Wet96: aanpassingen van 2017 en voorstel Goblet-Hedebouw: wat is de oplossing voor onze lonen?

Foto: PVDA

Als de huidige loonnormwet niet snel aangepast wordt, voorspellen economen dat de loonnorm de volgende 5 jaar op 0,0% zal uitkomen. Er moet dus iets veranderen. Wat precies? De PS stelt voor om terug te gaan naar de oorspronkelijke Wet van 1996. Ook Vooruit-minister Vandenbroucke wil terug naar de Wet van 1996 (1). Maar volstaat dat om onze lonen te redden? Wat is het verschil tussen de Wet van 1996, de wijzigingen van 2017 doorgevoerd door de regering Michel met de steun van extreem-rechts, en tenslotte het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw?

Geert Haverbeke en Benjamin Pestieau

Zie bijlage onderaan voor een vergelijking van de wetteksten.

 

Toelichting bij de tabel

1/ Principe

De Wet96 en de Wetswijziging van 2017 vertrekken vanuit een loonvergelijking met de buurlanden. Die grijpen ze aan om een maximale loonnorm op te leggen. Het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw vertrekt vanuit het principe van vrije loononderhandelingen. Ze vergelijkt alleen met de buurlanden om een indicatie te hebben.

2/ Berekening maximale marge

De Wet96 kijkt naar de verwachte loonevolutie in de buurlanden de komende 2 jaar, met optie om ook de voorbije 2 jaar te corrigeren. De Wetswijziging van 2017 maakte die correctie verplicht en voegde er nog een veiligheidsmarge van minstens 0,50% aan toe. Het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw behoudt enkel het kernidee van de verwachte loonevolutie in de buurlanden de komende 2 jaar. Ze schrapt de andere regels én vooral ook de ‘maximale’ marge. Voortaan zou die enkel indicatief mogen zijn.

3/ Aftrek loonsubsidies en patronale kortingen

De Wet96 deed alsof bepaalde loonsubsidies niet bestonden. Een cadeau aan de werkgevers. De Wetswijziging van 2017 deed daar nog een schep bovenop. Daardoor blijft bijvoorbeeld de taxshift volledig in handen van de aandeelhouders. Er vloeit niets terug naar de werknemers. Het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw neemt alle loonsubsidies en patronale kortingen mee in de berekening, om tot een correcte indicatieve marge te komen.

4/ Onderhandelingsmarge op basis van CRB-cijfers

In de oorspronkelijke Wet96 was het CRB-cijfer onderhandelbaar. Het kon de vorm aannemen van procenten of centen, van 1 cijfer of een vork, enz. In 2017 verdween die soepelheid. Het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw maakt het CRB-cijfer terug indicatief.

5/ Verplicht?

Zowel de Wet96 als de Wetswijziging van 2017 resulteren uiteindelijk in een imperatieve loonnorm. Ofwel vastgelegd door de sociale partners, ofwel door de regering als deze laatste er onderling niet uitkomen. Het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw stapt af van de imperatieve loonnorm en maakt deze indicatief.

6/ Boete

Zowel de Wet96 als de Wetswijziging van 2017 voorzien boetes bij overschrijding van de imperatieve loonnorm. Het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw schrapt alle boetes, want de loonnorm wordt indicatief.

7/ Timing

De onderhandelingsstappen voorzien in de Wet96 veranderden een beetje in 2017, maar het principe van interprofessioneel overleg werd behouden. Dat voorziet ook het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw.

8/ Norm voor aandeelhouders (art 14)

Zowel de Wet96 als de Wetswijziging van 2017 boden de mogelijkheid aan de regering om niet alleen lonen te plafonneren maar ook dividenden, huren, enz. Geen enkele regering durfde dit ooit te doen. Het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw voert daarom een automatisme in: de dividenden mogen niet sneller stijgen dan de indicatieve loonnorm, op straffe van boete van 33% RSZ op het deel van de overschrijding.

4 conclusies

We kunnen de loonblokkering niet oplossen door terug te gaan naar de oorspronkelijke Wet van 1996

In 2017 werd een verstrenging van de loonnorm doorgevoerd door de regering Michel met de hulp van Vlaams Belang. Dit zorgde voor een veel kleinere loonmarge. Maar teruggaan naar de Wet van 1996 is geen garantie voor een betere loonmarge. Denk maar aan de marge van 0,0% onder de regering Leterme-II in 2011 en de marge van 0,0% onder de regering Di Rupo in 2013 en 2014.

