We brengen de PVDA dichter bij jou en jou dichter bij de PVDA.!

Download onze app

Een sociale klimaatrevolutie

We moeten nu veranderen, voordat het klimaat alles verandert. Om deze uitdaging aan te gaan, veranderen we radicaal van koers. We verplichten de grote vervuilers om te investeren in plaats van de werkende klasse te overstelpen met groene belastingen. We investeren in efficiënt en betaalbaar openbaar vervoer en helpen mensen hun huizen te isoleren en hun energierekeningen te verlagen. In België en over de hele wereld verdedigen we samenwerking en sociale en klimaatrechtvaardigheid.

Overstromingen in de Vesdervallei, Italië en Pakistan, een verwoestende droogte in Noord-Spanje en andere delen van Europa, extreme hitte die bossen in de as legt, poolkou in Noord-Amerika en Azië... De klimaatcrisis valt niet meer te ontkennen, en wereldwijd is het de werkende klasse die de hardste klappen incasseert. Onze huizen lopen onder of worden bedreigd door bosbranden. Onze gezondheid staat op het spel, terwijl de grote vervuilende monopolies ongedeerd blijven. Toch heeft de Vivaldi-regering, die zichzelf had uitgeroepen tot "de groenste regering ooit", op geen enkele manier voor een breuk gezorgd met het beleid van haar voorgangers.

We moeten snel actie ondernemen om onze planeet leefbaar te houden. Het doel is duidelijk : de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk verminderen om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C. Als we die grens overschrijden, dreigen we de controle te verliezen over de klimaatverandering. We willen de wereldwijde opwarming en de kosten van levensonderhoud blokkeren. We willen een economie die banen schept, in plaats van  vervuiling. Efficiënt en goedkoop openbaar vervoer in plaats van een belastinglawine voor automobilisten die geen alternatieve manier hebben om zich te verplaatsen. We willen een energiesysteem dat onze huizen opwarmt en niet de planeet. We zetten een punt achter de fossiele brandstoffen van het verleden en de graaiers, rampen en oorlogen die ermee gepaard gaan. Welkom, groene energie van de toekomst, met duurzame jobs, veiligheid en onafhankelijkheid.

Onze uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk - liefst tegen 2040 volgens de laatste studies van het Intergovernmental Panel on Climate Change - tot nul herleiden. Dat wordt een van de grootste uitdagingen ooit voor de mensheid. In België zijn we echter nog steeds niet in staat om een ambitieus beleid voor te stellen op de internationale klimaattoppen. Alle experts voorspellen dat ons land zijn magere klimaatdoelstellingen niet zal halen. Leden van gewestelijke of federale meerderheden die deelnemen aan klimaatmarsen, betogen eigenlijk tegen hun eigen passiviteit. Wiens schuld is dat ? Als we de federale minister van Klimaat, Zakia Khattabi (Ecolo), mogen geloven, zou het de Vlaamse regering zijn die dwarsligt. De Vlaamse minister van Klimaat, Zuhal Demir (N-VA), heeft inderdaad een hele legislatuur lang de klimaatdoelstellingen zo veel mogelijk beperkt. De N-VA heeft het liever over "eco-realisme", of anders gezegd rekenen op technologieën die nog niet uitgevonden zijn maar die ooit als bij wonder alle problemen zullen oplossen zonder dat we zelf veel moeite moeten doen. MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez sluit zich daarbij aan. Maar analyses van onafhankelijke experten die niet betaald worden door de de grote vervuilers laten zien dat deze pseudo-oplossingen in het beste geval ondoeltreffend zijn en in het slechtste geval nog ernstigere milieuproblemen veroorzaken. In werkelijkheid is dit niet meer dan een schijnbeweging van de  Vlaamse en Franstalige rechtse partijen, een afleidingsmanoeuvre om maatregelen die de belangen van industriereuzen zouden schaden op de lange baan te schuiven.

Op papier verdedigen de sociaaldemocratische partijen en de groenen klimaatdoelstellingen die meer met de werkelijkheid stroken. Maar wat doen ze om deze ambities in de praktijk te brengen ? In naam van de energietransitie is federaal minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) de hele wereld afgereisd, van Oman tot Chili en Namibië, om markten te openen voor de Belgische commerciële groene-energiereuzen. Tegelijkertijd loopt de staatssecretaris voor Relance, Thomas Dermine (PS), de deuren plat bij Engie, ArcelorMittal, Umicore en DEME. Het doel: overheidsgeld doorschuiven naar deze industriëlen om hun investeringen in de klimaattransitie ‘risicoloos’ te maken. De financiële risico's zijn voor de gemeenschap, de toekomstige winsten voor de privésector. Op deze manier geven PS, Vooruit en de groenen overheidssubsidies aan dezelfde grote vervuilers die beschermd worden door N-VA en MR.

