We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

De ontvoering van een president: macht en zwakte van Washington

Washington sleept een president uit zijn paleis—niet op een filmset, maar in een soeverein land. Die brutaliteit verraadt zowel angst als zwakte. Angst: de vrees dat China de greep op Latijns-Amerika versterkt. Zwakte: wie zijn wil niet meer diplomatiek kan opleggen, grijpt naar ontvoering als geopolitiek instrument.

woensdag 7 januari 2026

Een jonge vrouw op een actie tegen de Amerikaanse inval in Venezuela. Ze draagt een boodschap mee: “Nee tegen de VS-oorlog tegen Venezuela”

door Peter Mertens,
algemeen secretaris PVDA

Een zittende president ontvoeren en uitleveren aan een buitenlandse rechtbank: dát is wat Washington nu openlijk doet. Niet in een Hollywoodfilm, maar in een soeverein land. Met bommenwerpers, gevechtsvliegtuigen, inlichtingentoestellen, drones, helikopters en elite-eenheden die ’s nachts toeslaan in het hart van Caracas. Dit is geen “escalatie”, dit is een terugkeer naar het gangsterimperialisme van de 19de eeuw: met bruut geweld afdwingen wat je diplomatiek niet meer krijgt.

De VS voerde een operatie uit die het Pentagon eufemistisch “extractie” noemt: een ontvoering. Bombardementen op luchtverdedigingsbases en militaire installaties fungeerden als rookgordijn. Het echte doel lag elders: Nicolás Maduro en zijn vrouw in handen krijgen, wegvoeren, tentoonstellen als trofee, zonder enig mandaat van de Verenigde Naties.

Wie die piraterij normaliseert, begraaft het internationaal recht. Want als het hier mag, waarom zou het elders niet mogen? Als het “normaal” wordt dat een grootmacht een president uit zijn paleis sleept en over de oceaan transporteert, dan blijft er van het VN-Handvest niets meer over dan papier. Dan geldt één wet: de wet van de sterkste. En in zo’n wereld is niemand veilig.

Het VN-Handvest verbiedt de dreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit van een lidstaat. Punt. Er bestaat geen “maar”, ook niet voor grootmachten. Zonder dat fundament valt alles uiteen: staten voeren oorlog zodra ze botsen, alle regels vallen weg, en je krijgt een wereld van falende staten, krijgsheren, losgeslagen grootmachten en een permanente staat van geweld en chaos.

Dit is bovendien niet enkel een aanval op Venezuela. Dit is een aanval op het principe dat landen met verschillende systemen, belangen en culturen toch vreedzaam kunnen samenleven. Als je dat principe sloopt, krijg je geen “orde” maar chaos. Een permanente oorlogstoestand.

Geen totale invasie, uit schrik voor gewapende volksmilities

De operatie was geen klassieke bezettingsinvasie zoals we die kennen uit de vorige eeuw. Geen Panama met jarenlange bezetting, geen Grenada, geen Dominicaanse Republiek. Washington koos voor een andere vorm: een gerichte aanval met een uitgesproken politiek doel. Dat maakt het niet minder ernstig, integendeel.

Belangrijk is dus ook wat dit níét was: geen grootschalige inval die een land stap voor stap onder militair bestuur plaatst. Het was “iets anders”: een combinatie van hightech geweld, het lamleggen van defensiecapaciteit en vervolgens een raid met elite-eenheden. De logica erachter is even eenvoudig als brutaal: onthoofd de leiding, breek de keten van bevel en gehoorzaamheid, zaai paniek en dwing capitulatie af. Zo wil men de buit binnenhalen zonder verstrikt te raken in een langdurige bezettings- of guerrillaoorlog.

Waarom die keuze? Omdat een totale invasie het risico draagt op een kostelijke oorlog zonder uitweg. Venezuela is niet “Syrië of Libië”: het land is homogener en de staatsstructuur robuuster, met een reëel vermogen om te blijven functioneren onder druk. Bovendien is er reële volksmobilisatie: Venezuela’s oproep om de Bolivariaanse milities uit te breiden leidde tot meer dan acht miljoen burgers die zich bewapenden. Dat is een krachtige afschrikking tegen een grondoorlog.

