Patrice Lumumba

Op 17 januari is het zestig jaar geleden dat Patrice Lumumba, de eerste premier van het onafhankelijke Congo, werd vermoord. Lumumba is een symbool van de Congolese onafhankelijkheidsstrijd. In Afrika wordt hij in één adem genoemd met alle grote leiders van de strijd tegen het kolonialisme. Maar wie was Lumumba en waarom is hij zo belangrijk?

Patrice Lumumba wordt geboren in 1925. Eerst wordt hij bediende, later journalist. Hij is zoals de kolonisator het noemde een “évolué”, een Congolees die de “blanke manieren” heeft overgenomen.

In 1956 schrijft hij het boek “Congo, terre d’avenir, est-il menacé?” (Is Congo, land van de toekomst, bedreigd?). Daarin citeert hij de Belgische koning Boudewijn: “Belgen en Congolezen zijn allemaal burgers, zoals Walen en Vlamingen. Ze moeten samenleven in openhartige broederlijkheid.” Vier jaar later, onder invloed van andere Afrikaanse leiders en als reactie op de manifeste onwil van de Belgische koloniale autoriteit om de soevereiniteit van het Congolese volk te erkennen, stelt Lumumba vast dat er onder het kolonialisme geen sprake kan zijn van gelijkheid tussen Congolezen en Belgen. Hij wordt een vurig pleitbezorger van de onafhankelijkheid.

In realiteit is de kolonisatie immers het tegenovergestelde van wat Boudewijn zei. In de jaren 1950 bedraagt het gemiddelde loon van een blanke werknemer in Congo vijftig keer het gemiddelde loon van een Congolese werknemer. Van 1885 tot 1960 wordt Congo door de Belgische financiële elite beroofd van zijn natuurlijke rijkdommen, waarvoor het bijzonder weinig in de plaats krijgt. Bij de onafhankelijkheid zijn er welgeteld 16 Congolese universitairen en blijft het land achter met een infrastructuur die grotendeels gericht is op export.

 

Het kolonialisme tekent zijn doodsvonnis

In diezelfde jaren 1950 worden de kolonies in Afrika, Azië en Latijns-Amerika overspoeld door een antikoloniale emancipatiebeweging. In 1954 verslaan de Vietnamese communisten het Franse leger. Van 1954 tot 1962 voert de Algerijnse bevolking een voor de Franse kolonisator uitputtende bevrijdingsoorlog, die ze uiteindelijk ook zal winnen. Op 1 januari 1959 verjagen de Cubanen de dictator die het land in opdracht van de VS regeerde. De Sovjet-Unie wint na de Tweede Wereldoorlog veel prestige en steunt overal de strijd voor dekolonisatie.

Na 80 jaar bezettingsregime begint, onder invloed van de antikoloniale strijd elders in de wereld, ook in Congo het verzet. Op 4 januari 1959 betogen duizenden Congolezen in Leopoldstad (vandaag Kinshasa) voor onafhankelijkheid. De betoging is een groot succes maar eindigt in een bloedbad. De regering in Brussel, die een jaar later zal laten schieten op Belgische betogers tegen de eenheidswet, beveelt de repressie. Twee dagen lang gaan de ordetroepen tekeer. Ze doden 300 betogers. Het koloniaal systeem tekent hiermee zijn doodvonnis. Het nieuws gaat heel het land rond. Overal wordt de koloniale administratie geboycot, belastingen worden niet meer betaald. Het jaar 1959 staat in het teken van de revolte.

De Belgische regering laat ook in eigen land schieten op de werkende bevolking. In 1961 worden vier betogers tegen de Eenheidswet doodgeschoten. (Foto Amsab)


Historische speech

Hierdoor opgeschrikt, kondigt de Belgische kolonisator begin 1960 de eerste nationale verkiezingen aan. Die moeten al in mei moeten worden georganiseerd en zouden de onafhankelijkheid mogelijk moeten maken. Door op zeer korte tijd verkiezingen te organiseren, hoopt de regering van Gaston Eyskens dat vooral politici verkozen zullen worden die trouw en gehoorzaam zijn aan de koloniale overheid. Op die manier hoopt Brussel in de praktijk de macht in handen te houden, gecamoufleerd door een vormelijke onafhankelijkheid. Het draait echter volledig anders uit: de alliantie van partijen rond Lumumba behaalt een meerderheid in de Kamer, 71 van 137 zetels. In de senaat haalt dezelfde alliantie twee zetels te weinig om een meerderheid te halen, 23 van de 84 senatoren worden immers niet rechtstreeks verkozen, het zijn lokale hoofden die meestal goed hebben samengewerkt met de kolonisator.

Lumumba wordt verplicht een coalitie te vormen. Zijn rivaal Kasavubu, gesteund door de Belgische regering, wordt president. Lumumba zelf wordt eerste minister. Op de dag van de onafhankelijkheid, 30 juni 1960, houdt koning Boudewijn een toespraak waarin hij het “beschavingswerk” dat door zijn overgrootvader Leopold II werd gestart, volop roemt. Lumumba antwoordt daarop met een historische speech die vertolkt wat er bij het Congolese volk leeft. Hij omschrijft het koloniale regime als een “vernederende slavernij” en herinnert aan het racisme en de brutale onderdrukking van elk verzet.

