We hebben onze keukens niet nodig om meer vaccins te produceren

Foto The Left

Uit een onderzoek van 77 epidemiologen uit 28 landen, uitgevoerd door The People's Vaccine Alliance, blijkt dat twee derden van hen vermoedt dat we maximum een jaar hebben vooraleer het coronavirus zodanig muteert dat de meeste vaccins van de eerste generatie hun werkzaamheid verliezen en we nieuwe vaccins nodig hebben. We hebben dus snel meer vaccins nodig. In Europa maar ook wereldwijd. Varianten kennen immers geen grenzen.

Patenten opheffen en massaal technologie delen is daarom essentieel. Geen enkel bedrijf kan vandaag immers aan de enorme vraag voldoen. Patenten zijn ook nooit bedoeld voor gebruik tijdens wereldwijde noodsituaties als oorlogen of pandemieën, schrijft Nature terecht. Niet alle bedrijven staan trouwens te springen om snel meer te produceren: “Momenteel zijn er geen besprekingen lopende om bijkomende, lokale productie op te zetten voor dit vaccin”, liet een woordvoerster van Pfizer midden maart laconiek weten. De Amerikaanse farmareus overweegt pas “ná de pandemische fase” bijkomende productiesites buiten de VS en Europa. Zo houdt het bedrijf eigenlijk mee een kunstmatig tekort aan vaccins in stand.

De discussie
over patenten wordt ondertussen zelfs tot in het Witte Huis gevoerd. Enkel de Europese instellingen blijven potdoof. In België vond minister Frank Vandenbroucke dat het “de onmiddellijke brandende kwesties niet op” zou lossen, want we kunnen de vaccins immers "niet zelf in onze keuken" produceren. Gelukkig hebben we onze keuken niet nodig. Wereldwijd blijft een groot deel van de productiecapaciteit onbenut. Die kan op relatief korte termijn geactiveerd worden.

Bestaande productiecapaciteit activeren

Economen Joseph Stiglitz en Michael Spence zijn bijzonder categoriek. Volgens de Nobelprijswinnaars zouden er helemaal geen vaccintekorten moeten zijn. Zij schatten de productiecapaciteit voor 2021 in de Verenigde Staten, India en China op 9,72 miljard dosissen. Volgens schattingen van Oxfam wordt momenteel amper 43% van de mondiale productiecapaciteit voor COVID-19-vaccins gebruikt voor de productie van goedgekeurde vaccins.

Die cijfers lijken indrukwekkend, maar zouden zelfs een onderschatting kunnen zijn. De Europese Commissie vond snel 300 bedrijven die, op verschillende manieren, kunnen bijdragen. Het Amerikaanse Associated Press identificeerde dan weer fabrieken op drie verschillende continenten die de productie van honderden miljoenen Covid-vaccins kunnen opstarten.

Een kleine bloemlezing. Incepta in Bangladesh liet gloednieuwe uitrusting overkomen uit Duitsland, heeft al jarenlang ervaring en draait vandaag op een kwart van zijn capaciteit. In Zuid-Afrika zegt het bedrijf Biovac jaarlijks zo’n 30 miljoen dosissen te kunnen produceren. In Denemarken heeft Bavarian Nordic een capaciteit van meer dan 200 miljoen dosissen. Het Canadese Biolyse Pharma diende begin maart 2021 bij Johnson & Johnson een licentie-aanvraag in voor de productie van een generische versie van hun vaccin. Het kan maandelijks twee miljoen dosissen produceren. Ook het Institut Pasteur in Senegal en Vacsera in Egypte kunnen dienen voor de productie van mRNA-vaccins. Oxfam verwijst naar producenten in India en China met een groot potentieel voor de productie van mRNA-vaccins.

Experten van de International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations (IFPMA) en de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI) merken op dat er een grote capaciteit aan bioreactors beschikbaar is voor de productie van de virale vector en subunit-vaccins. Nauwelijks 1 à 5% van die capaciteit zou volstaan om voldoende grondstof te leveren voor die vaccins, waardoor de impact op de productie van andere gezondheidsproducten beperkt blijft.

