Wat heeft de begroting van Vivaldi voor u in petto? De details.

Sofie Merckx. Foto: Stefaan Van Parys

Vorige week hield eerste minister Alexander De Croo zijn State of the Union met de krachtlijnen van het beleid van de Vivaldi-regering voor de komende twee jaren. Hij begon met de woorden van de Amerikaanse President Ronald Reagan: “A government’s first duty is to protect the people, not run their lives.” De eerste taak van de overheid is mensen beschermen, niet hun leven overnemen. “Dát is de handschoen die deze regering opneemt: onze burgers, zelfstandigen en bedrijven bijstaan en beschermen. Maar laat ons als politici ook bescheiden blijven. In deze woelige tijden bestaan er geen mirakeloplossingen. De overheid kan de schok verzachten, maar ik besef zeer goed dat we niet alle zorgen kunnen wegnemen.” Voor de werkende klasse blijken de oplossingen effectief bescheiden, bijzonder bescheiden. Van de vele beloftes die de politieke partijen de laatste weken deden, blijft niet veel over. Woorden in de wind.

Geen “energiebazooka”

Hold-up in de sociale zekerheid

Nog meer flexibilisering, deregulering en jacht op langdurig zieken

De grootste schouders dragen niet de zwaarste lasten

Besparingen in spoor, gezondheidszorg en bij ambtenaren en politie

De belangstelling van de premier voor het klimaat is slechts voor de show

Het schaamlapje van de ministerlonen en de dotatie

De oorlog stoppen, niet escaleren

Geen “energiebazooka”

De Croo:

Beschermen, dat wil vandaag zeggen dat we in de eerste plaats onze gezinnen en bedrijven wapenen tegen de energieoorlog. Daarvoor kiest de regering drie prioriteiten. (…) Deze “energiebazooka” gaan we deels financieren door de overwinsten van de energieproducenten af te romen.

Met een wintercheque van 196 euro komen gezinnen de winter niet door.

Ondanks een doorsnee gezin vandaag zo’n €5000 meer betaalt voor energie dan voor de crisis, beslist de regering om vijf maanden lang een wintercheque van slechts €196 uit te delen. Dat is in totaal €980 minder op jaarfacturen voor de gezinnen van gemiddeld €6800. Daarmee wordt de energieschok helemaal niet opgevangen. Alleen de blokkering van de energieprijzen op een lager niveau biedt de gezinnen, zelfstandigen en kmo's werkelijk bescherming, zoals dat in verscheidene landen overigens ook gebeurt.

Engie mag nog steeds op twee oren slapen.

Een jaar lang al klopt de PVDA op de nagel van de overwinsten. In een eerste fase ontkenden de regeringspartijen maandenlang zelfs maar het bestaan ervan. Op 10 september postte MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez nog een TikTok-video: “Uit juridisch en economisch oogpunt bestaan overwinsten niet.” Na de ontkenningsfase verstopte de regering zich maanden achter Europa of juridische argumenten. Maar onder druk wordt alles vloeibaar en tijdens het begrotingsconclaaf stelde minister van Energie Tinne Van der Straeten voor om €4,7 miljard af te romen in de energiesector.

Goed dat het principe van overwinsten eindelijk erkend wordt, nu het afromen nog. Vivaldi landt een stuk lager dan het aangekondigde bedrag van de minister. De energiemultinationals mogen nog steeds het grootste deel van hun overwinsten houden. Van de €9 miljard overwinsten die Engie-Electrabel in de periode 2021-2024 boekt, wordt slechts €2,2 miljard afgeroomd, nucleaire rente van 1 miljard die reeds eerder was voorzien inbegrepen. Van de regering mag Engie-Electrabel zich dus nog altijd verrijken met €6,8 miljard op kap van de gezinnen, de kleine zelfstandigen en de KMO’s.

De permanente btw-verlaging heeft veel weg van een broekzak-vestzakoperatie.

De Vivaldi-partijen kloppen zich op de borst over de permanente btw-verlagingen van 21 naar 6% op gas en energie. Daarmee wordt na jaren acties en een petitie met meer dan 300.000 handtekeningen een groot strijdpunt van de PVDA eindelijk werkelijkheid. Maar er zijn enkele addertjes onder het gras. De btw op mazout blijft op 21%. En de regering-De Croo maakt het ook mogelijk om de accijnzen fors op te voeren als de energieprijzen weer dalen. Dat toont dat ze nog steeds niet erkent dat energie een basisbehoefte is, te belasten aan het tarief voor basisgoederen en geen (pro)cent meer.

Haal de energiesector uit de handen van de multinationals.

