Foto GPA Photo Archive

Niet overal in de wereld wordt op dezelfde manier naar het conflict in Oekraïne gekeken. In veel landen in het Zuiden is er veel verontwaardiging over de houding van westerse landen. Daarom kiezen steeds meer landen geen kant in dit conflict.

De landen van het Zuiden (landen buiten Europa en Noord-Amerika, ook wel het Globale Zuiden genoemd) zien hoe de oorlog in Oekraïne voor die westerse landen veel belangrijker is dan de vele conflicten waar zij slachtoffer van zijn. Ze weten ook dat wanneer westerse landen hun militaire budgetten oppompen, de wapens vroeg of laat ook bij hen ingezet kunnen worden om westerse belangen te verdedigen. De zuiderse landen zijn niet akkoord met de inval van Poetin in Oekraïne, maar ze zijn ook niet opgezet met het militaire opbod van het Westen. Ze willen dat de oorlog stopt en zoeken hun eigen uitweg uit de economische malaise die de oorlog veroorzaakt.

Acht dagen na de inval van Rusland in Oekraïne vond een buitengewone zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties plaats, met als enige agendapunt de oorlog in het Oosten van Europa. De resolutie die voorlag, eiste van de Russische Federatie om alle troepen uit Oekraïne terug te trekken. Ze kreeg 141 stemmen voor, 35 onthoudingen en 5 tegenstemmen. De resolutie werd dus aangenomen, op het eerste gezicht zelfs met een grote meerderheid.

Opvallend waren echter de landen die de resolutie niet steunden, maar zich neutraal opstelden. Het gaat immers om grote en invloedrijke landen als India, China en een groot aantal Afrikaanse landen, waaronder Zuid-Afrika. De Washington Post merkte zelfs op dat meer dan de helft van de wereldbevolking in landen woont die zich onthouden hebben bij deze resolutie. “Hoewel zulke resoluties niet bindend zijn, weerspiegelt het stemgedrag wel vaak het gewicht van de publieke opinie”, zegt de Amerikaanse krant. Het was het eerste teken dat de wereldverhoudingen minder zwart-wit zijn dan we soms zouden denken.

Dan volgde op zeven april een volgende stemming. De Verenigde Staten wilden Rusland uitsluiten van de VN-mensenrechtenraad. Het resultaat schetst een nog scherper beeld: minder dan een kwart van de wereldbevolking woont in landen die deze uitsluiting steunen.

Stemmen voor resoluties is één ding, deelnemen aan de economische sancties tegen Rusland is enkel een zaak van het Westen. Buiten Europa en Noord-Amerika weigeren de meeste landen om mee te doen. In heel Azië zijn er slechts drie landen – Japan, Zuid-Korea en Singapore – die economische sancties tegen Rusland hebben afgekondigd. In Zuid- en Midden-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten zijn er zelfs geen.

Dat de wereld verdeeld is over de situatie bleek ook uit de reactie van de oliestaten in het Midden-Oosten. Terwijl het normaal gezien trouwe bondgenoten zijn van de Verenigde Staten, weigerden Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten in te gaan op de vraag om hun olieproductie op te drijven. Dat zou het embargo van het Westen op Russische olie kunnen compenseren en de prijs van olie, die door het conflict en de sancties de hoogte ingeschoten is, doen milderen. Maar ook Egypte weigerde in te gaan op de vraag om het Suezkanaal te sluiten voor Russische schepen. “Het Suezkanaal is en blijft neutraal”, reageerde de Egyptische beheerder van het internationale kanaal.

Twee maten, twee gewichten

“Washington draagt een speciale verantwoordelijkheid voor de situatie tussen Rusland en Oekraïne”, kopte het editoriaal van de Chinese versie van de Global Times de week van de invasie. Ook in andere landen wordt de rol van de Navo meer belicht. Het is een oorlog tussen de Navo en Rusland in Europa en beide partijen hebben boter op het hoofd. Dat idee leeft bij heel veel mensen buiten Europa en Noord-Amerika, vaak het “Globale Zuiden” genoemd.

