We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Plug Power zet investering in Antwerpse haven stop: opnieuw een symptoom van een kapitalistisch systeem dat vastloopt

Het bedrijf Plug Power kondigt aan dat het zijn investeringsproject van 400 miljoen euro in waterstof in de haven van Antwerpen stopzet. Het is niet de enige industriële investering in ons land die in het water valt. En ook elders in Europa zien we het fenomeen. Hoe valt deze terugval van investeringen te verklaren? En vooral: hoe kan de trend worden omgebogen?

donderdag 20 augustus 2026

Een bio-waterstoffabriek

door Benjamin Pestieau (adjunct-algemeen secretaris PVDA) en
Max Vancauwenberge (voorzitter PVDA Oost-Vlaanderen), 
beiden gespecialiseerd in thema's rond industrie.
 

In 2023 reikte Flanders Investment & Trade (FIT) nog de prijs van ‘Foreign Investor of the Year’ (Buitenlandse investeerder van het jaar) uit aan het Amerikaanse bedrijf Plug Power. De prijs bekroonde het investeringsproject van het bedrijf in de Antwerpse haven, op de site van de voormalige Opel-fabriek. FIT stelde de toekomstige fabriek toen voor als een van de grootste productiesites voor groene waterstof in Europa, die de energietransitie moest versnellen en moest bijdragen om de economie koolstofarmer te maken.1

Het project zou goed zijn voor een investering van 350 tot 400 miljoen euro, een vermogen van 100 MW en een productie van tot 12.500 ton waterstof per jaar. De bedoeling was onder meer om de zware industrie en de chemiesector in het enorme industriële cluster van de Antwerpse haven van energie te voorzien. Groene waterstof is een van de pijlers voor de ontwikkeling van een klimaatvriendelijke chemiesector.

Drie jaar later lezen we in de pers dat de investering die Plug Power de onderscheiding opleverde, stilligt.2 Het bedrijf heeft de volledige 13,6 miljoen euro die al in het project was geïnvesteerd, afgeschreven. Als reden verwijst het naar ‘onzekerheid over de economische haalbaarheid’. Plug Power behoudt zijn concessie van dertig jaar in de haven en een kleinere installatie wordt formeel niet uitgesloten, maar de grote investering die in 2022 werd aangekondigd, ligt in de praktijk stil.

Geen alleenstaand geval

Dit is geen alleenstaand incident. Engie en Carmeuse hebben hun grote waterstofproject in Charleroi afgeblazen.3 Begin 2024 trok het consortium Power-to-Methanol de stekker uit zijn project in Antwerpen.4 Het geplande waterstoffabriekproject van DEME en PMV in Oostende is nooit verder gekomen dan de aankondiging. Bekaert heeft zijn investering in de productie van een onderdeel voor elektrolysers5 opgeschort. Cummins kondigde de sluiting aan van zijn fabriek voor elektrolyse-installaties in Oevel.6

En het probleem beperkt zich lang niet tot België. Ook het Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulatoren, ACER, komt op Europees niveau tot precies dezelfde vaststelling: de Europese waterstofmarkt blijft ver achter bij de ambities voor 2030. Verschillende grote projecten zijn afgeblazen en grote bedrijven hebben hun ambities op het vlak van decarbonisering naar beneden bijgesteld.7

In juli 2025 beschikte de Europese Unie over slechts 600 MW aan geïnstalleerde elektrolysecapaciteit, aangevuld met 3 GW in ontwikkeling. Dat is bijzonder weinig in vergelijking met de Europese doelstelling van 40 GW tegen 2030 en de gezamenlijke doelstellingen van de lidstaten, die uitkomen op 48 tot 54 GW. ACER stelt uitdrukkelijk dat het huidige tempo niet volstaat om die doelstellingen te halen.8

Het knelpunt elektriciteit

Groene waterstof wordt geproduceerd door hernieuwbare elektriciteit te gebruiken om water via elektrolyse te splitsen in waterstof en zuurstof. De kostprijs van elektriciteit is daarom doorslaggevend. Volgens ACER kan de elektriciteitsvoorziening, afhankelijk van de energiemix en de regio in Europa, tot 50% van de totale kostprijs van hernieuwbare waterstof uitmaken. ACER wijst er bovendien op dat regio’s met veel hernieuwbare energiebronnen, zoals Spanje, vandaag al gunstigere omstandigheden kennen.9

Europa kampt echter met een fundamenteel probleem: de elektriciteitsproductie neemt er nauwelijks nog toe. De grafiek die Allianz Global Investors in 2026 publiceerde op basis van gegevens van Ember en het Energy Institute, is veelzeggend. 