In zijn speech verklaarde premier De Croo het volgende: "De gasmarkt is allang geen vrije markt meer. Het is een oorlogswapen.” De energiecrisis is evenwel niet veroorzaakt door een storing in de markt, de markt is de oorzaak. Sinds de liberalisering worden de energieprijzen bepaald door speculanten op de beurs. Bij het minste risico op schaarste panikeren de beurzen en ontploffen de prijzen. Zo boeken energiemultinationals waanzinnige overwinsten. De enige oplossing is de liberalisering terugdraaien en van energie terug een publieke sector maken. Vergelijk de geliberaliseerde energiesector met een publieke sector zoals watervoorziening. Deze zomer was er met de droogte een reële schaarste aan water. Er kwamen ingrijpende maatregelen, vooral in de landbouw, maar de waterfacturen zijn niet ontploft.

Lees hier het energieplan van de PVDA: https://www.pvda.be/het_plan_van_de_pvda_om_de_prijzen_te_doen_dalen_en_engie_te_doen_betalen

Terug naar de inhoudsopgave

Hold-up in de sociale zekerheid

De Croo:

() met één miljard financiële ademruimte voor onze hardwerkende kmo’s en bedrijven in deze moeilijke tijden. Dat doen we met een vrijstelling van de patronale bijdragen op de indexverhogingen voor de eerste twee kwartalen van 2023 en een uitstel ervan voor de twee laatste kwartalen.

Een indexsprong in de sociale zekerheid.

Vivaldi verlaagt voor de eerste twee kwartalen van 2023 de patronale bijdragen op de brutolonen van 25% naar 17,93%, een verlaging van 7,07%. De bijdragen voor het tweede kwartaal kunnen gespreid betaald worden tot 2025. Patronale bijdragen financieren de sociale zekerheid, ze zijn het indirect loon van de werkende klasse. Vivaldi heeft steeds de mond vol van de “betaalbaarheid” van onze pensioenen en de gezondheidszorg, maar met deze maatregel plundert ze de kassen van de sociale zekerheid met €1 miljard. Het is niets anders dan een indexsprong in de sociale zekerheid.

Deze korting komt bovenop de korting met de taxshift van de regering-Michel: een daling van de patronale bijdragen van 33 naar 25%. België is ondertussen kampioen in zulke loonsubsidies aan de bedrijven. Het Planbureau rekent uit dat tegen 2027 bedrijven €16,7 miljard minder bijdragen aan de sociale zekerheid zullen betalen dan zonder de geldende algemene en specifiek toegekende kortingen. Dat komt neer op bijna 13% van de voorspelde uitgaven in de sociale zekerheid in 2027.

Vivaldi bedient VBO op zijn wenken, de sociaaldemocraten breken beloftes.

Al sinds juni beuken de topman van het VBO en geestesgenoten op het thema. “Vandaag brengt de automatische indexering meer onrust dan rust. Dat dreigt ons economisch weefsel schade toe te brengen. Het enige wat we vragen is de openheid van geest om het systeem bij te sturen, al was het maar tijdelijk.” Ze kregen wat ze vroegen. Een week voor de State of The Union verkondigden de sociaaldemocraten nog krachtig het tegenovergestelde tijdens het vragenuurtje. "De socialisten zeggen nee tegen het ontrafelen van de loonindexering! We zeggen nee tegen het defiscaliseren van de loonindexering!" zegt Christophe Lacroix (PS). Melissa Depraetere (Vooruit): “Voor socialisten is het extra duidelijk. Het [morrelen aan de index] is een echte rode lijn, geen halve rode lijn, geen tijdelijke rode lijn, geen stippellijn. Met Vooruit in de regering komt er geen indexsprong.”

De verlaging van de patronale bijdragen helpen zelfstandigen en KMO’s niet, maar zijn vooral een cadeau aan het winstgevend grootbedrijf.

Minister Pierre-Yves Dermagne (PS) was stellig een week voor de State of The Union: “uitstel op de patronale bijdragen” moest “gericht” gebeuren en “verbonden zijn aan voorwaarden”. Die voorwaarden en doelgerichtheid zijn er niet en het uitstel is voor de helft afstel. Bedrijven als Total, AB Inbev, Pfizer, en zelfs Engie, die al miljarden winsten boeken, krijgen hiermee elk nog enkele miljoenen cadeau.

KMO’s en kleine zelfstandigen springen hiermee niet ver, integendeel: 74% van de zelfstandigen in België stelt zelfs geen personeel tewerk. Het probleem van de overweldigende meerderheid van de bedrijven zijn de explosieve energieprijzen, niet de lonen. Ook zij zijn op de eerste plaats geholpen met een prijsblokkering

Terug naar de inhoudsopgave

Nog meer flexibilisering, deregulering en jacht op langdurig zieken

De Croo:

De jobsdeal werd onlangs in dit Parlement gestemd. En we vullen die aan met een nieuw pakket om vacatures makkelijker in te vullen. Studenten zullen meer mogen werken, tot 600 uur. Ook in de landbouw, evenementen- en cultuursector, in de zorg en de sport komen er flexijobs. Mensen met een uitkering krijgen financiële prikkels om aan het werk te gaan.

