Als Theo Francken en Joren Vermeersch het debat niet kunnen winnen, maken ze de oppositie maar verdacht
Op basis van leugens doen Theo Francken en de zijnen verwoede pogingen de PVDA als crimineel af te schilderen. Zulke beschuldigingen zijn een ernstig democratisch probleem, schrijft Peter Mertens, algemeen secretaris van de PVDA in een opiniestuk in De Standaard.
door Peter Mertens,
verschenen in De Standaard op 18 oktober 2026
In zijn column van 16 oktober in De Standaard gaat Joren Vermeersch, kabinetsmedewerker van defensieminister Theo Francken (N-VA), helemaal over de rooie tegen de PVDA. In de meest groteske bewoordingen beschuldigt hij onze partij ervan “hechte banden” te onderhouden met allerlei vormen van gewelddadig protest. Zijn stuk leest als een doldwaze rit vol overtrokken vergelijkingen en vage veronderstellingen, maar op het einde volgt de ontnuchtering: er is geen enkel bewijs. Geen wonder, zijn beschuldigingen zijn volledig uit de lucht gegrepen.
Daarmee volgt hij exact dezelfde methode als zijn werkgever, die nu al maanden verwoede pogingen doet om op basis van makkelijk weerlegbare leugens de PVDA in diskrediet te brengen.
Eerst zwaaide Francken in De Afspraak met Ocad-rapporten over de “duidelijke link” tussen de PVDA en gewelddadige acties. Die rapporten bleken achteraf even onvindbaar als de drones die Francken een paar maanden eerder nog met grote stelligheid beweerde te hebben zien vliegen.
Dan riep hij op om “eindelijk” de antiterrorismewetgeving in te zetten tegen het progressieve festival ManiFiesta. Ook daarover moest Francken gas terugnemen.
En nu komt zijn medewerker met rapporten van de Staatsveiligheid. Rapporten waarin met geen woord over de PVDA gerept wordt. Het valt daarbij op dat Francken en Vermeersch muisstil blijven over de dreiging uit extreemrechtse hoek, hoewel die volgens het Ocad drie keer groter is dan de fenomenen waar ze stromen inkt over laten vloeien. Hun wilde beschuldigingen hebben met veiligheid niets te maken.
Als zand
Het spel dat Francken en Vermeersch spelen, is niet onschuldig. Eerst klinkt het: ik ben het niet met jullie eens. Daarna: jullie ideeën zijn gevaarlijk. Dan plak je de sprekers en hun organisaties het etiket van extremisme en geweld op en herhaal je die beschuldiging week na week tot ze een eigen leven gaat leiden. Ten slotte gebruik je diezelfde beschuldiging als argument om te vragen of die organisaties niet vervolgd, beperkt of verboden moeten worden. En ondertussen schrijf je wetten om dat mogelijk te maken, zoals de wet-Quintin, waarmee ook politieke partijen volledig vleugellam gemaakt zouden kunnen worden.
Die strategie hebben Francken en Vermeersch heus niet zelf bedacht: ze komt recht van over de grote plas. Net als Trump zit de Arizona-regering diep in de problemen. Ze krijgt haar begroting niet op orde, haar sociale afbraak botst op steeds meer weerstand en de steun voor de miljarden die ze aan bewapening uitgeeft, glipt Francken en co. als zand door de vingers. En net als Trump proberen ze het verzet de mond te snoeren, omdat ze het debat niet kunnen winnen op de inhoud.
Dat de meest rechtse elementen van de N-VA links aanvallen, daar lig ik niet wakker van. Theo Francken en Joren Vermeersch mogen onze ideeën verschrikkelijk vinden. Ze mogen elke ochtend boos opstaan en elke avond nog bozer gaan slapen. Geen enkel probleem. Maar Francken is niet zomaar een boze twitteraar uit Lubbeek en Vermeersch is niet slechts zijn cafévriend. Het gaat over de minister van Defensie en zijn kabinetsmedewerker die hun zinnen erop hebben gezet een oppositiepartij te criminaliseren. Dit is niet zomaar de zoveelste rechtse provocatie op X. Het is een ernstig democratisch probleem.