In 2000 produceerde China ongeveer 1.300 TWh elektriciteit per jaar. In 2025 was dat meer dan 10.000 TWh: bijna acht keer zoveel. De Verenigde Staten gingen in dezelfde periode van ongeveer 3.800 TWh naar 4.500 TWh, een stijging van ongeveer 20%. De Europese Unie ging van ongeveer 2.600 naar 2.800 TWh: nauwelijks een stijging in 25 jaar.10 Dat zegt veel over de Europese energietransitie.

Uiteraard gaat het hier om de totale elektriciteitsproductie, niet alleen om hernieuwbare elektriciteit. Maar de cijfers tonen wel dat China, op een moment waarop elektrificatie van de economie een van de pijlers van de industriële transformatie wordt, zijn productiecapaciteit voor elektriciteit massaal uitbreidt, terwijl Europa stagneert. Als we tegelijk het transport, de staalindustrie, een deel van de chemische sector willen elektrificeren én op grote schaal hernieuwbare waterstof willen produceren, hebben we noodzakelijkerwijs veel meer koolstofarme elektriciteit nodig.

In een conservatieve schatting uit een studie van september 2025 waarschuwt het Planbureau: “De elektriciteitsvraag [zou] nooit geziene niveaus bereiken. De totale vraag (...) zou kunnen stijgen van 88 in 2020 tot 202 TWh in 2050.”11 Met andere woorden, de elektriciteitsvraag zal de komende decennia in België alleen al meer dan verdubbelen.

Hoe het kapitalisme de energie- en industrietransitie tegenhoudt

Het probleem is niet dat “groene elektriciteit te duur is om te produceren”, zoals sommige rechtse politici graag herhalen. Groene elektriciteit is goedkoop. Volgens het Internationaal Agentschap voor Hernieuwbare Energie (IRENA) produceerde 91% van de nieuwe hernieuwbare capaciteit die in 2024 wereldwijd op grote schaal werd geïnstalleerd, elektriciteit tegen een lagere kostprijs dan het goedkoopste nieuwe fossiele alternatief. Windenergie op land kwam wereldwijd gemiddeld uit op ongeveer 34 dollar/MWh en zonne-energie uit zonnepanelen op ongeveer 43 dollar/MWh.12 Bovendien zijn zonne-energie en windenergie op land doorgaans modulairder, sneller uit te rollen en toegankelijker voor meer investeerders dan bepaalde grootschalige fossiele infrastructuur of grote kernenergieprojecten. Wat houdt ons dan tegen?

Het probleem is: voor de kapitalist zijn de winstvooruitzichten in hernieuwbare energie minder groot dan in fossiele energie. Waarom?

Omdat hernieuwbare energie een bijzondere tegenstrijdigheid vertoont binnen een kapitalistisch systeem dat georganiseerd is rond private winst en niet rond de behoeften van de samenleving. Zonne- en windenergie kunnen vandaag elektriciteit produceren tegen zeer lage kosten. En hoe meer ze zich ontwikkelen, hoe meer ze ertoe neigen de elektriciteitsprijs te doen dalen, precies op de momenten waarop ze elektriciteit produceren.

Het mechanisme is eenvoudig. Een windturbine of zonnepaneel heeft, eenmaal geïnstalleerd, geen gas of steenkool nodig om een extra MWh te produceren. Wanneer het waait of de zon schijnt, komt er tegelijkertijd een grote hoeveelheid elektriciteit op de markt. Het aanbod stijgt, de duurste centrales — met name gascentrales — zijn daardoor minder vaak nodig en de groothandelsprijs daalt. En daarmee daalt ook de rendabiliteit van gascentrales.

Dit creëert wat economen het “kannibalisatie-effect” noemen: hoe meer zonne- en windcapaciteit er bijkomt, hoe lager de gemiddelde prijs die deze producenten voor hun elektriciteit krijgen. Met andere woorden: de ontwikkeling van deze technologieën draagt ertoe bij dat de marktwaarde van hun eigen productie daalt. 13

En het gaat hier wel degelijk om de “marktwaarde”, dat wil zeggen de waarde die mee bepaalt hoeveel winst er uit de productie van elektriciteit kan worden gehaald. 

Hier komt een fundamentele tegenstelling tussen het kapitalisme en het collectieve belang aan het licht. 

Voor de samenleving als geheel bestaat het succes van de energietransitie er juist in dat er steeds meer betaalbare, koolstofarme elektriciteit beschikbaar komt. Maar voor de private producent betekent een structureel lagere marktprijs een lagere opbrengst per MWh en dus minder winst op bijkomende investeringen. 

De kapitalist investeert bovendien niet op basis van wat de “gebruikswaarde” van een installatie wordt genoemd — de behoeften van mensen, het klimaatbelang of het nut voor de industrie — maar op basis van de winst die hij ermee kan maken.