Feit blijft: zelfs met de illegale kidnapping van president Maduro, heeft Washington Venezuela nog niet onder controle. De chavisten behouden de macht, en de strategische hefbomen– territorium, instellingen, grondstoffen – blijven in handen van het officiële staatsapparaat. Er ontstaat geen machtsvacuüm waarin men vlot een marionet kan installeren.

Op straat zie je voorlopig evenmin het beeld van een land dat in elkaar klapt: geen gevechten tussen militaire facties, geen rebellie, geen blokkades zoals in 2014 en 2017. De zichtbaarste mobilisaties zijn steunbetuigingen aan het chavisme. Wat wél groeit, is onzekerheid. Mensen slaan voedsel en basisgoederen in; gezinnen proberen zich te beschermen tegen wat nog komt. Dat is vaak het eerste sociale effect van een geopolitieke schok: angst, niet “bevrijding”.

Geen geloofwaardige VS-marionet voorhanden

Met de ontvoering van Maduro hoopte Washington dat er overloperij zou komen, dat regeringsleden tegen elkaar zouden kunnen worden opgezet, dat generaals beginnen te twijfelen, dat men elkaar beschuldigt van “verraad”, dat de boel implodeert.

Maar precies daar ligt de achilleshiel van Washington: er is geen lokale actor met voldoende massabasis én slagkracht om het land over te nemen in dienst van de VS. Venezuela is geen land waar je zomaar een exportproduct van regime change kunt droppen. Het heeft veel meer politieke, culturele en territoriale samenhang dan de staten die Washington eerder in brand zette.

Trump zelf durfde geen “legitieme oppositieleider” uitroepen, zoals hij wel nog had gedaan in 2019. Integendeel: hij kleineerde oppositieleidster María Corina Machado die jarenlang als Washingtons favoriet door het leven ging. Zijn oordeel was politiek veelzeggend: volgens Trump heeft Machado “niet de steun” en “niet het respect” in eigen land. Dat zegt alles: Trump weet dat een marionet van de VS noch door de bevolking, noch door het leger aanvaard zal worden. Dus probeert hij iets anders: de VS zal de “transitie” zelf beheren, als een soort kolonie.

Olie ja, democratie nee

Trump deed na de raid iets wat westerse leiders normaal proberen te verhullen: hij maakte duidelijk waarover het gaat. Niet over “democratie”, niet over “mensenrechten”, niet over “humanitaire noden”. Het gaat over macht en buit.

Op zijn persconferentie was Trump gewoon duidelijk: het gaat om de toegang tot ’s werelds grootste bekende oliereserves, geopolitieke controle over de hele regio, en het blokkeren van rivalen China en Rusland uit de hele westelijke hemisfeer. “Onze olie, onze achtertuin, onze hemisfeer”, Trump windt er geen doekjes rond. Om belangen, controle en grondstoffen veilig te stellen is alles toegelaten.

Geen wonder dat de Israëlische genocide-premier Benjamin Netanyahu en de Argentijnse extreemrechtse leider Javier Milei applaudisseerden van contentement, en de oorlogsschendingen “historisch” en “baanbrekend” noemden.

De aanval op Venezuela draaide niet om drugs, mensenrechten of democratie, maar om één doel: verhinderen dat de Venezolaanse oliereserves definitief buiten Amerikaanse controle zouden vallen en richting het BRICS-systeem zouden schuiven. 

Venezuela zit op ongeveer 303 miljard vaten ruwe olie: de grootste bewezen reserves ter wereld, goed voor ongeveer 17 procent van de wereldreserves. De inzet is duidelijk: wie Venezuela controleert, beheerst een strategische reserve in een wereld waar energie nog altijd macht betekent. Washington heeft die olie niet per se fysiek nodig, maar wil vooral voorkomen dat deze reserves in Chinese handen komen of blijven. Chinese bedrijven hebben vandaag al miljarden vaten Venezolaanse olie geclaimd, olie die nog in de grond zit en pas over jaren volledig zal worden geëxploiteerd. Trump wil nu verzekeren dat die toekomstige productie onder controle komt van Amerikaanse concerns.