Daarnaast zijn traditionele vaccinreuzen als GSK, Sanofi en Merck, nog nauwelijks betrokken.
Volgens plannen zouden ze samen iets meer dan 225 miljoen vaccins produceren in 2021, genoeg voor amper 1,5 % van de wereldbevolking. GSK/Sanofi waren klaar om meer dan een miljard dosissen van hun eigen vaccin te produceren. Ook Merck was klaar om honderden miljoenen doses van haar eigen kandidaat-vaccins te produceren. Vóór corona, produceerden ze samen de meerderheid van de 3,5 à 5,5 miljard vaccins wereldwijd. Daar ligt nog een groot potentieel aan productiecapaciteit die op korte termijn geactiveerd kan worden.

Het kan snel gaan

De farmaceutische industrie herhaalt graag dat productiecapaciteit opbouwen “normaal gezien” jaren kan kosten. Kan best, maar de huidige productiecapaciteit werd ook in een absoluut recordtempo gecreëerd. Een jaar geleden bestonden de COVID-19-vaccins niet eens. Voor mRNA-vaccins bestond zelfs geen industriële productiecapaciteit. BioNTech en Moderna hadden nog nooit een commercieel vaccin geproduceerd.

De sleutel ligt in het overdragen van technologie en knowhow. Daarna kan de productie vaak op een termijn van maximum zes maanden opgestart worden, wijst onderzoek van de ngo
Knowledge Ecology International (KEI) uit, op basis van een zeventigtal lopende projecten. Dat geldt voor de verschillende platformen.

Het Zwitserse
Lonza sloot op 1 mei 2020 een akkoord met Moderna. Daarin werd voorzien dat de productie slechts een maand na de technologietransfer zou kunnen starten. De ngo Knowledge Ecology International verwijst naar het Duitse Rentschler Biopharma SE dat in november 2020 een overeenkomst sloot met CureVac en drie maanden later al productiecapaciteit aan het opbouwen was. Incepta uit Bangladesh stelt dat het onmiddellijk 500.000 dosissen jaarlijks kan produceren, liefst subunit of mRNA vaccins. Het Argentijnse bedrijf mAbxience begon drie maanden na de technologieoverdracht aan de productie van het virale vector-vaccin van AstraZeneca. De Braziliaanse voorbeelden van het Fiocruz biomedical center (AstraZeneca) en het Butantan biomedical institute (Sinovac) tonen aan dat ook elders nieuwe productie-eenheden snel opgezet kunnen worden. 

Alle profijt trekken uit de nieuwe technologie

Alain Alsahani van Artsen zonder Grenzen denkt dat mRNA voor een echte paradigmashift kan zorgen. De entstof voor virale vector-vaccins als dat van AstraZeneca wordt biologisch geproduceerd in grote roestvrij stalen vaten, de zogenaamde bioreactoren, waarin de nodige cellen gekweekt worden. Deze cellen zijn echter bijzonder gevoelig: één kleine verstoring en de productie draait in de soep. De chemische processen van de mRNA-technologie zijn daarentegen een stuk eenvoudiger om op grote schaal uit te rollen. Ook naar de toekomst toe, biedt het grotere flexibiliteit, bijvoorbeeld om aan te passen aan varianten van het coronavirus.

De productiestap die het RNA verpakt in lipide nanodeeltjes (LNP) vraagt wel gespecialiseerde kennis. Die kennis blijft nog erg geconcentreerd en de productiecapaciteit is beperkt. Dat technologieoverdracht ook in deze wél mogelijk is, bewijst Pfizer zelf. Het was immers met name het
Oostenrijkse Polymun Scientific dat de technologie ontwikkelde en aan Pfizer overdroeg. Vermoed wordt dat Lonza ook deze stap voor Moderna uitvoert.

