvleugel van de SPD. Dierk Hirschel van de SPD verklaart: “De herbewapening kan niet overtuigend worden gerechtvaardigd. De Navo geeft 17 keer zoveel uit aan het leger dan Rusland. Meer oorlogsspeelgoed zal de wereld niet veiliger maken. We hoeven niet met geld te gaan smijten om de Bundeswehr beter uit te rusten.”

Nucleaire ontwapening nu!

Naast vreedzame conflictoplossing, vereisen militaire stabiliteit en vrede in Europa ook maatregelen op vlak van wapenbeheersing en ontwapening. Het feit dat we dit debat vandaag nog moeten hebben, is al een teken aan de wand. In 1970 kwam het Non-proliferatieverdrag tot stand, dat steunde op drie pijlers: het voorkomen van de verdere verspreiding van kernwapens, de nucleaire ontwapening en het recht om kernenergie voor vreedzame toepassingen te gebruiken. De vraag is waarom er 52 jaar later nog altijd zo’n dertien duizend kernwapens op onze planeet staan opgesteld.

Zoals de Belgische Coalitie tegen Kernwapens stelt, is nucleaire ontwapening de enige manier om een humanitaire ramp te vermijden. Daarom dat op 7 juli 2017 122 landen een VN-verdrag tekenden dat kernwapens onomwonden verbiedt. Het is niet zomaar een symbolisch stukje papier, maar een bindend verdrag dat je zonder meer historisch mag noemen. Het verdrag dat in januari 2021 in werking is getreden, verbiedt het bezit, de productie, het dreigen met en het gebruik van kernwapens. België weigerde het verdrag tot nog toe te ondertekenen. Wat houdt hen nu precies tegen? Het draagvlak voor een kernwapenvrije wereld is alvast bijzonder groot. Een recente peiling toont aan dat 77 procent van onze bevolking wil dat België het Verbodsverdrag op Kernwapens ondertekent.