Foto Romain / Flickr

Als je de magere argumenten tegen een echte vermogensbelasting op de grote fortuinen leest, lijkt het wel alsof de politici in België nog altijd grote aanhangers zijn van Colbert, de Franse minister van Financiën in de 17de eeuw, die aan Koning Lodewijk XIV zei: “Sire, laten we de armen belasten, zij zijn met veel meer”.

“Laat de rijken de crisis betalen?”. Met deze vraag titelt Bart Van Craeynest, de hoofdeconoom van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka, zijn opiniestuk in De Tijd van 12 mei. Even verder in zijn artikel is zijn antwoord al snel een dikke “neen”. Zijn argumenten? Het eeuwige, vage ‘er is in België al zo’n hoge belastingdruk op kapitaal’.

Vaag, want als je zegt dat kapitaal zwaar belast wordt, dan heb je nog helemaal niks gezegd. Over welk kapitaal heb je het? En vooral, over welke kapitaalbezitters heb je het? En gaat het over belasting op kapitaal of belasting op inkomsten uit kapitaal? Deze essentiële vragen komen niet ter sprake in de column van dhr. Van Craeynest. Hij komt niet verder dan één enkel percentage, dat hij zou opgediept hebben in Europese statistieken, namelijk dat de totale belastingdruk op kapitaal in België 39,8% bedroeg in 2018. Komt deze povere argumentatie voort uit intellectuele luiheid? Of is die vooral bedoeld om een ongemakkelijke realiteit te verbergen?

Bij een belasting op grote vermogens, is de echte vraag : betaalt de kleine minderheid van zeer rijke Belgen belastingen in verhouding tot hun – gigantische – middelen? Om die vraag te beantwoorden, kijken we even naar de verschillende belastingen die van ver of van dichtbij lijken op belastingen op kapitaal. En vooral wie ze betaalt.

Roerende voorheffing – Dit is de belasting die wordt geheven op financiële inkomsten (voornamelijk rente en dividenden). Maar de allerrijksten betalen die voorheffing niet. Zij bouwen hun vermogen op in patrimoniumvennootschappen en die genieten van vrijstelling van belasting op dividenden (het stelsel van de “definitief belaste inkomsten”). Een kleine gepensioneerde met enkele financiële beleggingen betaalt 30%, terwijl grote kapitalisten zoals de Spoelberch, Frère, Bertrand en anderen nul euro roerende voorheffing betalen.

Registratierechten – Dit is een vorm van belasting op onroerend kapitaal die je betaalt als je een woning koopt. Aangezien de meerderheid van de Belgische bevolking een eigen woning bezit, is het typisch een belasting die iedereen treft en niet beperkt is tot de superrijken.

Onroerende voorheffing – Net als registratierechten is dit een belasting die de meerderheid van de bevolking betaalt. Met name wanneer men een huis bezit. Ze treft dus zeker niet enkel de multimiljonairs. Meer nog. Dikwijls komen die er goedkoper vanaf omdat het kadastraal inkomen in de betere buurten over het algemeen lager is. En rijke gemeenten hanteren  een veelal lager tarief voor de roerende voorheffing.

Successierechten – In theorie zou deze belasting de rijksten harder moeten treffen omdat het tarief afhangt van de grootte van de erfenis. Maar wat gebeurt er in de praktijk. De allerrijksten doen aan “successieplanning”. Dat is een “legale” manier om aan de successierechten te ontsnappen.

Vennootschapsbelasting – Sommigen zien deze belasting als een belasting op kapitaal. Daar valt iets voor te zeggen. Maar in tegenstelling tot andere belastingen, gaat het tarief hiervan al jaren in dalende lijn. In het begin van de jaren ’80 bedroeg het basistarief 48% en de hoogste winsten werden onderworpen aan een speciale aanvullende belasting. Dat leidde tot een totaal tarief van meer dan 50%. Vandaag bedraagt dat tarief nog 25%. Officieel. Want u weet dat de poetsvrouw van een multinational meer belasting betaalt dan de multinational zelf. Fiscale achterpoorten laten hen toe bijna geen belastingen te betalen.

In feite betaalt iedereen deze belastingen. Als je echt op het grote geld mikt, is er één logische manier: voer een belasting in die specifiek gericht is op dat kleine deel van de bevolking dat superrijk is. Dat gebeurt met het PVDA-wetsvoorstel om een solidaire coronataks op multimiljonairs in te voeren. Deze eenmalige belasting van 5% wil de coronacrisis aanpakken en slaat alleen op vermogens van meer dan 3 miljoen euro. Het gaat dus om minder dan 2% van de bevolking. De 98% van de bevolking die niet zo rijk is, betaalt niets.

Die multimiljonairs kunnen dat zeker betalen. Uit een nieuwe studie van de Nationale Bank blijkt dat het nettovermogen (de bezittingen min de schulden) van de Belgische gezinnen is gedaald, behalve voor de 20% rijkste gezinnen. Hun vermogen nam toe. En de toename van het vermogen van de 1% rijksten – of zelfs de 0,01% megarijken – is waarschijnlijk nog straffer. Dat blijkt alvast uit de evolutie van het aantal miljardairs. In 2000 publiceerde journalist Ludwig Verduyn voor het eerst een lijst van de top 200 van de Belgische fortuinen. Daar stond één miljardairsfamilie tussen. Vandaag zijn dat er al 27. Zij alleen al hebben een gezamenlijk fortuin van 104 miljard euro. Als je zo’n berg rijkdom ziet, lijkt het wel alsof de politici in België nog altijd grote aanhangers zijn van Colbert, de Franse minister van Financiën in de 17de eeuw, die aan Koning Lodewijk XIV zei: “Sire, laten we de armen belasten, zij zijn met veel meer”.


Schrijf als eerste een reactie

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.

We hebben jouw steun nodig