Schending arbeidsrecht door uitbreiding van precaire arbeidscontracten.

Na de jobsdeal met de 10-urendag en de uitbreiding van nachtarbeid, gaat de regering verder op zijn elan. Flexijobs waren tot nog toe beperkt tot de horeca en de detailhandel. De Croo breidt het systeem nu uit tot landbouw, cultuur, zorg en sport onder het mom van “makkelijker invullen van vacatures”. Toen de regering-Michel in 2015 de flexijobs in het leven riep, waren Ecolo en PS nog fervente tegenstanders. “Gevaarlijk”, zei Frederic Daerden (PS). “Problematisch voor de werknemersrechten”, zei Georges Gilkinet (Ecolo). In 2017 waren er 26.000 flexijobbers, in 2022 al 104.000. Het aantal flexijobbers zal met deze nieuwe uitbreiding pijlsnel klimmen. Is dit de bescherming van De Croo tegen de hoge prijzen? Neem een flexijob om de factuur te betalen?

Flexijobs zijn de veramerikanisering van de arbeidsmarkt. Gepensioneerden of werknemers die 4/5e werken nemen er hun toevlucht toe om rond te kunnen komen. Deze ultraflexibele werkregeling gaat gepaard met lage lonen en onzekere werktijden. Flexijobs ondermijnen ook de financiering van de sociale zekerheid en creëren geen nieuwe werkgelegenheid. "Een ernstige schending van het recht op collectieve onderhandelingen, het recht op fatsoenlijk werk en het recht op sociale bescherming", zeggen de vakbonden.

Opvoeren van de jacht op langdurig zieken.

Door meer langdurig zieken sneller in eender welke job te duwen, wil Vivaldi €67 miljoen extra besparen op de ziekte-uitkering in 2023 en 2024. Dat is bovenop de al geplande besparingen van €161,4 miljoen (2023) en €243,1 miljoen (2024). Vivaldi zet nog meer in op de terug-naar-werktrajecten. Helemaal conform “de mensen die niet willen [werken], gaan op een bepaald moment eens een schop onder hun gat moeten krijgen.” (Conner Rousseau, Vooruit)

Mensen zijn ziek gewerkt. Extra druk van de overheid, op straffe van sancties, helpt de langdurig zieke niet. Vivaldi pakt de oorzaken niet aan. Integendeel, ze werkt de oorzaken in de hand met de arbeidsdeal en het uitbreiden van flexijobs. “Beter voorkomen dan genezen”, zegt de PVDA. Breng de pensioenleeftijd terug naar 65 jaar, versterk de arbeidsinspectie, schroef de flexibiliseringsmaatregelen terug, experimenteer met een 30-urenweek en erken burn-out als beroepsziekte.

Inperking van het tijdskrediet verergert de crisis in de kinderopvang.

Vivaldi beslist tot een besparing van €17 miljoen bij de werkende ouders die de ratrace proberen te combineren met de zorg voor hun kinderen of hun naasten. De inperking van het tijdskrediet komt bovenop de crisis in de kinderopvang. In Vlaanderen blijven momenteel crèches dicht door personeelstekorten. Die zijn het gevolg van jarenlange besparingen in de sector. De werkende gezinnen, en zeker de alleenstaande ouders, hebben de opvang heel hard nodig. Maar nu gaat de federale regering het nog moeilijker maken voor de ouders door het tijdskrediet te beperken. Tot nu toe konden ouders voor elk kind thuisblijven tot het acht jaar was. Dat wordt nu vijf jaar. En ook de periode thuis wordt beperkt in de tijd, van 51 naar 48 maanden. Het effect is dat één van de werkende ouders deeltijds zal moeten werken, om de kinderen de zorg te geven die ze verdienen. In de realiteit is dat meestal de vrouw. Het tijdskrediet inperken is dan ook een stap terug in de gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Terug naar de inhoudsopgave

De grootste schouders dragen niet de zwaarste lasten

Men doet de rijksten niet bijdragen.

Op 1 mei 2022 zeiden vijf van de zeven Vivaldi-partijen (PS, Vooruit, Ecolo, Groen, CD&V) voor het belasten van de rijksten te zijn. En op 7 oktober, vlak voor het begrotingsconclaaf van de regering, verklaarde PS-voorzitter Paul Magnette op RTBF dat een "crisisbijdrage op alle hoge inkomens zeer welkom zou zijn" en dat het ook nodig was om "de belastingen op vermogen te verhogen". Lekken naar de pers noemen ook een verhoging van de belasting op effectenrekeningen.