Ze veroordelen dan wel vaak de Russische invasie, omdat die de territoriale integriteit van Oekraïne schendt, maar ook de Navo en de VS worden regelmatig met de vinger gewezen. Dat is niet verwonderlijk. De buitenlandse politiek, met interventies over heel de wereld, maakte hen niet bepaald populair bij de bevolking van heel wat Aziatische landen, het Midden-Oosten, Afrika en Latijns-Amerika. Daar kennen ze de geschiedenis van interventies maar al te goed. Ze zijn gefrustreerd door de westerse hypocrisie rond de Israëlische bezetting van Palestina, ondanks de unanieme veroordeling door de VN. Ze herinneren zich nog heel goed de oorlog die de Verenigde Staten en hun bondgenoten gevoerd hebben tegen Irak, en niet in het minst de gevolgen daarvan. Meer dan twee miljoen doden zijn toe te schrijven aan de interventie en de sancties. Voor hen roept de Navo geen vertrouwen op.

Daarbij komt een groot ongenoegen over de selectieve verontwaardiging van het Westen. Britse en Amerikaanse wapenfabrikanten maken immers nog steeds stevige winsten dankzij het langdurig conflict in Jemen, dat al veel meer slachtoffers eiste dan de oorlog in Oekraïne tot nog toe. De Verenigde Naties stelde zelfs dat westerse landen met hun militaire steun aan het conflict medeplichtig gesteld kunnen worden aan oorlogsmisdaden.

In het begin van de oorlog gingen ook in het Zuiden de beelden rond van journalisten die op een totaal andere manier over Oekraïense vluchtelingen spraken dan over mensen uit het Zuiden die vluchten voor oorlog en geweld. De beelden van reporters die het zonder schroom hadden over “blonde kinderen met blauwe ogen” die moeten vluchten of die live op televisie verkondigden dat we “dit verwachten in Afghanistan of Irak, maar niet in Europa”, kwamen hard binnen en illustreerden de selectieve verontwaardiging van de westerse media. Zo ook het feit dat Afrikaanse en Aziatische studenten die Oekraïne ontvluchtten slachtoffer werden van flagrant racisme. Dat ze zelfs bij aankomst in België op een totaal andere manier behandeld worden dan “echte” Oekraïense vluchtelingen, zet kwaad bloed.

In de media wordt tot slot veel meer dan bij ons ook de Russische kant van het conflict belicht. Daardoor zijn de mensen veel meer verdeeld over de zaak. “In Marokko verdedigen verschillende lagen van de bevolking zelfs de invasie van Oekraïne, omdat Europa ‘het zelf gezocht heeft’, door zich steeds meer te isoleren en vooral omwille van ‘zijn arrogantie’”, zegt journaliste Nadia Lamlili in Le Soir. Het is een beeld dat breed gedragen wordt bij de mensen van het Globale Zuiden.

Een oorlog die de mensen hard raakt

Er heerst buiten het Westen dus een grote apathie en zelfs antipathie tegenover de geopolitieke redenen van het conflict. Dat staat in schril contrast met de economische realiteit die veel mensen in het Globale Zuiden door de oorlog ondervinden. Heel wat landen uit de Arabische wereld worden bijvoorbeeld rechtstreeks geraakt in hun voedselveiligheid, omdat ze afhangen van de import van bijvoorbeeld graan en zonnebloemolie uit het conflictgebied.

In Libanon, dat meer dan 80% van zijn graan importeert uit het conflictgebied, is de toestand stilaan dramatisch. Het land was al erg geraakt door de coronacrisis en sinds de ontploffing van de gasballon in de haven van Beiroet in 2020 zijn de graansilo’s er nog steeds niet hersteld. Het land is zo goed als door zijn voorraden heen en zoekt dringend steun.