Waarom?  Omdat ze net zozeer al hun vertrouwen stellen in de markt. In plaats van de klimaattransitie te plannen en zelf keuzes te maken over technologische ontwikkeling en investeringen, laten ze dit liever over aan particuliere investeerders. Ze hopen een klein beetje bij te sturen aan de hand van overheidssubsidies en verwachten veel van een koolstofmarkt die de uitstoot zou verminderen volgens het principe "de vervuiler betaalt". Maar dit klimaatbeleid is gedoemd te mislukken, en het zijn de directeurs van de oliegiganten die dat het best verwoorden. "Onze aandeelhouders vinden vooral de duurzaamheid van hun dividenden  belangrijk", zei Patrick Pouyanné, CEO van TotalEnergies. Voor hen gaat de klimaattransitie liefst niet te snel zodat hun winst op korte termijn niet te veel schade oploopt. Shell-baas Wael Sawan⁤ zei iets gelijkaardigs: "Als we in een activiteit geen rendement met twee cijfers kunnen behalen, moeten we ons absoluut afvragen of we er wel mee door moeten gaan. We willen de CO2-uitstoot verminderen, maar het moet wel rendabel blijven”. En dit net voordat hij een daling van de investeringen in groene energie aankondigde en de aandelenkoers van Shell zag stijgen op de beurs.

De Europese koolstofmarkt is een mislukking over de hele lijn: de uitstoot daalt te weinig, grote vervuilers worden rijk door te speculeren op deze markt en de kosten worden doorgerekend aan de consument. De vervuiler vult zijn portemonnee terwijl de werkende klasse moet betalen. De regeringen hebben de grote vervuilers niet willen aanpakken en dan laten ze maar de gewone man het gelag betalen. Zonder de acties van de PVDA op straat en in het parlement zouden we deze legislatuur hebben afgesloten met een nationale koolstofbelasting en een kilometerheffing in onze hoofdstad. En nu ligt er een Europese koolstofbelasting op verwarming en brandstof op tafel. Dit beleid werkt niet en zal ook nooit werken. Kapitalisme met een laagje groene verf zal het klimaat niet redden. Dat zal de werkende klasse duur komen te staan.

We hebben geen groene belastingen nodig, maar wel overheidsinvesteringen om een klimaatneutrale samenleving op te bouwen en mensen te beschermen tegen de klimaatverandering. Het is hoog tijd om af te rekenen met de recordwinsten van de fossiele brandstofindustrie, hoog tijd voor een doeltreffend en sociaal klimaatbeleid. In de loop van de geschiedenis zijn zowel milieubeleid als sociaal beleid er altijd gekomen via strijd van onderuit. Een ambitieuzer en rechtvaardiger klimaatbeleid zal ons niet zomaar in de schoot geworpen worden. We kunnen niet blijven wachten tot de verandering er vanzelf komt. We moeten verandering afdwingen en het heft in eigen handen nemen.

Om zo snel mogelijk klimaatneutraal te worden, moeten we eerst de sectoren aanpakken die de meeste broeikasgassen uitstoten. Energieproductie, transport en verwarming van gebouwen zijn samen goed voor bijna twee derde van onze uitstoot. Deze drie domeinen voorzien in onze basisbehoeften: verwarming, transport en elektriciteitsvoorziening.

Maar net in deze sectoren handelen onze regeringen te weinig en te laat. Net nu we zo snel mogelijk moeten afstappen van fossiele brandstoffen, zijn de investeringen in windenergie in Europa gehalveerd in 2022. Wordt de Noordzee ‘Europa's toekomstige groene energiecentrale’, zoals de Vivaldi-partijen allemaal in koor beweren? “Voorlopig zijn de windmolenparkprojecten in de Noordzee maar gebakken lucht”, weerlegt een onafhankelijke studie, die op meerdere vertragingen in de projecten wijst. Gezinnen die het geluk hebben zonnepanelen te kunnen installeren, zien hun bijdrage verstoord worden omdat het elektriciteitsnet hun overschot niet kan absorberen. Je woning renoveren is een luxe geworden. In plaats van collectieve maatregelen te nemen voor dit sociaal probleem, zijn alle regionale overheden van plan om isolatie te verplichten, op kosten van de bewoners. In plaats van te investeren in de spoorwegen om van de trein een aantrekkelijk alternatief te maken, is federaal minister van Mobiliteit, Georges Gilkinet (Ecolo), blijven besparen op de kap van de gebruiker en het spoorpersoneel, terwijl hij de tarieven zelfs nog verhoogde.