Het probleem zit in de Wet van 1996 zelf: oorspronkelijk was er een onderhandeling mogelijk op basis van het CRB-cijfer (voorgestelde loonmarge). Die soepelheid verdween in 2017. Maar al sinds 1996 is de wet gebaseerd op:

> de concurrentiële vergelijking van de Belgische lonen met die van de buurlanden teneinde de zogezegde ‘loonhandicap’ te verkleinen

> een maximale imperatieve loonnorm

> sancties in geval van niet-respecteren van de loonnorm

Er is wel een manier om van de loonblokkering af te geraken

Door de loonnorm echt indicatief te maken. Alleen via een indicatieve loonnorm krijgen we terug vrije loononderhandelingen. Op basis van het CRB-cijfer (voorgestelde loonmarge) moet een onderhandeling mogelijk zijn die uitmondt in een interprofessionele indicatieve loonmarge. Het is geen maximumplafond meer. Vervolgens kan er in de sectoren en de bedrijven een hogere loonsverhoging bekomen worden. Zonder dat men hiervoor gestraft kan worden. Dat is het voorstel van Marc Goblet en Raoul Hedebouw. Zij maakten een wetsvoorstel dat de Wet van 1996 aanpast op die belangrijke punten. Zie vergelijking in de tabel hieronder

Als we de Wet van 1996 wijzigen heeft dit geen impact op onze index en barema’s

Ten eerste raakt het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw niet aan de paragrafen in de Wet van 1996 die het hebben over de index en de barema’s.

Ten tweede zijn de index en de barema’s beschermd via sectorale akkoorden. Dat geeft ook het VBO toe. In hun strategie om de lonen onder druk te houden, willen ze eerst een wet erdoor krijgen die de automatische indexering schrapt en vervolgens de wet van 1996 afschaffen.

Het is mogelijk om een wet te wijzigen, ook als dat niet in het regeerakkoord staat

Er zijn talrijke voorbeelden van wetswijzigingen die zich niet aan het regeerakkoord houden.

De regering De Croo respecteert de uitstap uit kernenergie niet, ook al stond dit in het regeerakkoord. De regering Michel respecteerde de invoering van het puntenpensioen niet, ook al stond dit in het regeerakkoord. Het werd tegengehouden dankzij groot vakbondsprotest.

Als de regering onder druk staat van de massa, kan er veel veranderen.

 

Download de studie in pdf.

 

(1) Frank Vandenbroucke: “Ik denk nog altijd dat de regering-Michel die loonnormwet eigenlijk slecht heeft aangepakt. Eigenlijk een beetje kapot gemaakt en ook het draagvlak kapot gemaakt. Dat is jammer.” (De Zevende Dag, 1/5/22)

 

BIJLAGE: Vergelijking van de wetteksten

2. en 3. Berekening van de marge, loonsubsidies, kortingen op patronale bijdragen

Artikel

Wet van '96

Wijzigingen 2017

Wetsvoorstel Goblet-Hedebouw

Artikel 5

Jaarlijks brengt de Centrale Raad voor het bedrijfsleven (CRB), vóór 30 september, een technisch verslag uit over de maximale beschikbare marges voor de loonkostontwikkeling, op basis van de evolutie in de voorbije twee jaar evenals de verwachte loonkostontwikkeling in de referentie-lidstaten. Hierbij wordt een opsplitsing gemaakt tussen enerzijds de verwachte inflatie en anderzijds de ruimte voor reële loonsverhogingen.

§ 1. Om de twee jaar in de even jaren brengt de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB), voor 15 december, een verslag uit.

§ 2. Het eerste deel van het verslag wordt uitgebracht onder de verantwoordelijkheid van het secretariaat van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en betreft de maximaal beschikbare marges voor de loonkostenontwikkeling en de loonkostenhandicap.

§1. Om de twee jaar in de even jaren brengt de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB), voor 15 december, een verslag uit.

§2. Het eerste deel van het verslag wordt uitgebracht onder de verantwoordelijkheid van het secretariaat van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en betreft de beschikbare marges voor de loonkostenontwikkeling en het loonkostenverschil.

Artikel 6 §2

De maximale marge voor de loonkostontwikkeling houdt rekening met de loonkostontwikkeling in de referentie-lidstaten zoals deze verwacht wordt voor de komende twee jaar van het interprofessioneel akkoord,

De maximale marge voor de loonkostenontwikkeling bedoeld in paragraaf 1 bedraagt ten hoogste de maximaal beschikbare marge bedoeld in artikel 5, § 2.

Voor de berekening van de loonkostenhandicap houdt het secretariaat op het moment van die berekening geen rekening met de verminderingen van socialezekerheidsbijdragen van de taxshift 2016-2020 (…).

Bij iedere nieuwe beslissing na of bovenop de taxshift 2016-2020 om de werkgeversbijdragen te verminderen, wordt ten minste de helft ervan niet in rekening gebracht voor en op het moment van de berekening van de loonkostenhandicap. Dit deel van de verminderingen wordt daarentegen gebruikt om bij te dragen tot het wegwerken van de historische loonkostenhandicap.

