Buitenschoolse opvang wordt duurder en je postcode bepaalt de prijs
In Mechelen verdubbelt de prijs voor de buitenschoolse opvang en in Kortrijk betalen ouders dubbel zoveel als in Oostende. Sinds dit jaar schuift de Vlaamse regering de volledige verantwoordelijkheid voor de buitenschoolse opvang door naar de lokale besturen, inclusief de bepaling van de prijs. “Het gevolg zijn prijsstijgingen en een prijsloterij naargelang je gemeente”, reageert PVDA-volksvertegenwoordiger Lise Vandecasteele. “Hoeveel je betaalt voor de buitenschoolse opvang van je kind zou niet mogen afhangen van je postcode. Ze moet voor iedereen betaalbaar en toegankelijk zijn.”
Buitenschoolse opvang is de opvang voor en na school, tijdens de middag, op woensdagnamiddag en op vrije dagen. Tot voor kort werden de regels voor de opvang bepaald door de Vlaamse overheid: wat de opvang moest kosten, welke kortingen er mogelijk zijn, aan welke kwaliteitseisen ze moest voldoen. Vanaf dit jaar schuift ze de organisatie, prijsbepaling, handhaving en reglementering volledig door naar de lokale besturen. Zij mogen kiezen of ze vanaf 1 januari 2026 of 1 september 2026 instappen.
“Het probleem is dat de Vlaamse regering daarbij geen maximumtarieven, kwaliteitsnormen noch personeelsnormen vastlegt”, legt Vandecasteele uit. “Elke gemeente is nu vrij om zelf te beslissen hoeveel ouders betalen, hoeveel kinderen er per begeleider ingezet worden of welke kwalificaties het personeel heeft. Het gevolg is onder meer een lappendeken van tarieven door heel Vlaanderen.”
“De verantwoordelijkheid wordt doorgeschoven, maar de steden en gemeenten krijgen onvoldoende budget”, zegt Vandecasteele. De Vlaamse regering voorziet een budget van 200 miljoen euro per jaar. Maar de VVSG, de Gezinsbond en het Vlaams Welzijnsverbond berekenden dat er minstens 334 miljoen per jaar nodig is om elk kind kwaliteitsvolle opvang te bieden. “Het gevolg: de factuur wordt doorgeschoven naar de ouders,” stelt Vandecasteele vast.
Zo verhogen verschillende lokale besturen de prijs voor de buitenschoolse opvang fors. De prijs verdubbelt in Mechelen: van 0,75 euro naar 1,50 euro per half uur opvang. In Gent zal opvang van 15u30 tot 17u30 vanaf september 4 euro kosten, terwijl dat voorheen 2,28 euro of 1,82 euro was. Ook in andere gemeenten zoals Vilvoorde, Jette, Wichelen, Hoeilaart, Aalst, Sint-Truiden werden al prijsstijgingen aangekondigd of doorgevoerd.
“Dat is voor veel gezinnen een serieuze hap uit het gezinsbudget”, stelt Vandecasteele. “Uit de Gezinsbarometer van de Gezinsbond van 2025 blijkt dat een kwart van de gezinnen de buitenschoolse opvang toen al moeilijk betaalbaar of zelfs onbetaalbaar vond. Met deze prijsstijgingen zal dat alleen maar erger worden.”
Daarnaast lopen de tarieven sterk uiteen tussen de verschillende gemeenten. In Kortrijk betaal je dubbel zoveel als in Oostende: twee euro per half uur opvang tegenover één euro. Ook de sociale tarieven – kortingen voor gezinnen die het financieel moeilijk hebben – variëren onderling, van 50 procent in Genk tot 80 procent in Leuven.
Bovendien voorziet de ene gemeente in een gezinskorting en de andere niet. Voorheen was dat een verplichting vanuit de overheid. Zo geven Tielt, Denderleeuw en Lede 25 procent korting per kind bij gelijktijdige opvang van meerdere kinderen uit hetzelfde gezin. In Gent en Dilbeek wordt de gezinskorting afgeschaft.
“Buitenschoolse opvang is geen luxe”, zegt Vandecasteele. “De regering verwacht dat iedereen voltijds en steeds flexibeler werkt, ze straft mensen die deeltijds werken bij de pensioenhervorming, maar ondertussen trekt ze haar handen volledig af van de opvang van schoolgaande kinderen buiten de schooluren en laat ze ouders opdraaien voor de factuur.”
PVDA vraagt de Vlaamse regering om alsnog voldoende budget vrij te maken en maximumtarieven vast te leggen voor de buitenschoolse opvang, met verplichte kindkorting en sociaal tarief. Ook de kwaliteit en personeelsinzet moet vastgelegd worden, in overleg met de sector en de vakbonden. “De regering moet haar verantwoordelijkheid nemen en stoppen met die door te schuiven naar de lokale besturen en de ouders”, besluit Vandecasteele.