We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

“Theo Francken, de Trump van Lubbeek, wil een festival verbieden omdat hij de ideeën niet leuk vindt”

“Dat de extreemrechtse vleugel van de N-VA ons aanvalt, daar lig ik niet wakker van. Maar er is een verschil tussen een rechtse politicus die een politieke tegenstander aanvalt en een minister die zijn functie gebruikt om die tegenstander juridisch te laten vervolgen of verbieden”, schrijft Peter Mertens, algemeen secretaris van de PVDA.

donderdag 10 september 2026

Peter Mertens, algemeen secretaris van de PVDA

“Dat de extreemrechtse vleugel van de N-VA ons aanvalt, daar lig ik niet wakker van. Dat hoort bij het politieke debat. Theo Francken mag mij een ‘rood gevaar’ noemen, hij mag onze ideeën verschrikkelijk vinden. Hij mag elke ochtend boos opstaan en elke avond nog bozer gaan slapen. Geen enkel probleem.

Maar er is een verschil tussen een rechtse politicus die een politieke tegenstander aanvalt en een minister die zijn functie gebruikt om die tegenstander juridisch te laten vervolgen of verbieden. Precies daar wordt het ernstig.

Deze keer wil Theo Francken niet gewoon een beetje schelden op X. Hij wil een festival laten verbieden. Omdat de boodschap hem niet zint.

Wanneer zo'n minister publiek vraagt of een politiek festival juridisch kan worden aangepakt, dan gaat het niet langer alleen over een zoveelste provocatie. Dan ontstaat een democratisch probleem.

Peter Mertens

Algemeen secretaris PVDA

ManiFiesta is het Feest van de Solidariteit. Manu Chao en Noordkaap staan er op het podium, vakbonders, auteurs, artiesten en activisten uit binnen- en buitenland nemen er het woord en duizenden mensen uit alle hoeken van het land komen er samen. Dat festival wil Theo Francken nu laten aanpakken met verwijzingen naar de “antiterrorismewetgeving”.

Maar Francken is niet zomaar een boze twitteraar uit Lubbeek. Hij is minister van Defensie. Wanneer zo'n minister publiek vraagt of een politiek festival juridisch kan worden aangepakt, omdat hij de ideeën en sprekers ervan onaanvaardbaar vindt, dan gaat het niet langer alleen over een zoveelste provocatie. Dan ontstaat een democratisch probleem.

Want de logica verschuift. Eerst klinkt het: ik ben het niet met jullie eens. Daarna: jullie ideeën zijn gevaarlijk. Vervolgens worden de sprekers verdacht gemaakt, daarna de organisaties. En uiteindelijk wordt de vraag gesteld of die organisaties niet vervolgd, beperkt of verboden kunnen worden.

Theo Francken wordt steeds meer de lokale Trump van Lubbeek: kleiner van schaal, maar met een herkenbare politieke methode.

Peter Mertens

Algemeen secretaris PVDA

Het is moeilijk om daarbij niet aan Donald Trump te denken. Theo Francken wordt steeds meer de lokale Trump van Lubbeek: kleiner van schaal, maar met een herkenbare politieke methode.

Trump zit in de problemen. Hij beloofde de Amerikanen een einde aan de eindeloze oorlogen, maar raakte verwikkeld in een oorlog tegen Iran die vanaf het begin onpopulair was en de energieprijzen verder opdreef. Tegelijk komen de tussentijdse verkiezingen dichterbij en groeit de sociale onvrede.

Bovendien is er opnieuw een zichtbare linkerzijde in de Verenigde Staten. Socialistische kandidaten boeken electorale successen. Van New York tot Michigan, Minnesota, Colorado en Florida winnen kandidaten die campagne voeren rond betaalbare gezondheidszorg, Palestina, ongelijkheid en de macht van grote bedrijven.

Wat doet Trump wanneer zijn eigen balans onder druk staat? Hij creëert een vijand.

Anti-communisme is opnieuw een centraal mobilisatiethema van MAGA geworden. Trump noemt zijn tegenstanders “communists” en “radical left lunatics” en beschrijft het communisme als een existentiële bedreiging voor de Verenigde Staten. Begin juli sprak Trump volgens Reuters in amper twee weken tijd 81 keer over “communism”. De bedoeling is duidelijk: mensen die boos zijn over prijzen, oorlog, ongelijkheid of de macht van miljardairs moeten niet naar boven kijken, maar bang worden gemaakt voor “radicaal-links’.