Voor de berekening van de maximaal beschikbare marge bedoeld in het eerste lid houdt het secretariaat rekening met de vooruitzichten voor de loonkostenontwikkeling in de referentielidstaten in de twee volgende jaren. De volgende elementen worden door het secretariaat van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven ten opzichte van vooruitzichten voor de loonkostenontwikkeling in de buurlanden in mindering gebracht voor de berekening van de maximaal beschikbare marge :

- de geraamde indexeringen;

- een correctieterm;

- een veiligheidsmarge van 25 % van de resterende marge na toepassing van de verminderingen ten gevolge van de indexeringen en de correctieterm, met een minimum van 0,5 % .

(...)

Bij de in paragraaf 1 bedoelde marge voor de ontwikkeling van de loonkosten wordt rekening gehouden met de beschikbare marge bedoeld in artikel 5, § 2.

 

5. Maximale of indicatieve marge?

Artikel

Wet van '96

Wijzigingen 2017

Wetsvoorstel Goblet-Hedebouw

Artikel 6 §4

In geval van een akkoord tussen de regering en de sociale gesprekspartners wordt de maximale marge voor de loonkostontwikkeling vastgelegd in een binnen de Nationale Arbeidsraad gesloten collectieve arbeidsovereenkomst.

In geval van een akkoord tussen de regering en de sociale gesprekspartners wordt de maximale marge voor de loonkostontwikkeling vastgelegd in een binnen de Nationale Arbeidsraad gesloten collectieve arbeidsovereenkomst.

Te schrappen (het wetsvoorstel Goblet-Hedebouw voorziet in Artikel 7 een akkoord tussen de regering en sociale gesprekspartners, op basis van een indicatieve marge)

Artikel 7 §1

kan de Koning, bij in Ministerraad overlegd besluit, de maximale marge voor de loonkostontwikkeling,

legt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de maximale marge voor de loonkostenontwikkeling, vast

legt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de indicatieve marge voor de loonkostenontwikkeling, vast

Artikel 8 §1

De loonkostontwikkeling moet binnen de maximale marge blijven bedoeld in artikelen 6 en 7 met als minimum de indexering en de baremieke verhogingen.

De loonkostontwikkeling moet binnen de maximale marge blijven bedoeld in artikelen 6 en 7 met als minimum de indexering en de baremieke verhogingen.

De loonkostontwikkeling neemt de indicatieve marge als uitgangspunt met als minimum de indexering en de baremieke verhogingen.

Artikel 9 §1

De in artikelen 6 en 7 bedoelde marge voor de loonkostontwikkeling mag niet worden overschreden door overeenkomsten op intersectoraal, sectoraal, bedrijfs- of individueel niveau.

De in artikelen 6 en 7 bedoelde marge voor de loonkostontwikkeling mag niet worden overschreden door overeenkomsten op intersectoraal, sectoraal, bedrijfs- of individueel niveau.

De overeenkomsten op intersectoraal, sectoraal, bedrijfs- of individueel niveau houden rekening met de in de artikelen 6 en 7 bedoelde marge inzake loonkostenontwikkeling.

 

6. Boetes

Artikel

Wet van '96

Wijzigingen 2017

Wetsvoorstel Goblet-Hedebouw

Artikel 9

§ 1. De in artikelen 6 en 7 bedoelde marge voor de loonkostontwikkeling mag niet worden overschreden door overeenkomsten op intersectoraal, sectoraal, bedrijfs- of individueel niveau.

De werkgever die de bepalingen van het voorgaande lid niet respecteert, is gehouden een administratieve geldboete te betalen, die niet meer zal bedragen dan het dubbele van de overschrijding van de marge, bedoeld in de artikelen 6 en 7. De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de modaliteiten van de vaststelling en de inning van deze boete.

§ 1. De in de artikelen 6 en 7 bedoelde marge voor de loonkostenontwikkeling mag niet worden overschreden door overeenkomsten op intersectoraal, sectoraal, bedrijfs- of individueel niveau.

Aan de werkgever die de verplichting bedoeld in het eerste lid niet naleeft, kan een administratieve geldboete van 250 tot 5.000 euro worden opgelegd.
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers, met een maximum van 100 werknemers.

De artikelen 74 tot 91 en 111 tot 116 van het Sociaal Strafwetboek zijn van toepassing.

§ 1. De overeenkomsten op intersectoraal, sectoraal, bedrijfs- of individueel niveau houden rekening met de in de artikelen 6 en 7 bedoelde marge inzake loonkos- tenontwikkeling.

De door de Koning aangewezen ambtenaren oefenen toezicht uit op loonkostenontwikkeling op sectoraal niveau.