De regering gaat het geld echter niet bij de grote vermogens halen. In België bezit de rijkste 1% van de bevolking evenveel als de 74% minst rijke bevolking. Deze 1% rijkste mensen heeft een vermogen van €662 miljard, wat meer is dan het bbp, alles wat België jaarlijks produceert. Elke 1% aan belasting die op het vermogen van deze 1% rijken zou worden geheven, zou €6,62 miljard opbrengen!

De belasting op effectenrekeningen treft niet de allerrijksten - zoals de miljardairsfamilies de Spoelberch (AB Inbev), Janssen (UCB), Colruyt (Colruytgroep) enz. - omdat zij hun enorme vermogen niet op effectenrekeningen hebben staan. Maar zelfs deze placebobelasting heeft de regering geweigerd te verhogen. Anderzijds zullen de grote bedrijven van deze hyperrijken volop profiteren van het geschenk van een miljard euro dat de regering hen aanbiedt in de vorm van een verlaging van de zogenaamde sociale werkgeversbijdragen (maar die in werkelijkheid indirecte lonen van de werknemers zijn, zie hierboven).

De maatregelen voor het bedrijfsleven zijn losse flodders.

De PS gaat er prat op maatregelen bedongen te hebben die de bedrijven laten betalen, maar als je die maatregelen nader bekijkt, zie je dat het eerder losse flodders zijn.

  1. De afschaffing van de notionele interest: in feite zijn deze al grotendeels geschrapt ten tijde van de hervorming van de vennootschapsbelasting in 2017. Het bewijs: de begrotingstabel voorziet in een bedrag van 40 miljoen voor 2023, terwijl het in het verleden tot 6 miljard heeft gekost. (Aanvankelijk gold de aftrek voor het totale eigen vermogen van bedrijven, maar sinds de hervorming geldt deze alleen voor vergroot eigen vermogen, dus gemiddeld 20 keer minder)

  2. De herziening van de bankentaks: er zal aan 80% belast worden, terwijl deze tot nu toe aftrekbaar was. We hadden echter gehoopt op een maatregel die rekening houdt met de enorme winsten van de sector: de regering haalt in 2023 111 miljoen op bij de banken en verzekeringsmaatschappijen, maar de vier grootste banken van het land alleen al boekten 6,5 miljard aan winst in 2021. Neem het geval van BNP Paribas Fortis. De maatregel van de regering kost de bank 40 miljoen, terwijl ze in 2021 een winst van 2,3 miljard boekte. De maatregel komt dus neer op ... 1,7% van de winst.

  3. De minimumbelasting voor multinationals: dit is niets nieuws, want de regering had er eerder al toe besloten en het opgenomen in de meerjarenbegroting. België volgt hier slechts een internationaal initiatief. Bovendien zullen multinationals kunnen blijven profiteren van fiscale achterpoortjes zoals de aftrek van meerwaarde op aandelen. Multinationals zullen minder belasting blijven betalen dan hun portiers.

De accijns op brandstof wordt verlaagd ... en vervolgens weer verhoogd.

De regering verlengt de maatregelen inzake accijnzen en btw op energieproducten, die de huishoudens moesten helpen de sterke prijsstijgingen op te vangen. Maar deze maatregelen zijn soms absurd. Neem de verlaging van de accijnzen op benzine. Het kostte de regering al vijf maanden om deze verlaging in maart 2022 in te voeren, die vijf dagen later al tevergeefs bleek, omdat deze bescheiden verlaging volledig teniet werd gedaan door de prijsstijging. Maar het gekste is nog wel de manier waarop het gebeurd is.

Ten eerste heeft de regering de accijns slechts met 14,5 cent per liter verlaagd tot 45,56 cent, terwijl het door de Europese wetgeving opgelegde minimum 35,9 cent bedraagt.

Ten tweede heeft de regering het zogenaamde positieve cliquetsysteem ingevoerd: wanneer de brandstofprijs onder de €1,70 per liter zakt, stijgt het accijnsbedrag automatisch. Maar niet andersom: een negatieve cliquet die de accijnzen verlaagt wanneer de prijs stijgt.

Laten we de werkelijke evolutie van de benzineprijs eens bekijken.

  • Op 10 september 2022, toen de prijs onder de €1,70 zakte, steeg de accijns op benzine met 3,99 cent per liter (inclusief btw).

  • Maar toen de prijs op 14 september steeg tot €1,7210 per liter en vervolgens op 23 september tot €1,744 per liter, werd de accijns niet verlaagd.

  • Erger nog: vanaf 28 september daalde de prijs licht en steeg de accijns met nog eens 1,30 cent per liter (inclusief btw), terwijl de prijs niet eens onder de €1,70 per liter was gezakt.

  • Op 7 oktober is de accijns op benzine met nog eens 1,20 cent per liter (inclusief btw) verhoogd, terwijl de prijs opnieuw niet onder de €1,70 per liter was gezakt.

  • Uiteindelijk bleef er van de aanvankelijke accijnsverlaging van 17,5 cent per liter (14,5 cent exclusief btw) op 7 oktober nog maar 11,01 cent per liter over.