Vandaag zorgt dit gebrek aan investeringen in hernieuwbare energie voor enorme problemen: we hebben een tekort aan elektriciteit en zijn voor onze elektriciteitsproductie afhankelijk van het dure Amerikaanse gas. Het resultaat: elektriciteit is in Europa veel duurder dan in de rest van de wereld. Volgens het Internationaal Energieagentschap waren de gemiddelde elektriciteitsprijzen voor energie-intensieve Europese industrieën in 2024 nog altijd twee keer zo hoog als in de Verenigde Staten en ongeveer 50% hoger dan in China.14

Het probleem is bovendien dat het hele systeem moet worden uitgebouwd: nieuwe productiecapaciteit, elektriciteitsnetten, opslag, reservecapaciteit, interconnecties, elektrolysers en langlopende industriële contracten. Die investeringen kunnen maatschappelijk noodzakelijk zijn, maar leveren afzonderlijk niet noodzakelijk het voldoende hoge én voldoende zekere rendement op dat private investeerders eisen.

Daar loopt de kapitalistische logica vast. Elke speler wacht tot een ander het risico neemt. De waterstofproducent wil beschikken over voldoende goedkope hernieuwbare elektriciteit én over gegarandeerde afnemers voor twintig jaar. De chemieproducent wil eerst waterstof tegen een concurrentiële prijs beschikbaar zien voordat hij miljarden investeert om zijn installaties om te bouwen. De netbeheerder kan de infrastructuur wel aanleggen, maar loopt het risico dat er geen gebruikers komen.

In Antwerpen en Gent investeert Fluxys bijvoorbeeld 130 miljoen euro in de eerste pijpleiding van het toekomstige Belgische waterstofnet, terwijl nog geen enkele klant zich heeft geëngageerd om die te gebruiken. Het resultaat: alles ligt stil.15

De markt kan het financiële rendement van één afzonderlijke installatie berekenen. Ze is veel minder goed in staat om alle onderling afhankelijke infrastructuur die nodig is voor een industriële transformatie van deze omvang, tegelijkertijd te organiseren. De cijfers van ACER illustreren die impasse rechtstreeks. Volgens het agentschap kostte hernieuwbare waterstof in Europa gemiddeld ongeveer 8 euro per kilo, tegenover iets meer dan 2 euro per kilo voor conventionele waterstof uit aardgas: ongeveer vier keer zoveel.16

Groene waterstof, een pijler voor de verduurzaming van de industrie

Een van de manieren om de chemische industrie koolstofarmer te maken, is de productie van groene methanol. Methanol is een van de belangrijkste basismoleculen van de chemische industrie. Het wordt onder meer gebruikt voor de productie van formaldehyde en azijnzuur en kan ook worden omgezet in olefinen, zoals ethyleen en propyleen. Die vormen op hun beurt de basis van talloze kunststoffen en chemische producten.17

Het principe achter groene methanol is relatief eenvoudig: waterstof die met hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, wordt gecombineerd met afgevangen CO₂ om methanol te produceren. Als de waterstof en de CO₂ aan strenge klimaatcriteria voldoen, kan deze methanol geleidelijk de methanol vervangen die vandaag uit fossiele grondstoffen wordt geproduceerd.

In de staalindustrie kan groene waterstof cokes (steenkool) vervangen bij wat de ‘reductie’ van ijzererts wordt genoemd.

Bij de productie van kunstmest moet groene waterstof fossiele waterstof vervangen.

Plug Power en co: zoveelste argument om het kapitalisme achter ons te laten

Daarom is het dossier van Plug Power zo belangrijk. Het gaat niet alleen om één waterstoffabriek, maar om de toekomst van de hele Europese industrie.

We beschikken over de technologie. We hebben de ingenieurs. We hebben de industriële infrastructuur. We hebben de behoeften. Maar de investeringen volgen niet op de schaal die nodig is, omdat elke stap eerst moet beantwoorden aan de rendementscriteria van privaat kapitaal en de maximale kapitaalaccumulatie.

Ondertussen gaat China vooruit. Het bouwt in hoog tempo de productiecapaciteit uit die nodig is voor de elektrificatie van zijn industrie en de ontwikkeling van groene waterstof. China is vandaag goed voor bijna 60% van de wereldwijde productiecapaciteit van elektrolysers en voor 65% van de geïnstalleerde elektrolysecapaciteit of capaciteit waarvoor al een definitieve investeringsbeslissing is genomen.18

In 2025 selecteerde de Chinese nationale energieadministratie bovendien negen proefprojecten voor groene vloeibare brandstoffen: vijf projecten voor groene methanol, drie voor groene ammoniak en één voor cellulose-ethanol.19 In China speelt de overheid een veel grotere rol in de planning van infrastructuur, de financiering, overheidsbedrijven, het industriebeleid en de ontwikkeling van nieuwe sectoren.