 

Lumumba wordt afgezet

Al snel wordt duidelijk dat de Belgische kapitaalgroepen geen echt onafhankelijke Congolese regering dulden. In een vertrouwelijke nota van de Economische Ronde Tafel, die de hogere politieke en economische Belgische milieus verenigt, lezen we: “Eens Congo onafhankelijk is, zal het ons om economische hulp moeten vragen. Dat zet ons in een voordelige onderhandelingspositie, zowel wat geld als mensen betreft.” Het komt er dus op aan de belangen van de Belgische kapitaalgroepen te verdedigen.

Tien dagen na de onafhankelijkheid krijgt de regering Lumumba al te maken met een aanval van tienduizend Belgische soldaten op de havenstad Matadi, nadat de Belgische generaal Janssens rellen heeft uitgelokt in de hoofdstad. Op 11 juli roept de rijke provincie Katanga de onafhankelijkheid uit, met Belgische militaire steun en onder impuls van Union Minière (vandaag Umicore). Katanga is zowat het bolwerk van deze Belgische multinational.

Na twee maanden verzet tegen deze Belgische heroveringsoorlog, wordt eerste minister Lumumba door president Kasavubu afgezet, op aandringen van diens Belgische raadgevers. Lumumba verzet zich hiertegen. Vervolgens wordt ook de president opzij gezet door kolonel Mobutu en vervangen door een college van commissarissen. Mobutu zal met de hulp van de VS en België heel de Lumumbistische beweging met militair geweld uitschakelen en vijf jaar later een dictatuur installeren die dertig jaar zal aanhouden.

Door Mobutu te steunen, verkrijgen de VS een stevig steunpunt in het centrum van Afrika, dat ze heel de koude oorlog zullen benutten in de strijd tegen linkse bevrijdingsbewegingen in zuidelijk Afrika en vooral in buurlanden Angola en Rhodesië (vandaag opgesplitst in Zambia en Zimbabwe). De VS zullen gedurende de dertigjarige Mobutu-dictatuur België overschaduwen als de echte neokoloniale meesters van het land. Maar Belgisch premier Wilfried Martens zal in maart 1981 nog zeggen: “Ik hou van dit land, zijn volk en zijn leiders.”

 

Uitgeleverd en vermoord

Lumumba krijgt huisarrest en vlucht op 27 november 1960 naar Stanleyville (het huidige Kisangani), 2300 kilometer landinwaarts. Daar bevinden zich het deel van het nationale leger – ruim de helft – dat trouw is gebleven aan de centrale regering en ook de meeste van zijn medestanders. Onderweg wordt hij aangehouden door soldaten van Mobutu.

Mobutu beslist, op aandringen van Belgische en Amerikaanse raadgevers, om Lumumba uit te leveren aan de leiders van de afgescheiden provincie Katanga, met het doel hem daar te laten executeren. Dat gebeurt op 17 januari 1961, in aanwezigheid van Belgische officieren. De betrokkenheid van Belgische verantwoordelijken, tot op het hoogste niveau, wordt in 2000 bevestigd door een parlementaire onderzoekscommissie. In haar conclusies is de commissie evenwel voorzichtig genoeg om geen directe verantwoordelijken aan te duiden maar eerder te spreken in termen van een “morele verantwoordelijkheid van de Belgische staat”. Nochtans duiken in het onderzoek naar de moord op Lumumba veel bekende namen op, onder meer uit dezelfde reactionaire milieus die tien jaar eerder de Belgische communist Julien Lahaut lieten vermoorden: Pierre Wigny, Albert De Vleeschauwer en André Moyen.

Lumumba en zijn idealen om van Congo een sterk, onafhankelijk en welvarend land te maken, blijven tot vandaag een belangrijke inspiratiebron. Niet alleen voor De Congolezen zelf maar voor iedereen die het recht op onafhankelijkheid voor alle volkeren tot de mensenrechten rekent.

 

Uit de toespraak van Lumumba op 30 juni 1960:

Mannen en vrouwen van Congo, strijders van de vrijheid die we vandaag winnen, in naam van de Congolese regering groet ik u. (…) We hebben deze onafhankelijkheid enkel door strijd veroverd (…). Die strijd was nobel, rechtvaardig en onontbeerlijk om een einde te maken aan de vernederende slavernij die ons met geweld was opgelegd. (…) Wij hebben spot, beledigingen, slagen gekend die we ‘s ochtends, ‘s middags en ‘s avonds moesten ondergaan, omdat wij ‘negers’ waren. (…) Wie zal ooit de slachtingen vergeten waarbij zo velen van onze broeders omkwamen, de cellen waarin degenen werden geworpen die weigerden zich aan een regime van onderdrukking en uitbuiting te onderwerpen. (…) Samen zullen wij sociale rechtvaardigheid vestigen en ervoor zorgen dat iedereen een rechtvaardige vergoeding voor zijn arbeid ontvangt.”

 

 

Volg de PVDA op de voet