Terug naar de inhoudsopgave

Besparingen in spoor, gezondheidszorg en bij ambtenaren en politie

De Croo:

Onze ziekteverzekering moet er staan als een dijk. We blijven ook na corona investeren in onze zorgverleners en zorginstellingen. In een betere verloning, betere werkomstandigheden, in opleiding en het aantrekken van nieuwe medewerkers. Want ook de zorg is vandaag een knelpuntberoep. Deze regering doet er alles aan om genoeg helpende handen te vinden.

De Croo:

We investeren ook in het spoor. We richten de stations hip in en maken treinen comfortabeler. Zodat een treinreis een realistisch alternatief wordt.

Na het applaus voor de zorg tijdens de pandemie, de besparingen.

De Vivaldi-regering snoeit €320 miljoen in de gezondheidszorg. Nochtans luidde de regering bij haar aantreden met veel tromgeroffel het tijdperk van de investeringen in de zorg in. De regering betonneerde in het regeerakkoord dat de groeinorm moet stijgen naar 2,5%. Opeenvolgende regeringen, met Elio Di Rupo (PS) en Maggie De Block (Open VLD), beknibbelden op die groeinorm. Na een korte periode van perspectief voor het zorgpersoneel en de patiënten, brengt nu ook Vivaldi de groeinorm terug naar 2%. Alle mooie woorden van investeringen in het zorgpersoneel, betere lonen en werkomstandigheden, en een verlaging van de patiëntenfactuur ten spijt. De groeinorm wordt berekend op basis van de zorgnoden, de vergrijzing en de toename van chronische ziektes. Zelfs al vóór de coronacrisis stelde het Planbureau dat een groeinorm van 2,2% nodig is.

Tijdens zijn speech in de Kamer stelde premier De Croo dat “onze ziekteverzekering er in deze tijden moet staan als een dijk”. De realiteit op de werkvloer in de zorgsector is dat de dijken aan het breken zijn. In ons land staan er 25.000 vacatures open voor verpleegkundigen. Eén op vier verpleegkundigen wil de sector verlaten. De regering wil de personeelstekorten in de zorg aanpakken door flexijobs in te voeren en studenten in te schakelen. We gaan onze zorgsector niet redden door nog meer flexibiliteit en goedkope contracten. De PVDA stelt voor om de herwaardering van ons zorgpersoneel bovenaan de agenda te zetten: door de lonen te herwaarderen, door onregelmatige uren correct te vergoeden, door de erkenning als zwaar beroep en door een verdubbeling van het Zorgpersoneelfonds dat voor meer handen aan het bed moet zorgen.

Waar de regering wel op kan besparen, doet ze dan weer niet om de belangen van Big Pharma niet te schaden.

Het recentste rapport van het RIZIV over het geneesmiddelenbudget toont dat op 7 jaren tijd de uitgaven met 40% stegen tot €5,5 miljard. Ook het aandeel van geheime contracten (contracten die de minister afsluit met Big Pharma voor dure, innovatieve geneesmiddelen) steeg in 2020 tot 35% van het budget. Nochtans stelde het regeerakkoord zich tot doel te kijken naar “de beheersing van het geneesmiddelenbudget en de budgettaire verantwoordelijkheid van de sector”. De praktijk bij Frank Vandenbroucke (Vooruit): hij laat toe dat Big Pharma de sociale zekerheid plundert door de geheime contracten. In plaats van daarin te besparen, snoeit hij in de groeinorm.

Het spoor is niet de grote winnaar van dit begrotingsconclaaf.

Op 5 oktober, de dag van de staking van het spoorpersoneel, was het “money time voor het spoor”, zei minister van mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) – €400 miljoen per jaar – , maar een week later is drie kwart van de money verdwenen. Vivaldi besliste tot een extra injectie in de spoorwegen met slechts €116 miljoen in 2023 en €84 miljoen in 2024. Het verkooppraatje van Gilkinet na het conclaaf? “Het spoor is de grootste winnaar van het begrotingsconclaaf” (sic). NMBS kan het huidig netwerk niet meer bedienen. Volgens NMBS en Infrabel is er minstens €3,4 miljard nodig op 10 jaar, alleen al om het huidig netwerk te bedienen. Dat is dan nog louter de compensatie van de besparing die de Zweedse regering van regering-Michel doorvoerde.

Volgens zijn Spoorvisie 2040 wil Gilkinet tegen dan het marktaandeel treinreizigers en goederen bijna verdubbelen. Het spoor zou de “ruggengraat van onze mobiliteit” moeten worden. Het is eerder een visgraat. De balans van Gilkinet sinds zijn aantreden: 10% minder reizigers dan voor zijn aantreden, meer dan 30.000 afgeschafte treinen in 2022 door personeelstekort, 700 km spoor bedreigd met sluiting door slechte staat, ticketprijzen die stijgen met 10% in februari, het NMBS-personeel heeft 90.000 recupdagen openstaan die ze niet kunnen opnemen. Gilkinet beweert oplossingen te brengen voor het spoor, alleen plant hij die blijkbaar allemaal in de volgende legislatuur.