Het is een beleid dat werknemers veel geld kost, maar de fossiele brandstofgiganten fortuinen oplevert, aangezien we nog steeds afhankelijk zijn van hun vervuilende productie. In 2022 boekten de vijf westerse oliegiganten (Shell, ExxonMobil, BP, Chevron en TotalEnergies) samen een recordwinst van 200 miljard euro. Dat is tien keer meer dan het budget van het Europese Fonds voor een Rechtvaardige Klimaattransitie. Met dit geld zouden we 50.000 windturbines kunnen installeren, bijna twee maal het huidige aantal in Europa. Maar daar hebben de oliegiganten zich duidelijk niet mee beziggehouden. Integendeel, de weinige klimaatdoelen die ze zichzelf hadden gesteld, werden al snel overboord gegooid, omdat gas en olie op korte termijn veel winstgevender zijn geworden: 95 procent van hun investeringen zitten nog steeds in fossiele brandstoffen en minder dan 5 procent in hernieuwbare energie.

De grote vervuilers blokkeren de omschakeling van onze samenleving en boeken historische winsten. Daarbovenop krijgen ze daar zelfs nog overheidsgeld voor. Na intensief gelobby zijn fossiele gassen door de Europese Unie erkend als groene energie, waardoor bedrijven in de sector aanspraak kunnen maken op subsidies voor de energietransitie. De oorlog in Oekraïne heeft geleid tot een nieuwe afhankelijkheid van zeer vervuilend Amerikaans schaliegas. De overheden investeren miljarden in nieuwe infrastructuur, die ons nog tientallen jaren aan fossiele brandstoffen en hun hoge prijzen zullen binden. In eigen land heeft de federale minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) honderden miljoenen euro's vrijgemaakt voor de bouw van nieuwe gascentrales. Werknemers betalen, het klimaat verslechtert en een handvol grote vervuilende bedrijven wordt er rijk van.

We moeten dit beleid stoppen. Nu meteen. Energie, huisvesting en transport zijn de hefbomen voor een leefbaar klimaat. We moeten die sectoren zelf weer in handen nemen. Energie maken we goedkoop en 100 procent hernieuwbaar door de sector terug onder publieke en democratische controle te brengen en te kiezen voor publieke investeringen. Onze inspiratie halen we uit Denemarken, één van de wereldleiders in hernieuwbare energie en een industriekampioen in windenergie, dankzij een overheidsbeleid in dienst van de ecologische transitie. Wij willen echter nog verder gaan, door Engie en consoorten buitenspel te zetten om zo de controle over hun productie en prijzen terug te winnen.

We lanceren een openbaar investeringsplan voor woningrenovatie, om energieverbruik en verwarmingsfacturen zo snel mogelijk te verlagen, zonder de bewoners te laten betalen. Om dit te bereiken, kiezen we voor de Duitse en Weense aanpak en de manier waarop zij daken en muren isoleren met behulp van een derde-betalersregeling, via een openbare bank die de kosten van de werken dekt. Goed voor het klimaat, nog beter voor de portemonnee. Dit beleid gaat gepaard met een ruimtelijke ordening en een landbouwpolitiek gebaseerd op onze behoeften en niet op die van de betonbaronnen of de giganten van de agribusiness.

Wat Luxemburg en Zwitserland doen op het vlak van transport, dat kunnen wij ook. We willen treinen, bussen en trams die je snel, comfortabel en gratis naar je bestemming brengen. Om dit te bereiken, maken we genoeg geld vrij om volop te investeren in openbaar vervoer, in infrastructuur en voertuigen, en om voldoende personeel aan te werven en de prijzen te verlagen.  Dit is geen droom, maar een absolute must in een rijk land als België.

Hoe gaan we dat betalen? We richten een openbare bank op, die zowel in de klimaattransitie als in sociale voorzieningen investeert. De bank biedt de Belgen een aantrekkelijke manier om hun geld te investeren en tegelijk democratisch te controleren waarvoor het wordt gebruikt. Als we meer geld nodig hebben, laat het ons dan gaan zoeken in de zakken van de grote fossiele energiemonopolies en de grote vermogens, niet in de portemonnee van de werkende mensen.

Overheidsinvesteringen in energie, transport en huisvesting zullen de motor van onze industriële transformatie zijn. We zullen meer windturbines, warmtepompen, treinen, bussen, metro's, deelauto's en isolatiematerialen nodig hebben. De werkende klasse is in staat om van België een pionier te maken in de klimaatstrijd en om een duurzame en sociale toekomst te geven aan ons industrieel weefsel. We hebben sterke vakbonden die een rechtvaardige transitie in handen kunnen nemen.

De twintig grootste particuliere uitstoters van broeikasgassen zijn goed voor een derde van de Belgische uitstoot. Het zijn giganten in de petrochemische en industriële sectoren. Sterker nog, vier multinationals - ExxonMobil, ArcelorMittal, BASF en TotalEnergies - zijn verantwoordelijk voor 20 procent van de uitstoot. Om onze klimaatdoelstellingen te halen, moeten we niet alleen investeren in huisvesting, mobiliteit en energie, maar ook de uitstoot van deze gigantische vervuilers terugdringen. Zonder dat dit wordt afgewenteld op hun personeel in de vorm van ontslagen of via prijsverhogingen. Want deze grote bedrijven hebben de middelen om hun transitie in goede banen te leiden. Ze genereren miljarden winst. Het doel is om hen te dwingen te investeren in andere manieren van produceren in hun Belgische en Europese vestigingen.

