Waarom juist in oorlogstijd een democratisch debat essentieel is

Wanneer de emoties hoog oplaaien en de politiek een strijd op leven en dood wordt, treedt vanuit de gevestigde machten altijd de tendens op om elk tegenstrijdig debat te begraven.

Toch is het uitgerekend in kwesties van oorlog en vrede broodnodig om een open en democratisch debat te voeren. Hoe kan men anders eenzijdigheden vermijden? Hoe kan men anders vermijden dat we stap voor stap meegetrokken worden in een verdere escalatie van het conflict? Hoe kan men anders voorkomen dat men van de oorlog misbruik maakt om nieuwe antisociale maatregelen door te drukken?

De manier waarop de PVDA is aangepakt bij het begin van de oorlog voorspelt niet veel goeds. Er werd gelogen over onze onmiddellijke, onvoorwaardelijke en ondubbelzinnige veroordeling van de inval van Rusland in Oekraïne. Het doel van die leugen is duidelijk: andere stemmen het zwijgen opleggen, of tenminste in het verdomhoekje dringen. Zo moet men niet langer luisteren naar argumenten en ligt de weg open naar nog meer oorlogstaal.

Het eerste slachtoffer van de oorlog is de waarheid

Rudyard Kipling, auteur van het Jungleboek, wist het al: “het eerste slachtoffer in een oorlog is de waarheid”. Wanneer de emoties hoog oplaaien en de politiek een strijd op leven en dood wordt, treedt vanuit de gevestigde machten altijd de tendens op, om elk tegenstrijdig debat te begraven en om verder te werken onder een vlag van ‘nationale eenheid’. Dat maken we nu opnieuw mee naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne. Partijen en vredesactivisten, die vragen stellen bij de huidige escalatiepolitiek, worden de mond gesnoerd of zelfs verdacht gemaakt.

Toch is het uitgerekend in kwesties van oorlog en vrede broodnodig, om een open en democratisch debat te voeren. Hoe kan man anders vermijden, dat een foute of gevaarlijke politiek blindelings gevolgd wordt? Hoe kan men anders vermijden, dat van de oorlog misbruik wordt gemaakt om een reeks maatregelen door te drukken, waar de bevolking niet achter staat? Om een echt debat te hebben, moet je ook contradictorische meningen of zelfs maar twijfels toelaten. Onder die notie van nationale eenheid zien we ook een neiging om argumenten te laten vallen. En dat is nooit goed in een democratie.

‘Nationale eenheid’ en escalatie na de aanslagen van 9/11

In een recent verleden dook dezelfde tendens op na de aanslagen van Al Qaida en Islamitische Staat. Na de aanslagen van 2016 in Brussel zei professor Carl Devos: “Het gevaarlijkste wat vandaag kan gebeuren is, dat het politieke en zelfs het intellectuele debat door de feitelijke noodtoestand tijdelijk buiten werking is gesteld”. Enkele maanden voordien, na de aanslagen in Parijs, schreef Ignacio Ramonet, die in Frankrijk 18 jaar lang het prestigieuze tijdschrift Le Monde Diplomatique leidde: “We bevinden ons in Frankrijk op een emotioneel moment. Op dit moment kan de staat bijna vragen wat ze wil. De Franse president is erin geslaagd een aantal maatregelen te laten goedkeuren in een sfeer van algemene unanimiteit. Hetzelfde gebeurde na de aanslagen van 9/11 in de VS”.

Beide journalisten waren allicht gewaarschuwd door wat er in de Verenigde Staten was gebeurd na de aanslagen op 11 september 2001. Toenmalig president Bush liet meteen verstaan dat er geen ruimte was voor debat of nuance: “Ofwel ben je vóór ons, ofwel ben je tegen ons”. Veeleer dan de daders van de aanslagen te viseren, koos Bush ervoor om het land waar ze zich schuil hielden - Afghanistan - de oorlog te verklaren. Het werd een verwoestende oorlog die twintig jaar zou duren. De zogenaamde ‘oorlog tegen terrorisme’ - een volstrekt ideologisch begrip zonder rationele grond - werd nadien verder gezet in Pakistan en Irak en zou aan minstens 1,3 miljoen burgers het leven kosten. En dat is zonder de daarop volgende oorlogen van de Navo of Navo-lidstaten in Libië, Somalië en Jemen mee te tellen.