Dat zou alleen potsierlijk zijn als het bij woorden bleef. Maar dat doet het niet.

Wanneer het verzet groeit, maak je het verdacht. En wanneer verdachtmaking alleen niet meer volstaat, probeer je politie, veiligheidsdiensten en justitie bij het politieke gevecht te betrekken.

Peter Mertens

Algemeen secretaris PVDA

De regering-Trump heeft de voorbije periode ook een juridische en administratieve infrastructuur uitgebouwd om linkse organisaties onder druk te zetten. Organisaties worden gedagvaard, hun financiering wordt onderzocht, activisten worden gevolgd en onder het mom van de strijd tegen “links terrorisme” krijgen veiligheidsdiensten de opdracht netwerken te onderzoeken en te ontwrichten.

De methode is niet moeilijk te herkennen. Wanneer je de sociale problemen niet opgelost krijgt, zoek je een vijand. Wanneer mensen boos zijn over oorlog, prijzen en ongelijkheid, praat je over communisten. Wanneer het verzet groeit, maak je het verdacht. En wanneer verdachtmaking alleen niet meer volstaat, probeer je politie, veiligheidsdiensten en justitie bij het politieke gevecht te betrekken.

Dat is de nieuwe Red Scare van Trump.

En dan kijk je naar België.

Ook de Arizona-regering krijgt haar begroting niet op orde. Ze probeert een zware sociale afbraak door te voeren en botst daarbij steeds meer op vakbonden, sociale organisaties en maatschappelijk verzet. Ook de miljarden die voor bewapening worden vrijgemaakt, roepen steeds meer vragen op.

En plots verschijnt daar het grote gevaar voor België: ManiFiesta.

Een “commie-festival”, volgens Francken. Een festival met muziek, debatten, auteurs, vakbonders en politieke gasten moet plots in de sfeer van extremisme en terrorisme worden getrokken.

Dat zegt meer over Francken dan over ManiFiesta.

Vrijheid van meningsuiting die alleen geldt voor rechts, is geen vrijheid van meningsuiting.

Peter Mertens

Algemeen secretaris PVDA

De dubbele taal van de N-VA over vrije meningsuiting is daarbij opvallend. Toen Dries Van Langenhove voor het verspreiden van racistische haat werd veroordeeld, haastte Bart De Wever zich nog om te zeggen dat de vrije meningsuiting ‘zo min mogelijk’ moet worden ingeperkt. Zijn principe was helder: een slecht idee moet je met een beter idee bestrijden, ‘een woord met een woord en niet met een rechtbank’.

Prima principe. Alleen lijkt het plots niet meer te gelden wanneer het over sociaal verzet en marxistische stemmen gaat. Wanneer extreemrechts wordt veroordeeld voor racisme, moet de vrijheid van meningsuiting maximaal worden opgerekt. Wanneer links kritiek levert op oorlog, ongelijkheid en regeringsbeleid, worden antiterrorismewetten bovengehaald en wordt hardop over verbieden gesproken.

Vrijheid van meningsuiting die alleen geldt voor rechts, is geen vrijheid van meningsuiting.

Het is overigens niet alleen mijn kritiek. Bart Eeckhout, hoofdcommentator van De Morgen, schreef daar een opmerkelijk scherp stuk over met de titel: “Waar zitten al die koene ridders van de vrije meningsuiting, nu Theo Francken een politieke vijand afdreigt?”

Hij legt precies de vinger op de wonde:

“Het ontbreekt ons dezer dagen niet aan alarmkreten over de vrije meningsuiting. Toen Dries Van Langenhove of Nathan Cofnas in het vizier kwamen, regende het bezorgde oproepen. Terecht: ook ik ben toen mee op de barricades geklommen. Vandaag staat er minder volk op die barricades. Waar zitten al die koene ridders van de vrije meningsuiting nu een minister een politieke vijand afdreigt? (...) De vrije meningsuiting is er niet voor wie ons gelijk geeft, maar voor wie ons tegen de haren strijkt, beschaafd of onbeschoft. Na de recentste veroordeling van Van Langenhove sloot minister Francken zich aan bij het koor dat opriep de wet aan te passen om de vrije meningsuiting maximaal te beschermen. Vandaag wil hij een linkse activist laten opsluiten. Proef het verschil.”

Vrijheid van meningsuiting is geen privilege dat je gul uitdeelt aan wie hetzelfde denkt als jij. Het is een democratisch recht dat pas betekenis krijgt wanneer het ook geldt voor de tegenstem, voor de dissident, voor degene die je tegen de haren instrijkt.

