Stinger-luchtdoelraketten, zoals er door westerse landen aan Oekraïne zijn geleverd. (Foto Belga)

Javelin-antitankraketten, Mi-17-legerhelikopters, Stinger-luchtdoelraketten... De Navo-lidstaten leveren massaal steun en wapens aan Oekraïne. “Zo kan het Oekraïense leger beter verzet bieden aan het Russische leger”, klinkt het. Een redenering die op zich logisch klinkt. In werkelijkheid echter zien we vandaag in Oekraïne dat de wapenleveringen de situatie alleen maar erger maken. Vooral voor de burgerbevolking.

Terug naar ‘5 cruciale vragen en antwoorden om opnieuw vrede te brengen in Oekraïne’

Nils Duquet van het Vlaams Vredesinstituut, vatte het als volgt samen: “Hoe meer wapens er naar dat conflict gaan, hoe meer wapens er gebruikt zullen worden. Hoe groter de kans is dat we het conflict gaan verlengen.”1

In De Standaard merkt ook Ruben Mooijman op: “Hoe meer wapens het Westen levert, hoe langer de oorlog duurt, en hoe meer doden, gewonden, vernieling en menselijk leed.”

Daar mag inderdaad bij stilgestaan worden. Wapenleveringen verlengen een conflict niet alleen, ze maken het ook bloediger. Poetin gaat echt niet zomaar opgeven. Hoe meer wapens wij sturen, hoe meer wapens ook Rusland in de strijd zal gooien. Dat zagen we recent met het gebruik van hypersonische raketten.

Wat dat betreft, moeten lessen getrokken worden uit wat er in Afghanistan gebeurde. Vanaf 1979 bewapenden de Verenigde Staten actief de Afghaanse moedjahedien, die streden tegen de troepen van de Sovjet-Unie. Beide zijden gooiden steeds meer wapens in de strijd. De oorlog sleepte uiteindelijk tien jaar aan, kostte tot twee miljoen Afghaanse levens en deed vele miljoenen mensen op de vlucht slaan. Na decennia van oorlog, is Afghanistan vandaag volledig vernietigd.

Vandaag zijn er in Washington officiële stemmen, onder wie Hillary Clinton, die oproepen om van Oekraïne een nieuw Afghanistan te maken. Ze stellen voor om Rusland te verzwakken door het land zich te laten vastrijden in een langdurig conflict. Dat zou een dramatisch scenario zijn voor de mensen in Oekraïne, die een zware prijs zouden betalen.

Wapenleveringen zijn ook op langere termijn niet zonder risico, want het valt af te wachten in wiens handen die wapens terecht komen. In Afghanistan kwamen de wapens die het Westen leverde uiteindelijk in handen van de taliban. Wapens die naar zogenaamd gematigde rebellen gingen in Syrië, kwamen bij jihadistische groepen terecht. In Oekraïne, vechten neonazistische milities, zoals Azov, mee met het Oekraïense leger. Hen bewapen je liever niet. Toch pronkte Azov op sociale media met wapens gekregen van de Navo. Ook in België zagen we dat mensen met openlijk neonazistische sympathieën zich opgaven als vrijwilliger voor het Vreemdelingenlegioen. Extreemrechtse milities met antitankwapens, dat is een enorm risico.

Wapenleveringen kunnen zo ook een diplomatieke oplossing bemoeilijken, zowel in Oekraïne, als internationaal. The New York Times2 merkte bijvoorbeeld op dat in Oekraïne de bewapening van nationalistische paramilitaire groepen ook de Oekraïense regering kan destabiliseren als de regering instemt met een vredesakkoord dat die milities verwerpen. De bewapening van extreemrechtse milities versterkt hun positie en vermindert de kans op een onderhandelde oplossing en een snel staakt-het-vuren.

Maar ook internationaal bemoeilijken wapenleveringen de diplomatie. Via wapenleveringen verlies je immers je geloofwaardigheid als diplomatiek bemiddelaar. Een van de partijen bekijkt jou dan immers als deel uitmakende van de tegenpartij. De beste bemiddelaars staan boven de partijen, en proberen een compromis te vinden dat voor iedereen aanvaardbaar is, om tot een snel staakt-het-vuren te komen.

Het financiële tijdschrift The Economist merkt op: “Tot dusver heeft Israël een neutraal standpunt ingenomen door te weigeren Oekraïne wapens te leveren of zich aan te sluiten bij sancties tegen Rusland. Dat plaatst het land in een unieke positie van waaruit het kan bemiddelen.”3

Ook heel wat niet-Europese landen boden hun bemiddeling aan, met name Zuid-Afrika, Turkije, China en India. Na meer dan een maand oorlog, is het daarentegen nog steeds wachten op het eerste grote diplomatiek offensief vanuit de Europese Unie. De EU stelde geen grote vredesconferentie voor, geen groot initiatief van de Organisatie voor Vrede en Veiligheid in Europa, geen bemiddeling voor onderhandelingen. De Europese Unie benoemde zelfs geen Speciale Vertegenwoordiger. Nochtans onderhandelen de Oekraïense en Russische regeringen al enkele weken rechtstreeks met elkaar. De Europese Unie zou al haar gewicht in de schaal moeten werpen als bemiddelaar. En ook België zou dat moeten doen.

In het slechtste geval kunnen wapenleveringen ertoe leiden dat een land rechtstreeks betrokken wordt bij het conflict. Dat risico is reëel. Rusland liet al weten wapenleveringen als legitieme doelwitten te beschouwen. Het bombardeerde recent een Oekraïense legerbasis nabij de Poolse grens omdat westerse wapenleveringen via die basis zouden lopen.

De Navo heeft dan weer gezegd dat elke Russische aanval die de aanvoerlijnen van wapens naar Oekraïne op Navo-grondgebied raakt, zal leiden tot de activering van artikel 5 van het Navo-handvest, met directe militaire actie tegen Rusland. Wapenleveringen vergroten dus het risico op escalatie en, in dit geval, een directe confrontatie met een kernmacht.

“Het geloof dat almaar meer wapens een oorlog kunnen beëindigen, dat is pas naïef”, schrijft oud-VRT-journalist Walter Zinzen in De Morgen over de situatie in Oekraïne.4 Wapens gooien olie op het vuur, zonder een oplossing ook maar enigszins dichterbij te brengen. Voor ons is een snel staakt-het-vuren absoluut prioritair. De bommen stoppen, daar zou al onze energie heen moeten gaan. De Europese Unie en België moeten komen met een ambitieus diplomatiek initiatief om snel via een staakt-het-vuren te garanderen dat de bommen stoppen.

Lees ook: Willen de Verenigde Staten de Oekraïense bevolking écht helpen?

Terug naar ‘5 cruciale vragen en antwoorden om opnieuw vrede te brengen in Oekraïne’

------------------