Welke strategie hebben onze regeringen tot nu toe toegepast ten opzichte van de grote vervuilers? Ze hebben de Europese koolstofmarkt, het ETS, gecreëerd. Het idee daarachter? Elk bedrijf krijgt een plafond dat de hoeveelheid broeikasgassen die het mag uitstoten beperkt in de vorm van emissierechten die op een markt kunnen worden verhandeld. Bedrijven die onder de bovengrens blijven, kunnen hun overtollige emissierechten verkopen aan bedrijven die de limiet overschrijden. Elk jaar verlaagt de EU de hoeveelheid emissierechten om bedrijven aan te moedigen groener te worden. Maar dit systeem is een mislukking, omdat de logica ervan uiteindelijk investeringen in kortetermijnoplossingen aanmoedigt en die beperkt tot wat strikt noodzakelijk is, opdat de kosten van emissierechten niet te veel zouden stijgen. Bijvoorbeeld door een beetje energie te besparen in het productieproces om geen CO2-quota te hoeven kopen, eerder dan te investeren in een nieuwe manier van produceren die volledig CO2-vrij zou zijn.

Aan de andere kant is deze markt zeer winstgevend voor de grote vervuilers, die met delokalisatie dreigen om gratis quota te krijgen. Die kunnen ze dan doorverkopen om vrijblijvend overheidssubsidies binnen te rijven voor hun groene transitie. Voor giganten als ArcelorMittal kan het zelfs lucratief zijn om fabrieken te sluiten en ongebruikte broeikasgasemissierechten te verkopen. Sinds de oprichting van de markt in 2005 heeft het bedrijf bijna 2 miljard euro verdiend met de verkoop van ongebruikte emissierechten. “De vervuiler wordt betaald”, is hier eerder het principe. De koolstofmarkt is ook een nieuw jachtterrein voor beleggers. Een recent artikel in Le Monde onthult dat 80 procent van de transacties op de Europese koolstofmarkt puur speculatief zijn. Deze speculatie is verre van anekdotisch, aangezien de Europese koolstofmarkt in 2021 goed was voor bijna 700 miljard euro aan transacties.

Nochtans heeft deze markt de steun van alle Vivaldi-partijen, en ook van N-VA. In tegenstelling tot hen willen wij er zo snel mogelijk vanaf en die vervangen door bindende emissienormen en een openbare en democratische sturing van de industriële transitie, in functie van sociale en klimaatdoelstellingen. Net zoals we hebben gedaan om zure regen en het gat in de ozonlaag te bestrijden, willen we de grootste vervuilers dwingen om te investeren in het transformeren van hun productiemiddelen. Sociale en milieunormen zullen zorgen voor behoud en uitbreiding van banen.

Door zichzelf vast te pinnen op een beleid dat weigert om de grootste vervuilers aan te pakken, worden onze regeringen gedwongen om maatregelen te nemen die de verantwoordelijkheid bij de consumenten leggen. Dit is de logica achter de koolstofbelasting: ‘vervuilende’ producten duurder maken om mensen aan te moedigen hun consumptiegedrag te veranderen. Dit beleid is ondoeltreffend omdat het geen invloed heeft op de productiemethoden. Bovendien is het oneerlijk, omdat het in de eerste plaats de werkende mensen en hun gezinnen treft door de kosten van mobiliteit, verwarming of voedsel te verhogen, terwijl ze tegelijkertijd niet de middelen krijgen om hun huizen te isoleren, anders te reizen of andere producten te kopen. Nochtans was de eerste maatregel van de federale minister van Klimaat, Zakia Khattabi (Ecolo), bij haar aantreden, een nationale koolstofbelasting. Gezien de impopulariteit van deze belasting, die we via interventies en vragen aan de minister onder de aandacht van het parlement brachten, werd ze gedwongen af te zien van het project.

Maar deze koolstofbelasting dreigt ons te worden opgelegd, deze keer door Europa: ETS 2. De EU wile Europese koolstofmarkt uitbreiden naar emissies van autobrandstoffen, gas en stookolie. Als deze verholen koolstofbelasting wordt ingevoerd, zal verwarming gemiddeld 170 euro meer kosten en de prijs van een liter benzine vanaf 2027 10 cent meer, dat is gemiddeld 243 euro extra taks per gezin. De PVDA heeft zich in Europa tegen deze maatregel verzet, maar PS, Vooruit, Les Engagés, cd&V, MR, Open VLD en Ecolo stemden voor. Er rest ons nog tijd om de invoering in België tegen te houden. Net zoals we ervoor hebben gezorgd dat Vivaldi zijn koolstofbelasting opgaf, zullen we de Europese koolstofbelasting blokkeren.