De Monroe-doctrine: het westelijk halfrond als jachtterrein

Wat de Verenigde Staten nu doen, is niets anders dan wat ze zelf in hun National Security Strategy (november 2025) schrijven: het westelijk halfrond moet opnieuw een exclusieve invloedssfeer worden. In dat document wordt de Monroe-doctrine expliciet gereactiveerd: de totale controle over het westelijk halfrond, van Kaap Hoorn in Patagonië tot aan de Groenlandse ijskap. Niet omdat Washington “bezorgd” is, maar omdat het zijn rivalen buiten wil houden. Elk land dat zijn relaties diversifieert – handel met China, samenwerking met Rusland, investeringen uit het Zuiden – wordt verdacht gemaakt, gesanctioneerd, bedreigd.

Die logica is oud, maar de tegenstander is nieuw. Waar de oorspronkelijke Monroe-doctrine (1823) bedoeld was om Europese imperia buiten te houden, richt de hedendaagse versie zich vooral op China, en in mindere mate Rusland. Venezuela komt daarbij onvermijdelijk in beeld: niet alleen om zijn energie en grondstoffen, maar ook omdat het een symbool is van een regio die zich minder wil vastketenen aan één macht.

Tegelijk groeide China’s rol in de regio door handel en investeringen in infrastructuur. De goederenhandel tussen China en Latijns-Amerika steeg van ongeveer 14 miljard dollar per jaar in 2000 naar 500 miljard dollar in 2024; China is intussen de belangrijkste handelspartner van Latijns-Amerika.

Die toename geeft landen extra ruimte: meer afzetmarkten, meer keuze, en dus ook meer onderhandelingsmarge. Beijing koppelt dat steeds vaker aan samenwerking en financiering: op het China–CELAC-forum, een overlegplatform met Latijns-Amerika en de Caraïben, werd bijna 10 miljard dollar aan kredietlijnen in yuan aangekondigd, een signaal dat handel en investeringen ook buiten de dollar kunnen worden georganiseerd. En de logistiek volgt: een directe scheepvaartroute tussen Guangzhou en Chancay (Peru), een haven aangelegd door China, moet transport goedkoper maken en de vaartijd verkorten. Voor Venezuela is China ook van belang voor het herstel van de olie-infrastructuur. Vorige zomer beloofde een Chinees bedrijf nog één miljard dollar te investeren in het herstarten van raffinaderijen en ontwikkelen van nieuwe bronnen.

Voor Washington is precies dát het probleem: elke extra economische optie in de regio verkleint de Amerikaanse hefboom. Daarom verhardt de toon niet alleen tegenover Venezuela, maar ook als waarschuwing aan anderen –Mexico, Colombia, Brazilië, Cuba, Nicaragua – en zelfs richting Denemarken over Groenland. Trump wil iedereen in de regio laten voelen: “Als wij het willen, halen we je uit je paleis.” Dat is niet alleen intimidatiepolitiek; het is gewoon maffialogica op wereldschaal.

“We zullen nooit meer een kolonie zijn, van welk rijk dan ook”

Trumps aanval op Venezuela toont ook zijn zwakte. Zeker, de militaire macht van de warlords in het Pentagon is gigantisch, en voorlopig onaantastbaar in de wereld. Toch boezemt de opkomst van nieuwe economische machten – vooral China – Washington angst in. Bovendien ziet ook de interne economische en sociale situatie in de VS er allesbehalve rooskleurig uit. Dat maakt dat Trump steeds vaker naar militair geweld grijpt: sinds zijn aantreden een jaar geleden liet hij al zeven verschillende landen bombarderen, naast de bombardementen op boten in de Caraïbische zee en de Stille Oceaan.