De oorlog zorgt voor stijgende voedselprijzen op de wereldmarkt, wat alle landen raakt die afhankelijk zijn van import voor hun basisbehoeften. Zo komt in Somalië de voedselschaarste bovenop de ergste droogte in meer dan veertig jaar. De VN waarschuwen dat het land dit jaar te maken kan krijgen met een nationale hongersnood als het de komende weken niet voldoende gaat regenen. In een land waar al voor de oorlog naar schatting 1.4 miljoen kinderen ondervoed waren, zijn de effecten van zo’n conflict meteen dramatisch.

“De Russisch-Oekraïense oorlog zorgt voor een existentiële dreiging voor de Egyptische economie”, concludeert een onderzoek van het Middle East Institute. Ook het land van de Nijl is rechtstreeks geraakt door de stijging van de voedselprijzen, wat meteen verstrekkende politieke gevolgen kan hebben. De situatie doet immers denken aan het begin van de Arabische Lente meer dan tien jaar geleden. Toen waren het ook de stijgende voedselprijzen die het vuur aan de lont staken. “Wanneer prijzen plots stijgen en arme mensen hun families niet meer kunnen voeden, staan ze snel op straat”, waarschuwt Kristalina Georgieva, hoofd van het Internationaal Monetair Fonds. “We weten dat zulke problemen niet ter plaatse blijven maar zich snel verspreiden.”

“Voedsel en transport staan voor 57% van de consumptie in Nigeria, 54% in Ghana, 39% in Egypte en een derde in Kenya”, merkt Africa Report op en besluit: “Afrika heeft een overweldigende nood aan vrede in Europa.” Ook in het Globale Zuiden betaalt de werkende klasse deze oorlog.

De oorlog in een multipolaire wereld

Maar er is meer dan dat. Verschillende landen wegen hun acties af en weigeren kant te kiezen in dit conflict. Of ze kiezen vooral voor hun eigen belangen. De redenen hiervoor zijn vaak anders per land.

De invloed van de Verenigde Staten om landen mee te nemen in een economische oorlog tegen Rusland, is niet meer zoals vroeger. Het conflict legt een nieuwe geopolitieke wereldorde bloot en daarin lijken de Verenigde Staten en het Westen steeds minder heer en meester. Hoewel de wereldeconomie nog steeds grotendeels van de dollar afhankelijk is, is de economische invloed van de VS steeds minder sterk. Hun aandeel in de wereldhandel neemt gestaag af. Bovendien zijn de Verenigde Staten de laatste jaren, onder meer onder president Trump, niet bepaald de meest betrouwbare diplomatieke partner gebleken. Dat ondermijnt ook op diplomatiek gebied een deel van hun morele superioriteit.

Anderzijds groeit de invloed van China op het wereldtoneel en vormt het land voor landen uit het Globale Zuiden steeds meer een alternatief voor economische en politieke relaties. Dat leidt al enkele jaren tot de opbouw van spanningen op economisch maar ook militair vlak tussen de Verenigde Staten en China. Het meest recente voorbeeld hiervan is de lancering in volle Oekraïene crisis van de Indo-Pacific Strategy (IPS) door Amerikaans president Biden. De VS willen met dit economisch en militair verbond van India een tegenwicht voor China maken. Enkele weken voor de oorlog stelden Rusland en China dan weer hun Joint Statement voor bij de start van de Olympische spelen in Peking. Hierin stelden ze hun intenties tot economische samenwerking voor en zetten ze een strategie uit waarin regionale samenwerkingsverbanden zoals de Shanghai Cooperation Organisation, de BRICS en de Eurasian Economic Union versterkt zouden worden.

We hebben soms de neiging om de wereld op te delen in blokken. Zeker in tijden van oorlog is die tendens aanwezig. “You are either with us or against us,” zei President Bush na de aanval van 11 september 2001, je bent voor of tegen ons. Wie de wereld bekijkt vanuit een land in Azië, Afrika of Latijns Amerika, ziet echter een andere wereld. Een tanende wereldmacht, de VS, die wordt bijgestaan door Europa en enkele andere geïndustrialiseerde landen. Daarnaast een opkomende macht in het Oosten, China, die erin slaagt om wereldwijd invloed te verwerven. Daar tussenin enkele regionale machten, opkomende en tanende, die elk hun eigen belangen verdedigen in hun hoek van de wereld.