En wat heeft die zogenaamde ‘oorlog tegen terrorisme’ opgeleverd? De Taliban zijn opnieuw aan de macht in Afghanistan. De Islamitische Staat werd groot op de ruïnes van het vernietigde Irak. Libië strompelt van burgeroorlog naar burgeroorlog. Ten minste 37 miljoen mensen werden door de oorlogen van de Verenigde Staten en de Navo-lidstaten op de vlucht gejaagd. Het gebrek aan democratisch debat in de VS heeft de escalatie in de hand gewerkt; en de escalatie heeft alleen maar dood en verderf gebracht. “Dergelijk bestuur valt alleen te begrijpen als je aanvaardt, dat in oorlogstijden het verstand op nul en de ideologie op honderd gaat” schrijft Gie Goris terecht in De Standaard.

Onder de vlag van nationale eenheid werd ook, zonder enig democratisch debat, een wet genaamd Patriot Act door het Amerikaans congres gejaagd. Een congreslid en partijgenoot van Bush zei, dat de parlementsleden de tekst van de nieuwe wet zelfs niet op voorhand mochten lezen. De Patriot Act gaf de overheid de macht om haar eigen burgers ongeremd te bespioneren. Pas in 2013 werd de omvang daarvan duidelijk, nadat ex-CIA medewerker Edward Snowden geheime documenten lekte van de Amerikaanse spionagedienst NSA. Daaruit bleek dat de privégesprekken van honderden miljoenen Amerikaanse burgers én buitenlanders gescreend werden. De Patriot Act maakte het ook legaal voor de regering, om activisten en politieke tegenstanders te bespioneren en om mensen die verdacht werden van ‘terrorisme’ (waarvan de juridische definitie werd uitgebreid) zonder proces te arresteren en zelfs te folteren.

Het debat over de oorlog in Oekraïne

De Russische invasie in Oekraïne heeft opnieuw een schokeffect veroorzaakt. In heel Europa, ook in België, lopen de emoties hoog op. Hierover bestaat eenheid: de Russische militaire interventie in Oekraïne is onaanvaardbaar. Het is een flagrante schending van de Oekraïense soevereiniteit, van het Handvest van de Verenigde Naties en van het internationaal recht. Alle Russische militaire operaties in Oekraïne moeten worden stopgezet. Ook moet de getroffen burgerbevolking alle humanitaire steun worden verleend.

Er is in de VS en de EU heel snel een eensgezindheid tussen regeringsleiders ontstaan over hoe er op de invasie gereageerd moet worden: zware economische sancties om de Russische economie te treffen en het bewapenen van Oekraïense militairen en burgers. En precies daarover wordt, met name in België, heel weinig debat toegelaten. Nochtans zouden we uit de gebeurtenissen in de VS na 9/11 de les moeten trekken, dat een breed democratisch debat wenselijk is. 

Hoe kunnen we verhinderen, dat een hele regio nog verder wordt meegesleurd in de verschrikkingen van de oorlog? Hoe kan gevaarlijke escalatie worden vermeden? Welke maatregelen vergemakkelijken een spoedig staakt-het-vuren en welke maken dit net moeilijker? Worden de diplomatieke kanalen van de Verenigde Naties en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) voldoende benut? Mogen er vraagtekens geplaatst worden bij sancties die vooral de Russische bevolkingen treffen, maar waarvan nog nooit het nut is bewezen om staatshoofden van koers te doen veranderen? En tot slot: mag de vraag nog gesteld worden of de VS, de Navo en de EU misschien zelf ook fouten gemaakt hebben? En of het rechtzetten ervan misschien de weg naar een oplossing vergemakkelijkt?

Het werd de PVDA op z’n zachtst gezegd niet in dank afgenomen dat het zulke vragen durfde stellen in het parlementaire debat over de oorlog. De PVDA had de invasie meteen veroordeeld bij monde van partijvoorzitter Raoul Hedebouw op Twitter. Volksvertegenwoordiger Nabil Boukili begon zijn tussenkomst in de Kamer ook met een uitgebreide veroordeling van Poetin, zijn oligarchenregime en zijn onwettige en misdadige oorlog tegen Oekraïne. Maar hij stelde ook vragen over de aanpak van de Navo en de EU. Dat was er teveel aan. “Poetin heeft bondgenoten in dit parlement', riep premier De Croo schijnbaar verontwaardigd. Daarin gevolgd door Georges Dallemagne (cdH). Minister van Buitenlandse Zaken Wilmès verweet de partij “mee te heulen met de Russische propaganda”. PS-voorzitter Magnette sprak over “excuses maken voor het Rusland van Poetin”. Vooruit-voorzitter Conner Rousseau’s enige tweet over de oorlog in Oekraïne, was er één om het standpunt van PVDA te veroordelen. “Dit is de reden waarom wij nooit, maar dan ook nooit met u zullen samenwerken” zei Gwendolyn Rutten (Open VLD) nadat de PVDA zich onthield bij een resolutie die zij had opgesteld. CD&V-fractievoorzitter Peter Van Rompuy suggereerde op twitter dat er een cordon tegen de PVDA zou mogen komen. Heel even klonk er zelfs een oproep om de PVDA in Zelzate uit de meerderheid te zetten.