Dit bestraffend en inefficiënt beleid beperkt zich niet tot de koolstofbelasting. Ook de gewestregeringen hebben het ene na het andere asociale voorstel gedaan. Een van de beste voorbeelden hiervan is de voorgestelde kilometerheffing op autoverplaatsingen in het Brussels Gewest, door de gewestregering PS-Ecolo-DéFi. Dankzij de mobilisatie van de PVDA zij aan zij met de bewoners konden we dit project tegenhouden door sociaal en ecologisch effectievere alternatieven voor te stellen. Want deze kilometerheffing komt erop neer dat de rekening wordt betaald door mensen die de auto moeten gebruiken door het gebrek aan een openbaar mobiliteitsbeleid. De Gezinsbond heeft berekend dat dit veel gezinnen honderden euro's per jaar zou kosten. De traditionele partijen zouden het weer op de agenda willen zetten, zowel in Brussel als in de andere Gewesten. Laten we niet vergeten dat in Vlaanderen N-VA de eerste voorstander van de maatregel was, voor ze haar kar keerde, en dat Open VLD al heeft gezegd dat ze het project weer op tafel wil leggen. We zullen ons blijven verzetten tegen deze belasting als de traditionele partijen ze opnieuw proberen in te voeren. In dezelfde geest zijn we tegen de verhoging van de prijs van afvalinzameling en tegen alle belastingen die tot doel hebben de kosten van de klimaattransitie op de schouders van de werkende klasse te schuiven zonder een effectief alternatief voor te stellen.

Het beleid van België is eenvoudig samen te vatten: vier klimaatministers, nul klimaatbeleid. In 2021 moest België zonder klimaatplan naar de VN-klimaattop in Glasgow. Dit kwam omdat de Vlaamse regering en haar minister van Klimaat, Zuhal Demir (N-VA) gingen dwarsliggen. Zij was op het moment van de onderhandelingen op vakantie in Marbella en kon het niet ‘eens worden’ met haar meerderheids-’partners’ van Open VLD en cd&v over een gemeenschappelijke doelstelling. In 2023 kwam er geen Nationaal Energie- en Klimaatplan, opnieuw omdat de Vlaamse regering alles afblokte. En elders? In Brussel werd het Air Climate Energy Plan, verdedigd door gewestminister Alain Maron (Ecolo), aangenomen na een vertraging van meer dan twee jaar, en toch is het nog steeds onvoldoende om onze klimaatdoelstellingen te halen. Hierdoor zakte België naar plaats 49 op de Climate Change Performance Index, een stuk lager dan landen als China en India. In 2021 werden deze ministers ook veroordeeld omdat hun non-beleid het recht op leven van alle Belgen schendt. Deze veroordeling werd in 2023 in beroep bevestigd. Toch bleven ze de schuld op elkaar afschuiven. Tegelijkertijd zijn ze doof voor de realiteit, zoals de Waalse minister van Klimaat, Philippe Henry (Ecolo), die weigerde in te gaan op onze eis om de klimaatverenigingen aan het woord te laten in het parlement. Er volgden nog vele saga’s aan communautair gekibbel, maar een echt Belgisch klimaatbeleid is er nog altijd niet.

De klimaatcrisis is te ernstig om over te laten aan het Belgische vechtfederalisme. Terwijl er wereldwijd veel op het spel staat, doet de splitsing van de bevoegdheden tussen regio's ons kostbare tijd verliezen. Als we moeten wachten tot de vier klimaatministers van ons land er samen uitkomen, is de planeet al lang naar de haaien. Erger nog, deze splitsing van bevoegdheden creëert een rookgordijn dat algemene passiviteit verhult, ook bij kwesties waar gewestelijke overheden op eigen houtje zouden kunnen handelen. Daarom willen we één klimaatminister. Met een normenhiërarchie: het federale niveau trekt de krijtlijnen en heeft het laatste woord. De regio's zijn verantwoordelijk voor de uitvoering binnen hun bevoegdheid. Om alles goed te laten verlopen, leggen we het kader vast in een Belgische klimaatwet.

Deze nationale klimaatstrategie beoogt een transformatie van de hele samenleving. Het maatschappelijk middenveld moet daarom op alle niveaus een plek aan tafel krijgen, net als burgers én werknemers. Vakbonden, milieubewegingen, sociale welzijnsorganisaties en consumentenverenigingen zullen worden geraadpleegd bij het opstellen en uitvoeren van deze strategie. Het is niet langer mogelijk om onrechtvaardige en ondoeltreffende belastingen in te voeren tegen de wensen van de werkende klasse in, of om onvoorwaardelijke geschenken en subsidies te geven aan de grootste vervuilers. De investeringen voor deze transformatie worden zorgvuldig gepland.