Verlinden en De Sutter houden zich niet aan hun woord.

De beloofde loonsverhoging voor politie en federale ambtenaren komt er niet, in plaats daarvan krijgen ze maaltijdcheques. In 2022 hebben de ministers Petra de Sutter (Groen) en Annelies Verlinden (CD&V) en de vakbonden van ambtenaren en politieagenten afspraken gemaakt over loonsverhogingen in deze twee sectoren. Beide akkoorden zijn door de regering met voeten getreden.

De geplande gemiddelde salarisverhoging van 5% voor politieagenten die vanaf januari van toepassing zou zijn en die door velen al als ontoereikend werd beschouwd, zal niet in één keer worden toegekend, maar over meerdere jaren worden gespreid. De 65.000 ambtenaren (onder meer gevangenis-, onthaal- en logistiek personeel) krijgen uiteindelijk alleen maaltijdcheques, en dat pas in 2024, in plaats van een loonsverhoging van minstens 200 euro bruto per maand. Petra De Sutter had zelfs 7% beloofd voor de C-niveaus, voor het gevangenispersoneel betekent dit 500 euro netto per jaar meer. Ze beloofde ook de eindejaarsuitkering op te trekken tot een echte 13de maand.

Afgelopen juni zei De Sutter: "Ambtenaren hebben de afgelopen 20 jaar geen enkele loonsverhoging bovenop de index gekregen. Het is dus niet meer dan normaal dat hun loon verhoogt." Te midden van de inflatie laat de Vivaldi-regering haar ambtenaren en politieagenten in de steek. Dit is een ernstige woordbreuk.

Terug naar de inhoudsopgave

De belangstelling van de premier voor het klimaat is slechts voor de show

De Croo:

Via het Europees herstelplan nemen we maatregelen tegen de klimaatverandering door volgend jaar bijna anderhalf miljard te investeren in ons land, grotendeels ter ondersteuning van de klimaatdoelstellingen. (...) De klimaatcrisis herinnert ons er ook aan dat het in ons belang is over onze grenzen heen te kijken. Daarom steunen wij de meest kwetsbare landen. Zij zijn de eerste slachtoffers van de opwarming van de aarde. (...) Wij zijn de eerste generatie die de gevolgen van de klimaatcrisis voelt, maar ook de laatste generatie die haar kan indammen.

Ondanks urgentie, geen nieuwe federale klimaatinvesteringen.

Ondanks dat de premier zich in woorden wel degelijk bewust beweert te zijn van de urgentie van de klimaatcrisis, zullen er het komende jaar geen nieuwe federale klimaatinvesteringen bijkomen. Enkel de reeds geplande investeringen via het relanceplan werden herbevestigd. Die €1,5 miljard die de federale regering volgend jaar investeert, komen van het Europees relanceplan en komen slechts voor de helft ten goede aan klimaatgerelateerde projecten. Intussen blijft het overgrote merendeel van de maatregelen uit het federaal klimaatrouteplan 2021-2030 wachten op budget voor uitvoering. In de wetenschap dat er €10 miljard extra klimaatinvesteringen per jaar nodig zijn om België klimaatneutraal te maken tegen 2050 - en dat noch de gewesten noch de privésector dat bedrag vrijmaken – oogt het klimaatinvesteringsbilan van deze federale regering zeer mager.

België trekt opnieuw met lege handen naar de VN-klimaattop.

COP27 wordt ook wel 'de COP van de gebroken beloften' genoemd, sinds het Westen een groot deel van z'n klimaatbeleid overboord gooide na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. Dat België zijn klimaatbeloften niet nakomt, is echter niet nieuw. Dat ons land met lege handen naar een klimaattop vertrekt omdat intern de federale en regionale regeringen er niet uitgeraken, is haast een jaarlijkse traditie geworden. Het hoeft dus niet te verbazen dat België zijn nationale klimaatdoelstelling niet in lijn bracht met het doel om de mondiale opwarming te beperken tot 1,5°C, ook al werd in Glasgow afgesproken dat ieder land dat moest doen. Ook van een verhoging van de Belgische bijdrage aan de internationale klimaatfinanciering is geen sprake, ondanks dat het wereldwijde doel al drie jaar op een rij niet gehaald wordt door schuldig verzuim van rijke landen zoals België. België blijft slechts ongeveer een vierde van haar fair share bijdragen, en het leeuwendeel van die bijdrage blijft komen uit het groenwassen van ontwikkelingsbudget.

Het federaal klimaatbeleid is een lege doos.