Breed democratisch debat is nodig

De manier waarop de PVDA langs alle hoeken werd aangepakt, vaak met het leugenachtige verwijt dat de partij sympathie zou hebben voor Poetin of zijn invasie, is een aanslag op het democratische debat zelf.

We staan voor het eerst sinds lang niet meer ver af van een mogelijke oorlog tussen kernmachten. De situatie is te delicaat om blindelings te laten escaleren. Een breed democratisch debat is meer dan ooit nodig om te verzekeren, dat rationaliteit het haalt van ideologie, opgeklopt nationalisme en militair avonturisme. Dat geldt voor de politiek, maar ook voor de media. Een opvallend afwezige stem in de talloze debatten op radio en televisie de afgelopen week was de vredesbeweging. De boodschap van het platform achter de actie Peace: Stop the War in Ukraine, die oproept tot de-escalatie en vredesgesprekken, moet nu nochtans echt gehoord worden.

De roep naar een breder debat krijgt bijval uit diverse hoeken. Zo stelde professor en Ruslandkenner Katlijn Malfiet in De Afspraak, dat ze geen heil ziet in sancties en wapenleveringen en dat “de enige oplossing is aan die grote ovalen tafel te gaan zitten”. Journalist Gie Goris schreef in De Standaard: “Voor alle duidelijkheid: de westerse bemoeienissen met Oekraïne praten de Russische invasie nog voor geen centimeter goed. Maar het 'theater van de vermoorde onschuld' dat in het Westen opgevoerd wordt, is ook niet geloofwaardig. Vooral niet als dat meteen gekoppeld wordt aan de eis om het budget voor militaire uitgaven structureel stevig te verhogen. (…) De vier grootste Navo-landen geven per jaar opgeteld ruim 900 miljard dollar uit aan defensie, tegenover 62 miljard in Rusland. Het ligt dus niet aan het defensiebudget. Misschien ligt het wel aan de obsessie met defensie, ten koste van vredesopbouw en vertrouwenwekkende maatregelen.” 

De lichtheid waarmee de media soms spreken over de potentiële uitbreiding van de oorlog in Oekraïne naar een nucleaire oorlog, is verbazend. Alles moet in het werk gesteld worden om zo’n scenario te vermijden, zoals ook Yannick Quéau, directeur van de Belgische onderzoeksgroep naar vrede en veiligheid GRIP, betoogt: “In eerste instantie moet geprobeerd worden de posities te bevriezen om zo de onderhandelingen opnieuw te openen. (…) Een overlegkanaal is nodig om de nucleaire escalatie te vermijden. (…) De Russische impasse en de frustraties zouden de toevlucht tot nucleaire wapens prangender maken.”

Sommige politici van de traditionele politieke partijen lijken helemaal niet geïnteresseerd te zijn in wat de PVDA echt zegt over Poetin of zijn invasie. Ze zijn erop uit om de PVDA zwart te maken. Het ruikt naar een politieke afrekening. Dat is ook de analyse die journalist Hugues Le Paiges maakt in een blogpost: “Betekent dit dat wij een ware ’heksenjacht‘ moeten aanvaarden op degenen, die zich verzetten tegen de "oorlogszucht" van een politieke klasse die er niet voor terugschrikt de solidariteit met het Oekraïense volk te gebruiken voor duidelijke politieke of electorale manoeuvres? (…) We hebben dit in België gezien met de uitbarsting van de vertegenwoordigers van de traditionele partijen, alle tendensen inbegrepen, tegen de toespraak van de PVDA, die de door Rusland gevoerde oorlog ondubbelzinnig veroordeelt. (…) Het in herinnering brengen van de Amerikaanse en, meer in het algemeen, de westerse inspanningen om Oekraïne te dwingen tot de Navo toe te treden, komt geenszins neer op het gelijkstellen van de agressor en diegene die de agressie ondergaat, of op het rechtvaardigen van het beleid van Moskou op welke wijze dan ook. Deze kwestie is van fundamenteel belang voor het zoeken naar een diplomatieke oplossing.”