“GAS-boetes voor mensen die opkomen tegen een genocide? Die gaan wij niet betalen”
De voorbije weken kregen tientallen actievoerders van de Antwerpse Coalitie voor Palestina een GAS-boete van 50 euro in de bus. Reden? Ze namen eind vorig jaar deel aan vreedzame maandagacties. Onder de beboeten bevinden zich opvallend veel mandatarissen van onze partij, onder wie Peter Mertens (federaal parlementslid en gemeenteraadslid), gemeenteraadsleden Manal Toumi, Ben Van Duppen, Farid Darmach en Anne Delespaul, en Vlaams parlementslid Jos D’Haese.
Tijdens de meest recente gemeenteraad trok Peter Mertens fel van leer tegen wat hij een “juridisch offensief” noemt. Met de bewuste brief in de hand sprak hij de burgemeester en het stadsbestuur direct aan: “Burgemeester, ik heb een brief gekregen van het stadsbestuur. Een aangetekende brief zelfs. Ik heb ze hier bij me. Ik heb blijkbaar iets serieus mispeuterd.”
De feiten waarvoor Peter Mertens en vele anderen beboet worden, zijn volgens het proces-verbaal het “deelnemen aan een manifestatie”, het “zijn in de menigte” en het “meeroepen van leuzen en zingen van liederen”.
Peter Mertens reageert scherp op deze absurde beschuldiging: “In Antwerpen kan je dus een boete krijgen omdat je protesteert tegen een genocide. Omdat je deelneemt aan een manifestatie en leuzen roept. Omdat je liederen zingt. Daarvoor word je in deze stad beboet.”
Van de Suikerrui naar het “juridisch offensief”
De acties van de Antwerpse Coalitie voor Palestina vinden al sinds 14 juli elke maandagavond plaats. Wat begon als een protest tegen de Israëlische vlag aan het stadhuis, groeide uit tot een brede beweging met vijf duidelijke eisen aan het stadsbestuur.
Maandenlang verliepen deze acties vreedzaam op de Suikerrui, tot burgemeester Van Doesburg (N-VA) ze op 15 september plots verbande naar het afgelegen Steenplein. Volgens de beweging was dit een bewuste strategie om het protest te laten “doodbloeden” door actievoerders letterlijk “tegen de Schelde te laten roepen”.
Toen de coalitie op 29 september, tijdens een gemeenteraad, opnieuw gehoord wilde worden aan het stadhuis zelf, reageerde de stad met repressie. Hoewel de actie vreedzaam verliep, werd de weigering voor de Grote Markt pas op de dag zelf gecommuniceerd.
De weken daarop stuurde het stadsbestuur steeds grotere politie-aanwezigheid af op de betogers. Die intimidatie escaleerde begin november toen de politie het waterkanon en traangas inzette tegen de vreedzame betogers. De huidige golf van GAS-boetes is een volgende stap in het intimideren van burgers.
Plicht als volksvertegenwoordiger
Peter Mertens benadrukte in zijn interpellatie dat de beboete verkozenen simpelweg hun werk deden. “Wij worden hier allemaal geacht de Antwerpenaar te vertegenwoordigen”, aldus Peter Mertens. “Wanneer er mensen aan de voordeur van ons stadhuis hun recht op protest uitoefenen, is het minste wat je kan doen toch eens naar hen gaan luisteren? Het is onze plicht als gemeenteraadsleden om de burger te betrekken.”
Terwijl het stadsbestuur actievoerders criminaliseert, weigert het elke concrete actie tegen de genocide, zoals het verbreken van banden met Israëlische bedrijven die spyware of wapens leveren aan de Antwerpse politie.
Wij gaan de boetes alvast massaal aanvechten. En ook de Antwerpse Coalitie voor Palestina liet al weten dat van plan te zijn. We beroepen ons daarbij op het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat stelt dat vreedzame manifestanten niet gestraft mogen worden, zelfs als een manifestatie formeel niet toegelaten was. De boodschap is duidelijk: de intimidatie zal de solidariteit met Gaza niet stoppen.