Om haar aandeel in de verhoging van de Europese klimaatdoelstelling voor 2030 van 40 naar 55% uitstootreductie t.o.v. 1990 te realiseren, stelde de federale klimaatminister het 'federaal klimaatrouteplan' op. 'Plan' is echter een groot woord, want het gaat slechts om een inventaris van de geplande maatregelen van de verschillende regeringsleden die van dicht of van ver iets zouden kunnen bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. Maar dit is alles behalve een ambitieus en becijferd plan om de nodige uitstootreductie te realiseren. De effectiviteit van de maatregelen om de CO2-uitstoot te verminderen is amper berekend. De meeste maatregelen zijn niet volledig gebudgetteerd en hebben al helemaal geen budget toegekend gekregen. Heel veel maatregelen die al in uitvoering zouden moeten zijn, zijn dat nog niet door gebrek aan personeel en middelen. Minister van Klimaat Zakia Khattabi beweerde dat het met dit plan gedaan zou zijn met het nattevingerwerk in het klimaatbeleid. In werkelijkheid is het tegenovergestelde waar.

Walk for your future.

Dat is niet het klimaatbeleid waar duizenden jongeren voor op straat zijn gekomen de voorbije jaren. Zij willen een écht klimaatbeleid dat hun toekomst veilig stelt. De grote klimaatmars dit jaar heet niet voor niets “Walk for your future”. De PVDA zal op 23 oktober mee met hen op straat komen. Wij gaan voor een sociale klimaatrevolutie, waarbij de grote vervuilers worden aangepakt en waarbij iedereen toegang krijgt tot groene, goedkope en publieke energie.

Terug naar de inhoudsopgave

Het schaamlapje van de ministerlonen en de dotatie

Politieke soberheid houdt meer in dan enkel een procent inleveren op de buitensporige ministerlonen.

De Croo wil onder de vlag van “politieke soberheid” dat de ministers 8% inleveren op hun loon. Concreet worden de vier laatste indexverhogingen teruggedraaid. Van de parlementairen verwacht hij een gelijkaardig initiatief. Op een ministerieel loon van €250.489 bruto per jaar komt dat neer op €20.039. Een besparing van €456.000 in 2023. Politieke soberheid houdt meer in dan enkel een paar procent inleveren op de buitensporige lonen van ministers en parlementsleden. Politici voelen de crisis niet met lonen die een veelvoud zijn van het gemiddelde inkomen. Alexander De Croo staat in de top 10 van de best betaalde regeringsleiders ter wereld. Ministers leven in een bubbel, ver weg van de gezinnen en kmo’s die vandaag hun facturen niet meer kunnen betalen. Als de parlementaire lonen meer in de buurt zouden komen van een doorsnee inkomen, dan had de politiek al sneller maatregelen genomen tegen de hoge energiefacturen.

Een bevriezing van de partijdotaties: snijden in eigen vel ligt moeilijk.

De tweede maatregel die Vivaldi onder de vlag van politieke soberheid neemt, is de bevriezing van de partijdotatie. Besparen op een ander gaat de regering goed af, maar snijden in eigen vel ligt moeilijker. Dan is bevriezing plots het hoogst haalbare. België is Europees kampioen in de financiering van de politieke partijen. De partijen krijgen hier per stem vier maal zoveel als in Nederland, twee maal zoveel als Duitsland. Vorig jaar streken de partijen meer dan €75 miljoen op aan overheidsgelden. Hun totale vermogen komt ondertussen uit op €156,8 miljoen: een record bedrag.

Het systeem van financiering van de politieke partijen is op vele vlakken problematisch, maar de omvang is evenwel het meest nijpende en dringendste probleem. Hier past maar één urgente maatregel: een onmiddellijke halvering.

We moeten naar een halvering van de dotatie.

Niet alleen federaal, maar ook in de gewesten, gemeenschappen en provincies evenals de fractietoelagen in al die parlementen. Daarvoor zijn geen ellenlange debatten meer nodig en overlegrondes tussen alle parlementen. Het kan eenvoudig gestemd worden in het federaal parlement. PVDA heeft daartoe een voorstel lopen: https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/1828/55K1828001.pdf.

Daarnaast moet ook de schaar in andere privileges voor de politieke kaste zoals uittredingsvergoedingen, pensioenvoordelen, gratis NMBS-abonnementen voor oud-parlementsleden, representatiekosten, logeerpremies, gulle onkostenvergoedingen… Ook de Senaat mag afgeschaft worden.