Neem bijvoorbeeld India. Het land dat geleid wordt door de Hindoe-Nationalistische Narendra Modi ziet in de eerste plaats China als zijn belangrijkste regionale concurrent. Het land wil zijn economie en handel diversifiëren om een regionale autoriteit te worden. Hiervoor smeedt het banden met buurlanden in Oost- en Zuid-Azië maar zoekt het ook investeringen uit het Westen voor zijn Make In India-programma. Hierin vindt het bij de Verenigde Staten duidelijk een bondgenoot, zoals de IPS onderstreepte.

Maar tegelijkertijd was het één van de belangrijkste landen om zich, net als China en Pakistan, te onthouden bij de VN-resoluties. De drie landen zijn niet akkoord met de schending van de territoriale integriteit van Oekraïne maar zeggen ook begrip te hebben voor de bezorgdheden van Rusland in verband met de druk van de Navo. India heeft immers ook een historisch sterke band met Rusland, het is er deels van afhankelijk voor heel wat militair materiaal. Rusland steunt ook de wens van India voor een permanent zitje in de Veiligheidsraad van de VN. Ondanks de druk die de VS en de EU op India proberen te leggen om het in het kamp tegen Rusland te trekken, blijft het net zoeken naar manieren om handel te voeren met Rusland in roebels en roepies, zeker nu het Russische olie aan dumpingprijzen kan invoeren. Het is duidelijk dat de Indische burgerij zo probeert te profiteren van de crisis.

Net als India legt ook China zijn positie ten aanzien van het conflict in de economische weegschaal. De VS proberen hen in het kamp van Rusland te duwen. Zelf zegt het dat de relatie met Rusland “gebaseerd is op niet-alliantie, niet-confrontatie en niet-aanvallen van een derde partij’. Fijntjes merkt het evenwel op dat dit “fundamenteel anders is dan de praktijk van de VS”. Het land is zeer gesteld op territoriale integriteit en keurde de annexatie van de Krim of de erkenning van de Donbas-republieken niet goed.

Oekraïne is voor China ook een economische partner. Het land maakt deel uit van haar Belt and Road Initiative om de band met Europa, dat met zo’n 830 miljard de grootste handelspartner van China is, te versterken. Sinds 2017 investeerde het project al meer dan 150 miljoen dollar in Oekraïne. Het land is dus niet akkoord met de invasie van Rusland en er absoluut niet bij gebaat. Het roept op tot de-escalatie en een einde aan de oorlog, maar herkent zich als geen ander ook in de bezorgdheden die Rusland uit ten aanzien van de Navo.

China is evenwel niet van plan om zich te gaan mengen in het conflict en beschouwt het, net zoals veel landen uit het Globale Zuiden, als een Europees probleem. Het houdt de economische samenwerking met Rusland staande maar is wel beducht voor secundaire sancties en de manier waarop het betrokken kan worden in dit conflict, wat kan wegen op de economische relaties met de Europese Unie en de VS, die vele malen groter zijn dan de groeiende handelsrelatie met Rusland. Dit verhindert Chinese bedrijven echter niet om naar gelang hun eigen belang activiteiten in Rusland stop te zetten of net verder te ontplooien.

De oorlog en de sancties veranderen de verhoudingen in de wereldeconomie ingrijpend

De samenwerking tussen Rusland en China van begin februari was een volgende stap in de economische samenwerking tussen de twee buurlanden sinds de jaren 2000. Als gevolg van de aanhoudende sancties van de Europese Unie sinds het conflict in Oekraïne in 2014 haar vorige hoogtepunt bereikte, was Rusland voor machines en consumptiegoederen al veel sterker naar zijn zuidelijke buur toegegroeid. Bovendien kan China het Russische gas, de olie en grondstoffen goed gebruiken voor zijn snelgroeiende economie. De handel tussen beide partijen is ondertussen toegenomen tot zo’n 150 miljard dollar per jaar. Dat is niet te verwaarlozen, maar nog steeds slechts de helft van de handel tussen Rusland en de Europese Unie voor het conflict en een fractie van de handel tussen China en de EU.