Voor een effectief klimaatbeleid zijn mensen en middelen nodig. Laten we een einde maken aan de jarenlange besparingen en de federale en gewestelijke overheidsadministraties versterken. We zullen een speciale afdeling binnen het Federaal Planbureau oprichten om toezicht te houden op het nationale klimaattransformatiebeleid en om de investeringen te plannen. De lokale overheden moeten over voldoende personeel en middelen beschikken om een efficiënt klimaatbeleid te voeren dat dicht bij de mensen staat.

De klimaatverandering is nu al een realiteit en we moeten in staat zijn ermee om te gaan en de gevolgen ervan te beperken.

Als er geen preventieve maatregelen worden genomen, krijgen de mensen de rekening voor deze rampen op hun bord. "Wanneer een ramp zich voordoet, zal Wallonië niet meer zo genereus kunnen zijn als tijdens de overstromingen van 2021", zei de Waalse minister van Begroting Adrien Dolimont (MR). Dit is een belediging voor de slachtoffers, van wie velen nog steeds wachten op een schadevergoeding. Dit terwijl de onderzoekscommissie waar wij om vroegen en waar ons parlementslid Julien Liradelfo medevoorzitter van was, de zware verantwoordelijkheid van de politici inzake klimaat, risicobeheer en regionale planning aan het licht bracht. Er is dringend nood aan een plan om ons aan de klimaatverandering aan te passen, met oog voor de noden van de bevolking. Daarvoor hebben we een tienpuntenplan voorgesteld om droogte en overstromingen te bestrijden.

De belangrijkste hefboom om de effecten van klimaatverandering te verzachten is ruimtelijke ordening. De prioriteit moet verlegd worden van de winsten van projectontwikkelaars naar de behoeften van mensen en het klimaat. We zullen een einde maken aan nutteloze projecten, net zoals we overwinningen behaalden in Seraing met het Bois du Val of in Lummen met het natuurreservaat Groene Delle, door samen met de mensen te vechten tegen de betonbaronnen. Vergunning geven voor een nieuw winkelcentrum beneden in de Vesdervallei, luxewoningen in overstromingsgevoelige gebieden van de Schelde of nutteloze kantoren rond het Zuidstation, zijn drie voorbeelden van projecten die worden gesteund door regionale overheden waar we ons tegen verzetten en die we zullen tegenhouden. We zullen boeren ondersteunen in de transitie om hun gewassen en bodems, en daarmee hun inkomen, beter te beschermen tegen klimaatrisico's. We zullen waterlopen, overstromingsgebieden en drasland herstellen. Openbare ruimtes vergroenen zodat ze koeler zijn in de zomer en regenval kunnen opvangen en opslaan.

Zelfs het beste aanpassingsbeleid kan niet voorkomen dat we met extreem weer geconfronteerd worden. Dus moeten we de mensen kunnen beschermen tijdens zulke periodes. Daarom moeten de plannen voor alle vormen van extreem weer regelmatig worden herzien. Zo werd het nationale hittegolf- en ozonplan bijvoorbeeld al sinds 2005 niet meer bijgewerkt.

We moeten snel kunnen ingrijpen wanneer een ramp op komst is of toeslaat. Centraal crisisbeheer is essentieel. Als de federale weerdiensten niet mogen waarschuwen voor gewestelijke overstromingen, zoals het geval was in de zomer van 2021, zijn rampen onvermijdelijk. De preventie en het beheer van natuurrampen moeten daarom weer opgetrokken worden naar het nationale niveau. Met goed opgeleide arbeidskrachten in cruciale infrastructuren zoals dammen en sluizen. Hulpdiensten moeten beschikken over personeel en de nodige middelen om rampen snel en effectief te kunnen bestrijden. Daarom zullen we de bezuinigingen van de regering-Michel op civiele bescherming terugdraaien en de brandweer en ambulancediensten herfinancieren.

Tijdens en na natuurrampen moeten mensen en bedrijven een aanspreekpunt hebben. Om dit te bereiken willen we een speciale afdeling binnen het Nationaal Crisiscentrum oprichten. De medewerkers zullen ter plekke de informatie en ondersteuning bieden die nodig zijn voor de wederopbouw. Dit begint met een snelle en volledige schadevergoeding. Daarom zullen we verzekeraars dwingen om schade snel en volledig te vergoeden zodra een ramp formeel is erkend.

Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft in gebieden die gevoelig zijn voor klimaatrampen. Maar in het Zuiden voelen ze de gevolgen sneller en zwaarder dan in het Noorden. In 2022 zetten extreme moessons een derde van Pakistan onder water. In 2023, het warmste jaar sinds het begin van de klimaatregistratie, werd Libië getroffen door dodelijke overstromingen. Tegelijkertijd kende de Hoorn van Afrika de ergste droogte in 40 jaar. De grootste boosdoeners zijn bekend: de kapitalistische monopolies in fossiele brandstoffen, financiën en mijnbouw, en de regeringen die hen beschermen.

We moeten onze krachten bundelen om de klimaatcrisis te overwinnen. Patenten op groene technologieën (productie van windturbines, batterijen of innovaties die de productie van koolstofneutraal staal mogelijk maken, bijvoorbeeld) staan dit echter in de weg. Zoals we in het Europees Parlement hebben verdedigd in het kader van patenten op medicijnen, vechten we tegen de privé toe-eigening van onze toekomst. Met hun eigen wetten en beleid kunnen België en Europa de weg vrijmaken voor een beleid van internationale samenwerking. De groene economie dreigt in dezelfde neokoloniale verhoudingen te vallen als de fossiele brandstoffen. Denk aan de missies van Tinne Van der Straeten (federaal minister van Energie) naar Afrika, Azië of Zuid-Amerika met energie- en industriegiganten om voor hen markten te openen, met de steun van de Belgische diplomatie. Bedrijven als Umicore en Engie zijn van plan om zich de grondstoffen van de transitie toe te eigenen ten koste van de lokale behoeften. Of het nu gaat om grondstoffen, zoals koper of lithium voor batterijen, of de energie zelf, door waterstof en elektriciteit te importeren. Het is puur groen neokolonialisme, het zal de energieprijzen hier niet doen dalen en evenmin elektriciteit naar het Zuiden brengen.

Vivaldi heeft ook andere kansen gemist: waar wacht België nog op om uit het Energiehandvestverdrag te stappen? We moeten internationale verdragen die de fossiele brandstofgiganten beschermen doen verdwijnen. Deze tekst is door meer dan tien EU-lidstaten verworpen. Het bestaan ervan dient alleen de olie-, gas- en steenkoolgiganten. Zodra een regering een beslissing neemt die deze bedrijven zou kunnen benadelen, staat ze hen toe om een compensatie te eisen, en dat terwijl ze al in winst verzuipen.

De fossiele energiemonopolies gaan nooit uit zichzelf stoppen met kool, olie en gas te produceren. Hun plaats aan de tafel in de internationale klimaatonderhandelingen verhindert de aanpak van de klimaatcrisis. Meer dan 2400 lobbyisten voor fossiele brandstoffen waren aanwezig op COP 28, waaronder de CEO van TotalEnergies, die zelfs te gast was bij de officiële Franse delegatie. Het is hoog tijd om die lobbyisten de deur te wijzen en te zorgen voor een eerlijke vertegenwoordiging van de afgevaardigden van de volkeren in het Noorden en het Zuiden en van hun vakbonds- en milieuorganisaties.

Stop de klimaatbommen. De cumulatieve CO₂-uitstoot van nieuwe olie- en gasontwikkelingsprojecten die de reuzen van de sector de komende jaren plannen, zou in zijn eentje al genoeg zijn om het mondiale klimaat te verstoren. We willen deel uitmaken van een internationaal uitfaseringsplan voor fossiele brandstoffen, een ‘non-proliferatieverdrag’. Er bestaat al een initiatief, met drie belangrijke luiken: een moratorium op onderzoek naar en exploitatie van nieuwe bronnen van fossiele brandstoffen, een geleidelijke en rechtvaardige uitfasering van de productie van fossiele brandstoffen en een wereldwijde overgang naar goedkope, 100% hernieuwbare energie. Om deze ambitie te verwezenlijken, moeten we ons verzetten tegen de strategie van de Verenigde Staten om de wereld te overspoelen met schaliegas, waardoor hun export in de afgelopen tien jaar verdrievoudigd is. Maar we moeten ook een einde maken aan nutteloze overheidsinvesteringen in Europa voor nieuwe gasterminals en pijpleidingen, waardoor ons continent de belangrijkste klant wordt van vervuilend en duur Amerikaans gas.

Deze monopolies buitenspel zetten, betekent ook dat we hun tovenaarsleerlingprojecten voor geo-engineering moeten verwerpen. Ze richten zich uitsluitend op het vinden van pseudo-technische oplossingen met onvoorziene neveneffecten in plaats van op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Laten we twee concrete voorbeelden nemen. De oceanen absorberen een kwart van de CO2-uitstoot en slaan deze op in de zeebodem. Diepzeemijnbouw maakte deze gassen weer vrij en veroorzaakte ernstige schade aan de biodiversiteit van deze weinig bekende ecosystemen. Daarom hebben we in het federale parlement een resolutie ingediend waarin we vragen om een moratorium op deze projecten. Vivaldi verwierp de resolutie. De druk van de Antwerpse baggergigant DEME, die de exploitatie van de oceaanbodem als een nieuwe bron van winst ziet, en waarvan de belangrijkste aandeelhouder niemand minder is dan de miljardairsfamilie van de Open VLD-staatssecretaris van Begroting Alexia Bertrand, speelt hierin wellicht een rol.  De lobbyisten van het bedrijf maakten ook deel uit van de officiële Belgische delegatie op COP 28.