Econoom en professor aan de Universiteit van Uppsala Brett Christophers legt uit: “China is historisch gezien en vandaag nog altijd wereldleider op het vlak van investeringen in zonne- en windenergie – zowel in zonne- en windparken die hernieuwbare elektriciteit produceren als in de technologie van turbines en zonnecellen.” 

Volgens hem zijn die resultaten “zo ver verwijderd als maar mogelijk is van marktgestuurde ontwikkelingen. Het gaat hier niet om de private sector die investeringsmogelijkheden identificeert, de vooruitzichten op winstgevendheid beoordeelt en vervolgens beslist of ze al dan niet investeert. Het gaat om de staat (…) die alle beschikbare middelen mobiliseert om ervoor te zorgen dat ze haar engagementen nakomt”.

In Europa leggen we capaciteitsdoelstellingen vast, creëren we steunmechanismen en delen we subsidies uit. Vervolgens wachten we af of elk privébedrijf afzonderlijk beslist dat zijn investering voldoende rendabel is. Van die logica moeten we af. We zullen geen moderne, koolstofarme industrie opbouwen met Europese doelstellingen, projectoproepen, subsidies en de hoop dat de Europese industriële monopolies uiteindelijk wel zullen investeren.

Er is een echt publiek industrieel plan nodig. We moeten massaal meer koolstofarme elektriciteit produceren. We moeten stabiele energieprijzen garanderen. We moeten investeren in netwerken en opslag. We moeten de elektrolysecapaciteit uitbreiden. We moeten de infrastructuur voor het transport van waterstof en CO₂ organiseren. We moeten een productieketen voor groene methanol ontwikkelen en afzetmarkten voor koolstofarme chemische producten garanderen.

En wanneer de samenleving de financiële risico’s op zich neemt die nodig zijn om deze nieuwe sectoren op gang te brengen, moet ze ook eigendoms- en beslissingsrechten krijgen. Anders blijven we de risico’s socialiseren terwijl investeringsbeslissingen gestuurd blijven door private winstgevendheid.

Het is niet de waterstoftechnologie die in Antwerpen faalt. Het is een kapitalistisch systeem dat niet op de schaal die de samenleving nodig heeft kan investeren zodra een gegarandeerde winstvoet ontbreekt.
 

1 https://www.flandersinternationalbusinesssummit.be/nl/plug-power 
2 Streep door grootste waterstofproject van Antwerpen, De Tijd, 18 augustus 2026
3 Streep door grootste waterstofproject van Antwerpen, De Tijd, 18 augustus 2026
4 https://www.pvda.be/nieuws/vioneo-schrapt-investering-de-haven-van-antwerpen-een-nieuw-teken-van-het-falende-europese
5 Een elektrolyser is een machine die elektriciteit gebruikt om water te splitsen in waterstof en zuurstof. Dankzij deze technologie kunnen we groene waterstof produceren, op voorwaarde dat de gebruikte elektriciteit afkomstig is van hernieuwbare bronnen.
6 Streep door grootste waterstofproject van Antwerpen, De Tijd, 18 augustus 2026
7 ACER, European hydrogen markets 2025 – Monitoring Report, 2 december 2025
8 ACER, European hydrogen markets 2025 – Monitoring Report, 2 december 2025
9 ACER, European hydrogen markets 2025 – Monitoring Report, 2 december 2025
10 Allianz Global Investors, Created in China: China’s Electrifying Future, maart 2026. Data: Ember, Energy Institute, Statistical Review of World Energy.
11 Federaal Planbureau, Welk elektriciteitssysteem is geschikt voor net zero?, september 2025, p. 1.
12 IRENA, Renewable Power Generation Costs in 2024, juli 2025
13 Clemens Stiewe, Alice Lixuan Xu, Anselm Eicke en Lion Hirth, “Cross-border cannibalization: Spillover effects of wind and solar energy on interconnected European electricity markets”, Energy Economics, volume 143, maart 2025
14I nternationaal Energieagentschap, Elektriciteit 2025, hoofdstuk ‘Demand’
15 Streep door grootste waterstofproject van Antwerpen, De Tijd, 18 augustus 2026
16 ACER, European hydrogen markets 2025 – Monitoring Report, 2 december 2025
17 IRENA, Innovation Outlook: Renewable Methanol, januari 2021
18 Internationaal Energieagentschap, Global Hydrogen Review 2025, september 2025
19 National Energy Administration of China, overgenomen door het Internationaal Energieagentschap, Public announcement of the first batch of green liquid fuel technology breakthrough and industrialization pilot projects, 5 september 2025