De oorlog wordt echter niet alleen militair gevoerd. In reactie op de Russische invasie heeft het Westen een hele reeks economische sancties uitgevaardigd tegen Rusland en die hebben blootgelegd waar het toe in staat is. Wat lang gezien werd als een financiële atoombom, gebeurde op 12 maart echt: een aantal Russische banken werd uit het SWIFT-betalingssysteem geweerd. SWIFT is een Europees berichtensysteem dat wereldwijd de communicatie tussen verschillende banken organiseert, een samenwerking van Westerse banken die banktransacties in meer dan 200 landen domineert. Door de Russische banken af te sluiten, gebruikten de Westerse landen hun economische dominantie om de Russische economie te isoleren, ook van landen die zelf geen rechtstreekse sancties opleggen.

Hoewel de impact van deze ban op de oorlog onduidelijk is en zich beperkt tot sectoren die niet met energie bezig zijn, wordt hij wereldwijd wel opgevat als een wake up call die duidelijk maakt dat de wereldeconomie op heel veel verschillende manieren verbonden is met de Westerse belangen. Het Chinese CIPS-systeem, dat gebouwd is om de Chinese Yuan als munt voor internationale handel te promoten, wint als gevolg van deze sancties aan aantrekkingskracht. Ook al kan het op korte termijn de ban niet compenseren, heeft het veel landen aangezet om hun economische afhankelijkheid te herbekijken. Het is op dit moment vooral China dat hiervan profiteert.

In hun zoektocht naar financiële alternatieven gaan landen in het Globale Zuiden ook steeds meer handelsovereenkomsten starten die de dominantie van de dollar omzeilen. China, Rusland, Kazachstan, Kyrgystan, Wit-Rusland en Armenië werken aan zo’n systeem. Brazilië gooit dollars en euros op de markt en legt reserves aan in Yuan. Zelfs Saoedi-Arabië stelde al voor olie ook in Yuan te willen verhandelen. Dit laatste raakt aan de fundamenten van de werelddominantie van de US dollar, die sinds de jaren ‘70 dé munt was om olie mee te kopen. Daarom wordt hij ook vaak de petrodollar genoemd. Indien deze voorstellen uitgevoerd worden, is dit een verregaande klap voor de dominantie van de dollar en bijgevolg ook voor de economische dominantie van de Verenigde Staten.

“We staan aan het doopvont van een nieuwe versie van ‘Bretton Woods’, een nieuwe wereldorde die gebaseerd is op munten uit het oosten en die waarschijnlijk het financieel systeem dat gebaseerd is op de Euro en de dollar zal verzwakken. Bovendien zal het ook de inflatie versterken.” De financiële reus Credit Suisse schat de effecten van de oorlog en de sancties op lange termijn zeer ingrijpend in. De verzwakking van de dollar als reservemunt is echter geen eenzijdige shift naar de Yuan maar eerder een diversificatie waarbij verschillende munten een rol beginnen te spelen.

Wat de uitkomst van de oorlog ook is, het is duidelijk dat de wereldeconomie een richting is ingeslagen weg van de algehele dominantie van de Verenigde Staten. Dat maakt dat heel wat landen zichzelf “neutraal” opstellen: ze kiezen geen kant. Geen van hen heeft belang bij het conflict en allen willen ze dat het zo vlug mogelijk ophoudt. Toch zijn de motivaties van deze landen te verschillend om een hecht blok van “niet-gebonden” landen te vormen. Er kunnen nieuwe allianties ontstaan en de onderlinge verhoudingen verschuiven. Maar de geostrategische verschuivingen die nu plaatsvinden, zijn een verdere evolutie naar een multipolaire wereld waarin elk land een nieuw evenwicht zoekt ten opzichte van de wereldmachten, regionale machten en buurlanden. De oorlog is de wereld ingrijpend aan het veranderen.