Op papier zal iedereen zeggen dat de wet-Quintin alleen bedoeld is voor werkelijk gevaarlijke organisaties. Maar precies daarom is het relevant om te kijken hoe politici als Francken vandaag spreken.

Peter Mertens

Algemeen secretaris PVDA

Het maakt tegelijk duidelijk waarom het debat over de wet-Quintin zo belangrijk is. Die wet wil een kader creëren waarmee organisaties administratief kunnen worden beperkt of verboden wanneer ze als een ernstige bedreiging voor de democratische rechtsorde worden beschouwd.

Op papier zal iedereen zeggen dat zo'n instrument alleen bedoeld is voor werkelijk gevaarlijke organisaties. Maar precies daarom is het relevant om te kijken hoe politici als Francken vandaag spreken. Wanneer een minister een legaal politiek festival op basis van halve waarheden en groteske beschuldigingen al in verband brengt met antiterrorismewetgeving, dan zie je hoe snel begrippen als “radicalisering”, “extremisme” en “bedreiging” politiek kunnen worden opgerekt.

Vandaag klinkt het: “Dat is een communistisch festival.” Morgen: “Daar zitten extremisten.” Daarna: “Dat vormt misschien een veiligheidsprobleem.” En uiteindelijk: “Kunnen we dat niet verbieden?”

Zo verschuiven democratische grenzen meestal. Niet noodzakelijk in één spectaculaire beweging, maar stap voor stap. Eerst verdacht maken, vervolgens criminaliseren en ten slotte proberen te verbieden.

Daarom gaat deze discussie ook over veel meer dan ManiFiesta of de PVDA.

De enige kracht in België die ooit de marxistische stem heeft verboden, was de nazi-bezetter.

Peter Mertens

Algemeen secretaris PVDA

België kent bijna 150 jaar socialistische en marxistische traditie. Vanaf het einde van de negentiende eeuw groeide hier een sterke arbeidersbeweging die van bij haar geboorte onder meer gevoed en versterkt werd door het marxisme. Die traditie liep, in al haar diversiteit en met al haar conflicten en breuken, door de strijd voor algemeen stemrecht, de opbouw van de vakbeweging, de achturendag, grote stakingen, het antifascistische verzet en de uitbouw van sociale rechten.

Je mag die marxistische traditie bestrijden. Uiteraard.
Je mag honderd boeken schrijven om te bewijzen dat het kapitalisme fantastisch is. Geen probleem.

Maar een marxistische stem willen verbieden omdat ze marxistisch is, behoort tot een heel andere politieke traditie.

De enige kracht in België die ooit de marxistische stem heeft verboden, was de nazi-bezetter. In juni 1941 werd de Kommunistische Partij van België verboden. De partij ging clandestien verder en communisten zouden vervolgens een belangrijke rol spelen in het verzet tegen de bezetting.

België vandaag is uiteraard niet België in 1941. Maar geschiedenis dient onder meer om te herkennen wanneer bepaalde democratische grenzen beginnen te verschuiven.

Wie geen antwoord meer heeft op een tegenstem, komt vroeg of laat in de verleiding om die tegenstem het zwijgen op te leggen. Dat is wat Trump doet. En blijkbaar inspireert dat ook de lokale Trump van Lubbeek.

Peter Mertens

Algemeen secretaris PVDA

Wanneer een minister niet langer zegt: “Ik bestrijd jullie ideeën”, maar begint te vragen: “Hoe kunnen we jullie juridisch aanpakken?”, dan hoort bij elke democraat een alarmbel af te gaan.

Ook bij mensen die niets met de PVDA hebben. Ook bij liberalen, christendemocraten en conservatieven.

Want democratische vrijheden betekenen weinig wanneer ze alleen gelden voor ideeën waarmee de machthebbers het eens zijn. Ze krijgen pas betekenis wanneer ze ook gelden voor dissidente stemmen en dwarsdenkers buiten het traditionele spectrum.

Hou de antiterrorismewetten, de veiligheidsdiensten en het verbieden van politieke tegenstanders buiten het democratische debat.
Want wie geen antwoord meer heeft op een tegenstem, komt vroeg of laat in de verleiding om die tegenstem het zwijgen op te leggen.

Dat is wat Trump doet.

En blijkbaar inspireert dat ook de lokale Trump van Lubbeek.”