We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Rusthuisfactuur stijgt tot 2.380 per maand, pensioen volgt niet 

De gemiddelde rusthuisfactuur stijgt met 46,50 euro per maand, tot 2.380 euro. Maar de pensioenen volgen niet. “De kloof tussen het pensioen en de rusthuisfactuur wordt alsmaar groter”, zegt onze volksvertegenwoordiger Lise Vandecasteele. Wij vragen om de afbraak van de pensioenen terug te draaien en een maximumprijs in te voeren voor de rusthuisfactuur.”

woensdag 21 oktober 2026

Lise Vandecasteele in een park

Voor de tweede keer dit jaar wordt de dagprijs in bijna alle woonzorgcentra geïndexeerd. Dat blijkt uit de cijfers die Lise opvroeg bij het Departement Zorg. 

In juni 2026 werd de spilindex overschreden. Voor de woonzorgcentra betekent dat: de dagprijs mag omhoog. Wij brachten in kaart welke woonzorgcentra hun prijs verhogen en met hoeveel. 

Van de 813 erkende woonzorgcentra trekken er 773 hun prijs op. De meeste met 2 procent, twaalf woonzorgcentra zelfs met 4 procent. 

Op basis van de gemiddelde gewogen dagprijs van april 2026 komt dat neer op een stijging van 46,50 euro per maand. De gemiddelde rusthuisfactuur stijgt daarmee tot tot 2.380 euro per maand, zonder supplementen.

Indexeringstabel op basis van de gegevens bezorgd door het Departement Zorg:

SpilindexAantal woonzorgcentraMet 4%Met 2%
Juni 202677312761
December 202576926743
Januari 20257630763

De pensioenen werden in september ook geïndexeerd. Maar aangezien het gemiddelde werknemerspensioen lager is dan de rusthuisfactuur, stijgt die in absolute bedragen minder. 

Bij een gemiddeld werknemerspensioen van 1.714 euro bruto per maand, komt er slechts 34 euro bij. Bovendien heeft de federale regering een rem gezet op de indexering van de pensioenen, de zogenaamde centenindex. Daardoor geldt de 2 procent indexering enkel op de eerste 2.000 euro. Wie een pensioen heeft boven 2.000 euro bruto, krijgt er hoogstens 40 euro bij. Zelfs op de hoogste pensioenen weegt de indexering dus niet op tegen de stijging van de rusthuisfactuur.

De regering zet een rem op de stijging van de pensioenen, maar niet op de stijging van de rusthuisfactuur.

Lise Vandecasteele

Volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement

“De rekening is simpel”, zegt Lise. “De factuur stijgt met 46,50 euro, het pensioen met 34 euro. Elke indexering maakt het gat groter. Mensen die een leven lang gewerkt hebben, moeten hun spaargeld opsouperen of hun kinderen om hulp vragen om hun plaats in het woonzorgcentrum te betalen. En wie geen spaargeld en geen kinderen heeft die kunnen bijspringen, komt bij het OCMW terecht.”

Opvallend: minister Gennez heeft ervoor gezorgd dat de rusthuisfactuur niet vóór het pensioen mag stijgen. “Over het moment hebben ze dus nagedacht, over het bedrag niet,” zegt Lise. 

“De regering zet een rem op de stijging van de pensioenen, maar geen rem op de stijging van de rusthuisfactuur. Dat ondanks alle beloftes van Vooruit om de ouderenzorg betaalbaar te maken. Voor de verkiezingen kwamen ze nog op voor een maximumfactuur voor woonzorgcentra, nu ze zelf aan de macht zijn laten ze de factuur zelfs sneller stijgen dan eender welk pensioen.”

Minister Gennez moet een maximumprijs invoeren, zodat de factuur nooit hoger ligt dan wat een gemiddeld pensioen kan dragen.

Lise Vandecasteele

Volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement

Bovendien gaat al om de tweede stijging dit jaar. In december 2025 werd de spilindex ook al overschreden waardoor de woonzorgcentra hun prijzen dit voorjaar al mochten optrekken. Zo stijgt de factuur keer op keer, terwijl de pensioenen achterop hinken.

“Bijna 2.400 euro per maand: alsof een plaats in een woonzorgcentrum een luxeproduct is,” zegt Lise. “Dat kan niet. Ouderenzorg moet betaalbaar zijn voor iedereen, niet alleen voor wie een dik pensioen of een grote spaarpot heeft. Minister Gennez moet een maximumprijs invoeren, zodat de factuur nooit hoger ligt dan wat een gemiddeld pensioen kan dragen. En de federale regering moet de afbraak van onze pensioenen schrappen. Wie een leven lang gewerkt heeft, verdient een pensioen waarmee je je zorg kan betalen.”