De ontvoering van Maduro lijkt spectaculair, maar Washington haalt zijn slag niet volledig thuis. De ontvoering moest een “breuk” veroorzaken, maar die is er vooralsnog niet gekomen. De Venezolaanse regering blijft op post, het leger blijft loyaal, de staatsstructuur functioneert. Het is niet onmogelijk dat Washington alsnog een trap verder gaat op de escalatieladder. Als men geen binnenlandse opstand kan produceren, zal men verder proberen om het dagelijks leven te breken door de economie te wurgen met sancties en blokkades, door sabotage van kritieke infrastructuur, door nieuwe bombardementen en interventies om strategische olievelden te controleren.

Intussen houdt Trump de sancties op Venezolaanse olie in stand als hefboom om Caracas tot volledige toegevingen te dwingen. Aan interim-presidente Delcy Rodríguez laat hij verstaan dat de boodschap duidelijk was: wie Maduro’s koers wil voortzetten, moet weten dat hem of haar “hetzelfde kan overkomen”.

Interim-presidente Rodríguez lijkt niet onder de indruk. Ze veroordeelde de Amerikaanse piraterij en eiste de onmiddellijke vrijlating van Nicolás Maduro en zijn echtgenote Cilia Flores. “Er is maar één president in dit land,” zei ze, “en dat is Nicolás Maduro.” “We zullen nooit meer een kolonie zijn van welk rijk dan ook”, voegde ze eraan toe.

Europa: stilte is medeplichtigheid

In hun nieuwe Veiligheidsstrategie wil de VS ook elke vorm van regionale integratie saboteren. Washington ziet landen die zich aaneensluiten en met één stem spreken als een directe bedreiging voor de Amerikaanse dominantie. Daarom probeert het al jaren projecten zoals de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten (CELAC) te verzwakken: door landen tegen elkaar uit te spelen, druk uit te oefenen, en extreemrechtse bondgenoten te ondersteunen van Argentinië tot Bolivia.

Datzelfde recept wordt nu ook op Europa losgelaten – openlijk, zonder schaamte staat het in de nieuwe Veiligheidstekst. De inzet is duidelijk: zo weinig mogelijk Europese Unie, en in de plaats daarvan zo veel mogelijk bilaterale deals met afzonderlijke landen, stuk voor stuk makkelijker te chanteren, te isoleren en te onderwerpen. Wie bereid is zich te schikken, krijgt toegang en privileges; wie dwarsligt, wordt gestraft. Om die verdeeldheid te verdiepen, worden extreemrechtse krachten steeds nadrukkelijker gepamperd en opgewaardeerd – denk aan de openlijke steun aan de AfD in Duitsland.

Dit alles is tegelijk een symptoom van Amerikaanse zwakte. Wie zeker is van zijn hegemonie, hoeft geen president uit zijn paleis te slepen, hoeft geen vicepresidenten naar extreemrechtse meetings in Duitsland te sturen, hoeft geen Navo-leiders aan te stellen die je schoenen poetsen en “daddy” zeggen. Het is precies omdat Washington zijn greep voelt verslappen – door de opkomst van China, door verschuivende handelsroutes, door landen die hun opties diversifiëren – dat het steeds sneller en harder overgaat tot spektakelpolitiek en spektakelgeweld. Allemaal om hard te roepen: “Wij beslissen hier nog altijd.”

Europa kan zich niet verschuilen achter semantiek. “De-escalatie” zeggen terwijl je zwijgt over de misdaad is geen diplomatie, het is medeplichtigheid. Als Europese leiders internationaal recht selectief toepassen – hard voor rivalen, zacht voor bondgenoten – ondergraven ze het enige schild dat kleinere landen beschermt, inclusief henzelf. De prijs daarvan is voorspelbaar: meer chantage, meer sanctiepolitiek, meer geweld als onderhandelingsmethode. Groenland is het volgende aangekondigde slachtoffer van die onderdanigheid.

Er blijft dus maar één keuze over: ofwel normaliseren we piraterij als staatsleer, ofwel trekken we een rode lijn. Veroordeel de ontvoering. Verdedig de soevereiniteit van landen, ook als hun regering je niet bevalt. Maak van het VN-Handvest opnieuw een grens, geen voetnoot. Want zodra het “mag” in Caracas, is de vraag niet óf het elders gebeurt, maar wanneer.