Het tweede voorbeeld is agrobrandstof, dit is benzine of diesel geproduceerd op basis van planten. Vaak worden voedselgewassen zoals koolzaad, suikerbiet, maïs, suikerriet en andere granen enkel verbouwd om brandstof te produceren. Hierdoor stijgen de voedselprijzen, verergeren de problemen omtrent de toegang tot voedsel en wordt de vernietiging van natuurlijke omgevingen aangemoedigd ten gunste van deze uiterst winstgevende gewassen. Alles bij elkaar hebben ze een nog slechtere koolstofvoetafdruk dan fossiele brandstoffen. Naar schatting wordt elke dag het equivalent van 15 miljoen broden verbrand in de brandstoftanks van Europese auto's. Vivaldi verwierp echter onze resolutie tegen de ontwikkeling van agrobrandstoffen. In dit geval was het de lobby van de agrofood- en oliegiganten die zijn stem heeft laten wegen.

De macht van de vervuilende monopolies breken, betekent ook dat ze hun uitstoot niet langer mogen verhullen. Met andere woorden, het financieren van pseudo-projecten om de uitstoot van broeikasgassen te compenseren in plaats van te investeren in het terugdringen ervan. Maar mocht voor elk koolstofkrediet waarmee vervuilers hun uitstoot al hebben proberen groen te wassen, werkelijk een boom geplant zijn, dan zou de hele wereld intussen met bos bedekt zijn. In plaats daarvan zien we een explosie van greenwashing: de grote particuliere vervuilers geven zichzelf een vals groen imago door emissiekredieten te kopen die hun marketing dienen, niet de planeet. Tegelijkertijd ontwikkelt zich een sector van bedrijven die gespecialiseerd zijn in de productie van deze compensaties... Ze besteden heel weinig aandacht aan de koolstofvoetafdruk van de gepresenteerde projecten, die vaak heel slecht of zelfs onbestaande is. Deze compensatieregelingen zijn niet alleen ondoeltreffend, ze zorgen er ook voor dat land wordt opgekocht en geprivatiseerd om deze projecten te realiseren. Lokale bevolkingen worden van hun land verdreven en mensenrechten worden met de voeten getreden. Hoewel dit probleem gekend is, heeft de Vivaldi-regering het ‘Corisa’-systeem goedgekeurd, een nieuwe wereldwijde koolstofmarkt die is opgezet door de grote luchtvaartmaatschappijen en die tot doel heeft compensaties voor uitstoot te kopen en het gebruik van agrobrandstoffen te ontwikkelen. In Vlaanderen lag de focus op het kopen van emissiekredieten om het klimaatrapport te verbeteren. Aankopen betaald door de belastingbetalers. Dit is het soort mechanisme waar we een einde aan gaan maken. Geen gebakken lucht meer verkopen zonder iets fundamenteel op te lossen.

De multinationals van het Noorden hebben veel meer bijgedragen aan de klimaatverandering dan de bevolking van het Zuiden. En juist zij dreigen alles te verliezen. Het is hoog tijd om een internationale financiering op te zetten voor de aanpassing, het verlies en de schade in verband met de klimaatverandering. De oprichting van een internationaal solidariteitsfonds werd uiteindelijk overeengekomen op COP 28, maar de financiering die toegezegd werd door de landen van het Noorden, onder leiding van de Verenigde Staten en Europa, blijft belachelijk laag. Om dit fonds te financieren steunen we de oproep van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Antonio Guterres, voor een wereldwijde belasting op de winsten van de fossiele energiemultinationals. Het is alleen maar rechtvaardig dat we de rijkdom die ze hebben vergaard op de ruggen van de mensen en de planeet beginnen terug te winnen, zodat we ons kunnen wapenen tegen de klimaatcrisis. Dit fonds zou ook mensen kunnen helpen die genoodzaakt zijn te vluchten voor de klimaatverandering en zou vergezeld kunnen gaan van een wereldwijd kader voor klimaatmigratie, dat hervestiging, bescherming en hulp voor ontheemden omvat. Dit staat in schril contrast met de plannen van de regeringen, die de nodige investeringen om zich aan te passen aan de klimaatverandering gebruiken als voorwendsel om de landen van het Zuiden nieuwe, oneerlijke leningen te laten aangaan. Deze klimatologische structurele aanpassingsplannen verhogen de schuldenlast en versterken de neokoloniale afhankelijkheid van het Zuiden tegenover het Noorden.