Het toonaangevende
wetenschappelijke tijdschrift Nature merkt op dat de overheid reeds eerder chemische bedrijven had kunnen dwingen meer van deze grondstoffen te produceren. Vandaag kan de nieuwe Europese HERA Incubator daar een rol in spelen. Deze nieuwe publiek-private samenwerking, opgestart door de Europese commissie, stelt zich tot doel mogelijke flessenhalzen en knelpunten in de productie aan te pakken, niet alleen via het in kaart brengen van bestaande capaciteit maar ook door steun voor het snel opzetten van nieuwe productiecapaciteit. Naar het model van BARDA, de Amerikaanse overheidsdienst voor biomedisch onderzoek, wil het die capaciteit snel en centraal aansturen over de hele keten. Ter vergelijking, de Verenigde Staten lanceerden Operatie Warp Speed, dat mede inzette op deze grondstoffen, reeds in april 2020.

Een drietrapsraket naar meer vaccins

Momenteel loopt het vergroten van de productiecapaciteit voornamelijk via bilaterale akkoorden tussen bedrijven. De patenthouders onderhandelen en sluiten één per één productieovereenkomsten met geselecteerde andere bedrijven, die dan langzamerhand de productie kunnen opstarten. Farmabedrijven als Pfizer, Moderna of AstraZeneca houden de touwtjes stevig in handen en bepalen wat, waar, hoeveel, wanneer en tegen welke prijs geproduceerd wordt. Dat is traag en inefficiënt.

Met een drietrapsraket kunnen de Europese Commissie en de lidstaten het heft in handen nemen en van het COVID-19-vaccin een publiek goed maken dat voor iedereen toegankelijk en beschikbaar is. Eerst moeten patenten en alle andere intellectuele eigendomsrechten op het vaccin en de geneesmiddelen om corona te bestrijden, opgeheven worden. Daarom moeten we vandaag de zogenaamde COVID-19 patent waiver van India en Zuid-Afrika in de Wereldhandelsorganisatie te steunen. Die algemene patentopschorting zou kandidaat vaccinontwikkelaars en -producenten rechtszekerheid garanderen, want vaak rusten verschillende intellectuele eigendomsrechten op vaccins. Die principes dragen
we ook met het brede Europese Burgerinitiatief #NoProfitOnPandemic. Daarnaast kan men, op nationaal vlak, de piste van dwanglicenties achter de hand houden.

Ten tweede moeten kennis en technologie breed gedeeld worden. De COVID-19 Technology Access Pool (C-TAP) die de Wereldgezondheidsorganisatie creëerde, is hiervoor een ideaal instrument. Helaas bleef deelname eraan tot nu vrijwillig, waardoor niet één vaccinbedrijf zijn technologie deelde. Ook hier is een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. De Europese Commissie moet de projecten die voorliggen binnen zowel de Task Force for Industrial Scale-up als de HERA Incubator gebruiken om brede technologietransfers te steunen.

Ten slotte, moet de beschikbare productiecapaciteit zo snel mogelijk omgebouwd en ingezet worden. In plaats van de versnipperde aanpak van vandaag waar elk bedrijf zelf bilaterale overeenkomsten sluit met onderaannemers, moet dit centraal gecoördineerd worden, zoals we bij Operatie Warp Speed zagen. Via een supranationale aanpak, onder auspiciën van de Wereldgezondheidsorganisatie, kunnen verschillende bedrijven wereldwijd ingezet worden in de deelstappen van het productieproces. Dat garandeert de grootste impact voor de nieuwe middelen die moeten dienen om knelpunten in de productie aan te pakken en samenwerking tussen bedrijven te promoten. HERA moet dienen om deze dynamiek te ondersteunen.

Wie zegt dat het opheffen van patenten niet zaligmakend is, heeft gelijk. Maar het is wel een noodzakelijke eerste stap. Hoe sneller we handelen, hoe sneller we hier allemaal uit komen.

Volg de PVDA op de voet