Terug naar de inhoudsopgave

De oorlog stoppen, niet escaleren

De Croo:

De tijd van naïviteit is voorbij. Op 25 februari, één dag nadat de Russen Oekraïne binnenvielen, besliste de ministerraad een groeipad dat leidt naar een defensiebudget van 1,54% bbp in 2030, een verhoging met 75% tegenover vijf jaar geleden. En we zetten een bijkomend pad uit naar 2% in 2035. De regering verhoogt ook de inzetbaarheid van Defensie, met 1 miljard extra in de periode ‘22-’24. (…) Onze inspanningen versterken niet alleen de Belgische bijdrage aan de NAVO en aan de Europese militaire capaciteit. Ze moeten ook meer ten goede komen aan onze eigen defensie-industrie.

De Croo brengt oorlogstaal in plaats van een vredesverhaal.

In de “State of the Union” van premier De Croo was de oorlog in Oekraïne zowat het leitmotif. Het woord oorlog valt negentien keer, het woord vrede nul valt niet. Voor De Croo is de Russische inval in Oekraïne de oorzaak van alles wat er mis gaat in België en de wereld, van de inflatie en de exploderende energiefacturen via de wereldwijde voedselcrisis tot de aanslepende energietransitie. Het is dan ook merkwaardig dat de premier het op geen enkel moment had over diplomatische inspanningen voor de beëindiging van die oorlog, of over de de-escalatie van het geweld. Want hoewel de inflatie en de energieprijzen al stegen voor de oorlog en er niet door veroorzaakt werden, maakt de oorlog – en de Europese sancties tegen Rusland – het wel degelijk veel moeilijker om al die crisissen aan te pakken. Die oorlog zo snel mogelijk beëindigen moet dan ook een prioriteit zijn, niet alleen voor de Oekraïense bevolking, die er rechtstreeks door wordt getroffen, maar ook voor de werkende klasse in Europa die er – letterlijk – de factuur voor betaalt, en voor de bevolking in delen van het Globale Zuiden voor wie hogere voedsel- en energieprijzen hongersnood betekenen.

Investeren in vrede, niet in oorlog en oorlogsprofiteurs.

“De tijd van naïviteit is voorbij” zegt De Croo, maar de echte naïviteit bestaat er in nog meer oorlog aan de oorlog toe te voegen. Dat is wat deze regering doet. Defensie is het enige departement waar het geld rolt als nooit tevoren. Vivaldi bevestigt de enorme investeringen in defensie: er wordt tegen 2030 in totaal zo'n 11 miljard extra geïnvesteerd in defensie, wat het defensiebudget tot 1,54% van het BBP moet brengen. Vervolgens wil men een nieuw pad uittekenen om te verhogen naar 2% van het BBP tegen 2035. Groen, die sterk tegenstander was van de verhoging van het legerbudget, is op zijn standpunt moeten terugkomen.

Nochtans, de vier grootste Navo-landen geven per jaar opgeteld ruim 900 miljard dollar uit aan defensie, tegenover 62 miljard in Rusland. Het ligt dus niet aan het defensiebudget. Een puur militaire escalatielogica is geen oplossing voor deze oorlog en nog veel minder voor de vele globale crisissen die de wereld en ons land treffen.

Ondertussen worden de gezinnen afgescheept met enkele cheques van 196, wordt er bespaard op de gezondheidszorg en wordt er 0 extra vrijgemaakt voor de strijd tegen klimaatopwarming. Oorlog vergroot overal de ongelijkheid: een kleine groep aandeelhouders van multinationals – wapenproducenten, energiereuzen, voedingsmonopolies – rekent zich rijk. Uitgaven aan defensie doen ook de uitstoot van broeikasgassen toenemen. De wapenindustrie stoot meer uit dan de lucht- en scheepvaartsector samen, het Amerikaanse leger stoot meer uit dan land als Spanje. Dan hebben we het nog niet over de enorme klap die de strijd tegen de klimaatopwarming toegediend wordt nu Duitsland en andere landen opnieuw naar steenkoolverbranding grijpen om het Russische gas te vervangen. De Europese boycot van Russisch gas en olie komt ondertussen schaliegasproducenten in de Verenigde Staten, het Saoedische staatsoliebedrijf Aramco en Israël dat net een nieuw contract voor gaslevering aan Europa tekende, ten goede. Die landen moeten qua oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen niet bepaald onderdoen voor Rusland.

Voor een veilige en welvarende wereld moeten we investeren in internationale solidariteit, niet in militaire capaciteit. Om de klimaatcrisis op te lossen hebben we samenwerking nodig, geen vijandelijkheden. We moeten uit de spiraal van geweld raken, het blokdenken uit de koude oorlog laten vallen, en een nieuwe veiligheidsarchitectuur ontwerpen waarin de veiligheid én de welvaart van één land niet ten koste van de veiligheid en welvaart van een ander gaan - geen militaire alliantie maar een collectieve veiligheidsstructuur. In plaats van 11 miljard te investeren in oorlogstuig zou België een voortrekkersrol kunnen spelen met een doctrine van ontwapening en samenwerking.


Download hier het dossier in PDF.

Terug naar de inhoudsopgave